← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 29/2013 van 7 maart 2013 Rolnummer : 5367 In zake : de
prejudiciële vraag betreffende artikel 330, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank
van eerste aanleg te Gent. Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt,
rechter J.-P. Snappe, waarnemend voorzitter, en de rechters(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 29/2013 van 7 maart 2013 Rolnummer : 5367 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 330, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Gent. Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt, rechter J.-P. Snappe, waarnemend voorzitter, en de rechters(...) | Extrait de l'arrêt n° 29/2013 du 7 mars 2013 Numéro du rôle : 5367 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 330, § 1 er , du Code civil, posée par le Tribunal de première instance de Gand. La Cour constitutio composée du président M. Bossuyt, du juge J.-P. Snappe, faisant fonction de président, et des juges(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 29/2013 van 7 maart 2013 | Extrait de l'arrêt n° 29/2013 du 7 mars 2013 |
Rolnummer : 5367 | Numéro du rôle : 5367 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 330, § 1, van het | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 330, § 1er, |
Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te | du Code civil, posée par le Tribunal de première instance de Gand. |
Gent. Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt, rechter J.-P. Snappe, | composée du président M. Bossuyt, du juge J.-P. Snappe, faisant |
waarnemend voorzitter, en de rechters E. De Groot, A. Alen, J.-P. | fonction de président, et des juges E. De Groot, A. Alen, J.-P. |
Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. | Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul et F. |
Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Daoût, assistée du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président |
voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, | M. Bossuyt, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij vonnis van 8 maart 2012 in zake S.M. tegen A. V.D.V. en anderen, | Par jugement du 8 mars 2012 en cause de S.M. contre A. V.D.V. et |
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 16 maart | autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 16 mars |
2012, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Gent de volgende | 2012, le Tribunal de première instance de Gand a posé la question |
prejudiciële vraag gesteld : | préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 330, § 1, van het Burgerlijk Wetboek artikel 22 van | « L'article 330, § 1er, du Code civil viole-t-il l'article 22 de la |
de Grondwet, eventueel samen gelezen met artikel 8 van het Europees | Constitution, éventuellement combiné avec l'article 8 de la Convention |
européenne des droits de l'homme et des libertés fondamentales, en ce | |
Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, | que l'action en contestation de la reconnaissance est irrecevable si |
doordat de vordering tot betwisting van de erkenning niet ontvankelijk | l'enfant a la possession d'état à l'égard de l'auteur de la |
is als het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de erkenner ? ». | reconnaissance ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 330, § 1, | B.1. La question préjudicielle concerne l'article 330, § 1er, alinéa 1er, |
eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt : | du Code civil, qui dispose : |
« Tenzij het kind bezit van staat heeft ten aanzien van degene die het | « A moins que l'enfant ait la possession d'état à l'égard de celle qui |
heeft erkend, kan de erkenning van het moederschap worden betwist door | l'a reconnu, la reconnaissance maternelle peut être contestée par le |
de vader, het kind, de vrouw die het kind heeft erkend en de vrouw die | père, l'enfant, l'auteur de la reconnaissance et la femme qui |
het moederschap van het kind opeist. Tenzij het kind bezit van staat | revendique la maternité. A moins que l'enfant ait la possession d'état |
heeft ten aanzien van degene die het heeft erkend, kan de erkenning | à l'égard de celui qui l'a reconnu, la reconnaissance paternelle peut |
van het vaderschap worden betwist door de moeder, het kind, de man die | être contestée par la mère, l'enfant, l'auteur de la reconnaissance et |
het kind heeft erkend en de man die het vaderschap van het kind opeist | l'homme qui revendique la paternité ». |
». Met betrekking tot het bezit van staat bepaalt artikel 331nonies van | Concernant la possession d'état, l'article 331nonies du Code civil |
het Burgerlijk Wetboek : | dispose : |
« Het bezit van staat moet voortdurend zijn. | « La possession d'état doit être continue. |
Het wordt bewezen door feiten die te samen of afzonderlijk de | Elle s'établit par des faits qui, ensemble ou séparément, indiquent le |
betrekking van afstamming aantonen. | rapport de filiation. |
Die feiten zijn onder meer : | Ces faits sont entre autres : |
- dat het kind altijd de naam heeft gedragen van degene van wie wordt | - que l'enfant a toujours porté le nom de celui dont on le dit issu; |
gezegd dat het afstamt; | |
- dat laatstgenoemde het als zijn kind heeft behandeld; | - que celui-ci l'a traité comme son enfant; |
- dat die persoon als vader of moeder in zijn onderhoud en opvoeding | - qu'il a, en qualité de père ou de mère, pourvu à son entretien et à |
heeft voorzien; | son éducation; |
- dat het kind die persoon heeft behandeld als zijn vader of moeder; | - que l'enfant l'a traité comme son père ou sa mère; |
- dat het als zijn kind wordt erkend door de familie en in de | - qu'il est reconnu comme son enfant par la famille et dans la |
maatschappij; | société; |
- dat de openbare overheid het als zodanig beschouwt ». | - que l'autorité publique le considère comme tel ». |
B.2.1. Het verwijzende rechtscollege vraagt of artikel 330, § 1, | B.2.1. La juridiction a quo demande si l'article 330, § 1er, alinéa 1er, |
eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bestaanbaar is met artikel 22 | du Code civil est compatible avec l'article 22 de la Constitution, |
van de Grondwet, eventueel in samenhang gelezen met artikel 8 van het | éventuellement combiné avec l'article 8 de la Convention européenne |
Europees Verdrag voor de rechten van de mens, doordat de vordering tot | des droits de l'homme, en ce que l'action en contestation de la |
betwisting van de erkenning niet ontvankelijk is als het kind bezit | reconnaissance est irrecevable si l'enfant a la possession d'état à |
van staat heeft ten aanzien van de erkenner. | l'égard de l'auteur de la reconnaissance. |
B.2.2. Uit de gegevens van de zaak en uit de motivering van de | B.2.2. Il apparaît des données de l'affaire et de la motivation de la |
verwijzingsbeslissing blijkt dat het bodemgeschil betrekking heeft op | décision de renvoi que le litige au fond a pour objet une action |
een vordering, ingesteld door een man die het vaderschap van het kind | introduite par un homme qui revendique la paternité d'un enfant, en |
opeist, waarbij de erkenning van het vaderschap van een andere man | contestation de la reconnaissance de paternité d'un autre homme à |
wordt betwist ten aanzien van wie het kind bezit van staat heeft. | l'égard duquel cet enfant a la possession d'état. |
In het bodemgeschil is aldus enkel de tweede zin van artikel 330, § 1, | Dans le litige au fond, seule la deuxième phrase de l'article 330, § 1er, |
eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek in het geding, in zoverre de | alinéa 1er, du Code civil est dès lors en cause, dans la mesure où la |
erkenning van het vaderschap wordt betwist door de man die het | reconnaissance paternelle est contestée par l'homme qui revendique la |
vaderschap van het kind opeist. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die | paternité de l'enfant. La Cour limite son examen à cette hypothèse. |
hypothese. B.3. Artikel 330 van het Burgerlijk Wetboek regelt de mogelijkheid tot | B.3. L'article 330 du Code civil règle la possibilité de contester la |
betwisting van de erkenning van het vaderschap. Binnen de in artikel | |
330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalde termijnen - | reconnaissance paternelle. Dans les délais fixés à l'article 330, § 1er, |
die verschillen naar gelang van de vorderingsgerechtigden - kan de | alinéa 4, du Code civil - qui diffèrent selon les titulaires de |
erkenning van het vaderschap enkel worden betwist door de moeder, het | l'action -, la reconnaissance paternelle ne peut être contestée que |
kind, de man die het kind heeft erkend en de man die het vaderschap | par la mère, par l'enfant, par l'homme qui a reconnu l'enfant et par |
van het kind opeist. | l'homme qui revendique la paternité de l'enfant. |
De mogelijkheid tot betwisting van de erkenning van het vaderschap is | La possibilité de contester la reconnaissance paternelle est toutefois |
evenwel onderworpen aan een beperking : de vordering is - voor alle | soumise à une limitation : la demande est irrecevable - pour tous les |
vorderingsgerechtigden - onontvankelijk wanneer het kind bezit van | titulaires de l'action - lorsque l'enfant a la possession d'état à |
l'égard de l'auteur de la reconnaissance. | |
staat heeft ten aanzien van degene die het heeft erkend. | B.4.1. La possession d'état a été érigée en fin de non-recevoir de |
B.4.1. Het bezit van staat werd bij de wet van 31 maart 1987 tot | l'action en contestation de paternité par la loi du 31 mars 1987 |
wijziging van een aantal bepalingen betreffende de afstamming | |
ingevoerd als grond van niet-ontvankelijkheid van de vordering tot | modifiant diverses dispositions légales relatives à la filiation. |
betwisting van de erkenning van het vaderschap. | |
Artikel 330, § 2, van het Burgerlijk Wetboek bepaalde : | L'article 330, § 2, du Code civil disposait : |
« De erkenning wordt tenietgedaan indien door alle wettelijke middelen | « La reconnaissance est mise à néant s'il est prouvé, par toutes voies |
wordt bewezen dat de erkenner niet de vader of de moeder is. | de droit, que son auteur n'est pas le père ou la mère. |
Het verzoek moet evenwel worden afgewezen, indien het kind bezit van | Toutefois, la demande doit être rejetée si l'enfant a la possession |
staat heeft ten aanzien van de erkenner. » | d'état à l'égard de celui qui l'a reconnu ». |
In de parlementaire voorbereiding van artikel 330 (oud) van het | A cet égard, les travaux préparatoires relatifs à l'article 330 |
Burgerlijk Wetboek wordt daaromtrent vermeld : | (ancien) du Code civil mentionnent ce qui suit : |
« Meerdere leden hadden ernstig bezwaar tegen het feit dat het | « Plusieurs membres critiquent sévèrement le fait qu'on envisage |
betwistingsrecht op een absolute wijze zou worden toegestaan. Het | |
principe van de zogenaamde biologische waarheid kan in bepaalde | d'accorder le droit de contestation de manière absolue. Le principe de |
gevallen immers storend zijn voor het kind en indruisen tegen diens | la vérité dite biologique peut en effet avoir un effet accablant pour |
belangen. | l'enfant et contraire à ses intérêts. |
Deze leden waren dan ook van mening dat het bezit van staat moet | Ils estiment, dès lors, que le tribunal appelé à se prononcer sur la |
worden ingeschakeld in de appreciatie van de rechtbank die zich over | contestation de reconnaissance, doit, dans son appréciation, tenir |
de betwisting van een erkenning uitspreekt. Er werd zelfs gepleit om | compte de la possession d'état; certains plaident même pour qu'on |
de verwijzing naar het bezit van staat uitdrukkelijk in de tekst op te | inscrive explicitement dans le texte le principe de la référence à la |
nemen. Zo er bezit van staat is, moet de betwisting van de erkenning worden uitgesloten, zo niet kunnen de belangen van het kind ernstig worden geschaad. Andere leden waarschuwden nochtans voor een te grote waarde die aan het bezit van staat wordt gehecht; dit zou immers tot gevolg hebben dat het eenvoudig samenwonen op dezelfde voet zou worden behandeld als het huwelijk. Deze leden meenden dan ook dat het bezit van staat slechts een rol kan spelen wanneer het beantwoordt aan de biologische realiteit. Hierop werd gerepliceerd dat er ten aanzien van het kind aan het bezit van staat een zelfde waarde dient te worden toegekend zonder dat daarbij wordt rekening gehouden met het feit of het kind binnen of buiten het huwelijk is geboren » (Parl. St., Senaat, 1984-1985, 904, | possession d'état. En cas de possession d'état, la contestation de reconnaissance doit être exclue, sinon les intérêts de l'enfant peuvent être gravement lésés. D'autres membres déclarent, toutefois, qu'il faut éviter d'accorder une trop grande importance à la possession d'état; sinon, on en viendrait, en effet, à traiter la simple cohabitation sur le même pied que le mariage. Les mêmes intervenants estiment, dès lors, que la possession d'état ne peut jouer un rôle que si elle correspond à la réalité biologique. Il leur est répliqué qu'à l'égard de l'enfant il faut accorder tout autant d'importance à la possession d'état, et ce abstraction faite de la question de savoir s'il est né ou non dans le mariage » (Doc. |
nr. 2, p. 100). | parl., Sénat, 1984-1985, 904, n° 2, p. 100). |
B.4.2. Artikel 330 van het Burgerlijk Wetboek werd gewijzigd bij | B.4.2. L'article 330 du Code civil a été modifié par l'article 16 de |
artikel 16 van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen | la loi du 1er juillet 2006 modifiant des dispositions du Code civil |
van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de | relatives à l'établissement de la filiation et aux effets de celle-ci. |
afstamming en de gevolgen ervan. | |
De erkenning van het vaderschap kan enkel nog worden betwist door de | La reconnaissance de paternité ne peut plus être contestée que par la |
moeder, het kind, de man die het kind heeft erkend en de man die het | mère, par l'enfant, par l'homme qui a reconnu l'enfant et par l'homme |
vaderschap van het kind opeist. Het bezit van staat als grond van | qui revendique la paternité. La possession d'état a été maintenue |
niet-ontvankelijkheid van de vordering tot betwisting van de erkenning | comme fin de non-recevoir de l'action en contestation de la |
van het vaderschap bleef behouden. | reconnaissance de paternité. |
Artikel 16 van de wet van 1 juli 2006 vindt zijn oorsprong in een | L'article 16 de la loi du 1er juillet 2006 trouve son origine dans un |
amendement dat in de Kamer werd ingediend. | amendement déposé à la Chambre. |
Dat amendement werd als volgt verantwoord : | Cet amendement a été justifié comme suit : |
« Het voorgestelde artikel 330 zorgt zowel voor de vordering tot betwisting van de erkenning als voor de vordering tot betwisting van het vermoeden van vaderschap voor een soortgelijke procedure. Ten eerste beoogt het voorgestelde amendement degenen die een vordering mogen instellen te beperken tot de personen die daadwerkelijk belanghebbenden zijn, namelijk de echtgenoot, de moeder, het kind en de persoon die het vaderschap of het moederschap van het kind opeist. Vervolgens lijkt het ons nodig de gezinscel van het kind zoveel mogelijk te beschermen door eensdeels het bezit van staat te behouden die overeenstemt met de situatie van een kind dat door iedereen werkelijk als het kind van zijn ouders wordt beschouwd, ook al strookt dat niet met de biologische afstamming, en anderdeels door termijnen te bepalen voor het instellen van de vordering. Om een leemte te voorkomen tussen de vordering tot betwisting en de erkenning, zoals thans het geval is, wordt ten slotte bepaald dat de beslissing die gevolg geeft aan een vordering tot betwisting die werd | « L'article 330 proposé organise une procédure similaire pour l'action en contestation de reconnaissance et pour l'action en contestation de présomption de paternité. Tout d'abord, l'amendement proposé entend limiter les titulaires d'action aux personnes véritablement intéressées à savoir le mari, la mère, l'enfant et la personne qui revendique la paternité ou la maternité de l'enfant. Ensuite, il nous parait nécessaire de protéger autant que possible la cellule familiale de l'enfant en maintenant, d'une part, la possession d'état qui correspond à la situation d'un enfant considéré par tous comme étant véritablement l'enfant de ses parents même si cela ne correspond pas à la filiation biologique, et d'autre part, en fixant des délais d'action. Enfin, dans un souci d'éviter un vide entre l'action en contestation et la reconnaissance, comme c'est le cas actuellement, il est prévu que la décision qui fait droit à une action en contestation introduite |
ingesteld door een persoon die beweert de biologische vader of moeder | par une personne qui se prétend être le père ou la mère biologique de |
van het kind te zijn, van rechtswege de vaststelling van de | l'enfant entraîne de plein droit l'établissement de la filiation du |
afstammingsband van de verzoeker met zich brengt » (Parl. St., Kamer, 2004-2005, DOC 51-0597/026, p. 6). | demandeur » (Doc. parl., Chambre, 2004-2005, DOC 51-0597/026, p. 6). |
Aan het einde van de bespreking in de Commissie voor de Justitie van | Au terme du débat en Commission de la Justice du Sénat, la ministre de |
de Senaat heeft de minister van Justitie het belang van het begrip « | la Justice a confirmé l'importance de la notion de « possession d'état |
bezit van staat » bevestigd door het volgende te verklaren : | » en déclarant : |
« Het ontwerp wijzigt reeds een groot aantal regels, en ook al rijzen | « Le projet modifie déjà un nombre important de règles et même si |
er bij de toepassing van het begrip soms problemen, toch hoeft dit | l'application de la notion de possession d'état présente parfois |
certaines difficultés en jurisprudence, il n'est pas nécessaire de | |
niet te worden aangepast. De wetgever heeft er in 1987 voor gekozen | modifier cette institution séculaire. Le législateur de 1987 avait |
het begrip te behouden om ervoor te zorgen dat de biologische waarheid | choisi de la maintenir afin que la vérité biologique ne l'emporte pas |
het niet altijd wint van de sociaal-affectieve realiteit. Deze keuze | toujours sur la vérité socio-affective. Ce choix doit être préservé et |
moet behouden blijven en het bezit van staat hoeft dus niet te worden | la nécessité de modifier le concept de possession d'état ne s'impose |
aangepast » (Parl. St., Senaat, 2005-2006, nr. 3-1402/7, p. 9). | pas » (Doc. parl., Sénat, 2005-2006, n° 3-1402/7, p. 9). |
B.5. Het Hof dient artikel 330, § 1, eerste lid, tweede zin, van het | B.5. La Cour doit contrôler l'article 330, § 1er, alinéa 1er, deuxième |
Burgerlijk Wetboek te toetsen aan artikel 22 van de Grondwet, in | phrase, du Code civil au regard de l'article 22 de la Constitution, |
samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de | combiné avec l'article 8 de la Convention européenne des droits de |
rechten van de mens. | l'homme. |
Artikel 22 van de Grondwet bepaalt : | L'article 22 de la Constitution dispose : |
« Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn | « Chacun a droit au respect de sa vie privée et familiale, sauf dans |
gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald. | les cas et conditions fixés par la loi. |
De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de | La loi, le décret ou la règle visée à l'article 134 garantissent la |
bescherming van dat recht ». | protection de ce droit ». |
Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens bepaalt | L'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme dispose |
: | : |
« 1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven, zijn | « 1. Toute personne a droit au respect de sa vie privée et familiale, |
gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. | de son domicile et de sa correspondance. |
2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking | 2. Il ne peut y avoir ingérence d'une autorité publique dans |
tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien | l'exercice de ce droit que pour autant que cette ingérence est prévue |
en in een democratische samenleving nodig is in het belang van 's | par la loi et qu'elle constitue une mesure qui, dans une société |
lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn | démocratique, est nécessaire à la sécurité nationale, à la sûreté |
van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van | publique, au bien-être économique du pays, à la défense de l'ordre et |
strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, | à la prévention des infractions pénales, à la protection de la santé |
of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen ». | ou de la morale, ou à la protection des droits et libertés d'autrui ». |
Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 22 van de Grondwet | Il ressort des travaux préparatoires de l'article 22 de la |
blijkt dat de Grondwetgever « een zo groot mogelijke concordantie | Constitution que le Constituant a entendu rechercher la plus grande « |
[heeft willen nastreven] met artikel 8 van het Europees Verdrag tot | concordance [possible] avec l'article 8 de la Convention européenne de |
Bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden | sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales (CEDH), |
(EVRM), teneinde betwistingen over de inhoud van dit Grondwetsartikel | afin d'éviter toute contestation sur le contenu respectif de l'article |
respectievelijk art. 8 van het EVRM te vermijden » (Parl. St., Kamer, | de la Constitution et de l'article 8 de la CEDH » (Doc. parl., |
1992-1993, nr. 997/5, p. 2). | Chambre, 1992-1993, n° 997/5, p. 2). |
B.6. De in het geding zijnde regeling van betwisting van de erkenning | B.6. Le régime de contestation de la reconnaissance de paternité en |
van het vaderschap valt onder de toepassing van artikel 22 van de | cause relève donc de l'application de l'article 22 de la Constitution |
Grondwet en van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van | et de l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme. |
de mens. B.7. Het recht op de eerbiediging van het privéleven en het | B.7. Le droit au respect de la vie privée et familiale, tel qu'il est |
gezinsleven, zoals het door de voormelde bepalingen wordt gewaarborgd, | garanti par les dispositions précitées, a pour but essentiel de |
heeft als essentieel doel de personen te beschermen tegen inmengingen | protéger les personnes contre les ingérences dans leur vie privée et |
in hun privéleven en hun gezinsleven. | leur vie familiale. |
Artikel 22, eerste lid, van de Grondwet sluit, evenmin als artikel 8 | L'article 22, alinéa 1er, de la Constitution, pas plus que l'article 8 |
van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, een | de la Convention européenne des droits de l'homme, n'exclut une |
overheidsinmenging in het recht op eerbiediging van het privéleven | ingérence de l'autorité publique dans le droit au respect de la vie |
niet uit, maar vereist dat erin is voorzien in een voldoende precieze | privée, mais il exige que cette ingérence soit prévue dans une |
wettelijke bepaling, dat zij beantwoordt aan een dwingende | disposition législative suffisamment précise, qu'elle réponde à un |
maatschappelijke behoefte en dat zij evenredig is met de daarmee | besoin social impérieux et qu'elle soit proportionnée à l'objectif |
nagestreefde wettige doelstelling. Die bepalingen houden bovendien de | légitime poursuivi. Ces dispositions engendrent en outre l'obligation |
positieve verplichting in voor de overheid om maatregelen te nemen die | positive pour l'autorité publique de prendre des mesures visant à |
een daadwerkelijke eerbiediging van het privéleven en het gezinsleven | |
verzekeren, zelfs in de sfeer van de onderlinge verhoudingen van | garantir un respect effectif de la vie familiale, même dans le cadre |
individuen (EHRM, 27 oktober 1994, Kroon e.a. t. Nederland, § 31). | des relations entre individus (CEDH, 27 octobre 1994, Kroon e.a. c. |
Pays-Bas, § 31). | |
B.8. De wetgever beschikt over een appreciatiemarge om bij de | B.8. Le législateur, lorsqu'il élabore un régime légal qui entraîne |
uitwerking van een wettelijke regeling die een overheidsinmenging in | une ingérence de l'autorité publique dans la vie privée, jouit d'une |
het privéleven inhoudt, rekening te houden met een billijk evenwicht | marge d'appréciation pour tenir compte du juste équilibre à ménager |
tussen de tegenstrijdige belangen van het individu en de samenleving | entre les intérêts concurrents de l'individu et de la société dans son |
in haar geheel (EHRM, 26 mei 1994, Keegan t. Ierland, § 49; 27 oktober | ensemble (CEDH, 26 mai 1994, Keegan c. Irlande, § 49; 27 octobre 1994, |
1994, Kroon e.a. t. Nederland, § 31; 2 juni 2005, Znamenskaya t. | Kroon et autres c. Pays-Bas, § 31; 2 juin 2005, Znamenskaya c. Russie, |
Rusland, § 28; 24 november 2005, Shofman t. Rusland, § 34). | § 28; 24 novembre 2005, Shofman c. Russie, § 34). |
Die appreciatiemarge van de wetgever is evenwel niet onbegrensd : | Cette marge d'appréciation du législateur n'est toutefois pas |
opdat een wettelijke regeling verenigbaar zou zijn met het recht op | illimitée : pour apprécier si une règle légale est compatible avec le |
eerbiediging van het privéleven, moet worden nagegaan of de wetgever | droit au respect de la vie privée, il convient de vérifier si le |
een billijk evenwicht heeft gevonden tussen alle rechten en belangen | législateur a trouvé un juste équilibre entre tous les droits et |
die in het geding zijn. Zulks vereist dat de wetgever niet alleen een | intérêts en cause. Pour cela, il ne suffit pas que le législateur |
afweging maakt tussen de belangen van het individu tegenover de | ménage un équilibre entre les intérêts concurrents de l'individu et de |
samenleving in haar geheel, maar tevens tussen de tegenstrijdige | la société dans son ensemble, mais il doit également ménager un |
équilibre entre les intérêts contradictoires des personnes concernées | |
belangen van de betrokken personen (EHRM, 6 juli 2010, Backlund t. | (CEDH, 6 juillet 2010, Backlund c. Finlande, § 46), sous peine de |
Finland, § 46), op gevaar af anders een maatregel te nemen die niet | prendre une mesure qui ne serait pas proportionnée aux objectifs |
evenredig is met de nagestreefde wettige doelstellingen. | légitimes poursuivis. |
B.9. De rust der families en de rechtszekerheid van de familiale | B.9. La paix des familles et la sécurité juridique des liens |
banden, enerzijds, en het belang van het kind, anderzijds, zijn | familiaux, d'une part, et l'intérêt de l'enfant, d'autre part, |
legitieme doelstellingen waarvan de wetgever kan uitgaan om een | constituent des buts légitimes dont le législateur peut tenir compte |
onbeperkte mogelijkheid tot betwisting van de erkenning van het | pour empêcher que la contestation de la reconnaissance de paternité |
vaderschap te verhinderen. In dat opzicht is het pertinent om de | puisse être exercée sans limitation. A cet égard, il est pertinent de |
biologische werkelijkheid niet a priori te laten prevaleren op de | ne pas laisser prévaloir a priori la réalité biologique sur la réalité |
socio-affectieve werkelijkheid van het vaderschap. | socio-affective de la paternité. |
B.10. Door het « bezit van staat » als absolute grond van | B.10. En érigeant la « possession d'état » en fin de non-recevoir |
niet-ontvankelijkheid van de vordering tot betwisting van de erkenning | absolue de l'action en contestation de la reconnaissance de paternité, |
van het vaderschap in te stellen, heeft de wetgever de | |
socio-affectieve werkelijkheid van het vaderschap evenwel steeds laten | le législateur a cependant fait prévaloir dans tous les cas la réalité |
prevaleren op de biologische werkelijkheid. Door die absolute grond | socio-affective de la paternité sur la réalité biologique. Du fait de |
van niet-ontvankelijkheid wordt de man die het vaderschap opeist op | cette fin de non-recevoir absolue, l'homme qui revendique la paternité |
absolute wijze uitgesloten van de mogelijkheid om de erkenning van het | est totalement privé de la possibilité de contester la reconnaissance |
vaderschap door een andere man ten aanzien van wie het kind bezit van | de paternité par un autre homme à l'égard duquel l'enfant a la |
staat heeft, te betwisten. | possession d'état. |
Aldus bestaat voor de rechter geen enkele mogelijkheid om rekening te | Il n'existe dès lors, pour le juge, aucune possibilité de tenir compte |
houden met de belangen van alle betrokken partijen. | des intérêts de toutes les parties concernées. |
Een dergelijke maatregel is onevenredig met de door de wetgever | |
nagestreefde, legitieme doelstellingen, en derhalve niet bestaanbaar | Une telle mesure n'est pas proportionnée aux buts légitimes poursuivis |
met artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van | par le législateur et n'est dès lors pas compatible avec l'article 22 |
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. | de la Constitution, combiné avec l'article 8 de la Convention |
B.11. Aan het voorgaande wordt geen afbreuk gedaan door het gegeven | |
dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat | européenne des droits de l'homme. |
een regeling die vergelijkbaar is met de in het geding zijnde | B.11. Le fait que la Cour européenne des droits de l'homme ait jugé |
maatregel, geen schending van artikel 8 van het Europees Verdrag voor | qu'un régime comparable à la mesure en cause ne violait pas l'article |
de rechten van de mens inhoudt (EHRM, 22 maart 2012, Ahrens t. | 8 de la Convention européenne des droits de l'homme (CEDH, 22 mars |
Duitsland; 22 maart 2012, Kautzor t. Duitsland). Het Europees Hof | 2012, Ahrens c. Allemagne; 22 mars 2012, Kautzor c. Allemagne) ne |
wijst erop dat binnen de lidstaten van de Raad van Europa geen | porte pas atteinte à ce qui précède. La Cour européenne souligne que |
eensgezindheid over de in het geding zijnde aangelegenheid bestaat, | parmi les Etats membres du Conseil de l'Europe, la matière en cause ne |
zodat de lidstaten over een ruime appreciatiebevoegdheid beschikken | fait pas l'unanimité, de sorte que les Etats membres jouissent d'une |
wat de regelgeving inzake het vaststellen van het juridisch statuut | grande marge d'appréciation en ce qui concerne la réglementation |
van het kind betreft (ibid., Ahrens, § § 69-70 en 89; Kautzor, § § | visant à fixer le statut juridique de l'enfant (ibid., Ahrens, § § |
70-71 en 91). | 69-70 et 89; Kautzor, § § 70-71 et 91). |
B.12. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. | B.12. La question préjudicielle appelle une réponse affirmative. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 330, § 1, eerste lid, tweede zin, van het Burgerlijk Wetboek | L'article 330, § 1er, alinéa 1er, deuxième phrase, du Code civil viole |
schendt artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 | l'article 22 de la Constitution, combiné avec l'article 8 de la |
van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre de | Convention européenne des droits de l'homme, en ce que l'action en |
vordering tot betwisting van de erkenning van het vaderschap door de | contestation de la reconnaissance paternelle intentée par l'homme qui |
man die het vaderschap van het kind opeist, niet ontvankelijk is | revendique la paternité de l'enfant est irrecevable si l'enfant a la |
indien het kind bezit van staat heeft ten aanzien van degene die het | possession d'état à l'égard de l'auteur de la reconnaissance. |
heeft erkend. Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig | Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française, |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 7 maart 2013. | la Cour constitutionnelle, à l'audience publique du 7 mars 2013. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | Le président, |
M. Bossuyt | M. Bossuyt |