← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 160/2022 van 1 december 2022 Rolnummer 7840 In zake : de
prejudiciële vragen betreffende artikel 187, § 6, 1°, en § 9, tweede lid, van het Wetboek
van strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Lui Het Grondwettelijk Hof, samengesteld
uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 160/2022 van 1 december 2022 Rolnummer 7840 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 187, § 6, 1°, en § 9, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Lui Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...) | Extrait de l'arrêt n° 160/2022 du 1 er décembre 2022 Numéro du rôle : 7840 En cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 187, § 6, 1°, et § 9, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, posées par la Cour La Cour constitutionnelle, composée des présidents P. Nihoul et L. Lavrysen, et des juges T. Gie(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 160/2022 van 1 december 2022 | Extrait de l'arrêt n° 160/2022 du 1er décembre 2022 |
Rolnummer 7840 | Numéro du rôle : 7840 |
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 187, § 6, 1°, en | En cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 187, § |
§ 9, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het | 6, 1°, et § 9, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, posées par |
Hof van Beroep te Luik. | la Cour d'appel de Liège. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de | composée des présidents P. Nihoul et L. Lavrysen, et des juges T. |
rechters T. Giet, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne en S. de | Giet, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne et S. de Bethune, assistée |
Bethune, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul, | du greffier F. Meersschaut, présidée par le président P. Nihoul, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | I. Objet des questions préjudicielles et procédure |
Bij arrest van 9 januari 2019, waarvan de expeditie ter griffie van | Par arrêt du 9 janvier 2019, dont l'expédition est parvenue au greffe |
het Hof is ingekomen op 22 juli 2022, heeft het Hof van Beroep te Luik | de la Cour le 22 juillet 2022, la Cour d'appel de Liège a posé les |
de volgende prejudiciële vragen gesteld : | questions préjudicielles suivantes : |
« Schendt artikel 187, § 9, tweede lid, van het Wetboek van | « L'article 187 § 9 alinéa 2 du Code d'instruction criminelle |
strafvordering, geïnterpreteerd in die zin dat het het rechtscollege | interprété en tant qu'il empêche la juridiction d'appel, dont la |
in hoger beroep, waarvan de saisine betrekking heeft op het als gedaan | saisine porte sur le caractère avenu de l'opposition, de se prononcer |
beschouwde karakter van het verzet, verhindert zich uit te spreken | |
over de grond van de zaak indien dat rechtscollege in hoger beroep van | sur le fond de la cause si cette juridiction d'appel estime que c'est |
mening is dat de eerste rechter ten onrechte een verzet als gedaan | à tort que le premier juge a déclaré une opposition avenue viole-t-il |
heeft beschouwd, de artikelen 12, 13 en 14 van de Grondwet, al dan | les articles 12, 13 et 14 de la Constitution, combinés ou non avec les |
niet in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 7 van het Europees | articles 6 et 7 de la Convention européenne des droits de l'homme en |
Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het de legitieme | tant qu'il déjoue les prévisions légitimes du justiciable dont la |
verwachtingen dwarsboomt van de rechtzoekende wiens veroordeling op | condamnation a été revue sur opposition et qui n'entendait pas |
verzet werd herzien en die de op dat verzet genomen beslissing niet | remettre en cause la décision prise sur cette opposition ? |
opnieuw in het geding wilde brengen ? | |
Ontzegt artikel 187, § 6, 1 [lees : 1° ], en § 9, tweede lid, van het | L'article 187 § 6, 1 [lire : 1° ] et § 9 alinéa 2 du Code |
Wetboek van strafvordering, met schending van de artikelen 12 en 13 | d'instruction criminelle ne prive-t-il, en violation des articles 12 |
van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 6 van het | et 13 de la Constitution, combinés avec les articles 6 de la |
Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 14 van het | Convention européenne des droits de l'homme et 14 du Pacte |
Internationaal Verdrag van New York inzake burgerrechten en politieke | international relatif aux droits civils et politiques de New York, le |
rechten, de beklaagde niet het daadwerkelijke karakter van de keuze | prévenu de l'effectivité du choix du recours qu'il a exercé contre la |
voor het beroep dat hij heeft ingesteld tegen de bij verstek | |
uitgesproken beslissing, aangezien, indien het rechtscollege in hoger | décision prononcée par défaut dès lors que si la juridiction d'appel |
beroep, op hoger beroep van de enige openbare partij, het verzet als | déclare l'opposition non avenue, sur l'appel de la seule partie |
ongedaan beschouwt, die beslissing inhoudt dat het verstekvonnis | publique, cette décision implique que le jugement rendu par défaut |
volledige uitwerking heeft terwijl het, in eerste aanleg, werd betwist | sort ses pleins et entiers effets alors qu'il fut contesté, en |
door de beklaagde die zich heeft neergelegd bij het vonnis dat is | instance, par le prévenu qui s'est incliné devant le jugement prononcé |
uitgesproken op zijn als gedaan beschouwde verzet ? | sur son opposition déclarée avenue ? |
Brengt artikel 187, § 6, 1 [lees : 1° ], en § 9, tweede lid, van het | L'article 187 § 6, 1 [lire : 1° ] et § 9 alinéa 2 du Code |
Wetboek van strafvordering, in het stadium van de berechting, geen | d'instruction criminelle n'entraine-t-il pas au stade du jugement une |
discriminatie met zich mee die niet objectief verantwoord is tussen de | discrimination non objectivement justifiée entre le prévenu, d'une |
beklaagde, enerzijds, en het openbaar ministerie, anderzijds, ondanks | part, et, le ministère public, d'autre part, en dépit des intérêts |
de verschillende belangen die zij verdedigen, aangezien de | différents qu'ils défendent, dès lors que le premier ne dispose pas de |
eerstgenoemde niet over een jurisdictioneel beroep beschikt met | recours juridictionnel portant sur le caractère non avenu de |
betrekking tot het als ongedaan beschouwde karakter van het verzet | l'opposition alors que le second dispose d'un recours juridictionnel |
terwijl de laatstgenoemde wel over een jurisdictioneel beroep beschikt | portant sur le caractère avenu de cette même opposition en violation |
met betrekking tot het als gedaan beschouwde karakter van datzelfde | |
verzet, met schending van de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de | des articles 10, 11, 12 et 13 de la Constitution, combinés le cas |
Grondwet, in voorkomend geval in samenhang gelezen met artikel 6 van | échéant avec les articles 6 de la Convention européenne des droits de |
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 14 van het | l'homme et 14 du Pacte international relatif aux droits civils et |
Internationaal Verdrag van New York inzake burgerrechten en politieke | |
rechten ? ». | politiques de New York ? ». |
Op 18 augustus 2022 hebben de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. | Le 18 août 2022, en application de l'article 72, alinéa 1er, de la loi |
Kherbache, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de | |
bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof | spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle, les |
ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht | juges-rapporteurs M. Pâques et Y. Kherbache ont informé la Cour qu'ils |
voor te stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest | pourraient être amenés à proposer de mettre fin à l'examen de |
gewezen op voorafgaande rechtspleging. | l'affaire par un arrêt rendu sur procédure préliminaire. |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. De eerste prejudiciële vraag heeft betrekking op de | B.1. La première question préjudicielle porte sur la compatibilité de |
bestaanbaarheid van artikel 187, § 9, tweede lid, van het Wetboek van | l'article 187, § 9, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle avec |
strafvordering met de artikelen 12, 13 en 14 van de Grondwet, al dan | les articles 12, 13 et 14 de la Constitution, lus en combinaison ou |
niet in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 7 van het Europees | non avec les articles 6 et 7 de la Convention européenne des droits de |
Verdrag voor de rechten van de mens, zo geïnterpreteerd dat het het | l'homme, dans l'interprétation selon laquelle il empêche la |
rechtscollege in hoger beroep waarvan de saisine betrekking heeft op | juridiction d'appel dont la saisine porte sur le caractère avenu de |
het als gedaan beschouwde karakter van het verzet, belet zich uit te | |
spreken over de grond van de zaak indien het van mening is dat de | l'opposition de se prononcer sur le fond de la cause si elle estime |
rechter in eerste aanleg dat verzet ten onrechte als gedaan heeft | que c'est à tort que le juge de première instance a déclaré cette |
beschouwd, in zoverre het de legitieme verwachtingen van de beklaagde | opposition avenue, en ce qu'il déjoue les prévisions légitimes du |
die geen hoger beroep heeft ingesteld tegen het op verzet gewezen | prévenu qui n'a pas fait appel du jugement rendu sur opposition. |
vonnis, dwarsboomt. | |
B.2. Zoals het van toepassing is in de zaak die ten grondslag ligt aan | B.2. Tel qu'il est applicable dans l'affaire qui est à l'origine du |
het geschil voor het verwijzende rechtscollege, bepaalt artikel 187 | litige devant la juridiction a quo, l'article 187 du Code |
van het Wetboek van strafvordering : | d'instruction criminelle dispose : |
« § 1. De bij verstek veroordeelde kan tegen het vonnis in verzet | « § 1er. La personne condamnée par défaut pourra faire opposition au |
komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop het is | jugement dans les quinze jours qui suivent celui de la signification |
betekend. | de ce dernier. |
Is de betekening van het vonnis niet aan hem in persoon gedaan, dan | Lorsque la signification du jugement n'a pas été faite à sa personne, |
kan hij die bij verstek veroordeeld is, wat de veroordelingen tot | le condamné par défaut pourra faire opposition, quant aux |
straf betreft, in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen | condamnations pénales, dans les quinze jours qui suivent celui où il |
na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen. | aura eu connaissance de la signification. |
Indien hij hiervan kennis heeft gekregen door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek of indien de lopende termijn van vijftien dagen nog niet verstreken was op het ogenblik van zijn aanhouding in het buitenland, kan hij in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij werd overgeleverd of in het buitenland terug in vrijheid werd gesteld. Indien niet blijkt dat hij kennis heeft gekregen van de betekening, kan hij die bij verstek veroordeeld is in verzet komen totdat de termijnen van verjaring van de straf verstreken zijn. Wat de burgerrechtelijke veroordelingen betreft, kan hij in verzet komen tot de tenuitvoerlegging van het vonnis. De burgerlijke partij en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij kunnen alleen in verzet komen overeenkomstig de bepaling van het eerste lid. § 2. Het verzet wordt betekend aan het openbaar ministerie, aan de andere vervolgende partij of aan de andere partijen in de zaak. Indien het verzet niet is betekend binnen een termijn van vijftien dagen na de betekening van het vonnis, kunnen de veroordelingen ten uitvoer gelegd worden; ingeval hoger beroep is ingesteld door de vervolgende partijen of door een van hen, kan de behandeling in hoger beroep voortgang vinden. § 3. Het verzet brengt van rechtswege dagvaarding mee tegen de eerstkomende terechtzitting na het verstrijken van een termijn van | S'il en a eu connaissance par la signification d'un mandat d'arrêt européen ou d'une demande d'extradition ou que le délai en cours de quinze jours n'a pas encore expiré au moment de son arrestation à l'étranger, il pourra faire opposition dans les quinze jours qui suivent celui de sa remise ou de sa remise en liberté à l'étranger. S'il n'est pas établi qu'il a eu connaissance de la signification, le condamné par défaut pourra faire opposition jusqu'à l'expiration des délais de prescription de la peine. Il pourra faire opposition, quant aux condamnations civiles, jusqu'à l'exécution du jugement. La partie civile et la partie civilement responsable ne pourront faire opposition que dans les conditions énoncées à l'alinéa 1er. § 2. L'opposition sera signifiée au ministère public, à la partie poursuivante ou aux autres parties en cause. Si l'opposition n'a pas été signifiée dans les quinze jours qui suivent la signification du jugement, il pourra être procédé à l'exécution des condamnations et, en cas d'appel des parties poursuivantes ou de l'une d'elles, il pourra être procédé au jugement sur l'appel. § 3. L'opposition emportera de droit citation à la première audience |
vijftien dagen, of van drie dagen indien de eiser in verzet zich in | après l'expiration d'un délai de quinze jours ou, si l'opposant est |
hechtenis bevindt. | détenu, de trois jours. |
§ 4. Ten gevolge van het verzet wordt de veroordeling voor niet | § 4. La condamnation sera mise à néant par suite de l'opposition sauf |
bestaande gehouden, behoudens in de gevallen bedoeld in paragrafen 5 tot 7. | dans les cas visés aux paragraphes 5 à 7. |
§ 5. Het verzet wordt inzonderheid onontvankelijk verklaard : | § 5. L'opposition sera déclarée irrecevable notamment : |
1° behoudens overmacht, indien het niet overeenkomstig de wettelijke | 1° sauf cas de force majeure, si elle n'a pas été signifiée dans les |
vormen en termijnen is betekend; | formes et délais légaux; |
2° indien het bestreden vonnis niet bij verstek is gewezen; | 2° si le jugement attaqué n'a pas été rendu par défaut; |
3° indien de eiser in verzet vooraf een ontvankelijk hoger beroep | 3° si l'opposant a interjeté préalablement un appel recevable contre |
heeft ingesteld tegen dezelfde beslissing. | la même décision. |
§ 6. Het verzet wordt als ongedaan beschouwd : | § 6. L'opposition sera déclarée non avenue : |
1° indien de eiser in verzet, wanneer hij persoonlijk of in de persoon van een advocaat verschijnt en vaststaat dat hij kennis heeft gehad van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan, geen gewag maakt van overmacht of van een wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van zijn verstek bij de bestreden rechtspleging, waarbij het erkennen van de aangevoerde overmacht of reden overgelaten wordt aan het soevereine oordeel van de rechter; 2° indien de eiser in verzet nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet, en dat in alle gevallen, ongeacht de redenen voor de opeenvolgende verstekken en zelfs indien het verzet reeds ontvankelijk werd verklaard. § 7. De partij die verzet heeft gedaan kan ervan afstand doen of dat beperken volgens de nadere regels inzake afstand of beperking in hoger | 1° si l'opposant, lorsqu'il comparaît en personne ou par avocat et qu'il est établi qu'il a eu connaissance de la citation dans la procédure dans laquelle il a fait défaut, ne fait pas état d'un cas de force majeure ou d'une excuse légitime justifiant son défaut lors de la procédure attaquée, la reconnaissance de la force majeure ou de l'excuse invoquées restant soumise à l'appréciation souveraine du juge; 2° si l'opposant fait à nouveau défaut sur son opposition, et ce dans tous les cas, quels que soient les motifs des défauts successifs et même si l'opposition a déjà été reçue. § 7. La partie qui a formé une opposition peut s'en désister ou la limiter selon les modalités du désistement ou limitation d'appel |
beroep, verduidelijkt in artikel 206. | précisées à l'article 206. |
§ 8. De partij in verzet die zich een tweede keer laat vonnissen bij | § 8. La partie opposante qui se laisse juger une seconde fois par |
verstek, mag geen nieuw verzet meer aantekenen. | défaut n'est plus admise à former une nouvelle opposition. |
§ 9. Tegen de beslissing die op verzet is gewezen staat hoger beroep | § 9. La décision qui interviendra sur l'opposition pourra être |
open of, indien zij gewezen is in hoger beroep, cassatieberoep. | attaquée par la voie de l'appel, ou, si elle a été rendue en degré |
Hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan | d'appel, par la voie d'un pourvoi en cassation. |
beschouwt, houdt in dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt | L'appel dirigé contre la décision déclarant l'opposition non avenue |
bij de rechter in hoger beroep, ook al is er geen hoger beroep | saisit le juge d'appel du fond de l'affaire même si aucun appel n'a |
ingesteld tegen het bij verstek gewezen vonnis. | été formé contre le jugement rendu par défaut. |
§ 10. De door het verzet veroorzaakte kosten en uitgaven, met inbegrip | § 10. Les frais et dépens causés par l'opposition, y compris le coût |
van de kosten van uitgifte en van de betekening van het vonnis, | de l'expédition et de la signification de la décision par défaut, |
blijven evenwel ten laste van de eiser in verzet, indien het verstek | seront laissés à charge de l'opposant, si le défaut lui est imputable |
aan hem te wijten is ». | ». |
B.3. Bij zijn arrest nr. 123/2019 van 26 september 2019 heeft het Hof | B.3. Par son arrêt n° 123/2019 du 26 septembre 2019, la Cour a dit |
voor recht gezegd : | pour droit : |
« B.4. Het Hof van Beroep te Luik interpreteert artikel 187, § 9, | « B.4. La Cour d'appel de Liège interprète l'article 187, § 9, alinéa |
tweede lid, van het Wetboek van strafvordering in die zin dat het het | 2, du Code d'instruction criminelle comme empêchant la juridiction |
gerecht in hoger beroep, waarvan de saisine beperkt is tot het als | d'appel, dont la saisine est limitée au caractère avenu de |
gedaan beschouwde karakter van het verzet, verhindert zich uit te | |
spreken over de grond van de zaak wanneer het het op verzet gewezen | l'opposition, de se prononcer sur le fond de la cause lorsqu'elle |
vonnis tenietdoet door het verzet als ongedaan te beschouwen. In die situatie verliest de bij verstek veroordeelde rechtzoekende die verzet had ingesteld en wiens situatie ten gronde werd verbeterd door het vonnis op verzet, het voordeel van dat vonnis ingevolge het als ongedaan beschouwde karakter van zijn verzet, dat voor de eerste keer is vastgesteld in hoger beroep. Bijgevolg kan zijn bij verstek uitgesproken veroordeling, die definitief is geworden ingevolge de beslissing in hoger beroep die beperkt is tot het als gedaan beschouwde karakter van het verzet, niet meer worden voorgelegd aan een hoger rechtscollege. Het Hof onderzoekt de in het geding zijnde bepaling in die interpretatie. | réforme le jugement rendu sur opposition en déclarant celle-ci non avenue. Dans cette situation, le justiciable condamné par défaut qui avait fait opposition et qui avait vu sa situation améliorée au fond par le jugement rendu sur opposition perd le bénéfice de ce jugement par l'effet du caractère non avenu de son opposition, constaté pour la première fois en degré d'appel. En conséquence, sa condamnation prononcée par défaut, qui est devenue définitive par l'effet de la décision d'appel limitée au caractère avenu de l'opposition, ne peut plus être soumise à une juridiction supérieure. La Cour examine la disposition en cause dans cette interprétation. |
[...] | [...] |
B.5.3. Bij zijn arrest nr. 148/2017 van 21 december 2017 oordeelde het | B.5.3. Par son arrêt n° 148/2017 du 21 décembre 2017, la Cour a jugé |
Hof dat, onder voorbehoud dat het op de wijze vermeld in B.39.2 en | que, sous réserve qu'il soit interprété de la manière indiquée en |
B.39.3 van dat arrest werd geïnterpreteerd, artikel 187, § 6, van het | B.39.2 et B.39.3 de cet arrêt, l'article 187, § 6, du Code |
Wetboek van strafvordering niet op onevenredige wijze afbreuk deed aan | d'instruction criminelle ne portait pas une atteinte disproportionnée |
het recht van de beklaagde op toegang tot de rechter. Bij zijn arrest | au droit du prévenu d'accéder au juge. Par son arrêt n° 56/2018 du 17 |
nr. 56/2018 van 17 mei 2018 voegde het Hof daaraan toe dat hetzelfde | mai 2018, la Cour a ajouté qu'il en allait de même du paragraphe 6, |
gold voor paragraaf 6, 1°, juncto paragraaf 9 van hetzelfde artikel, aangezien die twee bepalingen waarborgen, aan diegene die bij verstek is veroordeeld, ` dat hij de mogelijkheid behoudt om opnieuw te worden berecht en een nieuwe beslissing over de strafvordering te verkrijgen '. De prejudiciële vraag die aanleiding gaf tot het arrest nr. 56/2018 van het Hof, werd gesteld naar aanleiding van een strafzaak waarin de rechter in eerste aanleg, uitspraak doende op verzet, had geoordeeld dat de persoon die bij verstek was veroordeeld geen wettige reden van verschoning kon doen gelden ter rechtvaardiging van zijn verstek, en bijgevolg diens verzet ongedaan had verklaard. Het hoger beroep tegen | 1°, combiné avec le paragraphe 9 du même article, dès lors que ces deux dispositions garantissent à celui qui a été condamné par défaut ` de conserver la possibilité d'être rejugé et d'obtenir une nouvelle décision sur l'action publique '. La question préjudicielle qui a donné lieu à l'arrêt n° 56/2018 de la Cour était posée à l'occasion d'une affaire pénale dans laquelle le juge de première instance, statuant sur opposition, avait jugé que la personne condamnée par défaut ne pouvait pas faire valoir d'excuse légitime justifiant son défaut et avait en conséquence déclaré son |
die beslissing was ingesteld door de bij verstek veroordeelde persoon. | opposition non avenue. L'appel de cette décision avait été formé par |
Met toepassing van artikel 187, § 9, tweede lid, van het Wetboek van | la personne condamnée par défaut. En application de l'article 187, § |
strafvordering, werden zowel de beslissing waarbij het verzet ongedaan | 9, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, la juridiction d'appel |
werd verklaard als de beslissing die bij verstek was gewezen aan het | avait été saisie tant de la décision déclarant l'opposition non avenue |
gerecht in hoger beroep voorgelegd, zodat het Hof kon vaststellen dat | |
de bij verstek veroordeelde persoon, krachtens de in het geding zijnde | que de la décision rendue par défaut, de sorte que la Cour a pu |
bepaling, het voordeel van een dubbele aanleg genoot. | constater que la personne condamnée par défaut avait bénéficié, en |
B.6.1. In de gevallen die aanleiding gaven tot de voorliggende | vertu de la disposition en cause, d'un double degré de juridiction. |
prejudiciële vragen werd de situatie van de bij verstek veroordeelde | B.6.1. A l'inverse, dans les cas qui ont donné lieu aux présentes |
personen daarentegen verbeterd door de vonnissen die werden gewezen op | questions préjudicielles, les personnes condamnées par défaut ont vu |
verzet. In dat geval wordt de grond van de zaak niet automatisch | leur situation améliorée par les jugements rendus sur opposition. Dans |
aanhangig gemaakt bij het gerecht waarbij het hoger beroep, | ce cas, la juridiction saisie de l'appel formé par le ministère public |
aangetekend door het openbaar ministerie en beperkt tot het als gedaan | et limité au caractère avenu de l'opposition n'est pas automatiquement |
beschouwde karakter van het verzet, is ingesteld, omdat de in het | saisie du fond de l'affaire, puisque la disposition en cause ne vise |
geding zijnde bepaling enkel betrekking heeft op het ` hoger beroep | que ` l'appel dirigé contre la décision déclarant l'opposition non |
tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt '. Daaruit volgt dat de beklaagde die zich in die situatie bevindt, zijn bij verstek uitgesproken veroordeling die definitief wordt ingevolge de beslissing in hoger beroep waarbij zijn verzet ongedaan wordt verklaard, niet kan laten voorleggen aan een andere rechter, noch op verzet, noch op hoger beroep. B.6.2. Een bij verstek veroordeelde beklaagde wiens verzet niet ongedaan is verklaard door de rechter bij wie het verzet werd ingesteld, verliest aldus de mogelijkheid om opnieuw te worden berecht en een nieuwe beslissing over de strafvordering te verkrijgen in geval van een hoger beroep van het openbaar ministerie dat beperkt is tot het als gedaan beschouwde karakter van het verzet, in tegenstelling tot een bij verstek veroordeelde beklaagde wiens verzet ongedaan wordt verklaard door de rechter bij wie het verzet is ingesteld, die met toepassing van de in het geding zijnde bepaling de mogelijkheid behoudt om opnieuw te worden berecht en een nieuwe beslissing over de strafvordering te verkrijgen. B.7. Een dergelijk gevolg is niet bestaanbaar met het recht op toegang | avenue '. Il en résulte que le prévenu qui se trouve dans cette situation ne peut voir sa condamnation prononcée par défaut, qui devient définitive par l'effet de la décision d'appel déclarant son opposition non avenue, soumise à un autre juge, que ce soit sur opposition ou sur appel. B.6.2. Le prévenu condamné par défaut dont l'opposition n'a pas été déclarée non avenue par le juge saisi de l'opposition perd ainsi la possibilité d'être rejugé et d'obtenir une nouvelle décision sur l'action publique, en cas d'appel du ministère public limité au caractère avenu de l'opposition, contrairement au prévenu condamné par défaut dont l'opposition est déclarée non avenue par le juge saisi de l'opposition, qui conserve, en application de la disposition en cause, la possibilité d'être rejugé et d'obtenir une nouvelle décision sur l'action publique. B.7. Une telle conséquence n'est pas compatible avec le droit d'accès |
tot een rechter, dat is gewaarborgd bij artikel 13 van de Grondwet, in | à un juge, garanti par l'article 13 de la Constitution, lu en |
samenhang gelezen met het recht op een dubbele aanleg in strafzaken, | combinaison avec le droit au double degré de juridiction en matière |
gewaarborgd bij artikel 2 van het Zevende Protocol bij het Europees | pénale, garanti par l'article 2 du Septième protocole à la Convention |
Verdrag voor de rechten van de mens en bij artikel 14, lid 5, van het | européenne des droits de l'homme et par l'article 14, paragraphe 5, du |
Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. | Pacte international relatif aux droits civils et politiques. |
B.8.1. De Ministerraad is van mening dat de beklaagde, om te vermijden | B.8.1. Le Conseil des ministres estime que, pour éviter de se trouver |
dat hij zou terechtkomen in de door de verwijzingsbeslissing | dans la situation décrite dans la décision de renvoi, le prévenu |
beschreven situatie, het hoger beroep van het openbaar ministerie had | aurait pu suivre l'appel du ministère public. Il y a lieu de relever |
kunnen volgen. Er dient evenwel op te worden gewezen dat, wanneer hij | toutefois que, lorsqu'il a obtenu une nouvelle décision sur |
een nieuwe beslissing op verzet heeft verkregen - beslissing die voor | opposition, décision qui lui est, en l'espèce, favorable, le prévenu |
hem te dezen gunstig is -, de beklaagde geen grieven heeft in te brengen tegen die nieuwe beslissing. B.8.2. Overigens is de mogelijkheid om een cassatieberoep in te stellen tegen de beslissing van het gerecht in hoger beroep waarbij de op verzet gewezen beslissing wordt tenietgedaan om reden dat de beklaagde geen wettige reden van verschoning kon aanvoeren ter rechtvaardiging van zijn verstek, niet van die aard dat zij de betrokkene de mogelijkheid biedt om opnieuw te worden berecht en om een nieuwe beslissing over de strafvordering te verkrijgen, aangezien het debat voor het Hof van Cassatie enkel betrekking kan hebben op het als gedaan of ongedaan beschouwde karakter van het verzet, en niet op | n'a pas de griefs à élever contre cette nouvelle décision. B.8.2. Par ailleurs, la possibilité d'introduire un pourvoi en cassation contre la décision de la juridiction d'appel réformant la décision ayant statué sur opposition au motif que le prévenu ne pouvait se prévaloir d'une cause d'excuse légitime justifiant son défaut n'est pas de nature à offrir à l'intéressé la possibilité d'être rejugé et d'obtenir une nouvelle décision sur l'action publique, dès lors que le débat devant la Cour de cassation ne peut porter que sur le caractère avenu ou non de l'opposition et non sur le |
de grond van de zaak. | fond de l'affaire. |
B.9.1. De schending van de in B.7 vermelde bepalingen vindt haar | B.9.1. La violation des dispositions mentionnées en B.7 trouve son |
oorsprong in de omstandigheid dat het in het geding zijnde artikel | |
187, § 9, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, enkel de | origine dans la circonstance que l'article 187, § 9, alinéa 2, du Code |
hypothese beoogt van een hoger beroep tegen de beslissing waarbij het | d'instruction criminelle, en cause, n'envisage que l'hypothèse de |
verzet ongedaan wordt verklaard, en niet de omgekeerde hypothese van | l'appel de la décision déclarant l'opposition non avenue, et non |
een hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als gedaan heeft | l'hypothèse, inverse, de l'appel de la décision ayant considéré |
beschouwd. | l'opposition avenue. |
In zoverre het niet bepaalt dat een hoger beroep tegen de beslissing | |
die het verzet als gedaan beschouwt, inhoudt dat de grond van de zaak | En ce qu'il ne prévoit pas que l'appel dirigé contre la décision |
aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep wanneer die | déclarant l'opposition avenue saisit le juge d'appel du fond de |
laatste het verzet voor het eerst ongedaan verklaart in hoger beroep, | l'affaire lorsque ce dernier déclare l'opposition non avenue pour la |
is artikel 187, § 9, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering | première fois en degré d'appel, l'article 187, § 9, alinéa 2, du Code |
niet bestaanbaar met artikel 13 van de Grondwet, in samenhang gelezen | d'instruction criminelle n'est pas compatible avec l'article 13 de la |
met artikel 2 van het Zevende Protocol bij het Europees Verdrag voor | Constitution, lu en combinaison avec l'article 2 du Septième protocole |
de rechten van de mens en met artikel 14, lid 5, van het | à la Convention européenne des droits de l'homme et avec l'article 14, |
Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. | paragraphe 5, du Pacte international relatif aux droits civils et politiques. |
B.9.2. Aangezien de in B.9.1 gedane vaststelling van de lacune is | B.9.2. Dès lors que le constat de la lacune qui a été fait en B.9.1 |
uitgedrukt in voldoende nauwkeurige en volledige bewoordingen die | est exprimé en des termes suffisamment précis et complets qui |
toelaten de in het geding zijnde bepaling toe te passen met | permettent l'application de la disposition en cause dans le respect |
inachtneming van de referentienormen op grond waarvan het Hof zijn | des normes de référence sur la base desquelles la Cour exerce son |
toetsingsbevoegdheid uitoefent, staat het aan de verwijzende rechter | contrôle, il appartient au juge a quo de mettre fin à la violation de |
een einde te maken aan de schending van die normen. | ces normes. |
B.10. De eerste prejudiciële vraag dient bevestigend te worden | B.10. La première question préjudicielle appelle une réponse |
beantwoord. | affirmative. |
Bijgevolg dient de tweede prejudiciële vraag niet te worden onderzocht | En conséquence, il n'y a pas lieu d'examiner la seconde question |
». | préjudicielle ». |
B.4.1. De Ministerraad voert aan dat de eerste prejudiciële vraag in | B.4.1. Le Conseil des ministres soutient que la première question |
de zaken die aanleiding hebben gegeven tot het arrest nr. 123/2019 | préjudicielle dans les affaires qui sont à l'origine de l'arrêt n° |
betrekking heeft op een hypothese die verschilt van de hypothese die | 123/2019 concerne une hypothèse qui diffère de l'hypothèse visée dans |
wordt beoogd in de eerste prejudiciële vraag die thans wordt | la première question préjudicielle présentement examinée, dès lors |
onderzocht, aangezien, in die zaken, het verwijzende rechtscollege | que, dans lesdites affaires, la juridiction a quo était saisie |
zich alleen moest uitspreken over het als gedaan beschouwde karakter | uniquement au sujet du caractère avenu de l'opposition, alors qu'en |
van het verzet, terwijl het te dezen zich ook nog moet uitspreken over | l'espèce elle demeure aussi saisie du fond de l'affaire, de sorte que |
de grond van de zaak, zodat de prejudiciële vragen niet nuttig zijn | les questions préjudicielles ne sont pas utiles à la solution du |
voor de oplossing van het geschil en geen antwoord behoeven. | litige et qu'elles n'appellent pas de réponse. |
B.4.2. In de regel komt het de verwijzende rechter toe te oordelen of | B.4.2. C'est en règle à la juridiction a quo qu'il appartient |
het antwoord op de prejudiciële vraag nuttig is voor het oplossen van | d'apprécier si la réponse à la question préjudicielle est utile à la |
het geschil. Alleen indien dat klaarblijkelijk niet het geval is, kan | solution du litige. Ce n'est que lorsque tel n'est manifestement pas |
het Hof beslissen dat de vraag geen antwoord behoeft. | le cas que la Cour peut décider que la question n'appelle pas de |
B.4.3. Uit de motivering van het verwijzingsarrest blijkt dat de | réponse. B.4.3. Il ressort de la motivation de l'arrêt a quo que les débats ne |
debatten alleen betrekking hebben op de kwestie van het als gedaan | concernent que la question du caractère avenu de l'opposition et que |
beschouwde karakter van het verzet en dat het Hof van Beroep te Luik | la Cour d'appel de Liège a estimé que les réponses aux questions |
de antwoorden op de gestelde prejudiciële vragen noodzakelijk heeft | préjudicielles posées étaient nécessaires pour trancher cette |
geacht om die kwestie te beslechten. Daar dat arrest is gewezen op 9 | question. Par ailleurs, dès lors que cet arrêt a été rendu le 9 |
januari 2019 heeft het verwijzende rechtscollege overigens in geen | janvier 2019, la juridiction a quo n'a en toute hypothèse pas pu |
geval tijdig kunnen kennisnemen van het arrest van het Hof nr. | prendre connaissance en temps utile de l'arrêt de la Cour n° 123/2019 |
123/2019 van 26 september 2019. | du 26 septembre 2019. |
B.5. Om dezelfde redenen als die welke zijn vermeld in het arrest nr. | B.5. Pour les mêmes motifs que ceux qui sont mentionnés dans l'arrêt |
123/2019 is artikel 187, § 9, tweede lid, van het Wetboek van | n° 123/2019, l'article 187, § 9, alinéa 2, du Code d'instruction |
strafvordering niet bestaanbaar met artikel 13 van de Grondwet, in | criminelle n'est pas compatible avec l'article 13 de la Constitution, |
samenhang gelezen met artikel 2 van het Protocol nr. 7 bij het | lu en combinaison avec l'article 2 du Protocole n° 7 à la Convention |
Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 14, lid 5, | européenne des droits de l'homme et avec l'article 14, paragraphe 5, |
van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke | du Pacte international relatif aux droits civils et politiques. En |
rechten. De andere prejudiciële vragen dienen bijgevolg niet te worden | conséquence, il n'y a pas lieu d'examiner les autres questions |
onderzocht. | préjudicielles. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
In zoverre het niet bepaalt dat hoger beroep tegen de beslissing die | En ce qu'il ne prévoit pas que l'appel dirigé contre la décision |
het verzet als gedaan beschouwt, inhoudt dat de grond van de zaak | déclarant l'opposition avenue saisit le juge d'appel du fond de |
aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep wanneer die | l'affaire lorsque ce dernier déclare, pour la première fois en degré |
laatste het verzet voor het eerst in hoger beroep als ongedaan | |
beschouwt, schendt artikel 187, § 9, tweede lid, van het Wetboek van | d'appel, l'opposition non avenue, l'article 187, § 9, alinéa 2, du |
strafvordering artikel 13 van de Grondwet, in samenhang gelezen met | Code d'instruction criminelle viole l'article 13 de la Constitution, |
artikel 2 van het Protocol nr. 7 bij het Europees Verdrag voor de | lu en combinaison avec l'article 2 du Protocole n° 7 à la Convention |
rechten van de mens en met artikel 14, lid 5, van het Internationaal | européenne des droits de l'homme et avec l'article 14, paragraphe 5, |
Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. | du Pacte international relatif aux droits civils et politiques. |
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel | Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
op 1 december 2022. | la Cour constitutionnelle, le 1er décembre 2022. |
De griffier, De voorzitter, | Le greffier, Le président, |
F. Meersschaut P. Nihoul | F. Meersschaut P. Nihoul |