Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Bericht van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 3 februari 2004 in zake de n.v. DVV Verzekeringen tegen G. Van Leekwijck en H. Wouters, waarvan de expeditie ter griffie van het A « Wordt het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod neergelegd in de artikelen 10 en 11 van (...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 3 februari 2004 in zake de n.v. DVV Verzekeringen tegen G. Van Leekwijck en H. Wouters, waarvan de expeditie ter griffie van het A « Wordt het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod neergelegd in de artikelen 10 en 11 van (...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par jugement du 3 février 2004 en cause de la s.a. Les AP Assurances contre G. Van Leekwijck et H. Wouters, dont l'expédition est parvenue au greffe de « Le principe d'égalité et de non-discrimination inscrit aux articles 10 et 11 de la Constitution e(...)
ARBITRAGEHOF COUR D'ARBITRAGE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 op het Arbitragehof sur la Cour d'arbitrage
Bij vonnis van 3 februari 2004 in zake de n.v. DVV Verzekeringen tegen Par jugement du 3 février 2004 en cause de la s.a. Les AP Assurances
G. Van Leekwijck en H. Wouters, waarvan de expeditie ter griffie van contre G. Van Leekwijck et H. Wouters, dont l'expédition est parvenue
het Arbitragehof is ingekomen op 10 februari 2004, heeft de Rechtbank au greffe de la Cour d'arbitrage le 10 février 2004, le Tribunal de
van eerste aanleg te Mechelen de volgende prejudiciële vraag gesteld : première instance de Malines a posé la question préjudicielle suivante
« Wordt het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod neergelegd : « Le principe d'égalité et de non-discrimination inscrit aux articles
in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet geschonden, doordat in geval 10 et 11 de la Constitution est-il violé en ce que, en cas
van toepassing van artikel 87, § 1, van de wet op de d'application de l'article 87, § 1er, de la loi du 25 juin 1992 sur le
Landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992, de verzekeraar van de contrat d'assurance terrestre, l'assureur de la responsabilité civile
verplichte burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering, zoals de obligatoire, comme l'assureur de la responsabilité civile en matière
verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen (wet
van 21 november 1989), aan de benadeelde van een verkeersongeval, de de véhicules automoteurs (loi du 21 novembre 1989), ne peut opposer à
excepties, nietigheid of het verval van recht, niet kan tegenwerpen, la personne lésée par un accident de roulage les exceptions, nullités
onverschillig of deze dateren van voor of van na het ongeval, terwijl ou déchéances, qu'elles soient antérieures ou postérieures à
de verzekeraar van een niet verplichte burgerlijke l'accident, tandis que l'assureur d'une assurance non obligatoire de
aansprakelijkheidsverzekering, zoals bij voorbeeld de la responsabilité civile, comme par exemple l'assureur de la
gezinsaansprakelijkheidsverzekeraar van een fietser, bij toepassing responsabilité familiale d'un cycliste, peut, par application de
van artikel 87, § 2, van de wet op de Landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992, de excepties, nietigheid of het verval van recht, wel aan de benadeelde van een verkeersongeval kan tegenwerpen, in zoverre deze hun oorzaak vinden in een feit dat aan het schadegeval voorafgaat, dan wanneer het in beide gevallen gaat om een verkeersongeval, waarbij een voertuig, te weten een motorrijtuig of een fiets, in de zin van artikel 2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, is betrokken ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 2912 van de rol van het Hof. De griffier, l'article 87, § 2, de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat d'assurance terrestre, opposer à la personne lésée par un accident de roulage les exceptions, nullités ou déchéances, en tant que celles-ci trouvent leur cause dans un fait antérieur au sinistre, alors qu'il s'agit dans les deux hypothèses d'un accident de roulage impliquant un véhicule, à savoir un véhicule automoteur ou une bicyclette, au sens de l'article 2 de l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière ? » Cette affaire est inscrite sous le numéro 2912 du rôle de la Cour. Le greffier,
L. Potoms. L. Potoms.
^