← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 107/2019 van 3 juli 2019 Rolnummer 6848 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende artikel 2244, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Arbeidsrechtbank
te Luik, afdeling Luik. Het Gron samengesteld uit de voorzitters F.
Daoût en A. Alen, en de rechters J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 107/2019 van 3 juli 2019 Rolnummer 6848 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2244, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Luik, afdeling Luik. Het Gron samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.(...) | Extrait de l'arrêt n° 107/2019 du 3 juillet 2019 Numéro du rôle : 6848 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 2244, § 1 er , alinéa 2, du Code civil, posée par le Tribunal du travail de Liège, division Liège. |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 107/2019 van 3 juli 2019 | Extrait de l'arrêt n° 107/2019 du 3 juillet 2019 |
Rolnummer 6848 | Numéro du rôle : 6848 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2244, § 1, tweede | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 2244, § 1er, |
lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Arbeidsrechtbank te | alinéa 2, du Code civil, posée par le Tribunal du travail de Liège, |
Luik, afdeling Luik. | division Liège. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters | composée des présidents F. Daoût et A. Alen, et des juges J.-P. |
J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, R. Leysen en M. Pâques, | Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, R. Leysen et M. Pâques, assistée du |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, | greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président F. Daoût, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij vonnis van 6 februari 2018 in zake M.D. tegen de bvba « Sogesco » | Par jugement du 6 février 2018 en cause de M.D. contre la SPRL « |
en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen | Sogesco » et autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la |
op 9 februari 2018, heeft de Arbeidsrechtbank te Luik, afdeling Luik, | Cour le 9 février 2018, le Tribunal du travail de Liège, division |
de volgende prejudiciële vraag gesteld : | Liège, a posé la question préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 2244, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, | « L'article 2244, § 1er, alinéa 2, du Code civil en ce qu'il institue, |
par l'effet de la citation en justice, une action imprescriptible tant | |
qu'un jugement définitif n'est pas rendu viole-t-il, le cas échéant | |
in voorkomend geval ingevolge een lacune in de wetgeving, het in de | par l'effet d'une lacune dans la législation, les principes d'égalité |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet bedoelde beginsel van gelijkheid en | et de non-discrimination visés par les articles 10 et 11 de la |
niet-discriminatie, in voorkomend geval in samenhang gelezen met | |
artikel 6 van het EVRM ten aanzien van het recht op een eerlijk proces | Constitution, lus, le cas échéant en combinaison avec l'article 6 de |
en ten aanzien van het recht op een proces binnen een redelijke | la CEDH au regard du droit à un procès équitable et à celui d'un |
termijn, in zoverre het, door de werking van de dagvaarding voor het | procès dans un délai raisonnable, alors que l'article 2262bis en ce |
gerecht, een onverjaarbare vordering instelt zolang er geen definitief | |
vonnis is gewezen, terwijl artikel 2262bis, in zoverre het van | |
toepassing is op het definitieve vonnis, de schuldenaar tien jaar na | |
de uitspraak van de beslissing verzekert van de beëindiging van elke | qu'il s'applique au jugement définitif garantit le débiteur de la fin |
tenuitvoerlegging ? ». | de toute exécution dix années après le prononcé de la décision ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 2244, § 1, | (...) B.1.1. La question préjudicielle porte sur l'article 2244, § 1er, |
tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. | alinéa 2, du Code civil. |
B.1.2. Artikel 2244, § 1, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt : | B.1.2. L'article 2244, § 1er, du Code civil dispose : |
« Een dagvaarding voor het gerecht, een bevel tot betaling, een aanmaning tot betaling als bedoeld in artikel 1394/21 van het Gerechtelijk Wetboek of een beslag, betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, vormen burgerlijke stuiting. Een dagvaarding voor het gerecht stuit de verjaring tot het tijdstip waarop een definitieve beslissing wordt uitgesproken. Voor de toepassing van deze afdeling heeft een beroep tot vernietiging van een administratieve handeling bij de Raad van State dezelfde gevolgen ten opzichte van de vordering tot herstel van de schade veroorzaakt door de [...] administratieve handeling als een dagvaarding voor het gerecht ». Het tweede en het derde lid van die bepaling werden ingevoegd bij | « Une citation en justice, un commandement, une sommation de payer visée à l'article 1394/21 du Code judiciaire ou une saisie, signifiés à celui qu'on veut empêcher de prescrire, forment l'interruption civile. Une citation en justice interrompt la prescription jusqu'au prononcé d'une décision définitive. Pour l'application de la présente section, un recours en annulation d'un acte administratif devant le Conseil d'Etat a, à l'égard de l'action en réparation du dommage causé par l'acte administratif [...], les mêmes effets qu'une citation en justice ». Les alinéas 2 et 3 de cette disposition ont été insérés par l'article |
artikel 2 van de wet van 25 juli 2008 « tot wijziging van het | 2 de la loi du 25 juillet 2008 « modifiant le Code civil et les lois |
Burgerlijk Wetboek en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de | coordonnées du 17 juillet 1991 sur la comptabilité de l'Etat en vue |
Rijkscomptabiliteit met het oog op het stuiten van de verjaring van de | d'interrompre la prescription de l'action en dommages et intérêts à la |
vordering tot schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de Raad van State ». | suite d'un recours en annulation devant le Conseil d'Etat ». |
Zoals het opschrift ervan aangeeft, had die wet hoofdzakelijk tot doel | Comme son intitulé l'indique, cette loi avait principalement pour |
de door de Raad van State uitgesproken vernietigingsarresten gepaard | objet d'assortir les arrêts d'annulation prononcés par le Conseil |
te doen gaan met een verjaringstuitende werking van de daarop | d'Etat d'un effet interruptif de la prescription de l'action en |
betrekking hebbende aansprakelijkheidsvordering. Bij dezelfde wet | responsabilité y afférente. Par la même loi, le législateur a conféré |
heeft de wetgever een wettelijke grondslag verleend aan de rechtspraak | un fondement légal à la jurisprudence de la Cour de cassation selon |
van het Hof van Cassatie volgens welke de stuiting van de verjaring | laquelle l'interruption de la prescription par une citation en justice |
door een dagvaarding voor het gerecht blijft duren tot het einde van | |
het geding. De wetgever heeft zich daarbij geïnspireerd op de | se prolonge jusqu'à la clôture de l'instance. A cet effet, le |
bewoordingen van artikel 101 van de op 17 juli 1991 gecoördineerde | législateur s'est inspiré de la formulation de l'article 101 des lois |
wetten op de Rijkscomptabiliteit (zie amendement nr. 6, Parl. St., | sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991 (voy. |
Kamer, 2007-2008, DOC 52-0832/005, p. 2; verslag, Parl. St., Kamer, | amendement n° 6, Doc. parl., Chambre, 2007-2008, DOC 52-0832/005, p. |
2007-2008, DOC 52-0832/006, pp. 8-10). | 2; rapport, Doc. parl., Chambre, 2007-2008, DOC 52-0832/006, pp. |
B.2.1. Aan het Hof wordt een vraag gesteld over de bestaanbaarheid van | 8-10). B.2.1. La Cour est interrogée sur la compatibilité de la disposition |
de in het geding zijnde bepaling met het beginsel van gelijkheid en | en cause avec le principe d'égalité et de non-discrimination, lu ou |
niet-discriminatie, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van | non en combinaison avec l'article 6 de la Convention européenne des |
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre zij, door | droits de l'homme, en ce qu'en laissant perdurer l'effet interruptif |
de verjaringstuitende werking van een dagvaarding voor het gerecht te | d'une citation en justice jusqu'à la clôture de l'instance, elle rend |
laten voortduren tot het einde van het geding, de bij het gerecht | une action introduite devant la juridiction imprescriptible aussi |
ingestelde vordering onverjaarbaar maakt zolang er geen definitieve | longtemps qu'une décision définitive n'est pas prononcée, alors que |
beslissing is uitgesproken, terwijl de vordering tot tenuitvoerlegging | l'action en exécution d'une décision de justice se prescrit par dix |
van een rechterlijke beslissing volgens artikel 2262bis van het | ans à compter du prononcé de celle-ci, en vertu de l'article 2262bis |
Burgerlijk Wetboek verjaart door verloop van tien jaar vanaf de | |
uitspraak ervan. | du Code civil. |
B.2.2. De prejudiciële vraag heeft betrekking op het verschil in | B.2.2. La question préjudicielle concerne la différence de traitement |
behandeling tussen, enerzijds, de rechtzoekende die, in het kader van | entre, d'une part, le justiciable qui, dans le cadre d'un procès |
een burgerlijk proces, wordt geconfronteerd met de inertie van zijn vermeende schuldeiser en, anderzijds, de rechtzoekende die, na de uitspraak van een definitieve gerechtelijke beslissing waarbij een schuld te zijnen aanzien wordt vastgesteld, wordt geconfronteerd met de inertie van zijn schuldeiser wat de tenuitvoerlegging van die beslissing betreft. Terwijl in het eerste geval de verjaring van de oorspronkelijke vordering voor onbepaalde duur gestuit wordt tot de uitspraak van een definitieve gerechtelijke beslissing, kan in het tweede geval de verjaring van de vordering met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het vonnis intreden na tien jaar vanaf het vonnis. B.3.1. De Ministerraad doet gelden dat er tussen de twee categorieën van personen die in de prejudiciële vraag worden vermeld, verschillen bestaan die van dien aard zijn dat hun situaties niet kunnen worden | civil, est confronté à l'inertie de son prétendu créancier et, d'autre part, le justiciable qui, après le prononcé d'une décision judiciaire définitive établissant une dette dans son chef, est confronté à l'inertie de son créancier quant à l'exécution de cette décision. Tandis que, dans le premier cas, la prescription de l'action initiale est interrompue pour une durée indéterminée jusqu'au prononcé d'une décision judiciaire définitive, la prescription de l'action relative à l'exécution du jugement peut, dans le second cas, prendre effet au bout de dix années à compter du jugement. B.3.1. Le Conseil des ministres fait valoir qu'il existe entre les deux catégories de personnes citées dans la question préjudicielle des différences de nature telles que leurs situations ne peuvent être |
vergeleken ten aanzien van de toetsingsnormen. | comparées au regard des normes de contrôle. |
B.3.2. De omstandigheid dat de in de prejudiciële vraag vermelde | B.3.2. La circonstance que les catégories de personnes citées dans la |
categorieën van personen zich in verschillende stadia van een | question préjudicielle se trouvent à des stades différents d'un |
contentieux bevinden, waarbij de ene zich bevindt in het kader van de | contentieux, l'une s'inscrivant dans la procédure juridictionnelle de |
jurisdictionele procedure tot beslechting ervan en de andere in het | résolution de celui-ci, l'autre se situant au stade de l'exécution de |
stadium van de tenuitvoerlegging van de beslissing waarbij het geschil | la décision ayant tranché le litige de manière définitive, ne suffit |
definitief is beslecht, volstaat niet om te kunnen oordelen dat die | pas pour juger que ces catégories de personnes ne pourraient pas être |
categorieën van personen niet met elkaar zouden kunnen worden | |
vergeleken : in beide gevallen is er sprake van de situatie van een | comparées : il est question, dans un cas comme dans l'autre, de la |
persoon die door een andere persoon voor het gerecht is opgeroepen | situation d'une personne qui a été attraite en justice par une autre |
teneinde zijn veroordeling met betrekking tot een bepaalde | en vue de sa condamnation au sujet d'une créance déterminée. Eu égard |
schuldvordering te verkrijgen. Ten aanzien van de in het geding zijnde | à la mesure en cause, qui concerne la prescription de créances, les |
maatregel, die de verjaring van schuldvorderingen betreft, zijn beide | deux catégories de personnes sont donc suffisamment comparables. |
categorieën van personen dan ook voldoende vergelijkbaar. | |
B.4.1. De verjaring is een wijze van verval van de vordering wegens | B.4.1. La prescription est un mode d'extinction de l'action résultant |
het verstrijken van de door de wet vastgestelde termijn om ze in te | du non-exercice de celle-ci avant l'expiration du délai fixé par la |
stellen (Cass., 18 maart 2013, S.12.0084.F). | loi (Cass. 18 mars 2013, S.12.0084.F). |
Luidens artikel 2244, § 1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, | Selon l'article 2244, § 1er, alinéa 1er, du Code civil, la citation en |
wordt de verjaring gestuit door een dagvaarding voor het gerecht. | |
Wanneer een dagvaarding voor het gerecht de verjaring stuit, loopt de | justice interrompt la prescription. Lorsqu'une citation en justice |
verjaring ervan niet meer tot het tijdstip waarop een definitieve | interrompt la prescription, la prescription ne court plus jusqu'au |
beslissing wordt uitgesproken (artikel 2244, § 1, tweede lid). | prononcé d'une décision définitive (article 2244, § 1er, alinéa 2). |
B.4.2. Wanneer de betwisting wordt beslecht bij een definitieve | B.4.2. Lorsque la contestation est tranchée par une décision |
beslissing, neemt de stuiting van de verjaring een einde. In het geval | définitive, l'interruption de la prescription prend fin. Dans |
waarin de eis wordt afgewezen, wordt de stuiting van de verjaring voor | l'hypothèse où la demande est rejetée, l'interruption de la |
niet-bestaande gehouden (artikel 2247 van het Burgerlijk Wetboek). In | prescription est regardée comme non avenue (article 2247 du Code |
het geval waarin de schuldeiser in het gelijk is gesteld, ontstaat een | civil). Dans l'hypothèse où le créancier a obtenu gain de cause, naît |
vordering tot tenuitvoerlegging van de veroordeling. Zoals het Hof van | alors une action en exécution de la condamnation. Comme la Cour de |
Cassatie bij een arrest van 7 november 2014 (C.14.0122.N) heeft | cassation l'a jugé par un arrêt du 7 novembre 2014 (C.14.0122.N), |
geoordeeld, is die vordering onderworpen aan de in artikel 2262bis van | cette action est soumise à l'application du délai de prescription de |
het Burgerlijk Wetboek bedoelde verjaringstermijn van tien jaar. | dix ans prévu à l'article 2262bis du Code civil. |
B.5. Het in het geding zijnde verschil in behandeling berust op een | B.5. La différence de traitement en cause repose sur un critère |
objectief criterium, namelijk het feit of een geding met betrekking | objectif, à savoir le fait qu'une instance concernant la créance |
tot de betwiste schuldvordering hangende is dan wel bij een | litigieuse est pendante ou a été tranchée par une décision définitive. |
definitieve beslissing werd beslecht. Het Hof dient nog te onderzoeken | La Cour doit encore examiner si cette différence de traitement est |
of dat verschil in behandeling gebaseerd is op een relevant criterium | basée sur un critère pertinent et si elle n'entraîne pas d'effets |
en of het geen onevenredige gevolgen met zich meebrengt. | disproportionnés. |
B.6. De verjaringstermijnen hebben verschillende doeleinden, waaronder | B.6. Les délais de prescription ont plusieurs finalités, parmi |
het waarborgen van de rechtszekerheid door een termijn voor de | lesquelles celle de garantir la sécurité juridique en fixant un terme |
rechtsvorderingen vast te stellen. De verjaring strekt er aldus toe | aux actions. Ainsi, la prescription a pour objet d'inciter une |
een persoon ertoe aan te zetten zijn recht tijdig te doen erkennen. | personne à faire reconnaître son droit en temps utile. |
Het feit dat de stuiting van de verjaring, door een dagvaarding voor | Le fait que l'interruption de la prescription, par une citation en |
het gerecht, blijft duren tot de uitspraak van een definitieve | justice, se prolonge jusqu'au prononcé d'une décision définitive |
beslissing, vloeit voort uit de aard zelf van die stuitingsgrond. De | découle de la nature même de cette cause d'interruption. La citation |
dagvaarding voor het gerecht is immers de handeling waarmee een | en justice est en effet l'acte par lequel une personne introduit une |
persoon een vordering instelt om het bestaan van een recht door het | demande en vue de faire reconnaître en justice l'existence d'un droit |
gerecht te doen erkennen (Cass., 19 september 2016, C.16.0021.F). Het is bijgevolg niet onredelijk dat de stuiting van de verjaring, die de dagvaarding met zich meebrengt, blijft duren totdat een beslissing definitief een einde maakt aan het geschil. B.7.1. In tegenstelling tot hetgeen de verwijzende rechter lijkt aan te voeren, houdt het onbepaalde karakter van de duur van de stuiting van de verjaring niet in dat de verweerder, in geval van inertie van de eiser, volledig machteloos zou staan en dat het geding bijgevolg oneindig zou duren. Tijdens het geding maakt het Gerechtelijk Wetboek het de partijen, met inbegrip van de verweerder, mogelijk om op te treden tegen de inertie van de andere partij opdat uitspraak wordt gedaan over de zaak. Aldus bepaalt artikel 747, § 2, vijfde lid, dat, wanneer de zaak naar de rol is verwezen of werd verdaagd naar een latere datum, iedere partij, door middel van een gewoon schriftelijk verzoek neergelegd ter of gezonden aan de griffie, om de instaatstelling van de zaak kan verzoeken, overeenkomstig het eerste tot het vierde lid. Artikel 730, | (Cass. 19 septembre 2016, C.16.0021.F). Il n'est dès lors pas déraisonnable que l'interruption de la prescription, qui résulte de la citation, perdure jusqu'à ce qu'une décision mette définitivement un terme au litige. B.7.1. Contrairement à ce que semble soutenir le juge a quo, le caractère indéterminé de la durée de l'interruption de la prescription ne signifie pas qu'en cas d'inertie du demandeur, le défendeur serait totalement démuni et que l'instance durerait, partant, indéfiniment. En cours d'instance, le Code judiciaire permet aux parties, y compris au défendeur, de surmonter l'inertie de l'autre partie afin qu'il soit statué sur la cause. L'article 747, § 2, alinéa 5, prévoit ainsi que, lorsque l'affaire a été renvoyée au rôle ou remise à une date ultérieure, toute partie peut, par simple demande écrite déposée ou adressée au greffe, solliciter la mise en état judiciaire, |
§ 2, a), derde lid, maakt het daarenboven mogelijk om een zaak die van | conformément aux alinéas 1er à 4. L'article 730, § 2, a), alinéa 3, |
de algemene rol werd weggelaten, terug in te schrijven op verzoek van | permet par ailleurs la réinscription, à la demande de la partie la |
de meest gerede partij. In het kader van een burgerlijk proces hebben de partijen eveneens de | plus diligente, de toute cause omise du rôle général. |
verplichting zich loyaal te gedragen. De rechtspraak van het Hof van | Dans le cadre d'un procès civil, les parties ont également |
Cassatie met betrekking tot misbruik van procesrecht maakt het de | l'obligation de se comporter de manière loyale. La jurisprudence de la |
rechter aldus mogelijk de rechtzoekenden te bestraffen die de | Cour de cassation relative à l'abus de droit procédural permet ainsi |
procedure gebruiken op een wijze die de perken van een normale | au juge de sanctionner les justiciables qui utilisent la procédure |
uitoefening door een voorzichtig en zorgvuldig persoon kennelijk te | d'une manière qui excède manifestement les limites d'un exercice |
buiten gaat, door rekening te houden met alle relevante omstandigheden | normal par une personne prudente et diligente, en tenant compte de |
van de zaak (Cass., 17 oktober 2008, C.07.0214.N; 28 juni 2013, | l'ensemble des circonstances pertinentes de l'espèce (Cass., 17 |
C.12.0502.N; 2 maart 2015, C.14.0337.F; 11 juni 2015, C.14.0433.F; 26 | octobre 2008, C.07.0214.N; 28 juin 2013, C.12.0502.N; 2 mars 2015, |
oktober 2017, C.16.0393.N). | C.14.0337.F; 11 juin 2015, C.14.0433.F; 26 octobre 2017, C.16.0393.N). |
Artikel 780bis van het Gerechtelijk Wetboek maakt nog de veroordeling | L'article 780bis du Code judiciaire permet encore la condamnation à |
tot een burgerlijke geldboete mogelijk van de partij die de rechtspleging aanwendt voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden, onverminderd eventuele schadevergoeding. B.7.2. Rekening houdend met hetgeen voorafgaat, wordt niet op onevenredige wijze afbreuk gedaan aan de rechten van de rechtzoekende die, in het kader van een burgerlijk proces, wordt geconfronteerd met de inertie van diegene die beweert zijn schuldeiser te zijn. B.8. Om dezelfde redenen houdt de stuiting van de verjaring tot de uitspraak van een definitieve beslissing op zich geenszins een overschrijding van de redelijke termijn in die in strijd zou zijn met | une amende civile de la partie qui utilise la procédure à des fins manifestement dilatoires ou abusives, sans préjudice d'éventuels dommages et intérêts. B.7.2. Compte tenu de ce qui précède, il n'est pas porté une atteinte disproportionnée aux droits du justiciable qui, dans le cadre d'un procès civil, est confronté à l'inertie de celui qui prétend être son créancier. B.8. Par identité de motifs, l'interruption de la prescription jusqu'au prononcé d'une décision définitive n'implique nullement, en soi, un dépassement du délai raisonnable qui serait contraire à |
artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Het | l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme. Le cas |
komt in voorkomend geval de verwijzende rechter toe, rekening houdend | échéant, il appartient au juge a quo d'examiner si, compte tenu des |
met de feitelijke elementen die eigen zijn aan het geschil, na te gaan | éléments de fait propres au litige, le délai raisonnable n'a pas été |
of in een bepaalde zaak de redelijke termijn niet is overschreden. | dépassé dans une affaire donnée. |
B.9. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.9. La question préjudicielle appelle une réponse négative. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 2244, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek schendt niet | L'article 2244, § 1er, alinéa 2, du Code civil ne viole pas les |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang | articles 10 et 11 de la Constitution, lus ou non en combinaison avec |
gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de | l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme. |
mens. Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel | Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
op 3 juli 2019. | la Cour constitutionnelle, le 3 juillet 2019. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | Le président, |
F. Daoût | F. Daoût |