← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 118/2014 van 17 juli 2014 Rolnummer : 5892 In zake : de
prejudiciële vraag betreffende artikel 25, § 1, van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de
bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot he Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 118/2014 van 17 juli 2014 Rolnummer : 5892 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 25, § 1, van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot he Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...) | Extrait de l'arrêt n° 118/2014 du 17 juillet 2014 Numéro du rôle : 5892 En cause : la question préjudicielle concernant l'article 25, § 1 er , de la loi du 1 er juillet 2006 modifiant les dispositions du Code civil rel La Cour constitutionnelle, composée des présidents A. Alen et J. Spreutels, et des juges L. Lavr(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 118/2014 van 17 juli 2014 | Extrait de l'arrêt n° 118/2014 du 17 juillet 2014 |
Rolnummer : 5892 | Numéro du rôle : 5892 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 25, § 1, van de | En cause : la question préjudicielle concernant l'article 25, § 1er, |
wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk | de la loi du 1er juillet 2006 modifiant les dispositions du Code civil |
Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de | relatives à l'établissement de la filiation et aux effets de celle-ci, |
gevolgen ervan, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg | posée par le Tribunal de première instance de Flandre orientale, |
Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde. | division Termonde. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de | composée des présidents A. Alen et J. Spreutels, et des juges L. |
rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en F. | Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke et F. Daoût, |
Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | assistée du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président A. |
voorzitterschap van voorzitter A. Alen, | Alen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij vonnis van 10 april 2014 in zake J.B. tegen J. V.D., D.O. en Mr. | Par jugement du 10 avril 2014 en cause de J.B. contre J. V.D., D.O. et |
E. De Winter, in haar hoedanigheid van voogd ad hoc over T.O., waarvan | Me E. De Winter, en sa qualité de tuteur ad hoc de T.O., dont |
de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 22 april 2014, | l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 22 avril 2014, le |
heeft de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling | Tribunal de première instance de Flandre orientale, division Termonde, |
Dendermonde, de volgende prejudiciële vraag gesteld : | a posé la question préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 25 § 1 van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van | « L'article 25, § 1er, de la loi du 1er juillet 2006 modifiant les |
de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de | dispositions du Code civil relatives à l'établissement de la filiation |
vaststelling van de afstamming en de gevolgen ervan (B.S. 29 december | et aux effets de celle-ci (M.B. 29 décembre 2006) viole-t-il les |
2006) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat : | articles 10 et 11 de la Constitution : |
- het een ongelijkheid in het leven roept tussen de betwisting van de | - en ce qu'il crée une inégalité entre la contestation de la |
vaderlijke erkenning door de man die het vaderschap van het kind | reconnaissance paternelle par l'homme qui revendique la paternité de |
opeist en die onverwijld kennis heeft genomen van de erkenning van het | l'enfant et qui a immédiatement pris connaissance de la reconnaissance |
kind door een andere man en de betwisting van de erkenning door de man | de l'enfant par un autre homme et la contestation de la reconnaissance |
die het vaderschap van het kind opeist en die pas later kennis heeft | par l'homme qui revendique la paternité de l'enfant et qui n'a pu |
kunnen nemen van de erkenning van het kind door een andere man en zich | avoir connaissance de la reconnaissance de l'enfant par un autre homme |
op dat ogenblik in voorkomend geval reeds buiten de vervaltermijn van | qu'ultérieurement et qui, le cas échéant, se trouvait à ce moment déjà |
één jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe wet bevond; | en dehors du délai de forclusion d'un an après l'entrée en vigueur de |
- het een ongelijkheid in het leven roept tussen de betwisting van de | la nouvelle loi; - en ce qu'il crée une inégalité entre la contestation de la |
vaderlijke erkenning door de man die het vaderschap opeist van een | reconnaissance paternelle par l'homme qui revendique la paternité d'un |
kind geboren onder de oude afstammingswet en wiens vorderingsrecht | enfant né sous l'ancienne loi sur la filiation et dont le droit |
beperkt is tot één jaar na de inwerkingtreding van die wet, ongeacht | d'action est limité à un an après l'entrée en vigueur de cette loi, |
het tijdstip van de kennisname van de erkenning van het kind door een | indépendamment du moment où il a pris connaissance de la |
andere man, en de betwisting van de vaderlijke erkenning door de man | reconnaissance de l'enfant par un autre homme, et la contestation de |
die het vaderschap opeist van een kind geboren onder de nieuwe wet | la reconnaissance paternelle par l'homme qui revendique la paternité |
voor wie de termijn - gelet op het op dit punt ongrondwettelijk | d'un enfant né sous la nouvelle loi, pour lequel le délai - eu égard à |
bevonden artikel 330 § 1 lid 4 B.W. - slechts kan aanvangen vanaf het | l'article 330, § 1er, alinéa 4, du Code civil, jugé inconstitutionnel |
tijdstip dat hij heeft kennis kunnen nemen van het feit dat de | sur ce point - ne peut débuter qu'à partir du moment où il a pu |
betwiste erkenning heeft plaatsgevonden ? ». | prendre connaissance du fait que la reconnaissance contestée a eu lieu |
Op 8 mei 2014 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en J.-P. | ? ». Le 8 mai 2014, en application de l'article 72, alinéa 1er, de la loi |
Snappe, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere | |
wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in | spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle, les |
kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te | juges-rapporteurs L. Lavrysen et J.-P. Snappe ont informé la Cour |
stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest gewezen op | qu'ils pourraient être amenés à proposer de mettre fin à l'examen de |
voorafgaande rechtspleging. | l'affaire par un arrêt rendu sur procédure préliminaire. |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 25, § 1, van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de | B.1. L'article 25, § 1er, de la loi du 1er juillet 2006 modifiant les |
bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het | dispositions du Code civil relatives à l'établissement de la filiation |
vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan bepaalt : | et aux effets de celle-ci dispose : |
« In afwijking van artikel 330, § 1, vierde lid, zoals gewijzigd bij | « Par dérogation à l'article 330, § 1er, alinéa 4, tel que modifié par |
deze wet, en van artikel 318, § 1, tweede lid, zoals ingevoegd bij | la présente loi, et à l'article 318, § 1er, alinéa 2, tel qu'inséré |
deze wet, kunnen de erkenning en het vermoeden van vaderschap van de | par la présente loi, la reconnaissance et la présomption de paternité |
echtgenoot worden betwist door de persoon die het moederschap of | du mari pourront être contestées par la personne qui revendique la |
vaderschap van het kind opeist gedurende een termijn van één jaar | maternité ou la paternité de l'enfant pendant un délai d'un an prenant |
vanaf de inwerkingtreding van deze wet, zelfs indien er meer dan een | cours à l'entrée en vigueur de la présente loi, quand bien même il se |
jaar verstreken zou zijn sedert de geboorte of het ontdekken van de | serait écoulé plus d'un an depuis la naissance ou la découverte de la |
geboorte van het kind ». | naissance de l'enfant ». |
B.2. De Ministerraad voert in essentie aan dat niet de voormelde | B.2. Le Conseil des ministres fait valoir en substance que ce n'est |
overgangsbepaling van toepassing is op de feiten van het geding, maar | pas la disposition transitoire précitée qui est applicable aux faits |
wel artikel 330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek. | du litige, mais bien l'article 330, § 1er, alinéa 4, du Code civil. |
Het staat echter niet aan de Ministerraad noch, in de regel, aan het | Il n'appartient toutefois ni au Conseil des ministres, ni, en règle, à |
Hof te bepalen welke normen van toepassing zijn op het geschil voor de | la Cour de déterminer les normes applicables au litige porté devant le |
verwijzende rechter. Enkel bij een kennelijke vergissing dienaangaande | juge a quo. Ce n'est qu'en cas d'erreur manifeste à ce sujet que la |
kan het Hof beslissen dat de vraag geen antwoord behoeft. | Cour peut décider que la question n'appelle pas de réponse. |
Rekening houdend met de bewoordingen van artikel 25, § 1, van de wet | Compte tenu de la formulation de l'article 25, § 1er, de la loi du 1er |
van 1 juli 2006, vermocht de verwijzende rechter redelijkerwijze te | juillet 2006, le juge a quo a pu raisonnablement considérer que le |
oordelen dat de daarin vervatte overgangsregeling op de feiten van het | régime transitoire contenu dans cet article devait s'appliquer aux |
geding moet worden toegepast. | faits du litige. |
B.3. Het eerste onderdeel van de prejudiciële vraag heeft betrekking | B.3. La première branche de la question préjudicielle porte sur le |
op het vertrekpunt van de vervaltermijn van één jaar voor de | point de départ du délai de forclusion d'un an pour contester une |
betwisting van een vaderlijke erkenning, in zoverre dat vertrekpunt | reconnaissance paternelle, en ce que ce point de départ crée une |
een verschil in behandeling in het leven roept tussen, enerzijds, de | différence de traitement entre, d'une part, l'homme qui revendique la |
man die het vaderschap van een kind opeist en die onverwijld kennis | paternité d'un enfant et qui a immédiatement pris connaissance de la |
heeft genomen van de erkenning van het kind door een andere man en, | reconnaissance de l'enfant par un autre homme et, d'autre part, |
anderzijds, de man die het vaderschap van een kind opeist en die pas | l'homme qui revendique la paternité d'un enfant et qui n'a pu prendre |
later kennis heeft kunnen nemen van de erkenning van het kind door een | connaissance de la reconnaissance de l'enfant par un autre homme que |
andere man. | plus tard. |
B.4. Bij zijn arrest nr. 165/2013 van 5 december 2013 heeft het Hof | B.4. Par son arrêt n° 165/2013 du 5 décembre 2013, la Cour a déjà |
reeds geantwoord op een soortgelijke vraag over artikel 330, § 1, | répondu à une question analogue concernant l'article 330, § 1er, |
vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt : | alinéa 4, du Code civil, qui dispose : |
« De vordering van de vader, de moeder of de persoon die het kind | « L'action du père, de la mère ou de la personne qui a reconnu |
erkend heeft, moet worden ingesteld binnen een jaar na de ontdekking | l'enfant doit être intentée dans l'année de la découverte du fait que |
van het feit dat de persoon die het kind erkend heeft, niet de vader | |
of de moeder is; die van de persoon die de afstamming opeist moet | |
worden ingesteld binnen een jaar na de ontdekking van het feit dat hij | la personne qui a reconnu l'enfant n'est pas le père ou la mère; celle |
of zij de vader of de moeder van het kind is; die van het kind moet op | de la personne qui revendique la filiation doit être intentée dans |
zijn vroegst worden ingesteld op de dag waarop het de leeftijd van | l'année de la découverte qu'elle est le père ou la mère de l'enfant; |
twaalf jaar heeft bereikt en moet uiterlijk worden ingesteld op de dag | celle de l'enfant doit être intentée au plus tôt le jour où il a |
waarop het de leeftijd van tweeëntwintig jaar heeft bereikt of binnen | atteint l'âge de douze ans et au plus tard le jour où il a atteint |
een jaar na het ontdekken van het feit dat de persoon die het erkend | l'âge de vingt-deux ans ou dans l'année de la découverte du fait que |
heeft noch zijn vader, noch zijn moeder is ». | la personne qui l'a reconnu n'est pas son père ou sa mère ». |
B.5. Hoewel de thans in het geding zijnde overgangsbepaling een | B.5. Bien que la disposition transitoire actuellement en cause déroge |
afwijking invoert van artikel 330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk | à l'article 330, § 1er, alinéa 4, du Code civil, les deux dispositions |
Wetboek, hebben beide bepalingen tot gevolg dat de daarin bepaalde | ont pour effet que le délai de forclusion qu'elles prévoient pour la |
vervaltermijn voor de persoon die de afstamming opeist, kan aanvangen | personne qui revendique la filiation peut commencer avant qu'elle ait |
vooraleer hij kennis heeft kunnen nemen van het feit dat de betwiste | pu prendre connaissance du fait que la reconnaissance contestée a eu |
erkenning heeft plaatsgevonden. | lieu. |
B.6. Bij zijn arrest nr. 165/2013 heeft het Hof geoordeeld : | B.6. Par son arrêt n° 165/2013, la Cour a jugé : |
« B.15. Bij zijn arrest nr. 54/2011 van 6 april 2011 heeft het Hof | « B.15. Par son arrêt n° 54/2011 du 6 avril 2011, la Cour a déjà jugé |
reeds geoordeeld dat artikel 330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk | que l'article 330, § 1er, alinéa 4, du Code civil viole les articles |
Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, ' in zoverre de | 10 et 11 de la Constitution ' en ce que le délai de forclusion imparti |
daarin bepaalde vervaltermijn voor de persoon die de afstamming | par cette disposition à la personne qui revendique la filiation peut |
opeist, kan aanvangen vooraleer de betwiste erkenning plaatsvindt '. | débuter avant la reconnaissance contestée '. |
Volgens dat arrest ' mag, voor de persoon die de afstamming opeist, de | Selon cet arrêt, ' le délai imparti à celui qui revendique la |
termijn om een leugenachtige erkenning te betwisten pas ingaan wanneer | filiation pour contester une reconnaissance mensongère ne peut débuter |
hij heeft ontdekt dat hij de vader is van het kind en pas nadat die | que lorsqu'il a découvert qu'il est le père de l'enfant et après cette |
leugenachtige erkenning heeft plaatsgevonden '. | reconnaissance mensongère '. |
B.16.1. Indien de biologische vader pas meer dan een jaar na de | B.16.1. Si le père biologique n'a pu prendre connaissance de cette |
erkenning door een derde kennis heeft kunnen nemen van die erkenning, | reconnaissance que plus d'un an après la reconnaissance par un tiers, |
beschikt hij over geen enkel rechtsmiddel om de erkenning te | il ne dispose d'aucun recours pour contester cette reconnaissance, en |
betwisten, ongeacht het bezit van staat te zijnen aanzien en ongeacht | dépit de la possession d'état dans son chef et de l'intérêt de |
het belang van het kind. | l'enfant. |
B.16.2. Indien de termijn waarover de persoon die de afstamming | B.16.2. Si le délai dont dispose celui qui revendique la filiation |
opeist, beschikt om een erkenning te betwisten, zou aanvangen op het | pour contester la reconnaissance devait débuter au moment de |
moment van de opmaak van de erkenningsakte, ongeacht het tijdstip | l'établissement de l'acte de reconnaissance, quel que soit le moment |
waarop de persoon die de afstamming opeist, kennis heeft genomen van | où celui qui revendique la filiation a pris connaissance de la |
de erkenning, kan hij in voorkomend geval worden geconfronteerd met | reconnaissance, cette personne peut, le cas échéant, être confrontée à |
een termijn waaraan hij onmogelijk kan voldoen. | un délai qu'elle est incapable de respecter. |
B.17. Het recht op toegang tot de rechter zou worden geschonden indien | B.17. Le droit d'accès au juge serait violé s'il était imposé à une |
aan een procespartij een excessief formalisme wordt opgelegd in de | partie au procès un formalisme excessif sous la forme d'un délai dont |
vorm van een termijn waarvan de haalbaarheid afhankelijk is van | le respect est tributaire de circonstances échappant à son pouvoir |
omstandigheden buiten zijn wil (EHRM, 22 juli 2010, Melis t. | (CEDH, 22 juillet 2010, Melis c. Grèce, § § 27-28). La Cour européenne |
Griekenland, § § 27 en 28). Het Europees Hof voor de Rechten van de | des droits de l'homme a par ailleurs souligné que la Convention a pour |
Mens heeft overigens benadrukt dat het Verdrag tot doel heeft rechten | objet de protéger des droits non pas théoriques ou illusoires, mais |
te waarborgen die niet theoretisch of illusoir zijn, maar praktisch en | |
effectief (EHRM, 9 oktober 1979, Airey t. Ierland, § 24; 6 juli 2010, | concrets et effectifs (CEDH, 9 octobre 1979, Airey c. Irlande, § 24; 6 |
Backlund t. Finland, § 55; 15 januari 2013, Laakso t. Finland, § 53; | juillet 2010, Backlund c. Finlande, § 55; 15 janvier 2013, Laakso c. |
29 januari 2013, Röman t. Finland, § 58). | Finlande, § 53; 29 janvier 2013, Röman c. Finlande, § 58). |
B.18. Ook het belang van het kind kan niet verantwoorden dat in alle | B.18. L'intérêt de l'enfant ne saurait davantage justifier que la |
gevallen de erkenning door de biologische vader kan worden verhinderd | reconnaissance par le père biologique puisse, dans toutes les |
door het verlopen van een vervaltermijn zonder dat de persoon die de | hypothèses, être empêchée par l'expiration d'un délai de forclusion |
afstamming opeist, kennis heeft kunnen nemen van het feit dat die | sans que la personne qui revendique la filiation ait pu savoir que ce |
termijn was ingegaan. | délai avait commencé. |
B.19. Omdat de in het geding zijnde bepaling toelaat dat de termijn | B.19. Dès lors qu'elle permet que le délai imparti à celui qui |
opgelegd aan de persoon die de afstamming opeist, aanvangt vooraleer | revendique la filiation commence à courir avant qu'il ait pu savoir |
hij kennis heeft kunnen nemen van het feit dat een erkenning heeft | qu'une reconnaissance a eu lieu, la disposition en cause n'est pas |
plaatsgevonden, is zij niet bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ». | compatible avec les articles 10 et 11 de la Constitution ». |
B.7. De thans in het geding zijnde bepaling is om dezelfde redenen | B.7. La disposition actuellement en cause n'est, pour les mêmes |
niet bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre | raisons, pas compatible avec les articles 10 et 11 de la Constitution, |
de daarin bepaalde vervaltermijn voor de persoon die de afstamming opeist, kan aanvangen vooraleer hij kennis heeft kunnen nemen van het feit dat de betwiste erkenning heeft plaatsgevonden, zodat het eerste onderdeel van de prejudiciële vraag om die reden bevestigend moet worden beantwoord. B.8. Rekening houdend met het bevestigende antwoord op het eerste onderdeel van de prejudiciële vraag, dient het tweede onderdeel van de prejudiciële vraag niet te worden beantwoord. Om die redenen, het Hof | en ce que le délai de forclusion prévu par cette disposition, dans le chef de la personne qui revendique la filiation, peut commencer avant que celle-ci ait pu prendre connaissance du fait que la reconnaissance contestée a eu lieu, de sorte que la première branche de la question préjudicielle appelle, pour cette raison, une réponse affirmative. B.8. Compte tenu de la réponse affirmative à la première branche de la question préjudicielle, il n'y a pas lieu de répondre à la seconde branche. Par ces motifs, la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 25, § 1, van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de | L'article 25, § 1er, de la loi du 1er juillet 2006 modifiant les |
bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het | |
vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan schendt de | dispositions du Code civil relatives à l'établissement de la filiation |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre de daarin vermelde | et aux effets de celle-ci viole les articles 10 et 11 de la |
vervaltermijn voor de persoon die de afstamming opeist, kan aanvangen | Constitution, en ce que le délai de forclusion imparti par cette |
disposition à la personne qui revendique la filiation peut commencer à | |
vooraleer hij kennis heeft kunnen nemen van het feit dat de betwiste | courir avant que cette personne ait pu prendre connaissance du fait |
erkenning heeft plaatsgevonden. | que la reconnaissance contestée a eu lieu. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Ainsi rendu en langue néerlandaise et en langue française, |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
op 17 juli 2014. | la Cour constitutionnelle, le 17 juillet 2014. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | Le président, |
A. Alen | A. Alen |