← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij
vonnis van 8 februari 2005 in zake de n.v. KBC Lease Belgium tegen M. Ledur, waarvan de expeditie ter
griffie van het Arbitragehof is ingekom « Zijn de artikelen 24, 25, 26 en 82 van de
wet van 8 augustus 1997, zoals gewijzigd bij de wet van(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 8 februari 2005 in zake de n.v. KBC Lease Belgium tegen M. Ledur, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekom « Zijn de artikelen 24, 25, 26 en 82 van de wet van 8 augustus 1997, zoals gewijzigd bij de wet van(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par jugement du 8 février 2005 en cause de la s.a. KBC Lease Belgium contre M. Ledur, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le « Les articles 24, 25, 26 et 82 de la loi du 8 août 1997, telle que modifiée par la loi du 4 septem(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 op het Arbitragehof | sur la Cour d'arbitrage |
Bij vonnis van 8 februari 2005 in zake de n.v. KBC Lease Belgium tegen | Par jugement du 8 février 2005 en cause de la s.a. KBC Lease Belgium |
M. Ledur, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is | contre M. Ledur, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour |
ingekomen op 14 februari 2005, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te | d'arbitrage le 14 février 2005, le Tribunal de première instance de |
Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : | Bruxelles a posé la question préjudicielle suivante : |
« Zijn de artikelen 24, 25, 26 en 82 van de wet van 8 augustus 1997, | « Les articles 24, 25, 26 et 82 de la loi du 8 août 1997, telle que |
zoals gewijzigd bij de wet van 4 september 2002, strijdig met de | modifiée par la loi du 4 septembre 2002, sont-ils contraires aux |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre de gefailleerde vanaf | articles 10 et 11 de la Constitution en ce que le failli est, dès le |
het vonnis van faillietverklaring gevrijwaard is tegen elke | jugement déclaratif de faillite, à l'abri de toute procédure |
gerechtelijke procedure en procedure van tenuitvoerlegging tot op de dag van het vonnis waarbij uitspraak zal worden gedaan over zijn verschoonbaarheid, terwijl de echtgenoot van die gefailleerde, die zich persoonlijk heeft verbonden tot diens schuld en die daarvan zou kunnen worden bevrijd door de werking van de verschoonbaarheid die aan zijn echtgenoot zou worden toegekend, niet gevrijwaard is tegen elke gerechtelijke procedure en procedure van tenuitvoerlegging tot op de dag van het vonnis waarbij uitspraak zal worden gedaan over de verschoonbaarheid van de echtgenoot ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 3481 van de rol van het Hof. De griffier, | judiciaire et de toute procédure d'exécution jusqu'au jour du jugement qui statuera sur son excusabilité, alors que le conjoint de ce failli, qui s'est personnellement obligé à la dette de son époux et qui pourra en être libéré par l'effet de l'excusabilité qui serait accordée à son époux, n'est pas à l'abri de toute procédure judiciaire et de toute procédure d'exécution jusqu'au jour du jugement qui statuera sur l'excusabilité de l'époux ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 3481 du rôle de la Cour. Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |