Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 89/2017 van 6 juli 2017 Rolnummer : 6502 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 462 van het Strafwetboek, gesteld door een onderzoeksrechter van de Franstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de rechters L. Lavrysen, A. Alen, J(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 89/2017 van 6 juli 2017 Rolnummer : 6502 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 462 van het Strafwetboek, gesteld door een onderzoeksrechter van de Franstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de rechters L. Lavrysen, A. Alen, J(...) Extrait de l'arrêt n° 89/2017 du 6 juillet 2017 Numéro du rôle : 6502 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 462 du Code pénal, posée par un juge d'instruction du Tribunal de première instance francophone de Bruxelles. L composée des présidents J. Spreutels et E. De Groot, et des juges L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Moerm(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Uittreksel uit arrest nr. 89/2017 van 6 juli 2017 Extrait de l'arrêt n° 89/2017 du 6 juillet 2017
Rolnummer : 6502 Numéro du rôle : 6502
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 462 van het En cause : la question préjudicielle relative à l'article 462 du Code
Strafwetboek, gesteld door een onderzoeksrechter van de Franstalige pénal, posée par un juge d'instruction du Tribunal de première
Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. instance francophone de Bruxelles.
Het Grondwettelijk Hof, La Cour constitutionnelle,
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de composée des présidents J. Spreutels et E. De Groot, et des juges L.
rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Moerman, E. Derycke en F. Daoût, Lavrysen, A. Alen, J.-P. Moerman, E. Derycke et F. Daoût, assistée du
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président J. Spreutels,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Objet de la question préjudicielle et procédure
Bij beschikking van 18 augustus 2016 in zake H. A.C. tegen A.A., Par ordonnance du 18 août 2016 en cause de H. A.C. contre A.A., dont
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 1
september 2016, heeft een onderzoeksrechter van de Franstalige l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 1er septembre 2016,
Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag un juge d'instruction du Tribunal de première instance francophone de
gesteld : Bruxelles a posé la question préjudicielle suivante :
« Schendt artikel 462 van het Strafwetboek, eventueel in samenhang « L'article 462 du Code pénal, éventuellement lu conjointement avec
gelezen met artikel 78 van hetzelfde Wetboek, de artikelen 10 en 11 l'article 78 du même Code, viole-t-il les articles 10 et 11 de la
van de Grondwet, in zoverre het een verschoningsgrond invoert voor de Constitution en ce qu'il instaure une cause d'excuse pour les vols
diefstallen gepleegd door een gehuwde ten nadele van zijn echtgenoot, commis par des époux au préjudice de leurs conjoints alors que pour
terwijl voor de personen die samenleven onder de regeling van de les personnes vivant sous le régime de la cohabitation légale cette
wettelijke samenwoning, niet in een dergelijke verschoningsgrond wordt voorzien ? ». cause d'excuse n'est pas prévue ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. En droit
(...) (...)
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 462 van het B.1. La question préjudicielle porte sur l'article 462 du Code pénal,
Strafwetboek, in samenhang gelezen met artikel 78 van hetzelfde lu conjointement avec l'article 78 du même Code.
Wetboek. Artikel 462 van het Strafwetboek bepaalt : « Diefstallen gepleegd door een gehuwde ten nadele van zijn echtgenoot, door een weduwnaar of een weduwe wat zaken betreft die aan de overleden echtgenoot hebben toebehoord, door afstammelingen ten nadele van hun bloedverwanten in de opgaande lijn, door bloedverwanten in de opgaande lijn ten nadele van hun afstammelingen, of door aanverwanten in dezelfde graden, geven alleen aanleiding tot burgerrechtelijke vergoeding. Het eerste lid is niet van toepassing wanneer deze diefstallen zijn gepleegd ten nadele van een persoon die kwetsbaar is ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid. Ieder ander persoon die aan deze diefstallen deelneemt of die de gestolen voorwerpen of een gedeelte ervan heeft, wordt gestraft alsof het eerste lid niet bestond ». L'article 462 du Code pénal dispose : « Ne donneront lieu qu'à des réparations civiles, les vols commis par des époux au préjudice de leurs conjoints; par un veuf ou une veuve, quant aux choses qui avaient appartenu à l'époux décédé; par des descendants au préjudice de leurs ascendants, par des ascendants au préjudice de leurs descendants, ou par des alliés aux mêmes degrés. L'alinéa 1er n'est pas applicable si ces vols ont été commis au préjudice d'une personne vulnérable en raison de son âge, d'un état de grossesse, d'une maladie, d'une infirmité ou d'une déficience physique ou mentale. Toute autre personne qui aura participé à ces vols ou recelé tout ou partie des objets volés sera punie comme si l'alinéa 1er n'existait pas ».
Artikel 78 van hetzelfde Wetboek bepaalt : L'article 78 du même Code dispose :
« Geen misdaad of wanbedrijf is verschoonbaar dan in de gevallen bij « Nul crime ou délit ne peut être excusé, si ce n'est dans les cas
de wet bepaald ». déterminés par la loi ».
B.2. Het Hof wordt verzocht de bestaanbaarheid van die bepalingen met B.2. La Cour est invitée à contrôler la compatibilité de ces
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet na te gaan in zoverre zij een dispositions avec les articles 10 et 11 de la Constitution en ce
verschoningsgrond invoeren voor de diefstallen gepleegd tussen qu'elles instaurent une cause d'excuse pour les vols commis entre
gehuwden ten nadele van hun echtgenoot, terwijl voor de personen die époux au préjudice de leurs conjoints alors que cette cause n'est pas
samenleven onder de regeling van de wettelijke samenwoning, niet in die verschoningsgrond wordt voorzien. B.3. Uit de memorie die bij het Hof is neergelegd door de persoon die een klacht heeft ingediend en die zich burgerlijke partij heeft gesteld voor de verwijzende rechter, alsook uit het dossier met de erbij gevoegde stukken, blijkt dat die persoon, op het ogenblik van de feiten die aan de oorsprong van de aanhangigmaking van de zaak bij de verwijzende rechter liggen, het contract van wettelijke samenwoning had beëindigd dat hij met de vermoedelijke dader van die feiten had gesloten. B.4. De prejudiciële vraag beoogt het verschil in behandeling tussen wettelijk samenwonenden en gehuwden ten aanzien van de toepassing van de regels die het Hof wordt verzocht te toetsen. Vanwege de feiten uiteengezet in B.3 is de prejudiciële vraag niet nuttig voor het onderzoek van de bij de verwijzende rechter ingediende klacht en behoeft zij bijgevolg geen antwoord. Om die redenen, prévue pour les personnes vivant sous le régime de la cohabitation légale. B.3. Il ressort du mémoire déposé devant la Cour par la personne qui a porté plainte et s'est constituée partie civile devant le juge a quo, ainsi que du dossier de pièces qui l'accompagne, qu'au moment des faits à l'origine de la saisie du juge a quo, cette personne avait mis fin au contrat de cohabitation légale qu'elle avait conclu avec l'auteur présumé de ces faits. B.4. La question préjudicielle envisage la différence de traitement entre des cohabitants légaux et des époux au regard de l'application des règles qu'il est demandé à la Cour de contrôler. En raison des faits exposés en B.3, la question préjudicielle n'est pas utile à l'examen de la plainte portée devant le juge a quo et, partant, n'appelle pas de réponse. Par ces motifs,
het Hof la Cour
zegt voor recht : dit pour droit :
De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. La question préjudicielle n'appelle pas de réponse.
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise,
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur
op 6 juli 2017. la Cour constitutionnelle, le 6 juillet 2017.
De griffier, De voorzitter, Le greffier, Le président,
P.-Y. Dutilleux J. Spreutels P.-Y. Dutilleux J. Spreutels
^