← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis
van 9 september 2013 in zake Sylvain Vanhees en Maria Wauters tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie
ter griffie van het Hof is ingekomen op 19 se « Schenden de artikelen 23 en 34 van het WIB 1992,
in zoverre zij het de Belgische Staat mogelijk m(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 9 september 2013 in zake Sylvain Vanhees en Maria Wauters tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 19 se « Schenden de artikelen 23 en 34 van het WIB 1992, in zoverre zij het de Belgische Staat mogelijk m(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale, du 6 janvier 1989 Par jugement du 9 septembre 2013 en cause de Sylvain Vanhees et Maria Wauters contre l'Etat belge, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 19 septembre 2013, le « Les articles 23 et 34 du C.I.R./92, en ce qu'ils permettent à l'Etat belge d'imposer la pension v(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale, du 6 janvier 1989 |
januari 1989 Bij vonnis van 9 september 2013 in zake Sylvain Vanhees en Maria | Par jugement du 9 septembre 2013 en cause de Sylvain Vanhees et Maria |
Wauters tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van | Wauters contre l'Etat belge, dont l'expédition est parvenue au greffe |
het Hof is ingekomen op 19 september 2013, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schenden de artikelen 23 en 34 van het WIB 1992, in zoverre zij het de Belgische Staat mogelijk maken het pensioen te belasten dat door de DOSZ is uitgekeerd aan een belastingplichtige, vrijwillig aangeslotene, die de individueel en vrijwillig gestorte bijdragen niet heeft kunnen aftrekken, de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet door een door die bepalingen verboden discriminatie te creëren ten opzichte van de belastingplichtigen die, aangezien zij een levensverzekering zijn aangegaan, de in artikel 39, § 2, 2°, van het WIB 1992 bedoelde vrijstelling met betrekking tot de uitkeringen genieten, wanneer zij de gestorte bijdragen niet hebben afgetrokken ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 5717 van de rol van het Hof. De griffier, | de la Cour le 19 septembre 2013, le Tribunal de première instance de Liège a posé la question préjudicielle suivante : « Les articles 23 et 34 du C.I.R./92, en ce qu'ils permettent à l'Etat belge d'imposer la pension versée par l'OSSOM à un contribuable, affilié volontaire, qui n'a pas pu déduire les cotisations versées individuellement et volontairement, violent-ils les articles 10, 11 et 172 de la Constitution en créant une discrimination, prohibée par ces dispositions, par rapport aux contribuables qui, ayant souscrit une assurance-vie, bénéficient de l'exonération prévue à l'article 39, § 2, 2°, du C.I.R./92 en ce qui concerne les prestations, lorsqu'ils n'ont pas déduit les cotisations versées ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 5717 du rôle de la Cour. Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |