← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 62/2021 van 22 april 2021 Rolnummer 7355 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht, gesteld door de Ondernemingsrechtbank
te Antwerpen, afdeling Tonger Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters
L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 62/2021 van 22 april 2021 Rolnummer 7355 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht, gesteld door de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Tonger Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...) | Extrait de l'arrêt n° 62/2021 du 22 avril 2021 Numéro du rôle : 7355 En cause : la question préjudicielle relative à l'article XX.173, § 2, du Code de droit économique, posée par le Tribunal de l'entreprise d'Anvers, division Tongres. |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 62/2021 van 22 april 2021 | Extrait de l'arrêt n° 62/2021 du 22 avril 2021 |
Rolnummer 7355 | Numéro du rôle : 7355 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel XX.173, § 2, van | En cause : la question préjudicielle relative à l'article XX.173, § 2, |
het Wetboek van economisch recht, gesteld door de | du Code de droit économique, posée par le Tribunal de l'entreprise |
Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Tongeren. | d'Anvers, division Tongres. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de | composée des présidents L. Lavrysen et F. Daoût, et des juges J.-P. |
rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. | Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. Leysen, J. |
Leysen, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne en D. | Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne et D. Pieters, assistée |
Pieters, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter L. Lavrysen, | du greffier F. Meersschaut, présidée par le président L. Lavrysen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij vonnis van 4 februari 2020, waarvan de expeditie ter griffie van | Par jugement du 4 février 2020, dont l'expédition est parvenue au |
het Hof is ingekomen op 6 februari 2020, heeft de | greffe de la Cour le 6 février 2020, le Tribunal de l'entreprise |
Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Tongeren, de volgende | d'Anvers, division Tongres, a posé la question préjudicielle suivante : |
prejudiciële vraag gesteld : | « L'article XX.173, § 2, du Code de droit économique viole-t-il les |
« Schendt artikel XX.173 § 2 WER de artikelen 10 en 11 van de | articles 10 et 11 de la Constitution, dans l'interprétation selon |
Grondwet, in de interpretatie volgens welke de termijn van drie | laquelle le délai de trois mois après la publication du jugement de |
maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis om een verzoek | faillite pour introduire une requête en effacement est un délai de |
tot kwijtschelding in te dienen een vervaltermijn betreft, doordat de | forclusion, en ce que le failli-personne physique qui n'introduit pas |
gefailleerde natuurlijke persoon die niet tijdig een verzoek tot | une requête en effacement en temps utile perd, de ce fait, |
kwijtschelding indient daarmee onherroepelijk en integraal het recht | irrévocablement et intégralement le droit à l'effacement, |
op kwijtschelding verliest, in tegenstelling tot de gefailleerde | contrairement au failli-personne physique qui introduit une requête en |
natuurlijke persoon die wel tijdig een verzoek tot kwijtschelding | effacement en temps utile et qui (à défaut d'opposition formée |
indient, en (bij gebreke van verzet conform artikel XX.173 § 3 WER) | conformément à l'article XX.173, § 3, du Code de droit économique) |
automatisch en zonder appreciatiebevoegdheid van de rechtbank de | obtiendra l'effacement automatiquement et sans que le tribunal dispose |
kwijtschelding zal verkrijgen ? ». | d'un pouvoir d'appréciation à cet égard ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1.1. Bij artikel 70, eerste lid, van de wet van 11 augustus 2017 « | B.1.1. L'article 70, alinéa 1er, de la loi du 11 août 2017 « portant |
houdende invoeging van het Boek XX ' Insolventie van ondernemingen ', | insertion du Livre XX 'Insolvabilité des entreprises', dans le Code de |
in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de | droit économique, et portant insertion des définitions propres au |
definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen | livre XX, et des dispositions d'application au Livre XX, dans le Livre |
eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht » | |
werd de faillissementswet van 8 augustus 1997 opgeheven, onder | I du Code de droit économique », a abrogé la loi du 8 août 1997 sur |
voorbehoud van de toepassing ervan op de faillissementsprocedures die | les faillites, sous réserve de son application aux procédures de |
liepen op 1 mei 2018. | faillite en cours au 1er mai 2018. |
De faillissementsprocedures die werden geopend vanaf 1 mei 2018 vallen | |
krachtens artikel 76 van de wet van 11 augustus 2017 onder het | En vertu de l'article 76 de la loi du 11 août 2017, les procédures de |
toepassingsgebied van het nieuwe boek XX van het Wetboek van | faillite ouvertes à partir du 1er mai 2018 tombent sous le champ |
economisch recht. Met die hervorming van het faillissementsrecht | d'application du nouveau livre XX du Code de droit économique. En |
streeft de wetgever diverse doelstellingen na, waaronder het | adoptant cette réforme du droit des faillites, le législateur poursuit |
bevorderen van « de tweede kans, die het ondernemerschap aanmoedigt en | plusieurs objectifs, parmi lesquels le fait de « promouvoir la seconde |
een nieuwe start mogelijk maakt » (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC | chance qui encourage l'entreprenariat et permet un nouveau départ » |
54-2407/001, p. 3). Die doelstelling wordt onder meer nagestreefd met | (Doc. parl., Chambre, 2016-2017, DOC 54-2407/001, p. 3). Cet objectif |
de vervanging van het stelsel van de verschoonbaarheid van de | est notamment mené à bien par le remplacement du système de |
gefailleerde door het stelsel van de kwijtschelding van diens | l'excusabilité du failli par le système de l'effacement du solde de |
restschulden bij de sluiting van het faillissement (ibid., pp. 4 en 98). B.1.2. De kwijtschelding van restschulden wordt geregeld in artikel XX.173 van het Wetboek van economisch recht, dat bepaalt : « § 1. Indien de gefailleerde een natuurlijke persoon is, zal hij ten aanzien van de schuldeisers worden bevrijd van de restschulden, onverminderd de zakelijke zekerheden gesteld door de schuldenaar of derden. De kwijtschelding heeft gevolgen voor de onderhoudsschulden van de gefailleerde noch voor de schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde schuld heeft. § 2. De kwijtschelding wordt enkel toegekend door de rechtbank op verzoek van de gefailleerde, welk verzoekschrift hij dient te voegen bij zijn aangifte van het faillissement of dient neer te leggen in het register uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis, zelfs indien het faillissement is afgesloten voor het verstrijken van die termijn. Het verzoekschrift wordt door de griffier ter kennis gebracht van de curator. Deze legt uiterlijk na één maand een verslag neer in het register over omstandigheden die kunnen aanleiding geven tot de vaststelling van kennelijk grove fouten, bedoeld in § 3. Zonder de sluiting van het faillissement af te wachten en van zodra de | ses dettes à la clôture de la faillite (ibid., pp. 4 et 98). B.1.2. L'effacement du solde des dettes est régi par l'article XX.173 du Code de droit économique, qui dispose : « § 1er. Si le failli est une personne physique, il sera libéré envers les créanciers du solde des dettes, sans préjudice des sûretés réelles données par le failli ou un tiers. L'effacement est sans effet sur les dettes alimentaires du failli et celles qui résultent de l'obligation de réparer le dommage lié au décès ou à l'atteinte à l'intégrité physique d'une personne qu'il a causé par sa faute. § 2. L'effacement est uniquement octroyé par le tribunal à la requête du failli, requête qu'il doit ajouter à son aveu de faillite ou déposer dans le registre au plus tard trois mois après la publication du jugement de faillite, même si la faillite est clôturée avant l'expiration du délai. La requête est notifiée par le greffier au curateur. Au plus tard après un mois, celui-ci dépose un rapport dans le registre sur les circonstances pouvant donner lieu au constat de fautes graves et caractérisées visées au § 3. |
termijn van zes maanden is verstreken, kan de gefailleerde de | Sans attendre la clôture de la faillite et dès que le délai de six |
rechtbank verzoeken uitspraak te doen over de kwijtschelding. Op | mois est écoulé, le failli peut demander au tribunal de se prononcer |
verzoek van de gefailleerde deelt de rechtbank aan deze laatste, via | sur l'effacement. A la demande du failli, le tribunal communique à ce |
het register, binnen een termijn van een jaar vanaf de opening van het | dernier, par le biais du registre, dans un délai d'un an à partir de |
faillissement, de redenen mee die rechtvaardigen waarom ze zich niet over de kwijtschelding heeft uitgesproken zonder dat deze mededeling vooruitloopt op de latere beslissing inzake de kwijtschelding. De rechtbank spreekt zich uit over het verzoek tot kwijtschelding uiterlijk bij de sluiting van het faillissement of, indien het verzoek bedoeld in het eerste lid nog niet is ingediend op het ogenblik van sluiting, binnen een maand na het verzoek. Het vonnis dat de kwijtschelding van de schuldenaar beveelt wordt door de griffier ter kennis gebracht van de curator en in het register neergelegd. Het wordt door de curator bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 3. Elke belanghebbende met inbegrip van de curator en het openbaar ministerie kan, bij verzoekschrift waarvan door de griffier wordt kennis gegeven aan de gefailleerde, vanaf de bekendmaking van het faillissementsvonnis vorderen dat de kwijtschelding slechts voor een deel wordt toegekend of volledig geweigerd bij gemotiveerde beslissing, indien de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement. Dezelfde vordering kan worden ingesteld bij wijze van derdenverzet bij verzoekschrift uiterlijk drie maanden na de publicatie van het vonnis van kwijtschelding. Wanneer de gefailleerde beoefenaar is van een vrij beroep, dan stelt de griffier diens orde of instituut in kennis door een kopie te sturen van het vonnis waarin de kwijtschelding voor een deel wordt toegekend of volledig geweigerd ». B.1.3. De kwijtschelding van restschulden verschilt aanzienlijk van de verschoonbaarheid van de gefailleerde die was geregeld in de vroegere | l'ouverture de la faillite, les motifs qui justifient qu'il ne s'est pas prononcé sur l'effacement sans que cette communication ne préjuge de la décision qui sera rendue sur l'effacement. Le tribunal se prononce sur la demande d'effacement au plus tard lors de la clôture de la faillite ou, si la demande visée à l'alinéa 1er n'est pas encore introduite au moment de la clôture, dans un délai d'un mois après la demande. Le jugement ordonnant l'effacement du débiteur est communiqué par le greffier au curateur et est déposé au registre. Il est publié par extrait par les soins du curateur au Moniteur belge. § 3. Tout intéressé, en ce compris le curateur ou le ministère public peut, par requête communiquée au failli par le greffier, à partir de la publication du jugement de faillite, demander que l'effacement ne soit que accordé partiellement ou refusé totalement par décision motivée, si le débiteur a commis des fautes graves et caractérisées qui ont contribué à la faillite. La même demande peut être introduite par le biais d'une tierce opposition par requête au plus tard trois mois à compter de la publication du jugement accordant l'effacement. Lorsque le failli est un titulaire d'une profession libérale, le greffier notifie à l'ordre ou à l'institut une copie du jugement accordant partiellement ou refusant entièrement l'effacement ». B.1.3. L'effacement du solde des dettes diffère notablement de l'excusabilité du failli, qui était réglée par les anciens articles 80 |
artikelen 80 tot 82 van de faillissementswet. | à 82 de la loi sur les faillites. |
B.1.4. De kwijtschelding van restschulden is een subjectief recht van | B.1.4. L'effacement du solde des dettes est un droit subjectif du |
de gefailleerde, waarover de ondernemingsrechtbank zich in beginsel | failli sur lequel le tribunal de l'entreprise se prononce en principe |
uitspreekt op het ogenblik van de sluiting van het faillissement. Dat | au moment de la clôture de la faillite. Ce jugement a un effet |
vonnis heeft declaratoire werking en impliceert dat de restschulden | déclaratif et entraîne l'effacement du solde des dettes qui subsiste |
die na de vereffening van de voor beslag vatbare goederen overblijven, | après la liquidation des biens saisissables (Doc. parl., Chambre, |
gewist worden (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC 54-2407/001, pp. 89 en | 2016-2017, DOC 54-2407/001, pp. 89 et 97-98). Ce droit dépend |
97-98). Dat recht is evenwel aan twee voorwaarden onderworpen : | toutefois du respect de deux conditions : |
« Vooreerst moet de gefailleerde de kwijtschelding vragen. Eens hij | « Le failli doit demander l'effacement. Dès qu'il l'a fait, il aura la |
dit gedaan heeft kan hij de quasi zekerheid hebben dat hij van de | quasi-certitude qu'il est libéré des dettes résiduaires et peut |
restschulden bevrijd is en kan hij een nieuwe activiteit aanvatten | entamer une nouvelle activité dont il aura seul le bénéfice. Ensuite, |
waarvan de winst alleen voor hem zal zijn. Vervolgens kunnen | les intéressés peuvent dans des cas exceptionnels s'opposer à cet |
belanghebbenden in uitzonderingsgevallen hiertegen opkomen » (ibid., p. 97). | effacement » (ibid., p. 97). |
Indien de gefailleerde de kwijtschelding van restschulden vraagt, | Si le failli demande l'effacement du solde des dettes, le greffier en |
brengt de griffier de curator daarvan op de hoogte. De curator brengt | informe le curateur. Ensuite, le curateur fait rapport dans un délai |
vervolgens uiterlijk een maand later verslag uit over de | |
omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot de vaststelling van | maximum d'un mois sur les circonstances pouvant donner lieu au constat |
kennelijk grove fouten (artikel XX.173, § 2, eerste lid). De rechtbank | de fautes graves et caractérisées (article XX.173, § 2, alinéa 1er). |
spreekt zich uit over het verzoek tot kwijtschelding uiterlijk bij de | Le tribunal se prononce sur la demande d'effacement au plus tard lors |
sluiting van het faillissement of, indien het verzoek tot | de la clôture de la faillite ou, si la demande d'effacement n'est pas |
kwijtschelding op dat ogenblik nog niet is ingediend, binnen een maand | encore introduite à ce moment, dans un délai d'un mois après |
na het verzoek (artikel XX.173, § 2, derde lid). Indien na het | l'introduction de la demande (article XX.173, § 2, alinéa 3). Si aucun |
verstrijken van een termijn van zes maanden sinds het verzoek tot | |
kwijtschelding geen vonnis is uitgesproken, kan de gefailleerde de | jugement de clôture n'a été prononcé six mois après l'introduction de |
rechtbank verzoeken uitspraak te doen over de kwijtschelding. Indien | la requête en effacement, le failli peut demander au tribunal de se |
de rechtbank zich een jaar na de opening van het faillissement nog | prononcer sur l'effacement. Si le tribunal ne s'est pas encore |
niet heeft uitgesproken, kan de gefailleerde haar verzoeken om de | prononcé sur cette demande un an après l'ouverture de la faillite, le |
redenen mee te delen die deze vertraging rechtvaardigen, zonder dat | failli peut demander au tribunal de lui communiquer les motifs qui |
deze mededeling vooruitloopt op de latere beslissing inzake de | justifient ce retard, sans que cette communication ne préjuge de la |
kwijtschelding (artikel XX.173, § 2, tweede lid). Elke belanghebbende, | décision qui sera rendue sur l'effacement (article XX.173, § 2, alinéa |
met inbegrip van de curator en van het openbaar ministerie, kan | 2). Tout intéressé, en ce compris le curateur et le ministère public, |
vorderen dat de kwijtschelding slechts voor een deel wordt toegekend | peut demander que l'effacement ne soit accordé que partiellement ou |
of volledig wordt geweigerd (artikel XX.173, § 3). Het staat aan de | soit refusé totalement (article XX.173, § 3). Il incombe à la partie |
partij die een dergelijk bezwaar indient om aan te tonen dat de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement. Indien geen bezwaar wordt ingediend, beschikt de rechter niet over enige beoordelingsmarge en dient hij de tijdig gevraagde kwijtschelding van de restschulden te bevelen. Indien de gefailleerde geen kwijtschelding van restschulden vraagt of indien de ondernemingsrechtbank als gevolg van het bezwaar van een belanghebbende zijn verzoek afwijst, « herwint de schuldeiser zijn rechten en kan hij, bij gebreke van een uitvoerbare titel, een rechterlijke uitspraak bekomen voor zijn schuldvordering. Indien daarentegen de schuldeiser reeds over een uitvoerbare titel beschikt, dan kan hij tot uitvoering overgaan volgens de gewone regels van | qui introduit une telle réclamation de démontrer que le failli a commis des fautes graves et caractérisées qui ont contribué à la faillite. Si aucune réclamation n'est introduite, le juge ne dispose d'aucune marge d'appréciation et doit ordonner l'effacement du solde des dettes qui a été demandé dans les délais. Si le failli ne demande pas l'effacement du solde des dettes ou si le tribunal de l'entreprise rejette sa demande à la suite de la réclamation d'un intéressé, « le créancier recouvre ses droits et peut, en l'absence d'un titre exécutoire, obtenir un jugement du tribunal pour sa créance. A l'inverse, si le créancier a déjà un titre exécutoire, il peut procéder à la mise en oeuvre selon le droit commun |
tenuitvoerlegging » (ibid., p. 98). | de l'exécution forcée » (ibid., p. 98). |
B.1.5. Krachtens het in het geding zijnde artikel XX.173, § 2, van het | B.1.5. Conformément à l'article XX.173, § 2, en cause, du Code de |
Wetboek van economisch recht kan de gefailleerde die op eigen | droit économique, le failli qui est déclaré en faillite de sa propre |
initiatief failliet wordt verklaard, ervoor kiezen het verzoek tot | initiative peut choisir d'introduire la requête en effacement du solde |
kwijtschelding van restschulden in te dienen samen met zijn aangifte | des dettes en même temps que son aveu de faillite ou de la déposer |
van het faillissement, of het afzonderlijk neer te leggen uiterlijk | séparément au plus tard trois mois après la publication du jugement de |
drie maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis. De | faillite. Le failli qui est cité en faillite ne dispose que de cette |
gefailleerde die in faillissement wordt gedagvaard, beschikt enkel | |
over die laatste mogelijkheid. | dernière possibilité. |
Krachtens de in het geding zijnde bepaling en krachtens artikel | Conformément à la disposition en cause et à l'article XX.102, alinéa |
XX.102, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht dient dat | 2, du Code de droit économique, cette requête doit être introduite |
verzoek in beide hypothesen in elektronische vorm te worden ingediend | dans les deux hypothèses par voie électronique par l'intermédiaire du |
via het Centraal Register Solvabiliteit (hierna : « RegSol »). Een | Registre Central de la Solvabilité (ci-après : « RegSol »). Le dépôt |
neerlegging van dat verzoek ter griffie is slechts mogelijk wanneer de | de cette requête au greffe n'est possible que lorsque le débiteur se |
schuldenaar niet de mogelijkheid heeft een elektronische aangifte te | trouve dans l'impossibilité de faire la déclaration par voie |
doen. In dat geval wordt de aangifte geconverteerd in elektronische | électronique. Dans ce cas, la déclaration est convertie en un document |
vorm. | électronique. |
RegSol bevat standaardformulieren die door de gefailleerde dienen te | RegSol se compose de formulaires types à compléter par le failli. |
worden gebruikt. Het standaardformulier dat hij dient te gebruiken | |
wanneer hij aangifte doet van zijn faillissement « [bevat] een rubriek | Celui qui doit être utilisé lors d'un aveu de faillite contient « une |
[...] waarin hij uitgenodigd wordt te bepalen of hij een | rubrique dans laquelle le débiteur signale son souhait [de] bénéficier |
kwijtschelding ambieert » (ibid., p. 89). | » d'un effacement (ibid., p. 89). |
B.2.1. De verwijzende rechter vraagt het Hof of artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht, in de interpretatie dat de termijn van drie maanden vanaf de bekendmaking van het faillissementsvonnis om een verzoek tot kwijtschelding in te dienen, een vervaltermijn is, bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, in zoverre een gefailleerde natuurlijke persoon die binnen die termijn geen verzoek tot kwijtschelding van restschulden indient, zijn recht op kwijtschelding onherroepelijk verliest, terwijl een gefailleerde natuurlijke persoon die wel binnen die termijn een verzoek tot kwijtschelding indient, er nagenoeg zeker van kan zijn dat zijn restschulden zullen worden kwijtgescholden. B.2.2. De partijen vermogen niet de draagwijdte van de door het verwijzende rechtscollege gestelde prejudiciële vraag te wijzigen of te laten wijzigen. Het Hof onderzoekt bijgevolg niet het door de tussenkomende partij opgeworpen verschil in behandeling tussen gefailleerde natuurlijke personen naargelang hun faillissementsprocedure meer of minder dan drie maanden duurt. B.3. In de interpretatie die de verwijzende rechter eraan geeft, voorziet artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht in een vervaltermijn van drie maanden om een verzoek tot kwijtschelding in te dienen. Het staat in de regel aan de verwijzende rechter om de bepalingen die hij van toepassing acht te interpreteren, onder voorbehoud van een kennelijk verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepaling, wat te dezen niet het geval is. Hoewel de in het geding zijnde bepaling | B.2.1. Le juge a quo demande à la Cour si l'article XX.173, § 2, du Code de droit économique est compatible avec le principe d'égalité et de non-discrimination dans l'interprétation selon laquelle le délai de trois mois après la publication du jugement de faillite pour introduire une requête en effacement est un délai de forclusion, en ce qu'un failli-personne physique qui n'introduit pas une requête en effacement du solde des dettes dans ce délai perd irrévocablement le droit à l'effacement, alors qu'un failli-personne physique qui introduit une requête en effacement dans le respect de ce délai est pratiquement assuré que le solde de ses dettes sera effacé. B.2.2. Les parties ne peuvent modifier ou faire modifier la portée de la question préjudicielle posée par la juridiction a quo. La Cour n'examine dès lors pas la différence de traitement soulevée par la partie intervenante entre des faillis-personnes physiques selon que leur procédure en faillite prend plus ou moins de trois mois. B.3. Dans l'interprétation que lui donne le juge a quo, l'article XX.173, § 2, du Code de droit économique prévoit un délai de forclusion de trois mois pour introduire une requête en effacement. Il appartient en règle au juge a quo d'interpréter les dispositions qu'il estime applicables, sous réserve d'une lecture manifestement erronée de la disposition en cause, ce qui n'est pas le cas en l'espèce. Bien que la disposition en cause ne l'indique pas |
dit niet uitdrukkelijk vermeldt, dient de termijn van drie maanden na | formellement, le délai de trois mois à compter de la publication du |
de bekendmaking van het faillissementsvonnis om de kwijtschelding van | jugement de faillite pour demander l'effacement du solde des dettes |
restschulden te vorderen, als een vervaltermijn te worden beschouwd. | doit être considéré comme un délai de forclusion. Il ressort en effet |
Uit de parlementaire voorbereiding blijkt immers dat « als zij niet | des travaux préparatoires que si l'effacement n'est pas demandé « dans |
gevraagd is bij de aangifte van faillissement of binnen een zekere | l'aveu de la faillite ou dans une période limitée dans le temps après |
tijd erna, [...] de schuldenaar elk recht daarop [heeft] verloren » | la déclaration de faillite, le débiteur perdra son droit à |
(ibid., p. 89). | l'effacement de la dette » (ibid., p. 89). |
Het Hof onderzoekt de in het geding zijnde bepaling bijgevolg in de interpretatie die de verwijzende rechter heeft voorgelegd. B.4.1. Het recht op toegang tot de rechter, dat een onderdeel is van het recht op een eerlijk proces, kan eveneens worden onderworpen aan ontvankelijkheidsvoorwaarden, met name wat betreft het instellen van een rechtsmiddel. Die voorwaarden mogen echter niet ertoe leiden dat het recht op zodanige wijze wordt beperkt dat de kern ervan wordt aangetast. Dat zou het geval zijn wanneer de beperkingen geen wettig doel nastreven en indien er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het nagestreefde doel. De verenigbaarheid van die beperkingen met het recht op toegang tot een | La Cour examine en conséquence la disposition en cause dans l'interprétation soumise par le juge a quo. B.4.1. Le droit d'accès au juge, qui constitue un aspect du droit à un procès équitable, peut également être soumis à des conditions de recevabilité, notamment en ce qui concerne l'introduction d'une voie de recours. Ces conditions ne peuvent cependant aboutir à restreindre le droit de manière telle que celui-ci s'en trouve atteint dans sa substance même. Tel serait le cas si les restrictions imposées ne tendaient pas vers un but légitime et s'il n'existait pas un rapport raisonnable de proportionnalité entre les moyens employés et le but |
rechterlijke instantie hangt af van de bijzonderheden van de in het | visé. La compatibilité de ces limitations avec le droit d'accès à un |
geding zijnde procedure en wordt beoordeeld in het licht van het | tribunal dépend des particularités de la procédure en cause et |
proces in zijn geheel (EHRM, 24 februari 2009, L'Erablière t. België, | s'apprécie au regard de l'ensemble du procès (CEDH, 24 février 2009, |
L'Erablière A.S.B.L. c. Belgique, § 36; 29 mars 2011, RTBF c. | |
§ 36; 29 maart 2011, RTBF t. België, § 69; 18 oktober 2016, Miessen t. | Belgique, § 69; 18 octobre 2016, Miessen c. Belgique, § 64; 17 juillet |
België, § 64; 17 juli 2018, Ronald Vermeulen t. België, § 43). | 2018, Ronald Vermeulen c. Belgique, § 43). |
Meer in het bijzonder zijn de regels betreffende de vormvoorschriften | Plus particulièrement, les règles relatives aux formalités et délais |
en termijnen om beroep in te stellen gericht op een goede | fixés pour former un recours visent à assurer une bonne administration |
rechtsbedeling en het weren van de risico's van rechtsonzekerheid. Die | de la justice et à écarter les risques d'insécurité juridique. |
regels mogen de rechtzoekenden echter niet verhinderen de beschikbare | Toutefois, ces règles ne peuvent empêcher les justiciables de se |
rechtsmiddelen te doen gelden. | prévaloir des voies de recours disponibles. |
Bovendien « dienen de rechtbanken, bij het toepassen van de | De surcroît, « les tribunaux doivent, en appliquant des règles de |
procedureregels, zowel een overdreven formalisme dat afbreuk zou doen | procédure, éviter à la fois un excès de formalisme qui porterait |
aan het eerlijke karakter van de procedure, als een buitensporige | atteinte à l'équité de la procédure, et une souplesse excessive qui |
soepelheid die zou leiden tot het afschaffen van de bij de wet | aboutirait à supprimer les conditions de procédure établies par les |
vastgestelde procedurele vereisten, te vermijden » (EHRM, 26 juli | |
2007, Walchli t. Frankrijk, § 29; 25 mei 2004, Kadlec en anderen t. | lois » (CEDH, 26 juillet 2007, Walchli c. France, § 29; 25 mai 2004, |
Tsjechische Republiek, § 26). « Het recht op toegang tot een rechter | Kadlec et autres c. République tchèque, § 26). « En effet, le droit |
wordt immers aangetast wanneer de reglementering ervan niet langer de | d'accès à un tribunal se trouve atteint lorsque sa réglementation |
doelstellingen van de rechtszekerheid en de goede rechtsbedeling dient | cesse de servir les buts de la sécurité juridique et de la bonne |
en een soort van hinderpaal vormt die de rechtzoekende verhindert zijn | administration de la justice et constitue une sorte de barrière qui |
geschil ten gronde door het bevoegde rechtscollege beslecht te zien » | empêche le justiciable de voir son litige tranché au fond par la |
(EHRM, 24 mei 2011, Sabri Günes t. Turkije, § 58; 13 januari 2011, | juridiction compétente » (CEDH, 24 mai 2011, Sabri Günes c. Turquie, § |
Evaggelou t. Griekenland, § 19; 18 oktober 2016, Miessen t. België, § | 58; 13 janvier 2011, Evaggelou c. Grèce, § 19; 18 octobre 2016, |
66). | Miessen c. Belgique, § 66). |
B.4.2. Inzake vervaltermijnen moet de wetgever over een ruime | B.4.2. En matière de délais de forclusion, le législateur doit pouvoir |
beoordelingsbevoegdheid kunnen beschikken. Het verschil in behandeling | disposer d'un large pouvoir d'appréciation. La différence de |
tussen personen die hun rechten binnen de toepasselijke vervaltermijn | traitement entre les personnes qui exercent leurs droits dans le délai |
uitoefenen en personen die dat niet doen, houdt op zich geen | de forclusion applicable et celles qui ne le font pas n'est pas |
discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien de | discriminatoire en soi. Il ne pourrait être question de discrimination |
toepassing van de vervaltermijn een onevenredige beperking van de | que si l'application du délai de forclusion entraînait une limitation |
rechten van de daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. | disproportionnée des droits des personnes concernées. |
B.5.1. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt niet waarom de | B.5.1. Il ne ressort pas des travaux préparatoires pourquoi le |
wetgever ervoor heeft gekozen de uitspraak over de kwijtschelding van | législateur a choisi de subordonner à une demande expresse du failli |
restschulden afhankelijk te maken van een uitdrukkelijk verzoek van de | la décision quant à l'effacement du solde des dettes, ni pourquoi il |
gefailleerde, noch waarom hij dat verzoek aan een vervaltermijn | soumet cette demande à un délai de forclusion. En outre, le |
onderwerpt. Overigens houdt de wetgever er geen rekening mee dat de | législateur ne tient pas compte de ce que la nécessité de cet |
noodzaak van de kwijtschelding pas later tot uiting zou kunnen komen. B.5.2. Niettegenstaande de laagdrempelige manier waarop de kwijtschelding van restschulden door de gefailleerde kan worden gevraagd, legt de in het geding zijnde bepaling een vormvereiste op waaraan hij dient te voldoen, op straffe van verval, om voor die kwijtschelding in aanmerking te komen. Daaruit volgt dat, wanneer de gefailleerde nalaat tijdig een kwijtschelding van restschulden te vragen, de door de wetgever nagestreefde doelstelling het tweedekansondernemerschap te bevorderen, die als essentieel wordt beschouwd, in het gedrang komt als gevolg van de in het geding zijnde bepaling. B.5.3. Het tijdstip waarop de gefailleerde om die kwijtschelding verzoekt, heeft geen invloed op het beheer van de boedel, op de aangifte en de verificatie van de schuldvorderingen of op de vereffening van het faillissement. Ook het tijdstip waarop de schuldeisers, het openbaar ministerie of de curator krachtens artikel XX.173, § 3, van het Wetboek van economisch recht vorderen dat de kwijtschelding slechts voor een deel wordt | effacement pourrait seulement apparaître plus tard. B.5.2. Nonobstant la facilité avec laquelle l'effacement du solde des dettes peut être demandé par le failli, la disposition en cause impose une formalité à laquelle le failli doit satisfaire, sous peine de déchéance pour bénéficier de cet effacement. Il s'ensuit que, dans l'hypothèse où le failli néglige de demander en temps utile l'effacement du solde des dettes, l'objectif du législateur, considéré comme essentiel, consistant à promouvoir l'entreprenariat de la seconde chance est compromis par la disposition en cause. B.5.3. Le moment auquel le failli demande l'effacement n'a aucune incidence sur la gestion de la masse, sur la déclaration et la vérification des créances, ou sur la liquidation de la faillite. Le moment auquel les créanciers, le ministère public ou le curateur demandent, en vertu de l'article XX.173, § 3, du Code de droit économique, de n'accorder l'effacement que partiellement ou de le |
toegekend of volledig wordt geweigerd, heeft daarop geen invloed. Die | refuser totalement est également indifférent. Cette disposition leur |
bepaling laat hun overigens toe die vordering al in te stellen vanaf | permet du reste d'introduire déjà cette demande dès la publication du |
de bekendmaking van het faillissementsvonnis, zelfs indien de gefailleerde op dat ogenblik nog niet om kwijtschelding heeft verzocht. Die bepaling onderwerpt hun vordering tijdens de faillissementsprocedure overigens niet aan enige vervaltermijn en laat hun zelfs toe haar bij wijze van derdenverzet in te stellen uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van het vonnis van kwijtschelding. Hoewel het verzoek tot kwijtschelding krachtens de in het geding zijnde bepaling uitgaat van de gefailleerde, rust de bewijslast van de kennelijk grove fouten die hebben bijgedragen tot het faillissement overigens bij de partijen die zich tegen de volledige kwijtschelding verzetten. In die omstandigheden kan de in het geding zijnde vervaltermijn niet als een pertinente maatregel voor de spoedige afwikkeling van het faillissement worden beschouwd. | jugement de faillite, même si le failli n'a pas encore demandé l'effacement à ce moment. Par ailleurs, cette disposition ne soumet pas leur demande au cours de la procédure de faillite à un quelconque délai de forclusion et leur permet même de l'introduire par le biais d'une tierce opposition au plus tard dans les trois mois de la publication du jugement d'effacement. Bien qu'en vertu de la disposition en cause, la demande d'effacement émane du failli, la charge de la preuve des fautes graves et caractérisées qui ont contribué à la faillite incombe par ailleurs aux parties qui s'opposent à l'effacement total. Dans ces circonstances, le délai de forclusion en cause ne saurait être considéré comme une mesure pertinente en vue du règlement rapide de la faillite. |
B.5.4. Bovendien heeft het overschrijden van de in het geding zijnde | B.5.4. Par ailleurs, le dépassement du délai de forclusion en cause |
vervaltermijn onevenredige gevolgen voor de gefailleerde natuurlijke | produit des effets disproportionnés pour le failli-personne physique |
persoon, die daardoor elke mogelijkheid verliest om een rechter over | qui perd de ce fait toute possibilité qu'un juge se prononce sur |
de kwijtschelding van zijn restschulden te laten oordelen en bijgevolg | l'effacement du solde de ses dettes et qui doit dès lors |
onherroepelijk met zijn ganse vermogen moet blijven instaan voor de | irrévocablement continuer à supporter sur l'ensemble de son patrimoine |
schulden die niet zijn afgelost door de vereffening van de boedel. | les dettes qui n'ont pas été réglées par la liquidation de la masse. |
B.5.5. De in het geding zijnde bepaling heeft eveneens onevenredige | B.5.5. La disposition en cause a également des effets disproportionnés |
gevolgen voor de echtgenoot, gewezen echtgenoot, wettelijk | pour le conjoint, l'ex-conjoint, le cohabitant légal ou |
samenwonende of gewezen wettelijk samenwonende partner van de | l'ex-cohabitant légal du failli qui est obligé personnellement à la |
gefailleerde die persoonlijk verbonden is voor de schuld die de | dette contractée par le failli du temps du mariage ou de la |
gefailleerde tijdens de duur van het huwelijk of de duur van de | |
wettelijke samenwoning was aangegaan. | cohabitation légale. |
B.6. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. | B.6. La question préjudicielle appelle une réponse affirmative. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht schendt de | L'article XX.173, § 2, du Code de droit économique viole les articles |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre de gefailleerde | 10 et 11 de la Constitution en ce que le failli-personne physique qui |
natuurlijke persoon die niet binnen de vervaltermijn van drie maanden | n'introduit pas une requête en effacement du solde des dettes dans le |
na de bekendmaking van het faillissementsvonnis een verzoek tot | délai de forclusion de trois mois après la publication du jugement de |
kwijtschelding van restschulden indient, het recht op die | faillite perd irrévocablement le droit à cet effacement. |
kwijtschelding onherroepelijk verliest. | |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Ainsi rendu en langue néerlandaise et en langue française, |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
op 22 april 2021. | la Cour constitutionnelle, le 22 avril 2021. |
De griffier, | Le greffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
De voorzitter, | Le président, |
L. Lavrysen | L. Lavrysen |