← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij
vonnis van 18 november 1997 in zake M. Pataer tegen de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers,
waarvan de expeditie ter griffie van he « In hoeverre schenden de bepalingen van artikel
56bis, § 2, eerste lid, van de bij koninklijk(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 18 november 1997 in zake M. Pataer tegen de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, waarvan de expeditie ter griffie van he « In hoeverre schenden de bepalingen van artikel 56bis, § 2, eerste lid, van de bij koninklijk(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par jugement du 18 novembre 1997 en cause de M. Pataer contre l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, dont l'expédition es « Dans quelle mesure les dispositions de l'article 56bis, § 2, alinéa 1 er , des lois(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 op het Arbitragehof | sur la Cour d'arbitrage |
Bij vonnis van 18 november 1997 in zake M. Pataer tegen de Rijksdienst | Par jugement du 18 novembre 1997 en cause de M. Pataer contre l'Office |
voor kinderbijslag voor werknemers, waarvan de expeditie ter griffie | national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, dont |
van het Arbitragehof is ingekomen op 26 november 1997, heeft de | l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 26 |
Arbeidsrechtbank te Gent de volgende prejudiciële vraag gesteld : | novembre 1997, le Tribunal du travail de Gand a posé la question préjudicielle suivante : |
« In hoeverre schenden de bepalingen van artikel 56bis, § 2, eerste | « Dans quelle mesure les dispositions de l'article 56bis, § 2, alinéa |
lid, van de bij koninklijk besluit van 19 december 1939 samengeordende | 1er, des lois relatives aux allocations familiales pour travailleurs |
wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, de artikelen | salariés, coordonnées par arrêté royal du 19 décembre 1939, |
10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet, doordat er uitsluitend een | violent-elles les articles 10 et 11 de la Constitution coordonnée en |
wettelijk vermoeden dat er huishouden wordt gevormd wordt ingesteld | tant qu'il est uniquement établi une présomption légale de ménage en |
bij samenwoonst van twee personen van een verschillend geslacht | cas de cohabitation de deux personnes de sexe différent (sauf s'il |
(behalve bij bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad) terwijl | s'agit de parents ou d'alliés jusqu'au troisième degré inclusivement), |
dat vermoeden niet bestaat bij samenwoonst van personen van hetzelfde | alors que cette présomption n'existe pas en cas de cohabitation de |
geslacht ? » | personnes du même sexe ? » |
Die zaak is ingeschreven onder nummer 1201 van de rol van het Hof. | Cette affaire est inscrite sous le numéro 1201 du rôle de la Cour. |
De griffier, | Le greffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |