← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij
vonnis van 27 juni 2006 in zake F. Rockus tegen de NV Europabank, en in aanwezigheid van I. Matagne,
waarvan de expeditie ter griffie van het « Schenden artikel 80 en artikel
82 van de faillissementswet [van 8 augustus 1997], zoals het werd (...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 27 juni 2006 in zake F. Rockus tegen de NV Europabank, en in aanwezigheid van I. Matagne, waarvan de expeditie ter griffie van het « Schenden artikel 80 en artikel 82 van de faillissementswet [van 8 augustus 1997], zoals het werd (...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par jugement du 27 juin 2006 en cause de F. Rockus contre la SA Europabank, et en présence de I. Matagne, dont l'expédition est parvenue au greffe de la « Les articles 80 et 82 de la loi [du 8 août 1997] sur les faillites, tel qu'il a été modifié par l(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 op het Arbitragehof | sur la Cour d'arbitrage |
Bij vonnis van 27 juni 2006 in zake F. Rockus tegen de NV Europabank, | Par jugement du 27 juin 2006 en cause de F. Rockus contre la SA |
en in aanwezigheid van I. Matagne, waarvan de expeditie ter griffie | Europabank, et en présence de I. Matagne, dont l'expédition est |
van het Arbitragehof is ingekomen op 30 juni 2006, heeft de Rechtbank | parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 30 juin 2006, le Tribunal |
van Koophandel te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld : | de commerce de Liège a posé la question préjudicielle suivante : |
« Schenden artikel 80 en artikel 82 van de faillissementswet [van 8 | « Les articles 80 et 82 de la loi [du 8 août 1997] sur les faillites, |
augustus 1997], zoals het werd gewijzigd bij de wet van 2 februari | tel qu'il a été modifié par la loi du 2 février 2005, violent-ils, par |
2005, door de discriminerende aard ervan, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, of geven zij aanleiding tot een eventuele objectieve discriminatie : - tussen de echtgenoot van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde en de vóór het faillissement uit de echt gescheiden echtgenoot van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde, terwijl die echtgenoot en die ex-echtgenoot hun verplichtingen zijn aangegaan onder een identiek huwelijksvermogensstelsel; - tussen een uit de echt gescheiden ex-echtgenoot van de gefailleerde en de gefailleerde, terwijl zij een gezins- en economische entiteit vormden die een gemeenschappelijk doel nastreefde, waarbij de gefailleerde kan worden bevrijd van de financiële gevolgen dankzij de verschoonbaarheid, terwijl zijn ex-echtgenoot, als gevolg van de echtscheiding, datzelfde voordeel niet kan verkrijgen; - tussen de vóór het faillissement uit de echt gescheiden echtgenoot van de gefailleerde en de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker stelde voor de gefailleerde, terwijl de vóór het faillissement uit de echt gescheiden echtgenoot nooit de regeling zal kunnen genieten van de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker stelde voor de gefailleerde, hoewel het mogelijk is dat zijn verbintenis niet voortvloeide uit winstbejag, maar gewoon het gevolg was van de toepassing van het huwelijksvermogensstelsel, zoals bijvoorbeeld | leur caractère discriminatoire, les articles 10 et 11 de la Constitution ou créent-ils une éventuelle discrimination objective : - Entre le conjoint du failli déclaré excusable et le conjoint divorcé avant faillite du failli déclaré excusable alors que ce conjoint et cet ex-conjoint ont souscrit leurs obligations sous un régime matrimonial identique. - Entre un ex-conjoint divorcé du failli et le failli alors qu'ils constituaient une entité familiale et économique poursuivant un but commun dont le failli peut être déchargé des conséquences financières par l'excusabilité alors que son ex-conjoint par l'effet du divorce ne peut obtenir le même bénéfice. - Entre le conjoint divorcé avant faillite du failli et la sûreté personnelle à titre gratuit alors que le conjoint, divorcé avant faillite, ne pourra jamais bénéficier du régime de la sûreté personnelle à titre gratuit bien que son engagement puisse résulter non pas d'une volonté de lucre mais de la simple conséquence de l'application du régime matrimonial tel qu'à titre d'exemple, |
artikel 221 en/of de systematische praktische gevolgen van artikel | l'article 221 et/ou les conséquences pratiques systématiques de |
1418 van het Burgerlijk Wetboek ? ». | l'article 1418 du Code civil ? ». |
Die zaak, ingeschreven onder nummer 4021 van de rol van het Hof, werd | Cette affaire, inscrite sous le numéro 4021 du rôle de la Cour, a été |
samengevoegd met de zaak met rolnummer 3987. | jointe à l'affaire portant le numéro 3987 du rôle. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |