Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 63/2012 van 10 mei 2012 Rolnummer 5138 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1412bis, § 4, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Het G samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen,(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 63/2012 van 10 mei 2012 Rolnummer 5138 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1412bis, § 4, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Het G samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen,(...) Extrait de l'arrêt n° 63/2012 du 10 mai 2012 Numéro du rôle : 5138 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 1412bis, § 4, alinéa 2, du Code judiciaire, posée par le Tribunal de première instance de Bruxelles. La Cour composée des présidents R. Henneuse et M. Bossuyt, et des juges E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, (...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Uittreksel uit arrest nr. 63/2012 van 10 mei 2012 Extrait de l'arrêt n° 63/2012 du 10 mai 2012
Rolnummer 5138 Numéro du rôle : 5138
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1412bis, § 4, En cause : la question préjudicielle relative à l'article 1412bis, §
tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank 4, alinéa 2, du Code judiciaire, posée par le Tribunal de première
van eerste aanleg te Brussel. instance de Bruxelles.
Het Grondwettelijk Hof, La Cour constitutionnelle,
samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de composée des présidents R. Henneuse et M. Bossuyt, et des juges E. De
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke,
Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul et F. Daoût, assistée du
Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président R. Henneuse,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Objet de la question préjudicielle et procédure
Bij vonnis van 24 maart 2011 in zake het Brusselse Hoofdstedelijke Par jugement du 24 mars 2011 en cause de la Région de
Gewest tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van Bruxelles-Capitale contre l'Etat belge, dont l'expédition est parvenue
het Hof is ingekomen op 14 april 2011, heeft de Rechtbank van eerste au greffe de la Cour le 14 avril 2011, le Tribunal de première
aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : instance de Bruxelles a posé la question préjudicielle suivante :
« Schendt artikel 1412bis, § 4, tweede lid, van het Gerechtelijk « L'article 1412bis, § 4, alinéa 2, du Code judiciaire qui prévoit que
Wetboek, dat bepaalt dat het bij verstek gewezen vonnis uitgesproken le jugement rendu par défaut prononcé suite à une opposition à saisie
naar aanleiding van verzet tegen beslag op de goederen die toebehoren pratiquée sur les biens appartenant à une personne morale de droit
aan een publiekrechtelijke rechtspersoon niet vatbaar is voor verzet, public n'est pas susceptible d'opposition viole-t-il les articles 10
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang et 11 de la Constitution lus isolément et éventuellement combinés avec
gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme
mens, in die zin geïnterpreteerd dat het het recht op verzet van de interprété en ce qu'il limite le droit d'opposition de la partie ayant
veroordeelde partij die verstek heeft laten gaan, beperkt tot
vorderingen die losstaan van die bedoeld in artikel 1412bis van het fait défaut condamnée à des demandes étrangères à celles de l'article
Gerechtelijk Wetboek, zoals een vordering met betrekking tot de 1412bis du Code judiciaire, telle une demande relative à l'octroi de
toekenning van schadevergoeding ? ». dommages et intérêts ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. En droit
(...) (...)
B.1. Artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij B.1. L'article 1412bis du Code judiciaire, inséré par l'article 1er de
artikel 1 van de wet van 30 juni 1994 « tot invoering van een artikel la loi du 30 juin 1994 « insérant un article 1412bis dans le Code
1412bis in het Gerechtelijk Wetboek », bepaalt : judiciaire », dispose :
« § 1. De goederen die toebehoren aan de Staat, de Gewesten, de « § 1er. Les biens appartenant à l'Etat, aux Régions, aux Communautés,
Gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de instellingen van aux provinces, aux communes, aux organismes d'intérêt public et
openbaar nut en, in het algemeen, aan alle publiekrechtelijke généralement à toutes personnes morales de droit public sont
rechtspersonen, zijn niet vatbaar voor beslag. insaisissables.
§ 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 8, tweede lid, van de wet § 2. Toutefois, sans préjudice de l'article 8, alinéa 2, de la loi du
van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques
overheidsbedrijven, zijn echter wel vatbaar voor beslag : économiques, peuvent faire l'objet d'une saisie :
1° de goederen ten aanzien waarvan de in § 1 bedoelde 1° les biens dont les personnes morales de droit public visées au § 1er
publiekrechtelijke rechtspersonen verklaard hebben dat ze in beslag ont déclaré qu'ils pouvaient être saisis. Cette déclaration doit
genomen kunnen worden. Deze verklaring moet uitgaan van de bevoegde émaner des organes compétents. Elle sera déposée aux lieux prescrits
organen. Ze moet worden neergelegd op de plaatsen die door artikel 42 par l'article 42 pour la signification des actes judiciaires.
zijn bepaald voor de betekening van de gerechtelijke akten. Le Roi fixe les modalités de ce dépôt;
De Koning bepaalt de wijze waarop deze neerlegging geschiedt;
2° bij gebreke van een dergelijke verklaring of wanneer de 2° à défaut d'une telle déclaration ou lorsque la réalisation des
tegeldemaking van de erin opgenomen goederen niet volstaat tot biens qui y figurent ne suffit pas à désintéresser le créancier, les
voldoening van de schuldeiser, de goederen die voor deze
rechtspersonen kennelijk niet nuttig zijn voor de uitoefening van hun biens qui ne sont manifestement pas utiles à ces personnes morales
taak of voor de continuïteit van de openbare dienst. pour l'exercice de leur mission ou pour la continuité du service
§ 3. De in § 1 bedoelde publiekrechtlijke rechtspersonen wier goederen public. § 3. Les personnes morales de droit public visées au § 1er, dont les
overeenkomstig § 2, 2°, in beslag genomen worden, kunnen verzet doen. Ze kunnen aan de beslagleggende schuldeiser andere goederen ter beslagneming aanbieden. Het aanbod is bindend voor de beslagleggende schuldeiser indien het goed op het Belgisch grondgebied gelegen is en de tegeldemaking volstaat tot voldoening van de schuldeiser. Indien de beslagleggende schuldeiser aanvoert dat niet is voldaan aan de in het vorige lid bedoelde voorwaarden inzake de vervanging van het in beslag genomen goed, wendt de meest gerede partij zich tot de rechter onder de in artikel 1395 gestelde voorwaarden. § 4. Verzet kan alleen worden gedaan bij exploot te betekenen aan de beslaglegger, samen met een dagvaarding om te verschijnen voor de beslagrechter. De eis schorst de tenuitvoerlegging en moet, op straffe van verval, worden ingesteld binnen een maand te rekenen van het beslagexploot betekend aan de schuldenaar. Het vonnis kan niet bij voorraad ten uitvoer worden gelegd. Het is niet vatbaar voor verzet. De termijn om hoger beroep in te stellen is een maand te rekenen van de betekening van het vonnis. De rechter in hoger beroep doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken. Tegen een bij verstek gewezen arrest kan geen verzet worden gedaan ». B.2. Uit de motivering en de bewoordingen van de verwijzingsbeslissing alsook uit de feiten van de zaak die aan die beslissing ten grondslag biens font l'objet d'une saisie conformément au § 2, 2°, peuvent faire opposition. Elles peuvent faire offre au créancier saisissant d'exercer ses poursuites sur d'autres biens. L'offre lie le créancier saisissant si le bien est sis sur le territoire belge, et si sa réalisation est susceptible de le désintéresser. Si le créancier saisissant allègue que les conditions du remplacement du bien saisi visées à l'alinéa précédent ne sont pas remplies, la partie la plus diligente saisit le juge dans les conditions fixées à l'article 1395. § 4. S'il y a opposition, elle ne peut résulter que d'un exploit signifié au saisissant avec citation à comparaître devant le juge des saisies. La demande, qui est suspensive de la poursuite, doit être formée, à peine de déchéance, dans le mois de l'exploit de saisie signifié au débiteur. Le jugement ne peut être assorti de l'exécution provisoire. Il n'est pas susceptible d'opposition. Le délai pour interjeter appel est d'un mois à partir de la signification du jugement. Le juge d'appel statue toutes affaires cessantes. L'arrêt rendu par défaut n'est pas susceptible d'opposition ». B.2. Il ressort des motifs et du libellé de la décision de renvoi ainsi que des faits de la cause qui sont à l'origine de cette décision
liggen, blijkt dat aan het Hof in de eerste plaats een vraag wordt que la Cour est interrogée sur la compatibilité de l'article 1412bis,
gesteld over de bestaanbaarheid van artikel 1412bis, § 4, tweede lid, § 4, alinéa 2, deuxième phrase, du Code judiciaire avec les articles
tweede zin, van het Gerechtelijk Wetboek, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Die wetsbepaling zou een verschil in behandeling instellen tussen twee categorieën van schuldeisers die, na uitvoerend beslag op roerend goed te hebben gelegd, naar aanleiding van verzet van de beslagen schuldenaar bij verstek ertoe worden veroordeeld de schade te vergoeden die die schuldenaar heeft geleden wegens het onrechtmatig geachte karakter van dat beslag : enerzijds, diegenen die een goed in beslag hebben genomen dat toebehoort aan een publiekrechtelijke rechtspersoon en waarop artikel 1412bis, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is, omdat zij van mening zijn dat dat goed voor die rechtspersoon kennelijk niet nuttig is voor de uitoefening van zijn taak of voor de continuïteit van de openbare dienst, en, anderzijds, diegenen die een goed in beslag hebben genomen dat niet toebehoort aan een publiekrechtelijke rechtspersoon. Alleen de tweeden zouden de mogelijkheid hebben verzet te doen tegen het verstekvonnis waarbij zij ertoe worden veroordeeld de voormelde schade te vergoeden. B.3.1. De beslagen schuldenaar die geen publiekrechtelijke rechtspersoon is en op wie een uitvoerend beslag op roerend goed betrekking heeft, kan in beginsel tegen dat beslag verzet doen door 10 et 11 de la Constitution. Cette disposition législative instaurerait une différence de traitement entre deux catégories de créanciers qui, ayant procédé à une saisie-exécution mobilière, sont, à la suite d'une opposition du débiteur saisi, condamnés par défaut à réparer le dommage subi par ce débiteur en raison du caractère jugé abusif de ladite saisie : d'une part, ceux qui ont saisi un bien appartenant à une personne morale de droit public auquel s'applique l'article 1412bis, § 2, du Code judiciaire, parce qu'ils estiment que ce bien n'est manifestement pas utile à cette personne morale pour l'exercice de sa mission ou pour la continuité du service public et, d'autre part, ceux qui ont saisi un bien n'appartenant pas à une personne morale de droit public. Seuls les seconds auraient la possibilité de faire opposition au jugement par défaut les condamnant à réparer le dommage précité. B.3.1. Le débiteur saisi, autre qu'une personne morale de droit public, concerné par une saisie-exécution mobilière peut, en principe, faire opposition à cette saisie en portant sa réclamation devant le
zijn bezwaar voor de beslagrechter te brengen (artikel 1513 van het Gerechtelijk Wetboek). Wanneer hij wordt verzocht uitspraak te doen over een dergelijk bezwaar, kan die rechter, indien daartoe grond bestaat, en op vordering van de beslagen schuldenaar, de beslagleggende schuldeiser ertoe veroordelen de schade te vergoeden die het beslag aan de beslagen schuldenaar heeft berokkend, indien blijkt dat dat beslag onrechtmatig is. Wanneer die veroordeling het gevolg is van een vonnis dat bij verstek wordt uitgesproken wegens de afwezigheid van de beslagleggende schuldeiser, staat het die laatste in beginsel vrij verzet te doen tegen dat vonnis (artikel 1047, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek). B.3.2. Een publiekrechtelijke rechtspersoon op wie artikel 1412bis, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is en die wordt beoogd in een uitvoerend roerend beslag dat betrekking heeft op andere goederen dan die welke het voorwerp hebben uitgemaakt van een verklaring in de zin van artikel 1412bis, § 2, 1°, van hetzelfde Wetboek, kan ook tegen dat beslag verzet doen door zijn bezwaar voor juge des saisies (article 1513 du Code judiciaire). Lorsqu'il est invité à statuer sur une telle réclamation, ce juge peut, s'il y a lieu, et à la demande du débiteur saisi, condamner le créancier saisissant à réparer le dommage que la saisie a causé au débiteur saisi, s'il apparaît que cette saisie est abusive. Quand cette condamnation résulte d'un jugement prononcé par défaut en raison de l'absence du créancier saisissant, ce dernier est, en principe, libre de frapper ce jugement d'opposition (article 1047, alinéa 1er, du Code judiciaire). B.3.2. Une personne morale de droit public à laquelle s'applique l'article 1412bis, § 2, du Code judiciaire, visée par une saisie-exécution mobilière portant sur des biens autres que ceux qui ont fait l'objet d'une déclaration au sens de l'article 1412bis, § 2, 1°, du même Code, peut aussi faire opposition à cette saisie en portant sa réclamation devant le juge des saisies (article 1412bis, §§
de beslagrechter te brengen (artikel 1412bis, §§ 3 en 4, van het Gerechtelijk Wetboek). Wanneer hij wordt verzocht uitspraak te doen over een dergelijk bezwaar, kan die rechter ook, indien daartoe grond bestaat, en op vordering van de beslagen schuldenaar, de beslagleggende schuldeiser ertoe veroordelen de schade te vergoeden die het beslag aan de beslagen schuldenaar heeft berokkend, indien blijkt dat dat beslag onrechtmatig is. Wanneer die veroordeling het gevolg is van een vonnis dat bij verstek wordt uitgesproken wegens de afwezigheid van de beslagleggende schuldeiser, kan die laatste geen verzet doen tegen dat vonnis (artikel 1412bis, § 4, tweede lid, tweede zin, van het Gerechtelijk Wetboek). B.4. Het verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van personen dat voortvloeit uit de toepassing van verschillende procedureregels in verschillende omstandigheden, houdt op zich geen discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien het verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van die procedureregels een onevenredige beperking van de rechten van de daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. B.5. De onmogelijkheid om verzet te doen tegen het vonnis beoogd in 3 et 4, du Code judiciaire). Lorsqu'il est invité à statuer sur une telle réclamation, ce juge peut aussi, s'il y a lieu, et à la demande du débiteur saisi, condamner le créancier saisissant à réparer le dommage que la saisie a causé au débiteur saisi, s'il apparaît que cette saisie est abusive. Quand cette condamnation résulte d'un jugement prononcé par défaut en raison de l'absence du créancier saisissant, ce dernier ne peut frapper ce jugement d'opposition (article 1412bis, § 4, alinéa 2, deuxième phrase, du Code judiciaire). B.4. La différence de traitement entre certaines catégories de personnes qui découle de l'application de règles procédurales différentes dans des circonstances différentes n'est pas discriminatoire en soi. Il ne pourrait être question de discrimination que si la différence de traitement qui découle de l'application de ces règles de procédure entraînait une limitation disproportionnée des droits des personnes concernées. B.5. L'impossibilité de frapper d'opposition le jugement visé en B.3.2
B.3.2 wordt opgevat als « een element van rechtszekerheid » (Parl. est conçue comme « un facteur de sécurité juridique » (Doc. parl.,
St., Kamer, 1992-1993, nr. 750/4, p. 10). B.6. Het behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de wetgever om te bepalen welke rechtsmiddelen tegen de beslissing van een rechter moeten openstaan. Het verzet is een gewoon rechtsmiddel dat openstaat voor de partij die op regelmatige wijze werd verzocht te verschijnen en die bij verstek is veroordeeld, teneinde vanwege het rechtscollege dat bij verstek heeft geoordeeld, een nieuwe beslissing na een contradictoir debat te verkrijgen. Dat rechtsmiddel heeft ten doel de persoon die als gevolg van zijn niet-verschijnen mogelijkerwijze niet alle elementen van een zaak kent of zich daarover althans niet nader heeft kunnen verklaren, de mogelijkheid te bieden ten volle zijn rechten van verdediging uit te oefenen. Chambre, 1992-1993, n° 750/4, p. 10). B.6. Il relève du pouvoir d'appréciation du législateur de déterminer quelles voies de recours doivent être ouvertes contre la décision d'un juge. L'opposition est une voie de recours ordinaire offerte à la partie régulièrement invitée à comparaître et qui a été condamnée par défaut, en vue d'obtenir de la juridiction qui a statué par défaut une nouvelle décision après un débat contradictoire. Cette voie de recours a pour but de permettre le plein exercice des droits de la défense par une personne qui, en raison de sa défaillance, pourrait ignorer tous les éléments d'une cause ou à tout le moins ne pas avoir pu s'expliquer sur eux.
B.7. Aangezien het bij paragraaf 2 van artikel 1412bis van het B.7. La saisie permise par le paragraphe 2 de l'article 1412bis du
Gerechtelijk Wetboek toegelaten beslag een uitzondering is op het in Code judiciaire étant une exception au principe énoncé au paragraphe 1er
paragraaf 1 van dat artikel uiteengezette principe, volgens hetwelk de de cet article, selon lequel les biens appartenant aux personnes
goederen die toebehoren aan publiekrechtelijke rechtspersonen niet morales de droit public sont insaisissables, le législateur a pu, en
vatbaar zijn voor beslag, vermocht de wetgever, wegens de aard van die raison de la nature de ces biens et du but d'intérêt général poursuivi
goederen en het door die personen nagestreefde doel van algemeen belang, ervoor te zorgen dat, in geval van door de publiekrechtelijke rechtspersoon ingestelde vordering tot opheffing van het beslag, die persoon zo kort mogelijk in onzekerheid verkeert over het lot van de goederen die het voorwerp ervan uitmaken. De wetgever heeft aldus bepaald dat de vordering tot verzet moet worden ingesteld binnen een maand te rekenen van het beslagexploot betekend aan de publiekrechtelijke rechtspersoon. Om dezelfde redenen vermocht hij ook redelijkerwijs uit te sluiten dat de beslissing van de beslagrechter vatbaar is voor verzet, zelfs indien zij gepaard gaat met een veroordeling van de schuldeiser tot een schadevergoeding wegens het onrechtmatige karakter van het beslag. De maatregel heeft voor de schuldeiser geen onevenredige gevolgen aangezien, in geval van opheffing van het beslag bevolen bij een bij verstek gewezen vonnis, dat vonnis niet bij voorraad ten uitvoer kan worden gelegd, de schuldeiser hoger beroep kan instellen binnen een maand te rekenen van de betekening van het vonnis en de rechter in hoger beroep uitspraak moet doen met voorrang boven alle andere zaken. B.8. Artikel 1412bis, § 4, tweede lid, tweede zin, van het par ces personnes, veiller, en cas de demande de mainlevée de la saisie, formée par la personne morale de droit public, à ce que celle-ci soit le moins longtemps possible dans l'incertitude quant au sort des biens qui en font l'objet. Le législateur a ainsi prévu que la demande en opposition doit être formée dans le mois de l'exploit de saisie signifié à la personne morale de droit public. Pour les mêmes raisons, il a aussi pu raisonnablement exclure que la décision du juge des saisies soit susceptible d'opposition, même si elle est assortie d'une condamnation du créancier à une indemnité en raison du caractère abusif de la saisie. La mesure n'a pas d'effets disproportionnés pour le créancier puisqu'en cas de mainlevée de la saisie ordonnée par un jugement rendu par défaut, celui-ci ne peut être assorti de l'exécution provisoire, que le créancier peut interjeter appel dans le mois à partir de la signification du jugement et que le juge d'appel doit statuer toutes affaires cessantes. B.8. L'article 1412bis, § 4, alinéa 2, deuxième phrase, du Code
Gerechtelijk Wetboek is bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de judiciaire est compatible avec les articles 10 et 11 de la
Grondwet. Constitution.
B.9. Het onderzoek van de bestaanbaarheid van de in het geding zijnde B.9. L'examen de la compatibilité de la disposition en cause avec les
bepaling met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang articles 10 et 11 de la Constitution lus en combinaison avec l'article
gelezen met artikel 6.1 van het Europees Verdrag voor de rechten van 6.1 de la Convention européenne des droits de l'homme n'aboutit pas à
de mens, leidt niet tot een andere conclusie. une autre conclusion.
B.10. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.10. La question préjudicielle appelle une réponse négative.
Om die redenen, Par ces motifs,
het Hof la Cour
zegt voor recht : dit pour droit :
Artikel 1412bis, § 4, tweede lid, tweede zin, van het Gerechtelijk L'article 1412bis, § 4, alinéa 2, deuxième phrase, du Code judiciaire
Wetboek schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. ne viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise,
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 10 mei 2012. la Cour constitutionnelle, à l'audience publique du 10 mai 2012.
De griffier, Le greffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, Le président,
R. Henneuse. R. Henneuse.
^