← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij
vonnis van 13 september 2005 in zake C. Ortiz Almiron tegen de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers,
waarvan de expeditie ter griff « Schendt artikel 1, zesde lid, van de wet
van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsb(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 13 september 2005 in zake C. Ortiz Almiron tegen de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers, waarvan de expeditie ter griff « Schendt artikel 1, zesde lid, van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsb(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par jugement du 13 septembre 2005 en cause de C. Ortiz Almiron contre l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, dont l'expé « L'article 1 er , alinéa 6, de la loi du 20 juillet 1971 instituant des prestations famil(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 op het Arbitragehof | sur la Cour d'arbitrage |
Bij vonnis van 13 september 2005 in zake C. Ortiz Almiron tegen de | Par jugement du 13 septembre 2005 en cause de C. Ortiz Almiron contre |
Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers, waarvan de expeditie | l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, |
ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 10 oktober 2005, | dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 10 |
heeft de Arbeidsrechtbank te Brussel de volgende prejudiciële vraag | octobre 2005, le Tribunal du travail de Bruxelles a posé la question |
gesteld : | préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 1, zesde lid, van de wet van 20 juli 1971 tot | « L'article 1er, alinéa 6, de la loi du 20 juillet 1971 instituant des |
instelling van gewaarborgde gezinsbijslag de artikelen 10 en 11 van de | prestations familiales garanties, viole-t-il les articles 10 et 11 de |
Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 2 en 26.1 | la Constitution, lus isolément ou en combinaison avec les articles 2 |
van het Verdrag van New York van 20 november 1989 inzake de rechten van het kind, doordat de Belgische kinderen van wie de ouders vreemdeling zijn en niet zijn toegelaten noch gemachtigd in België te verblijven of zich er te vestigen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, geen gewaarborgde gezinsbijslag kunnen genieten, terwijl de Belgische kinderen van wie de ouders Belg zijn of vreemdeling maar zijn toegelaten of gemachtigd in België te verblijven of zich er te vestigen, die gezinsbijslag wel kunnen genieten ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 3782 van de rol van het Hof. De griffier, | et 26.1 de la Convention de New York du 20 novembre 1989 relative aux droits de l'enfant, en ce que les enfants belges dont les parents sont étrangers et ne sont ni admis ni autorisés à séjourner en Belgique ou à s'y établir, conformément aux dispositions de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, ne peuvent bénéficier des prestations familiales garanties, alors que les enfants belges dont les parents sont belges ou étrangers mais sont admis ou autorisés à séjourner en Belgique ou à s'y établir, peuvent en bénéficier ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 3782 du rôle de la Cour. Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |