Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 74/2023 van 4 mei 2023 Rolnummer 7853 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 58bis van de wet van 16 maart 1968 « betreffende de politie over het wegverkeer », ingesteld door Agnès Santin. Het Grondwe samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters J. Moerman, S. de Bethune,(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 74/2023 van 4 mei 2023 Rolnummer 7853 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 58bis van de wet van 16 maart 1968 « betreffende de politie over het wegverkeer », ingesteld door Agnès Santin. Het Grondwe samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters J. Moerman, S. de Bethune,(...) Extrait de l'arrêt n° 74/2023 du 4 mai 2023 Numéro du rôle : 7853 En cause : le recours en annulation de l'article 58bis de la loi du 16 mars 1968 « relative à la police de la circulation routière », introduit par Agnès Santin. La Cour c composée des présidents L. Lavrysen et P. Nihoul, et des juges J. Moerman, S. de Bethune, E. Bribos(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Uittreksel uit arrest nr. 74/2023 van 4 mei 2023 Extrait de l'arrêt n° 74/2023 du 4 mai 2023
Rolnummer 7853 Numéro du rôle : 7853
In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 58bis van de wet van En cause : le recours en annulation de l'article 58bis de la loi du 16
16 maart 1968 « betreffende de politie over het wegverkeer », mars 1968 « relative à la police de la circulation routière »,
ingesteld door Agnès Santin. introduit par Agnès Santin.
Het Grondwettelijk Hof, La Cour constitutionnelle,
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de composée des présidents L. Lavrysen et P. Nihoul, et des juges J.
rechters J. Moerman, S. de Bethune, E. Bribosia, W. Verrijdt en K. Moerman, S. de Bethune, E. Bribosia, W. Verrijdt et K. Jadin, assistée
Jadin, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter L. Lavrysen, du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président L. Lavrysen,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Objet du recours et procédure
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 8 september Par requête adressée à la Cour par lettre recommandée à la poste le 8
2022 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 9 septembre 2022 et parvenue au greffe le 9 septembre 2022, Agnès
september 2022, heeft Agnès Santin, bijgestaan en vertegenwoordigd
door Mr. G. Baudts en Mr. Y. Semey, advocaten bij de balie te Brussel, Santin, assistée et représentée par Me G. Baudts et Me Y. Semey,
naar aanleiding van het arrest van het Hof nr. 36/2022 van 10 maart avocats au barreau de Bruxelles, a introduit, à la suite de l'arrêt de
2022 (ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.036), bekendgemaakt in het Belgisch la Cour n° 36/2022 du 10 mars 2022 (ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.036), publié
Staatsblad van 14 september 2022, met toepassing van artikel 4, tweede au Moniteur belge du 14 septembre 2022, par application de l'article
lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk 4, alinéa 2, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour
Hof, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 58bis van de wet constitutionnelle, un recours en annulation de l'article 58bis de la
van 16 maart 1968 « betreffende de politie over het wegverkeer ». loi du 16 mars 1968 « relative à la police de la circulation routière ».
(...) (...)
II. In rechte II. En droit
(...) (...)
B.1.1. Bij een beroep dat is ingesteld op grond van artikel 4, tweede B.1.1. Par un recours introduit sur la base de l'article 4, alinéa 2,
lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk de la loi spéciale du 6 janvier 1986 sur la Cour constitutionnelle, la
Hof, vordert de verzoekende partij de vernietiging van artikel 58bis partie requérante demande l'annulation de l'article 58bis de la loi du
van de wet van 16 maart 1968 « betreffende de politie over het 16 mars 1968 « relative à la police de la circulation routière »
wegverkeer » (hierna : de Wegverkeerswet). (ci-après : la loi du 16 mars 1968).
Het Hof onderzoekt het beroep in zoverre het is gericht tegen dat La Cour examine le recours en ce qu'il est dirigé contre cet article,
artikel, zoals het van kracht was op de datum van het instellen van tel qu'il était en vigueur à la date de l'introduction du recours,
het beroep, zijnde vóór de wijziging ervan bij artikel 2 van de wet soit avant sa modification par l'article 2 de la loi du 6 décembre
van 6 december 2022 « tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 2022 « modifiant la loi du 16 mars 1968 relative à la police de la
betreffende de politie over het wegverkeer wat het instellen van een circulation routière en ce qui concerne l'institution d'une
beroepsmogelijkheid tegen de immobilisering van een voertuig betreft » possibilité de recours contre l'immobilisation d'un véhicule »
(hierna : de wet van 6 december 2022). (ci-après : la loi du 6 décembre 2022).
B.1.2. Vóór de wijziging ervan bij artikel 2 van de wet van 6 december B.1.2. Avant sa modification par l'article 2 de la loi du 6 décembre
2022, bepaalde artikel 58bis van de Wegverkeerswet : 2022, l'article 58bis de la loi du 16 mars 1968 disposait :
« § 1. De immobilisering van het voertuig als beveiligingsmaatregel « § 1er. L'immobilisation du véhicule comme mesure de sûreté peut être
kan worden bevolen in de gevallen bedoeld in artikel 30, §§ 1 tot 3, ordonnée dans les cas visés à l'article 30, §§ 1er à 3, et à l'article
en in artikel 48. 48.
De immobilisering als beveiligingsmaatregel wordt bevolen door de in L'immobilisation comme mesure de sûreté est ordonnée par les personnes
artikel 55, § 1, derde lid bedoelde personen. visées à l'article 55, § 1er, alinéa 3.
Ingeval de officier van gerechtelijke politie toepassing maakt van
artikel 55, § 2, kan hij eveneens de immobilisering van het voertuig Lorsque l'officier de police judiciaire applique l'article 55, § 2, il
als beveiligingsmaatregel bevelen. peut, lui aussi, ordonner l'immobilisation du véhicule comme mesure de
§ 2. Het voertuig wordt geïmmobiliseerd op kosten en op risico van de sûreté. § 2. Le véhicule est immobilisé aux frais et aux risques du
overtreder. contrevenant.
Indien de eigenaar van het voertuig niet de overtreder is, kan hij het Si le propriétaire du véhicule n'est pas le contrevenant, il peut le
zonder kosten terugkrijgen. De kosten en de risico's zijn ten laste récupérer sans frais. Les frais et risques sont mis à la charge du
van de overtreder. contrevenant.
§ 3. De immobilisering als beveiligingsmaatregel wordt beëindigd door § 3. Il est mis fin à l'immobilisation comme mesure de sûreté par les
de personen die de immobilisering hebben bevolen, of ingeval van personnes qui ont ordonné l'immobilisation ou, en cas d'application de
toepassing van artikel 55, § 2, door de procureur des Konings of de l'article 55, § 2, par le procureur du Roi ou le procureur général
procureur-generaal, bedoeld in artikel 55, § 2, tweede lid, hetzij visé à l'article 55, § 2, alinéa 2, soit d'office soit à la demande du contrevenant.
ambtshalve, hetzij op verzoek van de overtreder. L'immobilisation ne peut pas durer au-delà du délai de remise du
De immobilisering mag niet langer duren dan tot het tijdstip waarop permis ou du titre qui en tient lieu dans les cas visés au § 1er ou si
het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs wordt teruggegeven in un juge a prononcé la fin de la déchéance du droit à la conduite.
de gevallen bedoeld in § 1 of wanneer een rechter het einde van het § 4. Quiconque utilise ou autorise un tiers à utiliser un véhicule
verval van het recht tot sturen heeft uitgesproken. dont il sait que l'immobilisation comme mesure de sûreté a été
§ 4. Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met ordonnée est puni d'une peine d'emprisonnement de huit jours à six
geldboete van 100 euro tot 1 000 euro of met een van die straffen mois et d'une amende de 100 euros à 1 000 euros ou d'une de ces peines
alleen, wordt gestraft hij die gebruik maakt of aan een derde toelaat
gebruik te maken van een voertuig waarvan hij weet dat de
immobilisering als beveiligingsmaatregel is bevolen ». seulement ».
B.2.1. De Ministerraad betwist het belang van de verzoekende partij op B.2.1. Le Conseil des ministres conteste l'intérêt de la partie
grond van het feit dat het openbaar ministerie haar voertuig, dat met requérante sur la base du fait que le véhicule de celle-ci, qui avait
toepassing van de bestreden bepaling op 21 mei 2022 werd été immobilisé le 21 mai 2022 en application de la disposition
geïmmobiliseerd, heeft vrijgegeven op 28 november 2022. Daar de attaquée, a été libéré par le ministère public le 28 novembre 2022.
verzoekende partij het ontbreken van een beroepsmogelijkheid tegen een Dès lors que la partie requérante critique l'absence d'une voie de
beslissing tot weigering van de opheffing van de immobilisering van recours contre une décision refusant de lever l'immobilisation d'un
een voertuig bekritiseert, doet zij volgens hem niet langer blijken véhicule, elle ne justifie plus d'un intérêt à son recours, selon le
van een belang bij haar beroep. Conseil des ministres.
B.2.2. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt. B.2.3. Dat belang dient te bestaan op het ogenblik van de indiening van het verzoekschrift en dient te blijven bestaan tot de uitspraak van het arrest. B.2.4. Op het ogenblik waarop de verzoekende partij haar verzoekschrift heeft ingediend, was haar voertuig met toepassing van de bestreden bepaling geïmmobiliseerd door het openbaar ministerie. In die omstandigheden deed zij blijken van een belang om de vernietiging te vorderen van de wetsbepaling die een dergelijke immobilisering van een voertuig regelt. Zoals de verzoekende partij in haar bij het Hof B.2.2. La Constitution et la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle imposent à toute personne physique ou morale qui introduit un recours en annulation de justifier d'un intérêt. Ne justifient de l'intérêt requis que les personnes dont la situation pourrait être affectée directement et défavorablement par la norme attaquée. B.2.3. Cet intérêt doit exister au moment de l'introduction de la requête et subsister jusqu'au prononcé de l'arrêt. B.2.4. Au moment où la partie requérante a introduit sa requête, son véhicule était immobilisé par le ministère public en application de la disposition attaquée. Dans ces circonstances, elle justifiait d'un intérêt à demander l'annulation de la disposition législative qui règle une telle immobilisation d'un véhicule. Comme la partie requérante l'indique elle-même dans le mémoire en réponse qu'elle a
ingediende memorie van antwoord zelf aangeeft, heeft het openbaar déposé devant la Cour, le ministère public a toutefois libéré le
ministerie haar voertuig evenwel vrijgegeven op 28 november 2022. In véhicule le 28 novembre 2022. Dans ces circonstances, la partie
die omstandigheden wordt de verzoekende partij niet langer
rechtstreeks en ongunstig geraakt door de bestreden bepaling. In requérante n'est plus directement et défavorablement affectée par la
zoverre de verzoekende partij aanvoert dat haar belang volgt uit het disposition attaquée. En ce que la partie requérante soutient que son
feit dat een vernietigingsarrest in voorkomend geval zou kunnen worden intérêt résulte du fait qu'un arrêt d'annulation pourrait être utilisé
aangewend in het kader van een aansprakelijkheidsvordering tegen de le cas échéant dans le cadre d'une action en responsabilité contre
Staat, dient te worden vastgesteld dat een arrest waarbij de bestreden l'Etat, il convient de constater qu'un arrêt annulant la disposition
bepaling wordt vernietigd, in het kader van een dergelijke vordering attaquée, dans le cadre d'une telle action, n'ajouterait rien à
niets zou toevoegen aan het arrest nr. 36/2022 van 10 maart 2022 (ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.036), waarbij het Hof naar aanleiding van een prejudiciële vraag heeft geoordeeld dat het bestreden artikel de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, " in zoverre het voor de eigenaar van het voertuig niet voorziet in een effectieve beroepsmogelijkheid bij een rechter met betrekking tot een beslissing tot weigering van de opheffing van de immobilisering van het voertuig ». B.3. Het beroep tot vernietiging is niet ontvankelijk. Om die redenen, het Hof verwerpt het beroep. Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 4 mei 2023. De griffier, P.-Y. Dutilleux De voorzitter, l'arrêt n° 36/2022 du 10 mars 2022 (ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.036), par lequel la Cour a jugé à la suite d'une question préjudicielle que l'article attaqué viole les articles 10 et 11 de la Constitution, « en ce qu'il ne prévoit pas, pour le propriétaire du véhicule, une voie de recours effective auprès d'un juge contre une décision de refus de levée de l'immobilisation du véhicule ». B.3. Le recours en annulation est irrecevable. Par ces motifs, la Cour rejette le recours. Ainsi rendu en langue néerlandaise, en langue française et en langue allemande, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle, le 4 mai 2023. Le greffier, P.-Y. Dutilleux Le président,
L. Lavrysen L. Lavrysen
^
Etaamb.be maakt gebruik van cookies
Etaamb.be gebruikt cookies om uw taalvoorkeur te onthouden en om beter te begrijpen hoe etaamb.be gebruikt wordt.
DoorgaanMeer details
x