← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 49/2017 van 27 april 2017 Rolnummer 6382 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997, gesteld door
het Hof van Beroep te Luik. Het Grondwettelij samengesteld uit de voorzitters
J. Spreutels en E. De Groot, en de rechters L. Lavrysen, A. Alen, J(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 49/2017 van 27 april 2017 Rolnummer 6382 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. Het Grondwettelij samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de rechters L. Lavrysen, A. Alen, J(...) | Extrait de l'arrêt n£ 49/2017 du 27 avril 2017 Numéro du rôle : 6382 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 82, alinéa 2, de la loi du 8 août 1997 sur les faillites, posée par la Cour d'appel de Liège. La Cour constituti composée des présidents J. Spreutels et E. De Groot, et des juges L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snapp(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 49/2017 van 27 april 2017 | Extrait de l'arrêt n£ 49/2017 du 27 avril 2017 |
Rolnummer 6382 | Numéro du rôle : 6382 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 82, tweede lid, | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 82, alinéa |
van de faillissementswet van 8 augustus 1997, gesteld door het Hof van | 2, de la loi du 8 août 1997 sur les faillites, posée par la Cour |
Beroep te Luik. | d'appel de Liège. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de | composée des présidents J. Spreutels et E. De Groot, et des juges L. |
rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. | Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. |
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. | Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet et R. Leysen, assistée |
Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, | du greffier F. Meersschaut, présidée par le président J. Spreutels, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij arrest van 17 maart 2016 in zake Fabian Dubucq tegen de Belgische | Par arrêt du 17 mars 2016 en cause de Fabian Dubucq contre l'Etat |
Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 21 | belge, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 21 mars |
maart 2016, heeft het Hof van Beroep te Luik de volgende prejudiciële | 2016, la Cour d'appel de Liège a posé la question préjudicielle |
vraag gesteld : | suivante : |
« Schendt artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 | « Interprété en ce sens que le conjoint ou le cohabitant légal du |
augustus 1997, in die zin geïnterpreteerd dat de echtgenoot of de | failli excusé ne peut être libéré, en matière fiscale, que des seules |
wettelijk samenwonende van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde, | dettes propres au failli, de sorte qu'il ne peut être libéré de la |
in fiscale zaken, alleen kan worden bevrijd van de eigen schulden van | |
de gefailleerde, zodat hij niet kan worden bevrijd van het gedeelte | quotité de l'impôt afférent à ses revenus imposables même si, en vertu |
van de belasting in verband met zijn belastbare inkomsten, ook al kon | |
die schuld, op grond van artikel 394, § 1, van het WIB 1992, vóór de | de l'article 394, § 1er, du CIR 1992, avant la déclaration |
verklaring van verschoonbaarheid worden verhaald op zowel het | d'excusabilité, cette dette pouvait être recouvrée tant sur le |
gemeenschappelijke of onverdeelde vermogen, als de eigen goederen van | patrimoine commun ou indivis que sur les biens propres des deux |
beide echtgenoten of wettelijk samenwonenden, de artikelen 10 en 11 | conjoints ou cohabitants légaux, l'article 82, alinéa 2, de la loi du |
van de Grondwet, in zoverre het die echtgenoot of wettelijk | 8 août 1997 sur les faillites viole-t-il les articles 10 et 11 de la |
samenwonende anders behandelt dan de echtgenoot of wettelijk | Constitution en ce qu'il traite d'une manière différente ce conjoint |
samenwonende van een verschoonbaar verklaarde gefailleerde die wordt | ou cohabitant légal, du conjoint ou cohabitant légal d'un failli |
bevrijd van elke andere schuld van de gefailleerde, ongeacht of die al | excusé libéré de toute autre dette du failli, qu'elle soit propre au |
dan niet eigen is aan de gefailleerde of zelfs uitsluitend is | failli ou non, voire même contractée dans l'intérêt exclusif du |
aangegaan in het belang van het vermogen van de echtgenoot of van de | patrimoine du conjoint ou cohabitant légal, alors que dans l'un cas et |
wettelijk samenwonende, terwijl het in beide gevallen gaat om schulden | l'autre cas, il s'agit de dettes pouvant être recouvrées sur le |
die op het vermogen van de gefailleerde kunnen worden verhaald ? ». | patrimoine du failli ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1.1. Artikel 82 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 bepaalt | B.1.1. L'article 82 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites dispose |
: | : |
« Indien de gefailleerde verschoonbaar wordt verklaard, kan hij niet | « Si le failli est déclaré excusable, il ne peut plus être poursuivi |
meer vervolgd worden door zijn schuldeisers. | par ses créanciers. |
De echtgenoot van de gefailleerde die persoonlijk aansprakelijk is | Le conjoint du failli qui est personnellement obligé à la dette de son |
voor de schuld van zijn echtgenoot, of de voormalige echtgenoot die | |
persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld die zijn voormalige | époux ou l'ex-conjoint qui est personnellement obligé à la dette de |
echtgenoot tijdens de duur van het huwelijk was aangegaan, wordt | |
ingevolge de verschoonbaarheid van die verplichting bevrijd. | son époux contractée du temps du mariage est libéré de cette |
De verschoonbaarheid heeft noch gevolgen voor de onderhoudschulden, | obligation par l'effet de l'excusabilité. |
noch voor de schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel | L'excusabilité est sans effet sur les dettes alimentaires du failli et |
van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de | celles qui résultent de l'obligation de réparer le dommage lié au |
lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde | décès ou à l'atteinte à l'intégrité physique d'une personne qu'il a |
schuld heeft ». | causé par sa faute ». |
De prejudiciële vraag heeft betrekking op het tweede lid van die bepaling. | La question préjudicielle porte sur l'alinéa 2 de cette disposition. |
B.1.2. Bij zijn arrest nr. 129/2010 van 18 november 2010 heeft het Hof | B.1.2. Par son arrêt n° 129/2010 du 18 novembre 2010, la Cour a dit |
voor recht gezegd : | pour droit : |
« In zoverre artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 | « En ce qu'il ne prévoit pas la possibilité, pour le cohabitant légal |
augustus 1997 niet in de mogelijkheid voorziet voor de wettelijk | qui est personnellement obligé à la dette de son cohabitant légal |
samenwonende die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van de | failli déclaré excusable, d'être libéré de ses obligations, l'article |
verschoonbaar verklaarde gefailleerde die met hem wettelijk | 82, alinéa 2, de la loi du 8 août 1997 sur les faillites viole les |
samenwoont, om van zijn verplichtingen te worden bevrijd, schendt het | |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ». | articles 10 et 11 de la Constitution ». |
Ten gevolge van de vaststelling van de lacune door dat arrest genieten | Par l'effet du constat de la lacune opéré par cet arrêt, les |
de wettelijk samenwonenden die persoonlijk aansprakelijk zijn voor de | cohabitants légaux personnellement obligés à la dette de leur |
schuld van hun gefailleerde samenwonende, de regel van de | cohabitant failli bénéficient de la règle de l'excusabilité. |
verschoonbaarheid. Krachtens artikel 2, § 1, 2°, van het Wetboek van de | Par ailleurs, en vertu de l'article 2, 2°, du Code des impôts sur les |
inkomstenbelasting 1992 (hierna : WIB 1992) worden de wettelijk | revenus 1992 (ci-après : CIR 1992), les cohabitants légaux sont |
samenwonenden overigens fiscaal gelijkgesteld met gehuwden. | assimilés fiscalement aux personnes mariées. |
De prejudiciële vraag beoogt derhalve de situatie van de echtgenoten en die van de wettelijk samenwonenden op identieke wijze. B.2.1. Het Hof wordt verzocht de bestaanbaarheid na te gaan, met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, van het tweede lid van het voormelde artikel 82, in die zin geïnterpreteerd dat de echtgenoot of de wettelijk samenwonende van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde, in fiscale zaken, alleen zou kunnen worden bevrijd van de eigen schulden van de gefailleerde, zodat hij niet zou kunnen worden bevrijd van het gedeelte van de belasting met betrekking tot zijn belastbare inkomsten. In die interpretatie zou de in het geding zijnde bepaling een verschil in behandeling invoeren tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden van een verschoonbaar verklaarde gefailleerde, naargelang de in het geding zijnde schuld | La question préjudicielle envisage dès lors la situation des conjoints et celle des cohabitants légaux de manière identique. B.2.1. La Cour est invitée à examiner la compatibilité, avec le principe d'égalité et de non-discrimination, de l'alinéa 2 de l'article 82 précité, interprété en ce sens que le conjoint ou le cohabitant légal du failli excusé ne pourrait être libéré, en matière fiscale, que des seules dettes propres au failli, de sorte qu'il ne pourrait être libéré de la quotité de l'impôt afférente à ses revenus imposables. Dans cette interprétation, la disposition en cause créerait une différence de traitement entre conjoints et cohabitants |
overeenstemt met het gedeelte van de belasting met betrekking tot hun | légaux d'un failli déclaré excusable, selon que la dette en cause |
inkomsten, dan wel het elke andere schuld van de gefailleerde betreft, | correspond à la quotité d'impôt afférente à leurs revenus ou qu'il |
ongeacht of die al dan niet eigen is aan hem, terwijl het in beide | s'agit de toute autre dette du failli, qu'elle lui soit propre ou non, |
gevallen gaat om schulden die kunnen worden ingevorderd op het eigen | alors que dans l'un et l'autre cas, il s'agit de dettes pouvant être |
vermogen van de gefailleerde. | recouvrées sur le patrimoine propre du failli. |
B.2.2. Het verwijzende rechtscollege leidt uit de rechtspraak van het | B.2.2. La juridiction a quo déduit de la jurisprudence de la Cour de |
Hof van Cassatie en die van het Grondwettelijk Hof af dat de | cassation et de celle de la Cour constitutionnelle que l'application |
toepassing van artikel 82, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1997 zich uitstrekt tot de hypothese waarin de echtgenoot of wettelijk samenwonende van de gefailleerde met die laatstgenoemde medeschuldenaar is van een schuld die vóór het faillissement is aangegaan en waarvoor de echtgenoot of wettelijk samenwonende van de gefailleerde derhalve persoonlijk aansprakelijk is, zelfs indien die schuld is aangegaan ten voordele van het eigen vermogen van de niet-gefailleerde echtgenoot of wettelijk samenwonende. Het is van oordeel dat het gegeven dat de belastingschuld niet ontstaat uit een contractuele verbintenis van de echtgenoten, niet relevant is. B.2.3. Bij zijn arresten van 24 februari 2011 (Arr. Cass., 2011, nr. | de l'article 82, alinéa 2, de la loi du 8 août 1997 s'étend à l'hypothèse où le conjoint ou cohabitant légal du failli est codébiteur avec celui-ci d'une dette contractée avant la faillite et dont le conjoint ou cohabitant légal du failli est dès lors personnellement tenu, même si cette dette a été souscrite au profit du patrimoine propre du conjoint ou cohabitant légal non failli. Elle considère que la circonstance que la dette fiscale ne naît pas d'un engagement contractuel des époux est sans pertinence. B.2.3. Par ses arrêts des 24 février 2011 (Pas., 2011, n° 168) et 8 |
168) en 8 juni 2012 (Arr. Cass., 2012, nr. 373) heeft het Hof van | juin 2012 (Pas., 2012, n° 373), la Cour de cassation a jugé que « |
Cassatie geoordeeld dat « [artikel 82, tweede lid, van de wet van 8 | l'application de [l'article 82, alinéa 2, de la loi du 8 août 1997] |
augustus 1997] ook van toepassing [is] wanneer de echtgenoot van de | s'étend à l'hypothèse où le conjoint du failli est codébiteur avec |
gefailleerde, samen met hem, medeschuldenaar is van een schuld die de | celui-ci d'une dette contractée avant la faillite par les deux époux |
twee echtgenoten vóór het faillissement zijn aangegaan en waarvoor de | et dont le conjoint du failli est dès lors personnellement tenu ». Par |
echtgenoot van de gefailleerde bijgevolg persoonlijk aansprakelijk is | |
». Bij zijn arrest van 18 oktober 2013 (Arr. Cass., 2013, nr. 532) | son arrêt du 18 octobre 2013 (Pas., 2013, n° 532), la Cour de |
heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat « de toepassing van die | cassation a jugé que « l'application de cette disposition [l'article |
bepaling [artikel 82, tweede lid] zich [uitstrekt] tot de hypotheek | 82, alinéa 2] s'étend à l'hypothèque consentie sur un de ses biens |
die de echtgenote van de gefailleerde heeft toegestaan op een van haar | |
eigen goederen, als waarborg voor de verbintenissen van laatstgenoemde | propres par le conjoint du failli, en garantie des engagements de ce |
». | dernier ». |
B.2.4. Bij zijn arrest nr. 40/2013 heeft het Grondwettelijk Hof | B.2.4. Par son arrêt n° 40/2013 du 21 mars 2013, la Cour |
constitutionnelle a jugé que la disposition en cause ne violait pas | |
geoordeeld dat de in het geding zijnde bepaling de artikelen 10 en 11 | les articles 10 et 11 de la Constitution si elle était interprétée en |
van de Grondwet niet schond in die interpretatie dat de echtgenoot van | ce sens que le conjoint du failli est libéré de toute dette qu'il a |
de gefailleerde wordt bevrijd van elke schuld die hij gezamenlijk of | contractée conjointement ou solidairement avec le failli, même si |
hoofdelijk is aangegaan met de gefailleerde, zelfs indien die schuld | cette dette a été souscrite au profit du patrimoine propre de ce |
is aangegaan ten voordele van het eigen vermogen van die echtgenoot. | conjoint. |
Bij dat arrest heeft het Hof geoordeeld : | Par cet arrêt, la Cour a jugé : |
« B.7. De uitbreiding van de gevolgen van de verschoonbaarheid tot de | « B.7. L'extension des effets de l'excusabilité au conjoint qui est |
echtgenoot die persoonlijk aansprakelijk is voor de schuld van de gefailleerde, werd ingevoerd, niet om discriminatie te vermijden op het vlak van de solidariteit die uit het huwelijk is ontstaan, maar omdat, in geval van gemeenschap van goederen, de inkomsten van de gefailleerde uit een nieuwe beroepsactiviteit in het gemeenschappelijke vermogen terechtkomen (artikel 1405, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Vervolgingen op de goederen van de echtgenoot, met inbegrip van zijn eigen goederen, ingesteld door de schuldeisers van de gefailleerde, zouden de inkomsten van de gefailleerde uit zijn nieuwe activiteiten kunnen raken, wat strijdig zou zijn met het nagestreefde doel. De omstandigheid dat de gezamenlijke schuld van de gefailleerde en diens echtgenoot is aangegaan voor de verwerving, door de echtgenoot, van een eigen goed, heeft in dat verband geen invloed omdat de verhaalmogelijkheid waarover de schuldeisers beschikken, ook betrekking heeft op het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten. De omstandigheid dat de echtgenoot zou zijn gehouden, krachtens | personnellement obligé à la dette du failli a été instaurée non pour éviter une discrimination sur le plan de la solidarité née du mariage, mais parce que, en cas de communauté de biens, les revenus d'une nouvelle activité professionnelle du failli entrent dans le patrimoine commun (article 1405, alinéa 1er, du Code civil). Les poursuites exercées sur les biens du conjoint, en ce compris ses biens propres, par les créanciers du failli pourraient atteindre les revenus procurés par la nouvelle activité de celui-ci, ce qui serait contraire à l'objectif poursuivi. La circonstance que la dette conjointe au failli et à son conjoint a été contractée pour l'acquisition, par le conjoint, d'un bien propre est à cet égard sans incidence puisque le recours ouvert aux créanciers porte aussi sur le patrimoine commun des époux. La |
artikel 1216 van het Burgerlijk Wetboek, tot voldoening van de gehele | circonstance que le conjoint serait tenu, en vertu de l'article 1216 |
schuld ten aanzien van de andere medeschuldenaar - de verschoonbaar verklaarde gefailleerde - heeft evenmin invloed. Op dezelfde wijze is de omstandigheid dat de schuldeiser van een schuld die is aangegaan, in het belang van zijn eigen vermogen, door een echtgenoot die is onderworpen aan een stelsel van scheiding van goederen, en door de verschoonbaar verklaarde gefailleerde echtgenoot, de inning van zijn schuldvordering kan verhalen op het vermogen van de echtgenoot, terwijl de schuldeiser van een schuld die onder dezelfde voorwaarden is aangegaan door een echtgenoot die is onderworpen aan een stelsel van gemeenschap van goederen of aan het wettelijke stelsel, niet zulk een inning kan verkrijgen, niet van die aard dat zij de in het geding zijnde maatregel onverantwoord maakt, omdat een dergelijk verschil in behandeling voortvloeit uit de keuze van de echtgenoten voor een bepaald huwelijksvermogensstelsel. De wetgever kon overigens | du Code civil, de toute la dette vis-à-vis de l'autre codébiteur, failli excusé, est aussi sans incidence. De même, la circonstance que le créancier d'une dette contractée dans l'intérêt de son patrimoine propre par un conjoint soumis à un régime de séparation de biens et par l'époux failli excusé, peut poursuivre le recouvrement de sa créance sur le patrimoine du conjoint alors que le créancier d'une dette contractée dans les mêmes conditions par un conjoint soumis à un régime de communauté de biens ou au régime légal ne peut pas poursuivre un tel recouvrement n'est pas de nature à rendre injustifiée la mesure en cause dès lors qu'une telle différence de traitement résulte du choix de leur régime matrimonial par les époux. |
redelijkerwijs oordelen dat de rechter die, om een gefailleerde | Le législateur a, par ailleurs, pu raisonnablement considérer que le |
verschoonbaar te verklaren, alle elementen van diens situatie in | juge qui, pour déclarer le failli excusable, est amené à prendre en |
aanmerking dient te nemen, rekening houdt met de gezamenlijke of | compte l'ensemble des éléments de la situation de celui-ci, tient |
hoofdelijke verbintenis die de gefailleerde is aangegaan om een | compte de l'engagement conjoint ou solidaire pris par le failli pour |
gemeenschappelijke schuld te waarborgen die is aangegaan om zijn | garantir une dette commune contractée en vue de permettre à son |
echtgenoot in staat te stellen een eigen goed te verwerven ». | conjoint d'acquérir un bien propre ». |
Bij zijn arrest nr. 86/2013 van 13 juni 2013 heeft het Hof geoordeeld | Par son arrêt n° 86/2013 du 13 juin 2013, la Cour a jugé qu'interprété |
dat artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus | en ce sens que le cohabitant légal du failli est libéré de toute dette |
1997, in die zin geïnterpreteerd dat de wettelijk samenwonende van de | qu'il a contractée conjointement ou solidairement avec le failli, même |
gefailleerde wordt bevrijd van elke schuld die hij gezamenlijk of | si cette dette a été souscrite au profit du patrimoine propre de ce |
hoofdelijk is aangegaan met de gefailleerde, zelfs indien die schuld | cohabitant légal, l'article 82, alinéa 2, de la loi du 8 août 1997 sur |
is aangegaan ten voordele van het eigen vermogen van die wettelijk | |
samenwonende, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt. | les faillites ne viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution. |
B.3.1. De belastingschuld met betrekking tot het gedeelte van de | B.3.1. La dette fiscale relative à la quotité d'impôt afférente aux |
belasting in verband met de belastbare inkomsten van elke echtgenoot | revenus imposables de chaque conjoint ou cohabitant légal peut, en |
of wettelijk samenwonende kan, krachtens artikel 394, § 1, van het WIB | |
1992, worden ingevorderd op alle eigen goederen en op de | vertu de l'article 394, § 1er, du CIR 1992, être recouvrée sur tous |
gemeenschappelijke goederen van de twee echtgenoten of samenwonenden. | les biens propres et sur les biens communs des deux conjoints ou cohabitants. |
B.3.2. Artikel 394, § 1, van het WIB 1992 bepaalt immers : | B.3.2. L'article 394, § 1er, du CIR 1992 dispose en effet : |
« De belasting of het gedeelte van de belasting in verband met het | « L'impôt ou la quotité de l'impôt afférent au revenu imposable de |
belastbare inkomen van een van de echtgenoten en de op zijn naam | l'un des conjoints et le précompte enrôlé au nom de l'un d'eux |
ingekohierde voorheffing mogen, ongeacht het aangenomen | peuvent, quel que soit le régime matrimonial ou quelle que soit la |
huwelijksvermogensstelsel of ongeacht de notariële overeenkomst waarin | convention notariée réglant les modalités de la cohabitation légale, |
de wettelijke samenwoning wordt geregeld, op al de eigen en de | |
gemeenschappelijke goederen van beide echtgenoten worden verhaald. | être recouvrés sur tous les biens propres et sur les biens communs des deux conjoints. |
Die belasting of het gedeelte van de belasting in verband met het | Toutefois, l'impôt ou la quotité de l'impôt afférent au revenu |
belastbare inkomen van één van de echtgenoten, alsook de roerende | imposable de l'un des conjoints ainsi que le précompte mobilier et le |
voorheffing en de bedrijfsvoorheffing ingekohierd op naam van één van | précompte professionnel enrôlés au nom de l'un d'eux ne peuvent être |
hen, mogen evenwel niet op de eigen goederen van de andere echtgenoot | recouvrés sur les biens propres de l'autre conjoint lorsque celui-ci |
worden verhaald wanneer deze laatste aantoont : | peut établir : |
1° dat hij ze bezat vóór het huwelijk of vóór het afleggen van de | 1° qu'il les possédait avant le mariage ou avant la conclusion de la |
verklaring van wettelijke samenwoning; | déclaration de cohabitation légale; |
2° of dat zij voortkomen van een erfenis of van een schenking door een | 2° ou qu'ils proviennent d'une succession ou d'une donation faite par |
andere persoon dan zijn echtgenoot; | une personne autre que son conjoint; |
3° of dat hij ze heeft verkregen door middel van fondsen die | 3° ou qu'il les a acquis au moyen de fonds provenant de la réalisation |
voortkomen van de realisatie van dergelijke goederen; 4° of dat het gaat om inkomsten die hem krachtens het burgerlijk recht eigen zijn of om goederen die hij met zulke inkomsten heeft verworven ». B.3.3. Uit die bepaling vloeit voort dat, vóór de verschoonbaarverklaring, de belastingschuld met betrekking tot het gedeelte van de belasting in verband met de eigen inkomsten van de echtgenoot of van de samenwonende van de gefailleerde kon worden ingevorderd op de eigen goederen van de gefailleerde. Het verwijzende rechtscollege leidt hieruit af dat het gaat om een schuld van de gefailleerde waarvan hij wordt bevrijd door de verschoonbaarverklaring. | de semblables biens; 4° ou qu'il s'agit de revenus qui lui sont propres en vertu du droit civil ou de biens acquis au moyen de tels revenus ». B.3.3. Il résulte de cette disposition qu'avant la déclaration d'excusabilité, la dette fiscale portant sur la quotité de l'impôt afférente aux revenus propres du conjoint ou du cohabitant du failli pouvait être recouvrée sur les biens propres du failli. La juridiction a quo en déduit qu'il s'agit d'une dette du failli dont il est libéré par la déclaration d'excusabilité. |
B.4.1. Krachtens het tweede lid van het voormelde artikel 394, § 1, | B.4.1. En vertu de l'alinéa 2 de l'article 394, § 1er, précité, |
kan de belasting met betrekking tot de belastbare inkomsten van een | l'impôt afférent aux revenus imposables d'un conjoint ou cohabitant |
echtgenoot of wettelijk samenwonende niet worden ingevorderd op de | légal ne peut pas être recouvré sur les biens propres de l'autre |
eigen goederen van de andere echtgenoot waarvoor die laatstgenoemde | conjoint dont ce dernier peut établir que leur origine est |
kan aantonen dat de oorsprong ervan niet verdacht is. Hieruit vloeit | insoupçonnable. Il en résulte que la portée de cette disposition se |
voort dat de draagwijdte van die bepaling zich ertoe beperkt te voorkomen dat de mogelijkheid van collusie van de echtgenoten of samenwonenden belet dat de belastingadministratie de door ieder verschuldigde belasting invordert, en dat die niet ertoe leidt de belastingschuld hoofdelijk te maken. Met andere woorden, hoewel de belastingschuld met betrekking tot de inkomsten van èèn van de echtgenoten of samenwonenden weliswaar kan worden ingevorderd op de eigen goederen van de andere, is zulks evenwel alleen mogelijk krachtens het door die bepaling vastgestelde vermoeden van collusie tussen hen, vermoeden dat kan worden omgekeerd in de daarin op limitatieve wijze opgesomde gevallen. B.4.2. In die zin heeft het Hof van Cassatie geoordeeld : « De verschoonbaarverklaring heeft wat de fiscale schulden betreft enkel uitwerking op de eigen fiscale schulden van de gefailleerde. | limite à éviter que la possibilité de collusion des époux ou cohabitants ne fasse obstacle au recouvrement par l'administration fiscale de l'impôt dû par chacun d'eux et qu'elle n'a pas pour effet de rendre la dette d'impôt solidaire. En d'autres termes, si la dette d'impôt afférente aux revenus d'un des conjoints ou cohabitants peut certes être recouvrée sur les biens propres de l'autre, ce n'est toutefois qu'en vertu de la présomption de collusion entre eux établie par cette disposition, présomption qui peut être renversée dans les cas qu'elle énumère limitativement. B.4.2. En ce sens, la Cour de cassation a jugé : « En matière de dettes fiscales, la déclaration d'excusabilité |
Het gedeelte van de aanslag dat betrekking heeft op het belastbaar | concerne uniquement les dettes fiscales propres du failli. |
inkomen van de belastingplichtige echtgenoot van de gefailleerde is | La quotité de l'impôt afférent aux revenus imposables du conjoint |
geen eigen fiscale schuld van de gefailleerde, waarvoor de echtgenoot | contribuable du failli ne constitue pas une dette fiscale propre du |
van de gefailleerde aansprakelijk is maar is een schuld waarvoor de | failli dont répond le conjoint du failli, mais constitue une dette |
niet-gefailleerde persoonlijk moet instaan, ook al kon deze schuld | dont répond personnellement le non-failli, même si en vertu de |
krachtens artikel 394, § 1, WIB92, vóór de verschoonbaarverklaring, | l'article 394, § 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, avant |
worden verhaald op zowel het gemeenschappelijk vermogen als op de | la déclaration d'excusabilité, cette dette pouvait être recouvrée tant |
eigen goederen van de beide echtgenoten. | sur le patrimoine commun que sur les biens propres des deux conjoints. |
Hieruit volgt dat de verschoonbaarverklaring van de gefailleerde niet | Il s'ensuit que la déclaration d'excusabilité du failli n'a pas pour |
tot gevolg heeft dat voor deze schuld geen verhaal meer mogelijk is op | effet que cette dette ne peut plus être recouvrée sur les biens |
de eigen goederen van de belastingplichtige echtgenoot. | propres du conjoint contribuable. |
De appelrechter geeft aan de bepaling van artikel 394 WIB92 een | Le juge d'appel a violé l'article 394 du Code des impôts sur les |
onjuiste draagwijdte en breidt de gevolgen van verschoonbaarverklaring | revenus 1992 en étendant les effets de la déclaration d'excusabilité à |
uit tot gevallen die door de wet niet bedoeld zijn » (Cass., 20 mei | des cas non visés par la loi » (Cass., 20 mai 2010, Pas., 2010, n° |
2010, Arr. Cass., 2010, nr. 359; zie, in dezelfde zin, Cass., 14 | 359; voy. dans le même sens Cass., 14 janvier 2010, Pas., 2010, n° |
januari 2010, Arr. Cass., 2010, nr. 37). | 37). |
B.5.1. De belastingschuld met betrekking tot de inkomsten van iedere | B.5.1. La dette d'impôt afférente aux revenus de chacun des conjoints |
echtgenoot of samenwonende is geen schuld die gezamenlijk of | ou cohabitants n'est pas une dette qui a été contractée conjointement |
hoofdelijk is aangegaan met de andere echtgenoot of samenwonende. Het | ou solidairement avec l'autre conjoint ou cohabitant. Ce n'est pas non |
is evenmin een schuld die tussen de echtgenoten of samenwonenden | plus une dette rendue conjointe ou solidaire entre les époux ou les |
gezamenlijk of hoofdelijk is geworden door de werking van een | cohabitants par l'effet d'une disposition légale puisque l'article |
wetsbepaling, aangezien artikel 394, § 1, van het WIB 1992 die | 394, § 1er, du CIR 1992 n'a pas cette portée. |
draagwijdte niet heeft. | |
B.5.2. Daar de belastingschuld met betrekking tot de inkomsten van de | B.5.2. La dette d'impôt afférente aux revenus du cohabitant légal du |
wettelijk samenwonende van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde | |
geen « schuld van de gefailleerde » in de zin van de in het geding | failli déclaré excusable n'étant pas « une dette du failli » au sens |
zijnde bepaling is, in tegenstelling tot de schulden die hij | de la disposition en cause, contrairement aux dettes qu'il a |
gezamenlijk of hoofdelijk met zijn wettelijk samenwonende vóór het | contractées conjointement ou solidairement avec son cohabitant légal |
faillissement is aangegaan, ongeacht het vermogen ten voordele waarvan | avant la faillite, quel que soit le patrimoine au profit duquel elles |
zij zijn aangegaan, is het niet onbestaanbaar met de artikelen 10 en | ont été contractées, il n'est pas incompatible avec les articles 10 et |
11 van de Grondwet dat de wettelijk samenwonende van de gefailleerde | 11 de la Constitution que le cohabitant légal du failli n'en soit pas |
daarvan niet wordt bevrijd door de werking van de verschoonbaarheid | libéré par l'effet de l'excusabilité reconnue à son cohabitant légal |
die aan zijn gefailleerde wettelijk samenwonende is toegekend. | failli. |
B.6. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.6. La question préjudicielle appelle une réponse négative. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997 | L'article 82, alinéa 2, de la loi du 8 août 1997 sur les faillites ne |
schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet indien het zo wordt | viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu'il est |
geïnterpreteerd dat het de bevrijding van de schuld van de echtgenoot | interprété comme ne permettant pas la libération de la dette du |
of van de wettelijk samenwonende van de verschoonbaar verklaarde | conjoint ou du cohabitant légal du failli excusé correspondant à la |
gefailleerde die overeenstemt met het gedeelte van de belasting met | quotité de l'impôt afférente à ses revenus imposables. |
betrekking tot zijn belastbare inkomsten, niet toelaat. | |
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel | Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
op 27 april 2017. | la Cour constitutionnelle, le 27 avril 2017. |
De griffier, De voorzitter, | Le greffier, Le président, |
F. Meersschaut J. Spreutels | F. Meersschaut J. Spreutels |