← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 170/2015 van 26 november 2015 Rolnummer : 6107 In zake :
de prejudiciële vraag betreffende artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals van kracht vóór de
wijziging ervan bij de wet van 21 februari 2010, gesteld Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 170/2015 van 26 november 2015 Rolnummer : 6107 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals van kracht vóór de wijziging ervan bij de wet van 21 februari 2010, gesteld Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters (...) | Extrait de l'arrêt n° 170/2015 du 26 novembre 2015 Numéro du rôle : 6107 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 1022 du Code judiciaire, tel qu'il était en vigueur avant sa modification par la loi du 21 février 2010, posée La Cour constitutionnelle, composée des présidents J. Spreutels et A. Alen, et des juges E. De G(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 170/2015 van 26 november 2015 | Extrait de l'arrêt n° 170/2015 du 26 novembre 2015 |
Rolnummer : 6107 | Numéro du rôle : 6107 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1022 van het | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 1022 du Code |
Gerechtelijk Wetboek, zoals van kracht vóór de wijziging ervan bij de | judiciaire, tel qu'il était en vigueur avant sa modification par la |
wet van 21 februari 2010, gesteld door het Hof van Beroep te Bergen. | loi du 21 février 2010, posée par la Cour d'appel de Mons. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de | composée des présidents J. Spreutels et A. Alen, et des juges E. De |
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. | Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. |
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en T. Giet, bijgestaan door de | Merckx-Van Goey, P. Nihoul et T. Giet, assistée du greffier P.-Y. |
griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. | Dutilleux, présidée par le président J. Spreutels, |
Spreutels, wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij arrest van 24 november 2014 in zake de procureur-generaal bij het | Par arrêt du 24 novembre 2014 en cause du procureur général près la |
Hof van Beroep te Luik tegen E.H., waarvan de expeditie ter griffie | Cour d'appel de Liège contre E.H., dont l'expédition est parvenue au |
van het Hof is ingekomen op 2 december 2014, heeft het Hof van Beroep | greffe de la Cour le 2 décembre 2014, la Cour d'appel de Mons a posé |
te Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld : | la question préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals het van | « L'article 1022 du Code judiciaire tel qu'il est en vigueur avant sa |
kracht is vóór de wijziging ervan bij de wet van 21 februari 2010, de | modification par la loi du 21 février 2010 viole-t-il les articles 10 |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre een | et 11 de la Constitution en ce qu'une indemnité de procédure peut être |
rechtsplegingsvergoeding ten laste kan worden gelegd van het openbaar | mise à charge du ministère public lorsque celui-ci succombe dans son |
ministerie wanneer het in het ongelijk wordt gesteld in zijn | action disciplinaire dirigée contre un huissier de justice en |
tuchtvordering gericht tegen een gerechtsdeurwaarder met toepassing | |
van het Gerechtelijk Wetboek, artikel 545 (artikel 532 vóór de wet van | application du Code judiciaire article 545 (article 532 avant la loi |
7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de | du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice) alors |
gerechtsdeurwaarders), terwijl op grond van artikel 162bis van het | qu'aucune indemnité de procédure ne peut être réclamée à l'Etat belge |
Wetboek van strafvordering geen enkele rechtsplegingsvergoeding kan | |
worden gevorderd van de Belgische Staat wanneer het openbaar | sur la base de l'article 162bis du Code d'instruction criminelle |
ministerie een strafvordering instelt die eindigt met een | lorsque le ministère public intente une action publique se soldant par |
buitenvervolgingstelling of een vrijspraak ? ». | un non-lieu ou un acquittement ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1.1. Artikel 1017, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt | B.1.1. L'article 1017, alinéa 1er, du Code judiciaire dispose : |
: « Tenzij bijzondere wetten anders bepalen, verwijst ieder eindvonnis, | « Tout jugement définitif prononce, même d'office, la condamnation aux |
zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten, | dépens contre la partie qui a succombé, à moins que des lois |
onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel | particulières n'en disposent autrement et sans préjudice de l'accord |
bekrachtigt ». | des parties que, le cas échéant, le jugement décrète ». |
Artikel 1018 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : | L'article 1018 du Code judiciaire dispose : |
« De kosten omvatten : | « Les dépens comprennent : |
1° de diverse, griffie- en registratierechten, alsook de zegelrechten | 1° les droits divers, de greffe et d'enregistrement, ainsi que les |
die voor de afschaffing van het Wetboek der zegelrechten zijn betaald; | droits de timbre qui ont été payés avant l'abrogation du Code des droits de timbre; |
2° de prijs en de emolumenten en lonen van de gerechtelijke akten; | 2° le coût et les émoluments et salaires des actes judiciaires; |
3° de prijs van de uitgifte van het vonnis; | 3° le coût de l'expédition du jugement; |
4° de uitgaven betreffende alle onderzoeksmaatregelen, onder meer het | 4° les frais de toutes mesures d'instruction, notamment la taxe des |
getuigen- en deskundigengeld; | témoins et des experts; |
5° de reis- en verblijfkosten van de magistraten, de griffiers en van | 5° les frais de déplacement et de séjour des magistrats, des greffiers |
de partijen, wanneer hun reis door de rechter bevolen is, en de kosten | et des parties, lorsque leur déplacement a été ordonné par le juge, et |
van de akten, wanneer deze uitsluitend met het oog op het geding | les frais d'actes, lorsqu'ils ont été faits dans la seule vue du |
opgemaakt zijn; | procès; |
6° de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022; | 6° l'indemnité de procédure visée à l'article 1022; |
7° het ereloon, de emolumenten en de kosten van de bemiddelaar die | 7° les honoraires, les émoluments et les frais du médiateur désigné |
aangewezen is overeenkomstig artikel 1734. | conformément à l'article 1734. |
De bedragen die als basis dienen voor de berekening van de in het | La conversion en euros des sommes servant de base de calcul des dépens |
eerste lid bedoelde kosten worden omgerekend in euro de dag dat het | visés à l'alinéa 1er s'opère le jour où est prononcé le jugement ou |
vonnis of het arrest dat in de kosten verwijst, wordt uitgesproken ». | l'arrêt de condamnation aux dépens ». |
Artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : | L'article 1022 du Code judiciaire dispose : |
« De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de | « L'indemnité de procédure est une intervention forfaitaire dans les |
kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. | frais et honoraires d'avocat de la partie ayant obtenu gain de cause. |
Na het advies te hebben ingewonnen van de Orde van Vlaamse Balies en | |
van de Ordre des barreaux francophones et germanophone, stelt de | Après avoir pris l'avis de l'Ordre des barreaux francophones et |
Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de | |
basis-, minimum- en maximumbedragen vast van de | germanophone et de l'Orde van Vlaamse Balies, le Roi établit par |
rechtsplegingsvergoeding, onder meer in functie van de aard van de | arrêté délibéré en Conseil des ministres, les montants de base, minima |
zaak en van de belangrijkheid van het geschil. | et maxima de l'indemnité de procédure, en fonction notamment de la |
Op verzoek van een van de partijen, dat in voorkomend geval wordt | nature de l'affaire et de l'importance du litige. |
gedaan na ondervraging door de rechter, kan deze bij een met | A la demande d'une des parties, éventuellement formulée sur |
bijzondere redenen omklede beslissing ofwel de vergoeding verminderen, | interpellation par le juge, celui-ci peut, par décision spécialement |
ofwel die verhogen, zonder de door de Koning bepaalde maximum- en | motivée, soit réduire l'indemnité soit l'augmenter, sans pour autant |
minimumbedragen te overschrijden. Bij zijn beoordeling houdt de | dépasser les montants maxima et minima prévus par le Roi. Dans son |
rechter rekening met : | appréciation, le juge tient compte : |
- de financiële draagkracht van de verliezende partij, om het bedrag | - de la capacité financière de la partie succombante, pour diminuer le |
van de vergoeding te verminderen; | montant de l'indemnité; |
- de complexiteit van de zaak; | - de la complexité de l'affaire; |
- de contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het gelijk gestelde | - des indemnités contractuelles convenues pour la partie qui obtient |
partij; | gain de cause; |
- het kennelijk onredelijk karakter van de situatie. | - du caractère manifestement déraisonnable de la situation. |
Indien de in het ongelijk gestelde partij van de tweedelijns | Si la partie succombante bénéficie de l'aide juridique de deuxième |
juridische bijstand geniet, wordt de rechtsplegingsvergoeding vastgelegd op het door de Koning vastgestelde minimum, tenzij in geval van een kennelijk onredelijke situatie. De rechter motiveert in het bijzonder zijn beslissing op dat punt. Wanneer meerdere partijen de rechtsplegingsvergoeding ten laste van dezelfde in het ongelijk gestelde partij genieten, bedraagt het bedrag ervan maximum het dubbel van de maximale rechtsplegingsvergoeding waarop de begunstigde die gerechtigd is om de hoogste vergoeding te eisen aanspraak kan maken. Ze wordt door de rechter tussen de partijen verdeeld. Geen partij kan boven het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding worden aangesproken tot betaling van een vergoeding voor de | ligne, l'indemnité de procédure est fixée au minimum établi par le Roi, sauf en cas de situation manifestement déraisonnable. Le juge motive spécialement sa décision sur ce point. Lorsque plusieurs parties bénéficient de l'indemnité de procédure à charge d'une même partie succombante, son montant est au maximum le double de l'indemnité de procédure maximale à laquelle peut prétendre le bénéficiaire qui est fondé à réclamer l'indemnité la plus élevée. Elle est répartie entre les parties par le juge. Aucune partie ne peut être tenue au paiement d'une indemnité pour l'intervention de l'avocat d'une autre partie au-delà du montant de |
tussenkomst van de advocaat van een andere partij ». | l'indemnité de procédure ». |
B.1.2. Artikel 2 van de wet van 21 februari 2010 « tot wijziging van | B.1.2. L'article 2 de la loi du 21 février 2010 « modifiant les |
de artikelen 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en 162bis van het | articles 1022 du Code judiciaire et 162bis du Code d'Instruction |
Wetboek van strafvordering » heeft een lid ingevoegd in artikel 1022 | criminelle » a inséré un alinéa dans l'article 1022 du Code judiciaire |
van het Gerechtelijk Wetboek krachtens hetwelk geen enkele | |
rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is ten laste van de Staat | en vertu duquel aucune indemnité de procédure n'est due à charge de |
wanneer het openbaar ministerie bij wege van een rechtsvordering in | l'Etat lorsque le ministère public intervient par voie d'action dans |
burgerlijke procedures tussenkomt overeenkomstig artikel 138bis, § 1, | les procédures civiles, conformément à l'article 138bis, § 1er, du |
van hetzelfde Wetboek, of wanneer het arbeidsauditoraat een | |
rechtsvordering instelt voor de arbeidsgerechten overeenkomstig | même Code, ou lorsque l'auditorat du travail intente une action devant |
artikel 138bis, § 2, van hetzelfde Wetboek. | les juridictions du travail, conformément à l'article 138bis, § 2, du même Code. |
Artikel 17 van de wet van 25 april 2014 « ter verbetering van | L'article 17 de la loi du 25 avril 2014 « visant à corriger plusieurs |
verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in | |
artikel 78 van de Grondwet » heeft datzelfde lid aangevuld door erin | lois réglant une matière visée à l'article 78 de la Constitution » a |
te voorzien dat geen enkele rechtsplegingsvergoeding ten laste van de | complété ledit alinéa en prévoyant qu'aucune indemnité de procédure |
n'est due à charge de l'Etat lorsqu'une personne morale de droit | |
Staat verschuldigd is wanneer een publiekrechtelijk rechtspersoon in | public agit dans l'intérêt général en tant que partie dans une procédure. |
het algemeen belang als partij optreedt in een geding. | Ces deux lois ne sont pas encore entrées en vigueur et plusieurs |
Die twee wetten zijn nog niet in werking getreden en tegen artikel 17 | recours en annulation ont été introduits contre l'article 17 de la loi |
van de wet van 25 april 2014 zijn verschillende beroepen tot | du 25 avril 2014. |
vernietiging ingesteld. | |
B.2.1. De verwijzende rechter vraagt aan het Hof of artikel 1022 van | B.2.1. Le juge a quo demande à la Cour si l'article 1022 du Code |
het Gerechtelijk Wetboek bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van | judiciaire est compatible avec les articles 10 et 11 de la |
de Grondwet, in zoverre een rechtsplegingsvergoeding ten laste kan | Constitution en ce qu'une indemnité de procédure peut être mise à |
worden gelegd van het openbaar ministerie wanneer het in het ongelijk | charge du ministère public lorsque celui-ci succombe dans son action |
wordt gesteld in zijn tuchtvordering gericht tegen een | disciplinaire contre un huissier de justice, en application de |
gerechtsdeurwaarder met toepassing van artikel 545 van het | l'article 545 du Code judiciaire, alors qu'aucune indemnité de |
Gerechtelijk Wetboek, terwijl op grond van artikel 162bis van het | procédure ne peut être réclamée à l'Etat sur la base de l'article |
Wetboek van strafvordering geen enkele rechtsplegingsvergoeding kan | 162bis du Code d'instruction criminelle lorsque le ministère public |
worden gevorderd van de Staat wanneer het openbaar ministerie een | intente une action publique se soldant par un non-lieu ou un |
strafvordering instelt die eindigt met een buitenvervolgingstelling of | |
een vrijspraak. | acquittement. |
B.2.2. Artikel 532 van het Gerechtelijk Wetboek, vóór de vervanging | B.2.2. L'article 532 du Code judiciaire, avant son remplacement par la |
ervan bij de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van | loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice, |
de gerechtsdeurwaarders, zoals het van toepassing is op het geschil voor de verwijzende rechter, bepaalde : | tel qu'il est applicable au litige devant le juge a quo, disposait : |
« Schorsing, afzetting en veroordeling tot geldboeten worden tegen de | « Toutes suspensions, destitutions et condamnations d'amendes sont |
gerechtsdeurwaarders uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg | prononcées contre les huissiers de justice par le tribunal de première |
van hun standplaats, ten verzoeke van de procureur des Konings. | instance de leur résidence, à la diligence du procureur du Roi. |
De duur van de straf van de schorsing mag niet meer dan een jaar bedragen. | La durée de la peine de la suspension ne peut excéder un an. |
Tegen deze vonnissen staat hoger beroep open ». | Ces jugements sont susceptibles d'appel ». |
B.2.3. Artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, vóór de | B.2.3. L'article 162bis du Code d'instruction criminelle, avant sa |
wijziging ervan bij de wet van 21 februari 2010, bepaalde : | modification par la loi du 21 février 2010, disposait : |
« Ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en tegen | « Tout jugement de condamnation rendu contre le prévenu et les |
de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, | personnes civilement responsables de l'infraction les condamnera |
veroordeelt hen tot het betalen aan de burgerlijke partij van de | envers la partie civile à l'indemnité de procédure visée à l'article |
rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek. | 1022 du Code judiciaire. |
De burgerlijke partij die rechtstreeks heeft gedagvaard en die in het | La partie civile qui aura lancé une citation directe et qui succombera |
ongelijk wordt gesteld, zal veroordeeld worden tot het aan de | |
beklaagde betalen van de vergoeding bedoeld in artikel 1022 van het | sera condamnée envers le prévenu à l'indemnité visée à l'article 1022 |
Gerechtelijk Wetboek. De vergoeding wordt bepaald door het vonnis ». | du Code judiciaire. L'indemnité sera liquidée par le jugement ». |
B.3.1. Het bij de voormelde bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek | B.3.1. Le principe établi par les dispositions précitées du Code |
gevestigde beginsel luidt dat iedere partij die in het ongelijk wordt | judiciaire est que toute partie qui succombe est tenue au paiement de |
gesteld, gehouden is tot de betaling van de rechtsplegingsvergoeding, | l'indemnité de procédure, laquelle est une intervention forfaitaire |
die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en erelonen van de | dans les frais et honoraires d'avocat de la partie ayant obtenu gain |
advocaat van de partij die in het gelijk is gesteld. | de cause. |
B.3.2. Met de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat wilde de wetgever een einde maken aan de rechtsonzekerheid die voortvloeide uit een sterk uiteenlopende rechtspraak ter zake (Parl. St., Senaat, 2006-2007, nr. 3-1686/5, p. 14). Hij wilde overigens voorkomen dat een nieuw proces moest worden ingesteld teneinde het herstel te verkrijgen van de schade die bestaat in de door de winnende partij gemaakte kosten en erelonen van een advocaat. De wetgever beoogde ten slotte een einde te maken aan het verschil in behandeling ten aanzien van het financiële risico van het proces tussen de partijen bij een burgerlijk proces, waarbij elk van hen in beginsel de verdediging van haar persoonlijke belangen nastreeft. Meer bepaald strekte de keuze van de wetgever om de verhaalbaarheid te verankeren in het burgerlijk procedurerecht en om van de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire deelname in de kosten en | B.3.2. Par la loi du 21 avril 2007 relative à la répétibilité des honoraires et des frais d'avocat, le législateur entendait mettre fin à l'insécurité juridique qui résultait d'une jurisprudence très disparate en la matière (Doc. parl., Sénat, 2006-2007, n° 3-1686/5, p. 14). Il voulait, par ailleurs, éviter qu'un nouveau procès doive être intenté afin d'obtenir la réparation du dommage consistant dans les frais et honoraires d'avocat consentis par la partie gagnante. Enfin, le législateur entendait supprimer la différence de traitement, concernant le risque financier du procès, entre les parties à un procès civil, chacune d'elles poursuivant, en principe, la défense de ses intérêts personnels. Plus particulièrement, le choix du législateur d'ancrer la répétibilité dans le droit procédural civil et |
erelonen van de advocaat van de winnende partij ten laste van de in | de faire de l'indemnité de procédure une participation forfaitaire |
het ongelijk gestelde partij te maken, ertoe alle partijen bij een | dans les frais et honoraires de l'avocat de la partie gagnante, à |
burgerlijk proces op gelijke wijze te behandelen door het financiële | charge de la partie succombante, visait à traiter de manière identique |
risico gelijkelijk onder hen te verdelen. Een dergelijk doel is in | toutes les parties à un procès civil, en répartissant également entre |
overeenstemming met het beginsel van de gelijke toegang tot het | elles le risque financier. Un tel objectif est conforme au principe |
gerecht, zoals gewaarborgd bij artikel 6.1 van het Europees Verdrag | d'égalité d'accès à la justice, tel qu'il est garanti par l'article |
voor de rechten van de mens. | 6.1 de la Convention européenne des droits de l'homme. |
B.3.3. Dezelfde wet van 21 april 2007 heeft evenwel elke | B.3.3. La même loi du 21 avril 2007 a cependant exclu toute |
verhaalbaarheid van de kosten en erelonen van advocaten in de | |
betrekkingen tussen de beklaagde en het openbaar ministerie | répétibilité des frais et honoraires d'avocat dans les relations entre |
uitgesloten. De artikelen 128, 162bis, 194 en 211 van het Wetboek van | le prévenu et le ministère public. Les articles 128, 162bis, 194 et |
strafvordering breiden het beginsel van de verhaalbaarheid enkel voor | 211 du Code d'instruction criminelle n'étendent le principe de la |
de betrekkingen tussen de beklaagde en de burgerlijke partij uit tot | répétibilité aux affaires pénales qu'à l'égard des relations entre le |
de strafzaken. | prévenu et la partie civile. |
Bij zijn arrest nr. 182/2008 van 18 december 2008 betreffende de | Par son arrêt n° 182/2008 du 18 décembre 2008 concernant les recours |
beroepen tot vernietiging van de wet van 21 april 2007 heeft het Hof | en annulation de la loi du 21 avril 2007, la Cour a jugé que les |
geoordeeld dat de fundamentele verschillen tussen het openbaar | différences fondamentales entre le ministère public, lequel est |
ministerie, dat in het belang van de maatschappij belast is met het | chargé, dans l'intérêt de la société, de la recherche et de la |
onderzoek en de vervolging van misdrijven en de strafvordering | poursuite des infractions et exerce l'action publique, et la partie |
uitoefent, en de burgerlijke partij, die haar eigen belang nastreeft, | civile, qui poursuit son intérêt propre, pouvaient justifier la |
de niet-toepassing, ten laste van de Staat, van het systeem van de | non-application, à charge de l'Etat, du système d'indemnisation |
forfaitaire vergoeding waarin de wet van 21 april 2007 voorziet, | forfaitaire prévu par la loi du 21 avril 2007. |
konden verantwoorden. | |
Een dergelijke specifieke regeling is verantwoord rekening houdend | |
met, enerzijds, de bijzondere aard van het strafrechtelijk | Un tel régime spécifique se justifie compte tenu, d'une part, de la |
contentieux, dat tot doel heeft de misdrijven te vervolgen en te | nature particulière du contentieux pénal, qui a pour objet de |
bestraffen en dat niet ertoe strekt het bestaan of de schending van | poursuivre et de réprimer les infractions et qui ne vise ni à faire |
een subjectief recht te laten vaststellen, noch, in beginsel, | constater l'existence ou la violation d'un droit subjectif, ni à |
uitspraak te doen over de wettigheid van een handeling van een | statuer, en principe, sur la légalité d'un acte d'une autorité |
overheid en gelet op, anderzijds, de specifieke opdracht van het | publique, et eu égard, d'autre part, à la mission spécifique dévolue |
openbaar ministerie of het arbeidsauditoraat in strafzaken - die ermee | au ministère public ou à l'auditorat du travail en matière pénale - |
belast zijn de strafvordering uit naam van de maatschappij uit te | qui sont chargés d'exercer l'action publique au nom de la société. |
oefenen. Ten slotte zijn de functies van het openbaar ministerie en | Enfin, le ministère public et l'auditorat du travail qui, en matière |
van het arbeidsauditoraat dat, inzake het sociaal strafrecht, de | de droit pénal social, assume les fonctions du ministère public |
functies van het openbaar ministerie uitoefent (artikelen 145 en 152 | (articles 145 et 152 du Code judiciaire) ou qui exerce devant le |
van het Gerechtelijk Wetboek), of dat voor de arbeidsrechtbank de | tribunal du travail l'action prévue par l'article 138bis, § 2, du Code |
vordering instelt bepaald in artikel 138bis, § 2, van het Gerechtelijk | judiciaire, qui s'apparente à l'action publique exercée par le |
Wetboek die vergelijkbaar is met de strafvordering die het openbaar | ministère public devant les juridictions pénales puisqu'elle a pour |
ministerie instelt voor de strafgerechten vermits die tot doel heeft | objet de constater la commission d'une infraction, voient leurs |
het plegen van een misdrijf vast te stellen, verankerd in en is hun | fonctions consacrées et leur indépendance garantie par l'article 151, |
onafhankelijkheid gewaarborgd bij artikel 151, § 1, van de Grondwet. | § 1er, de la Constitution. |
B.4.1. Bij zijn arresten nrs. 68/2015, 69/2015 en 70/2015 van 21 mei 2015 heeft het Hof zijn rechtspraak met betrekking tot de verhaalbaarheid van de kosten en erelonen van advocaten in de geschillen voor de burgerlijke rechter tussen een overheid die in het algemeen belang optreedt en een particulier, in haar geheel heroverwogen. B.4.2. Het Hof herbevestigde voor de burgerlijke rechtscolleges het beginsel van de toepassing van de bepalingen met betrekking tot de rechtsplegingsvergoeding op alle partijen, ongeacht of het gaat om privépersonen dan wel om overheden die handelen in het algemeen belang. Aldus verliet het Hof de rechtspraak die het had gevestigd bij zijn | B.4.1. Par ses arrêts nos 68/2015, 69/2015 et 70/2015 du 21 mai 2015, la Cour a reconsidéré, dans son ensemble, sa jurisprudence relative à la répétibilité des frais et honoraires d'avocat dans les litiges portés devant le juge civil et opposant une autorité publique agissant dans l'intérêt général à un particulier. B.4.2. La Cour a réaffirmé pour les juridictions civiles le principe de l'application des dispositions relatives à l'indemnité de procédure à toutes les parties, qu'il s'agisse de personnes privées ou d'autorités publiques agissant dans l'intérêt général. La Cour se départit ainsi de la jurisprudence qu'elle avait établie |
arresten nrs. 135/2009 van 1 september 2009, 83/2011 van 18 mei 2011, | par ses arrêts nos 135/2009 du 1er septembre 2009, 83/2011 du 18 mai |
43/2012 van 8 maart 2012, 36/2013 van 7 maart 2013, 42/2013 van 21 | 2011, 43/2012 du 8 mars 2012, 36/2013 du 7 mars 2013, 42/2013 du 21 |
maart 2013, 57/2013 van 25 april 2013, 132/2013 van 26 september 2013 | mars 2013, 57/2013 du 25 avril 2013, 132/2013 du 26 septembre 2013 et |
en 54/2014 van 27 maart 2014. | 54/2014 du 27 mars 2014. |
B.4.3. Voor de betrekkingen tussen de beklaagde en het openbaar | B.4.3. En ce qui concerne les relations entre le prévenu et le |
ministerie herbevestigde het Hof daarentegen zijn arrest nr. 182/2008 | ministère public, la Cour a en revanche réaffirmé son arrêt n° |
van 18 december 2008, waarin het beroepen tot vernietiging tegen | 182/2008 du 18 décembre 2008, dans lequel elle a rejeté les recours en |
artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij | annulation de l'article 162bis du Code d'instruction criminelle, |
de wet van 21 april 2007, verwierp, om de redenen die in B.3.3 zijn | inséré par la loi du 21 avril 2007, pour les motifs indiqués en B.3.3. |
vermeld. Het Hof beperkte de uitsluiting van de verplichting voor de in het | La Cour a toutefois limité l'exclusion de l'obligation pour la partie |
ongelijk gestelde partij om een rechtsplegingsvergoeding te betalen | |
evenwel tot, enerzijds, de betrekkingen tussen de beklaagde en het | succombante de payer une indemnité de procédure aux relations entre le |
openbaar ministerie en, anderzijds, de vordering van het | prévenu et le ministère public, d'une part, et à l'action de |
arbeidsauditoraat voor de arbeidsrechtbank op grond van artikel | l'auditorat du travail du tribunal du travail intentée sur la base de |
138bis, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, aangezien die vordering | l'article 138bis, § 2, du Code judiciaire, d'autre part, étant donné |
vergelijkbaar is met de strafvordering, vermits zij tot doel heeft het | que cette action s'apparente à l'action publique, puisqu'elle a pour |
plegen van een misdrijf vast te stellen en niet louter een herstel van | objet de constater la commission d'une infraction et non d'obtenir |
burgerlijke aard te verkrijgen en zij bovendien de strafvordering doet | simplement une réparation de nature civile et qu'elle éteint de |
vervallen. | surcroît l'action publique. |
B.5. Zoals het Hof heeft geoordeeld bij zijn arrest nr. 182/2008 van | B.5. Ainsi que la Cour l'a jugé par son arrêt n° 182/2008 du 18 |
18 december 2008 en in herinnering heeft gebracht bij zijn arresten | décembre 2008, et comme elle l'a rappelé dans ses arrêts nos 68/2015, |
nrs. 68/2015, 69/2015 en 70/2015 van 21 mei 2015, brengt de toepassing | 69/2015 et 70/2015 du 21 mai 2015, l'application des dispositions |
van de bepalingen betreffende de rechtsplegingsvergoeding op alle | relatives à l'indemnité de procédure à toutes les parties à un litige |
partijen bij een geschil voor een burgerlijk rechtscollege geen | porté devant une juridiction civile n'entraîne pas d'effets |
onevenredige gevolgen met zich mee, aangezien de wetgever erover heeft | |
gewaakt de toegang tot het gerecht niet te belemmeren door te voorzien | disproportionnés, étant donné que le législateur a veillé à ne pas |
in een forfaitair systeem en door, binnen dat systeem, een zekere | entraver l'accès à la justice, en établissant un système forfaitaire |
beoordelingsbevoegdheid toe te kennen aan de rechter ten aanzien van | et en confiant, à l'intérieur de ce système, un certain pouvoir |
het uiteindelijke bedrag van de rechtsplegingsvergoeding waartoe de in | d'appréciation au juge quant au montant final de l'indemnité de |
het ongelijk gestelde partij kan worden veroordeeld. | procédure à laquelle la partie succombante peut être condamnée. |
De wederkerigheid bij de toepassing van de bepalingen met betrekking | Par ailleurs, la réciprocité dans l'application des dispositions |
tot de rechtsplegingsvergoeding bevordert overigens de wapengelijkheid | relatives à l'indemnité de procédure favorise l'égalité des armes |
tussen de partijen, aangezien dat systeem inhoudt dat zij beiden | entre les parties, dès lors que ce système implique qu'elles assument |
instaan voor het financiële risico van het proces. | toutes deux le risque financier du procès. |
B.6. Het financiële risico dat gepaard gaat met de mogelijke | B.6. Le risque financier qui accompagne la condamnation éventuelle au |
veroordeling tot het betalen van een forfaitaire | paiement d'une indemnité de procédure forfaitaire n'est au demeurant |
rechtsplegingsvergoeding is op zichzelf overigens niet van dien aard | pas, en tant que tel, de nature à menacer l'indépendance avec laquelle |
dat het de onafhankelijkheid bedreigt van de overheden wanneer zij - | les autorités publiques doivent assurer - en étant, le cas échéant, |
in voorkomend geval als partij bij een jurisdictionele procedure - de | partie à une procédure juridictionnelle - la mission d'intérêt général |
aan hen toevertrouwde opdracht van algemeen belang moeten verzekeren. | qui leur a été confiée. |
B.7. De tuchtvordering bedoeld in artikel 532 van het Gerechtelijk | B.7. L'action disciplinaire visée par l'article 532 du Code |
Wetboek, zoals het van toepassing was vóór de vervanging ervan bij de | judiciaire, tel qu'il était applicable avant son remplacement par la |
wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de | loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des huissiers de justice, a |
gerechtsdeurwaarders, werd ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Zij beoogde niet het vaststellen en bestraffen van strafbare feiten, maar het doen nagaan of een gerechtsdeurwaarder de deontologische regels heeft overtreden of afbreuk heeft gedaan aan de eer van het beroep en, in dat opzicht, het vertrouwen en het krediet die een rechtzoekende, die genoodzaakt is een beroep te doen op zijn dienstverlening, hem zou kunnen schenken, kon doen wankelen. De in B.3.3 vermelde redenen die verantwoorden dat de verhaalbaarheid van de kosten en de erelonen van de advocaten in de betrekkingen tussen de beklaagde en het openbaar ministerie wordt uitgesloten, ontbreken te dezen. B.8. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Om die redenen, het Hof zegt voor recht : | été intentée devant le tribunal de première instance. Elle ne vise pas à constater et à punir des faits sanctionnés pénalement, mais à vérifier si un huissier a enfreint les règles déontologiques ou a porté atteinte à l'honneur de sa profession et, à ce titre, a pu ébranler la confiance et le crédit que le justiciable, contraint à recourir à ses services, pourrait lui accorder. Les motifs mentionnés en B.3.3, justifiant d'exclure la répétibilité des frais et des honoraires des avocats dans les relations entre le prévenu et le ministère public, font défaut en l'espèce. B.8. La question préjudicielle appelle une réponse négative. Par ces motifs, la Cour dit pour droit : |
Artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek, vóór de inwerkingtreding | L'article 1022 du Code judiciaire, avant l'entrée en vigueur de la loi |
van de wet van 21 februari 2010 « tot wijziging van de artikelen 1022 | du 21 février 2010 « modifiant les articles 1022 du Code judiciaire et |
van het Gerechtelijk Wetboek en 162bis van het Wetboek van | 162bis du Code d'Instruction criminelle » et de la loi du 25 avril |
strafvordering » en van de wet van 25 april 2014 « ter verbetering van | 2014 « visant à corriger plusieurs lois réglant une matière visée à |
verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in | |
artikel 78 van de Grondwet », schendt de artikelen 10 en 11 van de | l'article 78 de la Constitution », ne viole pas les articles 10 et 11 |
Grondwet niet in zoverre een rechtsplegingsvergoeding ten laste kan | de la Constitution en ce qu'une indemnité de procédure peut être mise |
worden gelegd van het openbaar ministerie wanneer het in het ongelijk | à charge du ministère public lorsque celui-ci succombe dans son action |
wordt gesteld in zijn tuchtvordering gericht tegen een | disciplinaire dirigée contre un huissier de justice en application de |
gerechtsdeurwaarder met toepassing van artikel 532 van het | l'article 532 du Code judiciaire, tel qu'il s'appliquait avant son |
Gerechtelijk Wetboek, zoals het van toepassing was vóór de vervanging | |
ervan bij de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van | remplacement par la loi du 7 janvier 2014 modifiant le statut des |
de gerechtsdeurwaarders. | huissiers de justice. |
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel | Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
op 26 november 2015. | la Cour constitutionnelle, le 26 novembre 2015. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | Le président, |
J. Spreutels | J. Spreutels |