← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij
vonnis van 8 mei 2006 in zake de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tegen J.-M. Molitor en in aanwezigheid
van M. Dauvin, waarvan de expediti 1. « Geeft artikel
82 van de faillissementswet, zoals het werd gewijzigd bij de wet van 2 februari (...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 8 mei 2006 in zake de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tegen J.-M. Molitor en in aanwezigheid van M. Dauvin, waarvan de expediti 1. « Geeft artikel 82 van de faillissementswet, zoals het werd gewijzigd bij de wet van 2 februari (...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par jugement du 8 mai 2006 en cause de l'Office national de sécurité sociale contre J.-M. Molitor et en présence de M. Dauvin, dont l'expédition est par 1. « L'article 82 de la loi sur les faillites, tel qu'il a été modifié par la loi du 2 février 2005(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 op het Arbitragehof | sur la Cour d'arbitrage |
Bij vonnis van 8 mei 2006 in zake de Rijksdienst voor Sociale | Par jugement du 8 mai 2006 en cause de l'Office national de sécurité |
Zekerheid tegen J.-M. Molitor en in aanwezigheid van M. Dauvin, | sociale contre J.-M. Molitor et en présence de M. Dauvin, dont |
waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op | |
12 mei 2006, heeft de Rechtbank van Koophandel te Namen de volgende | l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 12 mai |
2006, le Tribunal de commerce de Namur a posé les questions | |
prejudiciële vragen gesteld : | préjudicielles suivantes : |
1. « Geeft artikel 82 van de faillissementswet, zoals het werd | 1. « L'article 82 de la loi sur les faillites, tel qu'il a été modifié |
gewijzigd bij de wet van 2 februari 2005, aanleiding tot discriminatie | par la loi du 2 février 2005, crée-t-il une discrimination entre le |
tussen de echtgenoot die ten gevolge van de verschoonbaarheid van de | conjoint qui est libéré par l'effet de l'excusabilité du failli des |
gefailleerde wordt bevrijd van de - onder meer fiscale - schulden | dettes, fiscales notamment, auxquelles il est obligé par l'effet de la |
waarvoor hij aansprakelijk is door de werking van de wet, en de | loi, et l'ancien conjoint, qui ne pourrait être libéré de ces mêmes |
ex-echtgenoot, die niet zou kunnen worden bevrijd van diezelfde | |
schulden ten gevolge van de verschoonbaarheid van zijn gefailleerde | dettes par l'effet de l'excusabilité de son ancien conjoint failli ? |
ex-echtgenoot ? »; | »; |
2. « Schenden de artikelen 80, derde lid, en 82, tweede lid, van de faillissementswet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat, tenzij hij zijn onvermogen frauduleus organiseerde, elke natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker stelde voor de gefailleerde, geheel of gedeeltelijk kan worden bevrijd van zijn verbintenis wanneer die niet in verhouding staat tot zijn vermogen en tot zijn inkomsten, en dat los van het lot dat aan de gefailleerde is voorbehouden, terwijl de echtgenoot van de gefailleerde alleen ten gevolge van de verschoonbaarheid van de gefailleerde wordt bevrijd van de schuld waarvoor hij persoonlijk aansprakelijk is, wat veronderstelt dat zijn lot noodzakelijkerwijs verbonden is aan dat van de gefailleerde ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 3987 van de rol van het Hof. De griffier, | 2. « Les articles 80, alinéa 3, et 82, alinéa 2, de la loi sur les faillites violent-ils les articles 10 et 11 de la Constitution en ce que, sauf si elle a organisé frauduleusement son insolvabilité, la personne physique qui, à titre gratuit, s'est constituée sûreté personnelle du failli peut être déchargée de tout ou partie de son obligation disproportionnée à son patrimoine et à ses revenus, et ce indépendamment du sort réservé au failli, alors que le conjoint du failli n'est libéré de la dette à laquelle il est personnellement obligé que par l'effet de l'excusabilité de celui-ci, ce qui suppose que son sort soit nécessairement lié à celui du failli ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 3987 du rôle de la Cour. Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |