← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 38/2016 van 10 maart 2016 Rolnummer : 6080 In zake : de
prejudiciële vraag betreffende artikel 2262bis, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld
door de Rechtbank van Koophandel te Gent, afdeling Den Het Grondwettelijk Hof, samengesteld
uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 38/2016 van 10 maart 2016 Rolnummer : 6080 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2262bis, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van Koophandel te Gent, afdeling Den Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...) | Extrait de l'arrêt n° 38/2016 du 10 mars 2016 Numéro du rôle : 6080 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 2262bis, § 1 er , alinéa 2, du Code civil, posée par le Tribunal de commerce de Gand, division Termond La Cour constitutionnelle, composée des présidents E. De Groot et J. Spreutels, et des juges L. (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 38/2016 van 10 maart 2016 | Extrait de l'arrêt n° 38/2016 du 10 mars 2016 |
Rolnummer : 6080 | Numéro du rôle : 6080 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2262bis, § 1, | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 2262bis, § 1er, |
tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van | alinéa 2, du Code civil, posée par le Tribunal de commerce de Gand, |
Koophandel te Gent, afdeling Dendermonde. | division Termonde. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de | composée des présidents E. De Groot et J. Spreutels, et des juges L. |
rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. | Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. |
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. | Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet et R. Leysen, assistée |
Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van rechter A. Alen, | du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le juge A. Alen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij vonnis van 23 oktober 2014 in zake de nv « Herman Verboven » en | Par jugement du 23 octobre 2014 en cause de la SA « Herman Verboven » |
anderen tegen de nv « Honda Motor Europe Logistics », waarvan de | et autres contre la SA « Honda Motor Europe Logistics », dont |
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 4 november 2014, | l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 4 novembre 2014, le |
heeft de Rechtbank van Koophandel te Gent, afdeling Dendermonde, de | Tribunal de commerce de Gand, division Termonde, a posé la question |
volgende prejudiciële vraag gesteld : | préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 2262bis, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk | « L'article 2262bis, § 1er, alinéa 2, du Code civil, interprété en ce |
Wetboek, geïnterpreteerd in die zin dat de rechtsvordering in | sens que l'action en réparation du dommage résultant d'une violation |
schadevergoeding voortvloeiend uit een schending van de artikelen 101 | des articles 101 et 102 du Traité sur le fonctionnement de l'Union |
en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en | |
de artikelen 1 en 2 van Boek IV van het Wetboek Economisch Recht, kan | européenne et des articles 1 et 2 du livre IV du Code de droit |
économique peut se prescrire avant même qu'il y ait une décision | |
verjaren vooraleer er een in kracht van gewijsde gegane uitspraak is | passée en force de chose jugée sur l'existence d'une infraction à la |
over het bestaan van een mededingingsinbreuk, het gelijkheidsbeginsel, | concurrence, viole-t-il le principe d'égalité, tel qu'il est inscrit |
zoals opgenomen in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, voor zover | aux articles 10 et 11 de la Constitution, dans la mesure où l'action |
de rechtsvordering van benadeelden van een mededingingsinbreuk | intentée par la personne lésée par une infraction à la concurrence se |
verjaart binnen de vijf jaar na kennisname van de identiteit van de | prescrit par cinq ans après que cette personne a eu connaissance de |
aansprakelijke persoon en van de schade, terwijl de burgerlijke | l'identité de la personne responsable et du dommage, alors que |
rechtsvordering van benadeelden van een misdrijf niet kan verjaren | l'action civile intentée par les victimes d'une infraction ne peut se |
zolang de strafvordering niet verjaard is, zoals bepaald in artikel | prescrire aussi longtemps que l'action publique n'est pas prescrite, |
26, eerste lid, van de Voorafgaande Titel bij het Wetboek van | comme le dispose l'article 26, alinéa 1er, du titre préliminaire du |
Strafvordering ? ». | Code de procédure pénale ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 2262bis, § 1, | B.1. La question préjudicielle concerne l'article 2262bis, § 1er, |
tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt : | alinéa 2, du Code civil, qui dispose : |
« In afwijking van het eerste lid verjaren alle rechtsvorderingen tot | « Par dérogation à l'alinéa 1er, toute action en réparation d'un |
vergoeding van schade op grond van buitencontractuele | dommage fondée sur une responsabilité extra-contractuelle se prescrit |
aansprakelijkheid door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op | par cinq ans à partir du jour qui suit celui où la personne lésée a eu |
die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade of van de | connaissance du dommage ou de son aggravation et de l'identité de la |
verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke | |
persoon ». | personne responsable ». |
B.2. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid van voormeld | B.2. La Cour est interrogée sur la compatibilité dudit article |
artikel 2262bis, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek met de | |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het een verschil in | 2262bis, § 1er, alinéa 2, du Code civil avec les articles 10 et 11 de |
behandeling met betrekking tot de stuiting van de verjaringstermijn | la Constitution en ce qu'il créerait une différence de traitement en |
zou doen ontstaan tussen, enerzijds, de benadeelden van een | ce qui concerne l'interruption du délai de prescription entre, d'une |
mededingingsinbreuk en, anderzijds, de slachtoffers van een misdrijf. | part, les personnes lésées par une infraction en matière de |
De verwijzende rechter wenst van het Hof te vernemen of het | concurrence et, d'autre part, les victimes d'une infraction pénale. |
bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie | Le juge a quo demande à la Cour si cette disposition est compatible |
wanneer de burgerlijke rechtsvordering tot vergoeding van de schade | avec le principe d'égalité et de non-discrimination lorsque l'action |
civile en réparation du préjudice résultant d'une infraction en | |
die uit een mededingingsinbreuk voortvloeit, kan verjaren vooraleer | matière de concurrence peut se prescrire avant qu'une décision passée |
een in kracht van gewijsde gegane uitspraak het bestaan van een | en force de chose jugée ait constaté l'existence d'une infraction en |
mededingingsinbreuk vaststelt, terwijl artikel 26 van de voorafgaande | matière de concurrence, alors que l'article 26 du titre préliminaire |
titel van het Wetboek van strafvordering tot gevolg heeft dat voor | du Code de procédure pénale a pour effet que, pour des faits |
feiten die als een misdrijf kunnen worden gekwalificeerd, de | qualifiables d'infractions pénales, le délai de prescription résultant |
verjaringstermijn uit artikel 2262bis, § 1, tweede lid, van het | de l'article 2262bis, § 1er, alinéa 2, du Code civil ne s'écoule pas |
Burgerlijk Wetboek niet tegen het slachtoffer loopt zolang de | au détriment de la victime aussi longtemps que l'action publique n'est |
strafvordering niet is verjaard. | pas prescrite. |
B.3. Inzake de verjaring beschikt de wetgever over een ruime | B.3. En matière de prescription, le législateur dispose d'un large |
beoordelingsbevoegdheid. Het verschil in behandeling moet berusten op | pouvoir d'appréciation. La différence de traitement doit reposer sur |
een redelijke verantwoording en mag niet leiden tot onevenredige | une justification raisonnable et ne doit pas conduire à des |
beperkingen van de rechten van de personen die onderhevig zijn aan de | restrictions disproportionnées des droits des personnes qui sont |
kortere verjaringstermijn. Het bestaan van een dergelijke | soumises au délai de prescription plus court. L'existence d'une telle |
verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met de context | justification doit s'apprécier en tenant compte du contexte et de la |
en met de aard van de ter zake geldende beginselen. | nature des principes en cause. |
B.4. Het Hof dient na te gaan of het ononderbroken doorlopen van de | B.4. La Cour doit vérifier si l'écoulement ininterrompu du délai de |
verjaringstermijn om rechtsvorderingen tot vergoeding van schade uit | prescription fixé pour intenter devant le juge civil des actions en |
mededingingsinbreuken bij de burgerlijke rechter in te stellen indien | réparation d'un préjudice causé par des infractions en matière de |
een ingestelde procedure bij de mededingingsautoriteit nog niet is | concurrence ne limite pas de manière disproportionnée les droits de la |
beëindigd met een in kracht van gewijsde gegane uitspraak, de rechten | personne lésée lorsqu'une procédure intentée devant l'autorité de la |
van de benadeelde niet op onevenredige wijze beperkt. | concurrence n'a pas encore été tranchée par une décision passée en force de chose jugée. |
B.5. Het recht op toegang tot de rechter verzet zich niet tegen | B.5. Le droit d'accès au juge ne s'oppose pas à des conditions de |
ontvankelijkheidsvoorwaarden zoals verjaringstermijnen, voor zover | recevabilité telles que des délais de prescription, pour autant que de |
dergelijke beperkingen de essentie van dat recht niet aantasten en | telles restrictions ne portent pas atteinte à l'essence de ce droit et |
voor zover zij in een evenredige verhouding staan met een legitieme | pour autant qu'elles soient proportionnées à un but légitime. Le droit |
doelstelling. Het recht op toegang tot de rechter wordt geschonden | d'accès à un tribunal se trouve atteint lorsque sa réglementation |
indien een beperking niet langer de rechtszekerheid en de goede | cesse de servir les buts de sécurité juridique et de bonne |
rechtsbedeling dient, maar veeleer een barrière vormt die de | administration de la justice et constitue une sorte de barrière qui |
rechtsonderhorige verhindert zijn rechten door de bevoegde rechter te | empêche le justiciable de voir son litige tranché au fond par la |
laten beoordelen (EHRM, 27 juli 2007, Efstathiou e.a. t. Griekenland, | juridiction compétente (CEDH, 27 juillet 2007, Efstathiou e.a. c. |
§ 24; 24 februari 2009, L'Erablière ASBL t. België, § 35). De aard van | Grèce, § 24; 24 février 2009, L'Erablière ASBL c. Belgique, § 35). La |
een verjaringstermijn of de manier waarop hij wordt toegepast, zijn in | nature ou les modalités d'application d'un délai de prescription sont |
strijd met het recht op toegang tot de rechter indien zij de | contraires au droit d'accès au juge si elles empêchent le justiciable |
rechtsonderhorige verhinderen een rechtsmiddel aan te wenden dat in | de faire usage d'un recours qui lui est en principe disponible (CEDH, |
beginsel beschikbaar is (EHRM, 12 januari 2006, Mizzi t. Malta, § 89; | 12 janvier 2006, Mizzi c. Malte, § 89; 7 juillet 2009, Stagno c. |
7 juli 2009, Stagno t. België), indien de haalbaarheid ervan | |
afhankelijk is van omstandigheden buiten de wil van de verzoeker | Belgique), si le respect de ce délai est tributaire de circonstances |
(EHRM, 22 juli 2010, Melis t. Griekenland, § 28) of indien zij als | échappant au pouvoir du requérant (CEDH, 22 juillet 2010, Melis c. |
gevolg hebben dat elke vordering bij voorbaat tot mislukken is gedoemd | Grèce, § 28) ou si elles ont pour effet que toute action sera a priori |
(EHRM, 11 maart 2014, Howald Moor e.a. t. Zwitserland). | vouée à l'échec (CEDH, 11 mars 2014, Howald Moor e.a. c. Suisse). |
B.6. Aangezien de verjaring van vorderingen tot schadevergoeding uit | B.6. Etant donné que la prescription d'actions en réparation fondées |
inbreuken op de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de | sur des infractions aux articles 101 et 102 du Traité sur le |
werking van de Europese Unie ten tijde van de procedures in het | fonctionnement de l'Union européenne ne faisait pas l'objet d'une |
geschil voor de verwijzende rechter niet het voorwerp van regelgeving | réglementation par l'Union européenne à l'époque des procédures en |
van de Europese Unie uitmaakte, staat het aan elke lidstaat | cause devant le juge a quo, il appartient à chaque Etat membre de |
procedureregels voor dergelijke beroepen te bepalen, mits de betrokken | fixer les modalités procédurales de ces recours, pour autant que les |
regelingen niet ongunstiger zijn dan de bepalingen die ter zake gelden | dispositions concernées ne soient pas moins favorables que celles |
voor schadevorderingen wegens schending van de nationale | relatives aux recours en indemnité fondées sur une violation des |
mededingingsregels en die nationale bepalingen de uitoefening van het | règles nationales de concurrence et que lesdites dispositions |
recht om vergoeding te vorderen van schade uit een | nationales ne rendent pas pratiquement impossible ou excessivement |
mededingingsinbreuk, in de praktijk niet onmogelijk of uiterst | difficile l'exercice du droit de demander réparation du dommage causé |
moeilijk maken (HvJ, 13 juli 2006, Manfredi, C-295/04 tot 298/04, punt | par une infraction en matière de concurrence (CJUE, 13 juillet 2006, |
72). | Manfredi, C-295/04 à 298/04, point 72). |
B.7. In mededingingszaken bestaan er twee parallelle procedures. | B.7. Dans le contentieux de la concurrence, il existe deux procédures |
Enerzijds, is er de administratiefrechtelijke handhaving van de | parallèles. D'une part, la répression administrative des infractions |
mededingingsregels, gericht op de bestraffing van inbreuken met het | aux règles de la concurrence, qui vise à sanctionner les infractions |
oog op het algemeen belang, en, anderzijds, is er de handhaving van de | en vue de préserver l'intérêt général et, d'autre part, le recours aux |
mededingingsregels volgens de regels van het burgerlijk recht, gericht | règles du droit civil qui visent à réparer le préjudice causé par des |
op de vergoeding van schade uit inbreuken op de mededingingsregels. | infractions aux règles de la concurrence. |
De administratiefrechtelijke handhaving van de mededingingsregels werd | La répression administrative des infractions aux règles de la |
door de opeenvolgende wetten tot bescherming van de economische | concurrence a été attribuée par les lois successives sur la protection |
mededinging (respectievelijk de wet van 5 augustus 1991 tot | de la concurrence économique (respectivement, la loi du 5 août 1991 |
bescherming van de economische mededinging, de wet tot bescherming van | sur la protection de la concurrence économique, la loi sur la |
de economische mededinging zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 en de | protection de la concurrence économique, coordonnée le 1er juillet |
wet tot bescherming van de economische mededinging zoals gecoördineerd | 1999, et la loi sur la protection de la concurrence économique, |
op 15 september 2006, hierna respectievelijk WBEM 1991, WBEM 1999 en | coordonnée le 15 septembre 2006, ci-après respectivement : LPCE 1991, |
WBEM 2006) toegewezen aan de Raad voor de Mededinging, die een | LPCE 1999 et LPCE 2006) au Conseil de la concurrence, qui est une |
administratief rechtscollege is (artikel 16 van de WBEM 1991; artikel | juridiction administrative (article 16 de la LPCE 1991; article 16 de |
16 van de WBEM 1999; artikel 11 van de WBEM 2006). De | la LPCE 1999; article 11 de la LPCE 2006). L'action civile, qui vise à |
burgerrechtelijke handhaving met het oog op het verkrijgen van een | obtenir la réparation du dommage consécutif à une infraction en |
vergoeding voor de schade die het gevolg is van een | |
mededingingsinbreuk op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk | matière de concurrence sur la base de l'article 1382 du Code civil, |
Wetboek, behoort tot de algemene bevoegdheid van de hoven en | relève de la compétence générale des cours et tribunaux. |
rechtbanken. B.8. Het bestaan van een mededingingsinbreuk kan zowel door de | B.8. L'existence d'une infraction en matière de concurrence peut être |
burgerlijke rechter als door de mededingingsrechter worden | constatée aussi bien par le juge civil que par le juge chargé des |
vastgesteld. | litiges en matière de concurrence. |
B.9. Het bestaan van die mededingingsinbreuk is wezenlijk voor het | B.9. L'existence de cette infraction en matière de concurrence est |
vaststellen van een fout bedoeld in artikel 1382 van het Burgerlijk | essentielle pour établir une faute au sens de l'article 1382 du Code |
Wetboek. Uit artikel 870 van het Gerechtelijk Wetboek en artikel 1315 | civil. Il résulte de l'article 870 du Code judiciaire et de l'article |
1315 du Code civil que la personne lésée doit prouver l'existence | |
van het Burgerlijk Wetboek volgt dat de benadeelde het bestaan van een | d'une pratique de concurrence illicite. Toutefois, ce caractère |
ongeoorloofde mededingingspraktijk moet bewijzen. Niettemin wordt dat | illicite est le plus souvent déterminé par une analyse factuelle et |
ongeoorloofde karakter meestal bepaald door een complexe feitelijke en | économique complexe sur la base d'éléments de preuve qui ne sont |
economische analyse, aan de hand van bewijsmateriaal dat vaak niet | généralement pas accessibles au public. Par conséquent, la personne |
publiek toegankelijk is. De bewijslast voor de benadeelde in de | lésée doit supporter dans la procédure civile une charge de la preuve |
burgerlijke procedure is daardoor zeer zwaar. | extrêmement lourde. |
In de administratiefrechtelijke handhavingsprocedure rust de | Dans la procédure de répression administrative, la charge de la preuve |
bewijslast met betrekking tot het bestaan van een mededingingsinbreuk | relative à l'existence d'une infraction en matière de concurrence |
op een publieke instantie (artikel 14 van de WBEM 1991; artikel 14, § | incombe à une instance publique (article 14 de la LPCE 1991, article |
1, van de WBEM 1999; artikel 34 van de WBEM 2006) die daartoe over | 14, § 1er, de la LPCE 1999 et article 34 de la LPCE 2006), qui |
verregaande onderzoeksbevoegdheden beschikt zoals de mogelijkheid van | dispose, à cette fin, de pouvoirs d'investigations étendus, comme la |
huiszoeking (artikel 23, §§ 2 tot 5, van de WBEM 1991; artikel 23, §§ | possibilité de procéder à des perquisitions (article 23, §§ 2 à 5, de |
2 tot 5, van de WBEM 1999; artikel 44, §§ 2 tot 5, van de WBEM 2006). | la LPCE 1991; article 23, §§ 2 à 5, de la LPCE 1999; article 44, §§ 2 |
à 5, de la LPCE 2006). | |
B.10. Teneinde de eenheid te bewaken in de toepassing van het | B.10. Afin de garantir l'application uniforme du droit de la |
mededingingsrecht, heeft de wetgever in de artikelen 42 van de WBEM | concurrence, le législateur a prévu aux articles 42 de la LPCE 1991 et |
1991 en 42bis van de WBEM 1999 bepaald dat de rechter bij wie een | 42bis de la LPCE 1999 que le juge saisi d'un litige dont la solution |
geschil aanhangig is gemaakt waarvan de oplossing afhankelijk is van | dépend de l'existence ou non d'une pratique de concurrence illicite, |
het al dan niet bestaan van een ongeoorloofde mededingingspraktijk, | par exemple dans le cadre d'une action en réparation du dommage, peut |
bijvoorbeeld in het kader van een vordering tot vergoeding van de | surseoir à l'examen de l'affaire et poser une question préjudicielle à |
schade, de behandeling van het geschil kan uitstellen en een | la Cour d'appel de Bruxelles, qui statue également en degré d'appel |
prejudiciële vraag kan stellen aan het Hof van Beroep te Brussel, dat | |
tevens in hoger beroep oordeelt over de administratiefrechtelijke | sur la répression administrative des infractions en matière de |
handhaving van de mededinging en dus ook over het al dan niet | concurrence et donc aussi sur le caractère licite ou non de la |
geoorloofde karakter van de mededingingspraktijk. Sedert artikel 73, § | pratique de concurrence. Depuis l'article 73, § 1er, de la LPCE 2006, |
1, van de WBEM 2006 kon de prejudiciële vraag enkel betrekking hebben | la question préjudicielle ne pouvait porter que sur l'interprétation |
op de interpretatie van de bepalingen van de WBEM 2006 en diende ze | des dispositions de la LPCE 2006 et devait être posée à la Cour de |
aan het Hof van Cassatie te worden gesteld. | cassation. |
In de WBEM 1991 was die procedure echter geen verplichting voor het | Dans la LPCE 1991, cette procédure n'était cependant pas une |
rechtscollege dat werd geconfronteerd met een vraag over het al dan | obligation pour la juridiction confrontée à une question sur le |
niet geoorloofde karakter, wat risico's op tegenstrijdige uitspraken | caractère licite ou non, ce qui créait un risque de décisions |
met zich meebracht. Krachtens de WBEM 1999 was er in beginsel een | contradictoires. La LPCE 1999 prévoyait en principe l'obligation de |
verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen, maar beschikte | poser des questions préjudicielles, mais la Cour d'appel de Bruxelles |
het Hof van Beroep te Brussel niet over de mogelijkheid om een | n'était pas habilitée à demander aux services spécialisés de |
onderzoek naar de praktijken door de gespecialiseerde diensten van de | l'autorité de la concurrence de mener une enquête en ce qui concerne |
mededingingsautoriteit te vragen (Parl. St., Senaat, 1998-1999, nr. | les pratiques de concurrence (Doc. parl., Sénat, 1998-1999, n° |
1-614/8, p. 300). Krachtens de WBEM 2006 was een prejudiciële vraag | 1-614/8, p. 300). En application de la LCPE 2006, une question |
beperkt tot interpretatievragen. | préjudicielle était limitée aux questions d'interprétation. |
B.11. Het instellen van de administratiefrechtelijke | B.11. L'engagement de la procédure de répression administrative |
handhavingsprocedure verhindert niet dat de verjaring tegen de | n'empêche ni l'écoulement du délai de prescription au détriment de la |
benadeelde van een mededingingsinbreuk loopt, noch dat de burgerlijke | personne lésée, ni la poursuite par le juge civil de l'examen d'une |
rechter de behandeling van een vordering tot vergoeding van de schade | action en réparation du dommage découlant d'une infraction aux règles |
uit een inbreuk op de mededingingsregels voortzet zonder de | de la concurrence, sans devoir attendre une décision définitive du |
definitieve uitspraak van de bevoegde rechter voor de | juge compétent pour la répression administrative. |
administratiefrechtelijke handhavingsprocedure te moeten afwachten. | |
B.12. Doordat de verjaringstermijn voor het instellen van een | B.12. Comme le délai de prescription fixé pour intenter une action en |
vordering tot vergoeding van de schade uit een mededingingsinbreuk | réparation du préjudice résultant d'une infraction en matière de |
onverminderd loopt indien die inbreuk het voorwerp uitmaakt van een | concurrence continue de courir, nonobstant le fait que celle-ci fasse |
administratiefrechtelijke handhavingsprocedure, wordt de benadeelde | l'objet d'une procédure de répression administrative, la personne |
gedwongen reeds op voorlopige titel een burgerlijke procedure op te | lésée est obligée d'introduire immédiatement une procédure civile à |
starten, hoewel er nog geen duidelijkheid bestaat over het al dan niet | titre conservatoire, alors qu'il n'existe encore aucune certitude |
geoorloofde karakter van de mededingingspraktijk. De benadeelde kan | concernant le caractère licite ou non de la pratique de concurrence. |
La personne lésée ne peut donc attendre le jugement définitif dans la | |
dus het definitieve oordeel over het bestaan van de inbreuk in de | procédure administrative et utiliser celui-ci comme preuve de la |
administratiefrechtelijke handhavingsprocedure niet afwachten en als | faute, ce qui complique sérieusement l'établissement par le juge civil |
bewijs van de fout gebruiken, hetgeen de vaststelling van zijn recht | de son droit à la réparation du dommage. |
op vergoeding van schade door de burgerlijke rechter ernstig bemoeilijkt. | Par ailleurs, le législateur de l'Union européenne estime également, |
Volgens de richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad | selon la directive 2014/104/UE du Parlement européen et du Conseil du |
van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor | 26 novembre 2014 relative à certaines règles régissant les actions en |
schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de | |
bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de | dommages et intérêts en droit national pour les infractions aux |
Europese Unie is de Uniewetgever overigens ook van oordeel dat de | dispositions du droit de la concurrence des Etats membres et de |
benadeelde van een inbreuk op de mededingingsregels niet mag worden | l'Union européenne, que la personne lésée par une infraction aux |
belemmerd in zijn recht op vergoeding doordat de verjaringstermijn | règles de la concurrence ne peut voir son droit à réparation entravé |
voor het instellen van vorderingen tot vergoeding van de schade uit | par le fait que le délai de prescription pour intenter des actions en |
die inbreuk kan verstrijken voordat de administratiefrechtelijke | dommages et intérêts découlant de cette infraction puisse expirer |
handhaving van de mededingingsregels is beëindigd met een definitieve | avant qu'une décision définitive ait mis un terme à la répression de |
uitspraak. | celle-ci. |
B.13. Bovendien loopt de benadeelde die op bewarende titel een | B.13. En outre, la personne lésée qui introduit une procédure civile à |
burgerlijke procedure opstart, het risico te worden veroordeeld tot | titre conservatoire risque de se voir condamnée à payer des frais de |
het betalen van procesvergoedingen, zoals de rechtsplegingsvergoeding. | justice, tels que l'indemnité de procédure. |
B.14. Uit hetgeen is vermeld in B.9 tot B.13 vloeit voort dat artikel | B.14. Compte tenu de ce qui est dit en B.9 à B.13, l'article 2262bis, |
2262bis, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, door de | § 1er, alinéa 2, du Code civil, en obligeant la personne lésée par une |
benadeelde van een mededingingsinbreuk te verplichten om binnen de | infraction en matière de concurrence à intenter devant le juge civil |
verjaringstermijn waarin die bepaling voorziet een rechtsvordering bij | une action en dommages et intérêts résultant d'infractions en matière |
de burgerlijke rechter in te stellen voor de vergoeding van schade uit | de concurrence avant l'expiration du délai de prescription prévu par |
een mededingingsinbreuk, terwijl de administratiefrechtelijke | cette disposition, alors que la procédure de répression administrative |
handhavingsprocedure nog niet definitief is beëindigd, op onevenredige | n'est pas encore définitivement terminée, porte une atteinte |
wijze inbreuk maakt op de rechten van de benadeelde. | disproportionnée aux droits de la personne lésée. |
B.15. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. | B.15. La question préjudicielle appelle une réponse affirmative. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 2262bis, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek schendt | L'article 2262bis, § 1er, alinéa 2, du Code civil viole les articles |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre de burgerlijke | 10 et 11 de la Constitution, en ce que l'action civile en réparation |
rechtsvordering tot vergoeding van de schade die uit een | du préjudice résultant d'une infraction en matière de concurrence peut |
mededingingsinbreuk voortvloeit, kan verjaren vooraleer een in kracht | se prescrire avant qu'une décision passée en force de chose jugée ait |
van gewijsde gegane uitspraak het bestaan van een mededingingsinbreuk vaststelt. | constaté l'existence d'une infraction en matière de concurrence. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Ainsi rendu en langue néerlandaise et en langue française, |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
op 10 maart 2016. | la Cour constitutionnelle, le 10 mars 2016. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De wnd. voorzitter, | Le président f.f., |
A. Alen | A. Alen |