Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 50/2018 van 26 april 2018 Rolnummers 6586, 6587, 6588, 6589, 6591 en 6635 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 2252 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, a Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters L. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 50/2018 van 26 april 2018 Rolnummers 6586, 6587, 6588, 6589, 6591 en 6635 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 2252 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, a Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters L. (...) Extrait de l'arrêt n° 50/2018 du 26 avril 2018 Numéros du rôle : 6586, 6587, 6588, 6589, 6591 et 6635 En cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 2252 du Code civil, posées par le Tribunal de première instance d'Anvers, divi La Cour constitutionnelle, composée des présidents A. Alen et J. Spreutels, des juges L. Lavryse(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Uittreksel uit arrest nr. 50/2018 van 26 april 2018 Extrait de l'arrêt n° 50/2018 du 26 avril 2018
Rolnummers 6586, 6587, 6588, 6589, 6591 en 6635 Numéros du rôle : 6586, 6587, 6588, 6589, 6591 et 6635
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 2252 van het En cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 2252 du
Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Code civil, posées par le Tribunal de première instance d'Anvers,
Antwerpen, afdeling Turnhout. division Turnhout.
Het Grondwettelijk Hof, La Cour constitutionnelle,
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters composée des présidents A. Alen et J. Spreutels, des juges L.
L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey,
Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Leysen, en, overeenkomstig P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet et R. Leysen, et, conformément à
artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het l'article 60bis de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour
Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter E. De Groot, bijgestaan door constitutionnelle, du président émérite E. De Groot, assistée du
de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van emeritus greffier F. Meersschaut, présidée par le président émérite E. De
voorzitter E. De Groot, Groot,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Objet des questions préjudicielles et procédure
a. Bij vonnissen van 2 januari 2017 in zake respectievelijk J. V.D.G., a. Par jugements du 2 janvier 2017 en cause de respectivement J.
R.R., C.N., F.G. en S.V. tegen de Belgische Staat, FOD Justitie, V.D.G., R.R., C.N., F.G. et S.V. contre l'Etat belge, SPF Justice,
waarvan de expedities ter griffie van het Hof zijn ingekomen op 11 dont les expéditions sont parvenues au greffe de la Cour le 11 janvier
januari 2017, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling 2017, le Tribunal de première instance d'Anvers, division Turnhout, a
Turnhout, de volgende prejudiciële vraag gesteld : posé la question préjudicielle suivante :
« Schendt artikel 2252 van het Burgerlijk Wetboek, in de versie vóór « L'article 2252 du Code civil, dans la version antérieure à sa
de wijziging bij wet van 17 maart 2013, de artikelen 10 en 11 van de modification par la loi du 17 mars 2013, viole-t-il les articles 10 et
Grondwet doordat het de schorsing van de verjaring afhankelijk maakt 11 de la Constitution en ce qu'il a pour effet que la suspension de la
van de onbekwaamverklaring, zodat de verjaring wel loopt ten overstaan prescription dépend de l'interdiction, de sorte que la prescription
van een geïnterneerde opzichtens wie geen maatregel van court contre une personne internée à l'égard de laquelle aucune mesure
onbekwaamverklaring zoals bedoeld in die bepaling werd genomen ? ». d'interdiction, au sens de cette disposition, n'a été prise ? ».
b. Bij vonnis van 27 februari 2017 in zake Mr. L. Luyten, handelende b. Par jugement du 27 février 2017 en cause de Me L. Luyten, agissant
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van J.A., en sa qualité d'administrateur des biens de J.A., contre l'Etat belge,
tegen de Belgische Staat, FOD Justitie, waarvan de expeditie ter
griffie van het Hof is ingekomen op 8 maart 2017, heeft de Rechtbank SPF Justice, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 8
van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, de volgende mars 2017, le Tribunal de première instance d'Anvers, division
prejudiciële vraag gesteld : Turnhout, a posé la question préjudicielle suivante :
« Schendt artikel 2252 van het Burgerlijk Wetboek, in de versie vóór « L'article 2252 du Code civil, dans la version antérieure à sa
de wijziging bij wet van 17 maart 2013, de artikelen 10 en 11 van de modification par la loi du 17 mars 2013, viole-t-il les articles 10 et
Grondwet doordat het de schorsing van de verjaring afhankelijk maakt 11 de la Constitution en ce qu'il a pour effet que la suspension de la
van de onbekwaamverklaring, zodat de verjaring wel loopt ten overstaan prescription dépend de l'interdiction, de sorte que la prescription
van : court contre :
- een geïnterneerde opzichtens wie geen maatregel van - une personne internée à l'égard de laquelle aucune mesure
onbekwaamverklaring zoals bedoeld in die bepaling werd genomen ? d'interdiction, au sens de cette disposition, n'a été prise ?
- een persoon die onder voorlopig bewind werd gesteld bij toepassing - une personne placée sous administration provisoire en application de
van artikel 488, a)-k) [lees : 488bis, a) tot k)] van het Burgerlijk l'article 488, a) à k) [lire : 488bis, a) à k)], du Code civil, dans
Wetboek, in de versie vóór de opheffing ervan bij wet van 17 maart 2013 ? ». la version antérieure à son abrogation par la loi du 17 mars 2013 ? ».
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 6586, 6587, 6588, 6589, 6591 Ces affaires, inscrites sous les numéros 6586, 6587, 6588, 6589, 6591
en 6635 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. et 6635 du rôle de la Cour, ont été jointes.
(...) (...)
III. In rechte III. En droit
(...) (...)
B.1. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid, met de B.1. La Cour est interrogée sur la compatibilité, avec les articles 10
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van artikel 2252 van het et 11 de la Constitution, de l'article 2252 du Code civil, dans la
Burgerlijk Wetboek, in de versie vóór de wijziging ervan bij artikel version antérieure à sa modification par l'article 145 de la loi du 17
145 van de wet van 17 maart 2013 « tot hervorming van de regelingen mars 2013 « réformant les régimes d'incapacité et instaurant un
inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe
beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid », nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine », en ce
doordat het de schorsing van de verjaring afhankelijk maakt van de qu'il subordonne la suspension de la prescription à l'interdiction, de
onbekwaamverklaring, waardoor de verjaring wel loopt ten aanzien van sorte que la prescription court néanmoins contre un interné (première
een geïnterneerde (eerste prejudiciële vraag en eerste onderdeel van question préjudicielle et première branche de la seconde question
de tweede prejudiciële vraag), zelfs wanneer die persoon onder préjudicielle), même lorsque cette personne a été placée sous
voorlopig bewind is gesteld (tweede onderdeel van de tweede administration provisoire (seconde branche de la seconde question
prejudiciële vraag). préjudicielle).
B.2. Artikel 2252 van het Burgerlijk Wetboek, in de redactie zoals van B.2. L'article 2252 du Code civil, dans sa rédaction applicable aux
toepassing op de bodemgeschillen, bepaalde : litiges ayant donné lieu aux questions préjudicielles, disposait :
« De verjaring loopt niet tegen minderjarigen en onbekwaamverklaarden, « La prescription ne court pas contre les mineurs et les interdits,
behoudens hetgeen in artikel 2278 bepaald is, en met uitzondering van sauf ce qui est dit à l'article 2278, et à l'exception des autres cas
de andere bij de wet bepaalde gevallen ». déterminés par la loi ».
Artikel 2278 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde, vóór de wijziging L'article 2278 du Code civil, avant sa modification par la loi du 17
ervan bij de voormelde wet van 17 maart 2013 : mars 2013 précitée, disposait :
« De verjaringen waarover in de artikelen van deze afdeling gehandeld « Les prescriptions dont il s'agit dans les articles de la présente
wordt, lopen tegen minderjarigen en onbekwaamverklaarden; behoudens section, courent contre les mineurs et les interdits, sauf leur
hun verhaal op hun voogden ». recours contre leurs tuteurs ».
Die bepaling maakt deel uit van een afdeling die aan « enige Cette disposition prend place dans une section consacrée à « quelques
bijzondere verjaringen » is gewijd. prescriptions particulières ».
B.3.1. Artikel 2251 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de B.3.1. L'article 2251 du Code civil prévoit que la prescription court
verjaring loopt tegen alle personen, behalve tegen hen voor wie de wet contre toutes personnes, à moins qu'elles ne soient dans quelque
een uitzondering maakt, waardoor het doorlopen van de verjaring de exception établie par une loi, de sorte que l'application de la
regel is en de schorsing de uitzondering. Bij artikel 2252 wordt enkel voor minderjarigen en onbekwaamverklaarden een uitzondering op dat beginsel ingevoerd. B.3.2. De schorsing van de verjaring met betrekking tot onbekwaamverklaarden wordt verantwoord door de vaststelling dat het onbillijk zou zijn die te laten lopen tegen personen die in de onmogelijkheid verkeren te handelen. Onbekwaamverklaarden worden immers geacht niet zelf te kunnen handelen om hun rechten uit te oefenen en hun rechten kunnen mogelijk ook worden verwaarloosd door hun voogden. De schorsing van de verjaring maakt aldus een beschermingsmaatregel uit ten opzichte van onbekwaamverklaarden. B.4. Het in het geding zijnde verschil in behandeling berust op het statuut van de persoon tegen wie de verjaring loopt. Indien die persoon onder het statuut van onbekwaamverklaarde is geplaatst, wordt de verjaring geschorst te zijnen aanzien. Indien hij daarentegen wordt geïnterneerd zonder onbekwaam te zijn verklaard, loopt de verjaring te zijnen aanzien, zelfs wanneer een voorlopig bewindvoerder aan hem werd toegevoegd. prescription est la règle, la suspension constituant l'exception. L'article 2252 instaure une exception à ce principe en faveur des seuls mineurs et interdits. B.3.2. La suspension de la prescription en ce qui concerne les interdits est justifiée par le constat qu'il serait inéquitable de la faire courir contre des personnes se trouvant dans l'impossibilité d'agir. Les interdits sont en effet réputés ne pas pouvoir agir personnellement pour exercer leurs droits et il est possible que leurs droits soient également négligés par leurs tuteurs. La suspension de la prescription constitue donc une mesure de protection vis-à-vis des interdits. B.4. La différence de traitement en cause repose sur le statut de la personne contre qui court la prescription. Si cette personne a été placée sous le statut d'interdit, la prescription est suspendue à son égard. En revanche, si elle est internée sans avoir été placée sous interdiction, la prescription court à son égard, même lorsqu'elle a été pourvue d'un administrateur provisoire.
B.5. In de onbekwaamverklaring was voorzien bij artikel 489 van het B.5. L'interdiction était prévue par l'article 489 du Code civil, qui,
Burgerlijk Wetboek, dat, in de redactie vóór de wijziging ervan bij de voormelde wet van 17 maart 2013, bepaalde : dans sa rédaction antérieure à sa modification par la loi du 17 mars 2013 précitée, disposait :
« Een meerderjarige die zich in een aanhoudende staat van onnozelheid « Le majeur qui est dans un état habituel d'imbécillité ou de démence,
of krankzinnigheid bevindt, moet worden onbekwaam verklaard, zelfs doit être interdit même lorsque cet état présente des intervalles
wanneer in die staat heldere tussenpozen voorkomen ». lucides ».
De onbekwaamverklaring heeft tot gevolg dat de betrokken persoon onder L'interdiction a pour conséquence de mettre l'intéressé sous tutelle,
voogdij wordt gesteld, zowel wat zijn persoon als wat zijn vermogen tant en ce qui concerne sa personne qu'en ce qui concerne son
betreft. patrimoine.
B.6. L'administration provisoire était organisée, avant l'entrée en
B.6. Vóór de inwerkingtreding van de voormelde wet van 17 maart 2013 vigueur de la loi du 17 mars 2013 précitée, par les articles 488bis et
werd de voorlopige bewindvoering geregeld bij de artikelen 488bis en suivants du Code civil, insérés par la loi du 18 juillet 1991 «
volgende van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 juli relative à la protection des biens des personnes totalement ou
1991 « betreffende de bescherming van de goederen van personen die partiellement incapables d'en assumer la gestion en raison de leur
wegens hun lichaams- of geestestoestand geheel of gedeeltelijk
onbekwaam zijn die te beheren », krachtens welke de aanstelling van état physique ou mental », en vertu desquels il était possible de
een voorlopig bewindvoerder kon worden gevraagd om een meerderjarige demander la désignation d'un administrateur provisoire pour
te vertegenwoordigen of bij te staan wanneer die zelf, geheel of représenter ou assister un majeur lorsque celui-ci était, en raison de
gedeeltelijk, zij het tijdelijk, wegens zijn gezondheidstoestand, niet son état de santé, totalement ou partiellement hors d'état de gérer
in staat was zijn goederen te beheren. In tegenstelling tot de ses biens, fût-ce temporairement. A la différence de l'interdiction,
onbekwaamverklaring was geen aanhoudende toestand van ernstige l'état habituel de trouble mental grave n'était pas requis. La
geestesstoornis vereist. De vertegenwoordiging door of bijstand van représentation ou l'assistance exercée par un administrateur
een voorlopig bewindvoerder had enkel betrekking op het beheer van de goederen van de betrokkene en de vrederechter kon nader bepalen voor welke handelingen die vertegenwoordiging of bijstand vereist was en op welke goederen die betrekking had. B.7.1. Krachtens de artikelen 1 en 7 van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en de gewoontemisdadigers, zoals zij op de eisers voor het verwijzende rechtscollege van toepassing was, werd een verdachte geïnterneerd wanneer hij hetzij in staat van krankzinnigheid, hetzij in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid verkeerde, die hem ongeschikt maakte tot het controleren van zijn daden. provisoire portait seulement sur la gestion des biens de l'intéressé et le juge de paix pouvait préciser les actes exigeant une représentation ou une assistance et à quels biens ceux-ci se rapportaient. B.7.1. En vertu des articles 1er et 7 de la loi du 1er juillet 1964 de défense sociale à l'égard des anormaux et des délinquants d'habitude, telle qu'elle était applicable aux demandeurs devant la juridiction a quo, un inculpé était interné lorsqu'il se trouvait soit dans un état de démence, soit dans un état grave de déséquilibre mental ou de débilité mentale, le rendant incapable de contrôler ses actes.
B.7.2. De wet van 1 juli 1964 had tot doel de maatschappij beter te B.7.2. La loi du 1er juillet 1964 avait pour but de mieux garantir la
beschermen tegen de herhaalde daden van abnormalen en gevaarlijke protection de la société contre les agissements répétés d'individus
personen. Hiertoe creëerde de wet de mogelijkheid om mensen met een anormaux et dangereux. Pour ce faire, la loi a créé la possibilité
geestesziekte te interneren zodat die geen verdere misdrijven konden d'interner des personnes atteintes d'une maladie mentale pour qu'elles
plegen. Internering wordt derhalve niet als een straf beschouwd, maar ne puissent plus commettre d'autres infractions. L'internement n'est
als een maatregel om ervoor te zorgen dat een geesteszieke geen schade dès lors pas considéré comme une peine, mais comme une mesure dont le
meer kan toebrengen en, terzelfder tijd, om hem een curatieve but est de mettre la personne malade mentale hors d'état de nuire,
behandeling te doen ondergaan. In dat opzicht moet de internering tout en la soumettant à un traitement curatif. Sous cet angle,
worden gezien als een veiligheidsmaatregel. l'internement doit être vu comme une mesure de sûreté.
B.8. Inzake de verjaring beschikt de wetgever over een ruime B.8. En matière de prescription, le législateur dispose d'un large
beoordelingsbevoegdheid. Het verschil in behandeling moet evenwel pouvoir d'appréciation. La différence de traitement doit toutefois
berusten op een redelijke verantwoording en mag niet leiden tot reposer sur une justification raisonnable et ne doit pas conduire à
onevenredige beperkingen van de rechten van de personen die onderhevig des restrictions disproportionnées des droits des personnes qui sont
zijn aan de kortere verjaringstermijn. Het bestaan van een dergelijke soumises au délai de prescription plus court. L'existence d'une telle
verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met de context justification doit s'apprécier en tenant compte du contexte et de la
en met de aard van de ter zake geldende beginselen. nature des principes en cause.
B.9. Niettegenstaande het vaststellen van de verjaringstermijn alsook B.9. Nonobstant le fait que la fixation du délai de prescription ainsi
van de toepassingsvoorwaarden daarvan toekomt aan de wetgever, dient que de ses conditions d'application incombe au législateur, la Cour
het Hof na te gaan of de verjaringstermijn om rechtsvorderingen tot doit vérifier si le délai de prescription fixé à l'égard d'un interné
vergoeding van de extracontractuele schade bij de burgerlijke rechter ou d'une personne placée sous administration provisoire pour intenter
in te stellen ten aanzien van een geïnterneerde, dan wel een persoon devant le juge civil des actions en réparation du préjudice
die onder voorlopig bewind is geplaatst, de rechten van die beide extracontractuel ne limite pas de manière disproportionnée les droits
categorieën van personen niet op onevenredige wijze beperkt. de ces deux catégories de personnes.
B.10. Het recht op toegang tot de rechter verzet zich niet tegen B.10. Le droit d'accès au juge ne s'oppose pas à des conditions de
ontvankelijkheidsvoorwaarden zoals verjaringstermijnen, voor zover recevabilité telles que des délais de prescription, pour autant que de
dergelijke beperkingen de essentie van dat recht niet aantasten en telles restrictions ne portent pas atteinte à l'essence de ce droit et
voor zover zij in een evenredige verhouding staan met een legitieme pour autant qu'elles soient proportionnées à un but légitime. Le droit
doelstelling. Het recht op toegang tot de rechter wordt geschonden d'accès à un tribunal se trouve atteint lorsque sa réglementation
indien een beperking niet langer de rechtszekerheid en de goede cesse de servir les buts de sécurité juridique et de bonne
rechtsbedeling dient, maar veeleer een barrière vormt die de administration de la justice et constitue une sorte de barrière qui
rechtsonderhorige verhindert zijn rechten door de bevoegde rechter te empêche le justiciable de voir son litige tranché au fond par la
laten beoordelen (EHRM, 27 juli 2007, Efstathiou e.a. t. Griekenland, juridiction compétente (CEDH, 27 juillet 2007, Efstathiou e.a. c.
§ 24; 24 februari 2009, L'Erablière ASBL t. België, § 35). De aard van Grèce, § 24; 24 février 2009, L'Erablière ASBL c. Belgique, § 35). La
een verjaringstermijn of de manier waarop hij wordt toegepast, zijn in nature ou les modalités d'application d'un délai de prescription sont
strijd met het recht op toegang tot de rechter indien zij de contraires au droit d'accès au juge si elles empêchent le justiciable
rechtsonderhorige verhinderen een rechtsmiddel aan te wenden dat in de faire usage d'un recours qui lui est en principe disponible (CEDH,
beginsel beschikbaar is (EHRM, 12 januari 2006, Mizzi t. Malta, § 89; 12 janvier 2006, Mizzi c. Malte, § 89; 7 juillet 2009, Stagno c.
7 juli 2009, Stagno t. België), indien de haalbaarheid ervan
afhankelijk is van omstandigheden buiten de wil van de verzoeker Belgique), si le respect de ce délai est tributaire de circonstances
(EHRM, 22 juli 2010, Melis t. Griekenland, § 28) of indien zij als échappant au pouvoir du requérant (CEDH, 22 juillet 2010, Melis c.
gevolg hebben dat elke vordering bij voorbaat tot mislukken is gedoemd Grèce, § 28) ou si elles ont pour effet que toute action sera a priori
(EHRM, 11 maart 2014, Howald Moor e.a. t. Zwitserland). vouée à l'échec (CEDH, 11 mars 2014, Howald Moor e.a. c. Suisse).
B.11.1. Zoals is vermeld in B.3.2 beoogt artikel 2252 van het B.11.1. Comme il est dit en B.3.2, l'article 2252 du Code civil vise
Burgerlijk Wetboek de schorsing van de verjaring met betrekking tot la suspension de la prescription en ce qui concerne les interdits,
onbekwaamverklaarden, omdat het onbillijk zou zijn die te laten lopen parce qu'il serait injuste de faire courir la prescription contre des
tegen personen die in de onmogelijkheid verkeren te handelen. personnes se trouvant dans l'impossibilité d'agir.
B.11.2. In het licht van die doelstelling berust het verschil in B.11.2. A la lumière de cet objectif, la différence de traitement
behandeling tussen onbekwaamverklaarden, enerzijds, en geïnterneerden
die niet onbekwaam werden verklaard, anderzijds, op een objectief en entre les interdits, d'une part, et les internés non interdits,
pertinent criterium van onderscheid. Terwijl de onbekwaamverklaring, d'autre part, repose sur un critère de distinction objectif et
zoals bedoeld in B.5, noodzakelijkerwijze een aanhoudende staat van pertinent. En effet, si l'interdiction, visée en B.5, suppose
een geestesstoornis veronderstelt, met als gevolg dat de betrokkene nécessairement un état habituel de déséquilibre mental, impliquant que
niet meer in staat is zijn wil kenbaar te maken, is dat immers niet l'intéressé n'est plus en état de manifester sa volonté, tel n'est pas
noodzakelijk het geval voor een geïnterneerde. nécessairement le cas d'un interné.
B.11.3. De internering heeft als dusdanig geen invloed op de B.11.3. L'internement n'a, en tant que tel, aucune incidence sur la
handelingsbekwaamheid van de betrokkene. De parlementaire capacité de l'intéressé. Les travaux préparatoires de la loi du 1er
voorbereiding van de wet van 1 juli 1964 verduidelijkt dat, « juillet 1964 précisent que « sauf s'ils sont interdits judiciaires ou
behoudens wanneer zij gerechtelijk onbekwaam zijn verklaard of wanneer
hun een gerechtelijk raadsman is toegevoegd krachtens de artikelen 489
en 513 van het Burgerlijk Wetboek, welke maatregelen in de praktijk placés sous conseil judiciaire en vertu des articles 489 et 513 du
uitzonderlijk zijn, [...] geïnterneerde personen hun volle Code civil, mesures exceptionnelles dans la pratique, les internés
handelingsbekwaamheid [behouden] met de ernstige gevolgen die eraan conservent leur entière capacité avec les conséquences graves qui en
verbonden zijn » (Parl. St., Senaat, 1959-1960, nr. 514, p. 13). résultent » (Doc. parl., Sénat, 1959-1960, n° 514, p. 13).
B.11.4. Zoals is vermeld in B.5 en B.7 beogen de onbekwaamverklaring B.11.4. Comme il est dit en B.5 et B.7, l'interdiction et
en de internering verschillende doelstellingen. Evenwel sluiten beide l'internement poursuivent des buts différents. Les deux statuts
statuten elkaar niet uit. distincts ne s'excluent toutefois pas.
B.11.5. La protection particulière en matière de prescription qu'offre
B.11.5. De bijzondere bescherming inzake verjaring die artikel 2252 l'article 2252 du Code civil à l'interdit peut dès lors également
van het Burgerlijk Wetboek biedt aan de onbekwaamverklaarde, kan s'appliquer à l'interné s'il satisfait aux conditions de
derhalve ook gelden voor de geïnterneerde indien hij aan de voorwaarden voor de onbekwaamverklaring voldoet en aldus eveneens die bijzondere bescherming behoeft. B.12. In die omstandigheden is het verschil in behandeling waarover het Hof wordt ondervraagd in de eerste prejudiciële vraag en in het eerste onderdeel van de tweede prejudiciële vraag, niet zonder redelijke verantwoording. B.13. Wat het tweede onderdeel van de tweede prejudiciële vraag betreft, te weten de vergelijking tussen de onbekwaamverklaarden en de personen die onder voorlopig bewind zijn geplaatst, dient te worden vastgesteld dat het voorlopig bewind, geregeld door het vroegere artikel 488bis van het Burgerlijk Wetboek, een facultatief l'interdiction et a donc également besoin de cette protection spéciale. B.12. Dans ces circonstances, la différence de traitement au sujet de laquelle la Cour est interrogée dans la première question préjudicielle et dans la première branche de la deuxième question préjudicielle n'est pas dénuée de justification raisonnable. B.13. Quant à la seconde branche de la seconde question préjudicielle, en l'occurrence la comparaison des interdits et des personnes placées sous administration provisoire, il y a lieu de constater que l'administration provisoire réglée par l'ancien article 488bis du Code
beschermingsstatuut instelt. civil instaure un statut de protection facultatif.
De maatregel moet worden gevorderd voor de vrederechter, die de La mesure doit être demandée devant le juge de paix, qui charge
bewindvoerder belast met het vermogensbeheer van de persoon onder l'administrateur de la gestion du patrimoine de la personne sous
voorlopig bewind. Voormelde opdracht wordt door de vrederechter administration provisoire. Le juge de paix modalise la mission
gemodaliseerd en aangepast aan de handicap van de beschermde persoon, précitée et l'adapte au handicap du protégé, de sorte que la
waardoor de bescherming, en de daaruit voortvloeiende protection, et l'incapacité qui en résulte, de la personne sous
handelingsonbekwaamheid, van de persoon onder het voorlopig bewind administration provisoire n'a nullement une portée globale, mais est
geenszins alomvattend is, maar beperkt is tot wat noodzakelijk voor het beheer van de goederen van die persoon. limitée à ce qui est nécessaire pour la gestion des biens de cette personne.
Bovendien was het de bedoeling van de wetgever om de beschermde En outre, l'objectif du législateur était de permettre à la personne
persoon in de mogelijkheid te laten de handelingen te stellen waartoe protégée d'accomplir les actes entrant encore dans ses capacités :
hij of zij nog in staat was.
« De magistraat mag namelijk, rekening houdend met de aard en de « Le magistrat pourra notamment, tenant compte de la nature et de la
samenstelling van de te beheren goederen en met de toestand van de consistance des biens à gérer et de l'état de la personne, limiter les
persoon, de bevoegdheid van de voorlopige bewindvoerder beperken en pouvoirs de l'administrateur provisoire et laisser à la personne
aan de betrokken persoon een gedeelte van het beheer van zijn goederen concernée une partie de la gestion de ses biens. Le fait de laisser à
overlaten. Het feit ervoor te zorgen dat de beschermde persoon een la personne protégée une partie de sa capacité peut présenter, en
gedeelte van zijn vermogen tot handelen kan behouden, kan inderdaad
een niet te verwaarlozen bijdrage tot zijn genezing betekenen » (Parl. effet, un aspect curatif non négligeable » (Doc. parl., Sénat,
St., Senaat, 1990-1991, nr. 1102-2, p. 3). 1990-1991, n° 1102-2, p. 3).
B.14. De onbekwaamverklaring en de toevoeging van een voorlopig B.14. L'interdiction et l'administration provisoire poursuivent des
bewindvoerder beogen verschillende doelstellingen. objectifs différents.
Om de redenen die zijn vermeld in B.11 doet artikel 2252 van het Pour les motifs exposés en B.11, l'article 2252 du Code civil ne porte
Burgerlijk Wetboek niet op onevenredige wijze afbreuk aan de rechten pas une atteinte disproportionnée aux droits de l'interné, en ce qu'il
van de geïnterneerde, doordat het de schorsing van de verjaring subordonne la suspension de la prescription à l'interdiction.
afhankelijk maakt van de onbekwaamverklaring. Om analoge redenen is het verschil in behandeling tussen Pour des motifs analogues, la différence de traitement entre internés
geïnterneerden die onbekwaam zijn verklaard en geïnterneerden die
onder voorlopig bewind werden geplaatst met toepassing van artikel interdits et internés placés sous administration provisoire par
488bis, a) tot k), van het Burgerlijk Wetboek, in de versie zoals van application de l'article 488bis, a) à k), du Code civil, dans la
toepassing vóór de opheffing ervan bij de wet van 17 maart 2013, niet version applicable avant son abrogation par la loi du 17 mars 2013,
zonder redelijke verantwoording. Terwijl de onbekwaamverklaring, zoals n'est pas dénuée de justification raisonnable. Si l'interdiction visée
bedoeld in B.5, noodzakelijkerwijze een aanhoudende staat van
geestesstoornis veronderstelt, met als gevolg dat de betrokkene niet en B.5 suppose nécessairement un état habituel de déséquilibre mental
meer in staat is zijn wil kenbaar te maken, is dat immers niet impliquant que l'intéressé n'est plus en état de manifester sa
noodzakelijk het geval voor een geïnterneerde voor wie een voorlopig volonté, tel n'est en effet pas nécessairement le cas d'un interné
bewindvoerder werd aangewezen. In de gevallen waarin de voorlopig pour lequel un administrateur provisoire a été désigné. Dans les cas
bewindvoerder de geïnterneerde dient bij te staan, kan die de belangen où l'administrateur provisoire doit assister l'interné, celui-ci peut
van de geïnterneerde inzake verjaring vrijwaren. In de andere gevallen sauvegarder les intérêts de l'interné en matière de prescription. Dans
wordt de geïnterneerde geacht handelingsbekwaam te zijn. les autres cas, l'interné est réputé capable.
B.15. Het tweede onderdeel van de tweede prejudiciële vraag dient B.15. La seconde branche de la seconde question préjudicielle appelle
ontkennend te worden beantwoord. une réponse négative.
Om die redenen, Par ces motifs,
het Hof la Cour
zegt voor recht : dit pour droit :
Artikel 2252 van het Burgerlijk Wetboek schendt de artikelen 10 en 11 L'article 2252 du Code civil ne viole pas les articles 10 et 11 de la
van de Grondwet niet. Constitution.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Ainsi rendu en langue néerlandaise et en langue française,
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur
op 26 april 2018. la Cour constitutionnelle, le 26 avril 2018.
De griffier, Le greffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, Le président,
E. De Groot E. De Groot
^