Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 24/2009 van 18 februari 2009 Rolnummer 4390 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 171, 6°, eerste streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij artikel 123 van de pro Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 24/2009 van 18 februari 2009 Rolnummer 4390 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 171, 6°, eerste streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij artikel 123 van de pro Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechter(...) Extrait de l'arrêt n° 24/2009 du 18 février 2009 Numéro du rôle : 4390 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 171, 6°, premier tiret, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il a été modifié par l'article 123 de l La Cour constitutionnelle, composée des présidents M. Melchior et M. Bossuyt, et des juges P. Ma(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Uittreksel uit arrest nr. 24/2009 van 18 februari 2009 Extrait de l'arrêt n° 24/2009 du 18 février 2009
Rolnummer 4390 Numéro du rôle : 4390
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 171, 6°, eerste En cause : la question préjudicielle relative à l'article 171, 6°,
streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals premier tiret, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il a
gewijzigd bij artikel 123 van de programmawet van 8 april 2003, été modifié par l'article 123 de la loi-programme du 8 avril 2003,
gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. posée par le Tribunal de première instance de Liège.
Het Grondwettelijk Hof, La Cour constitutionnelle,
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de composée des présidents M. Melchior et M. Bossuyt, et des juges P.
rechters P. Martens, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Martens, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.
Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van Goey, bijgestaan Derycke, J. Spreutels et T. Merckx-Van Goey, assistée du greffier
door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, P.-Y. Dutilleux, présidée par le président M. Melchior,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Objet de la question préjudicielle et procédure
Bij vonnis van 6 december 2007 in zake René Van de Wiele en Francine Par jugement du 6 décembre 2007 en cause de René Van de Wiele et
Verhaege tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie Francine Verhaege contre l'Etat belge, dont l'expédition est parvenue
van het Hof is ingekomen op 17 december 2007, heeft de Rechtbank van au greffe de la Cour le 17 décembre 2007, le Tribunal de première
eerste aanleg te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld : instance de Liège a posé la question préjudicielle suivante :
« Schendt artikel 171, 6°, eerste streepje, van het WIB 1992, in de versie ervan die op het aanslagjaar 2004 van toepassing is, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het voordeel van de afzonderlijke aanslagvoet voor het vakantiegeld dat tijdens het jaar dat de werknemer of de bedrijfsleider die met een arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld, zijn werkgever verlaat, is opgebouwd en aan hem wordt betaald, in de praktijk niet kan gelden voor de arbeiders, ook al laat de formulering van de tekst uitschijnen dat die gelijkelijk van toepassing is op de arbeiders en de bedienden, daar het vakantiegeld van de arbeiders met betrekking tot het jaar van de brugpensionering hun over het algemeen het daaropvolgende jaar wordt « Dans sa version applicable à l'exercice 2004, l'article 171, 6°, premier tiret, du CIR 1992 viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, en ce qu'en pratique, le bénéfice du taux distinct pour le pécule de vacances qui est acquis et payé au travailleur ou au dirigeant d'entreprise occupé dans le cadre d'un contrat de travail, durant l'année où il quitte son employeur, ne peut s'appliquer aux ouvriers, même si la formulation du texte laisse croire qu'il est pareillement applicable aux ouvriers et aux employés, parce qu'en règle générale, le pécule de vacances des ouvriers afférent à l'année
uitgekeerd ? ». de la mise à la prépension [leur] est versé l'année suivante ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. En droit
(...) (...)
B.1. Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de B.1. La Cour est invitée à se prononcer sur la compatibilité, avec les
bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van articles 10 et 11 de la Constitution, de l'article 171, 6°, premier
artikel 171, 6°, eerste streepje, van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 1992), in zoverre het in de tiret, du Code des impôts sur les revenus 1992 (ci-après : CIR 1992)
praktijk ertoe zou leiden dat de arbeiders geen aanspraak kunnen maken en ce qu'il aurait pour effet, en pratique, de ne pas faire bénéficier
op de afzonderlijke aanslagvoet voor het vakantiegeld met betrekking les ouvriers du taux distinct pour le pécule de vacances afférent à
tot het jaar van hun brugpensionering, terwijl de formulering van die l'année de leur mise à la prépension, alors que la formulation de
bepaling laat veronderstellen dat zij zowel op de arbeiders als op de ladite disposition permet de supposer qu'elle s'applique aussi bien
bedienden van toepassing is. aux ouvriers qu'aux employés.
B.2. Artikel 171, 6°, eerste streepje, van het WIB 1992 bepaalt : B.2. L'article 171, 6°, premier tiret, du CIR 1992 dispose :
« In afwijking van de artikelen 130 tot 168, zijn afzonderlijk « Par dérogation aux articles 130 à 168, sont imposables
belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd distinctement, sauf si l'impôt ainsi calculé, majoré de l'impôt
met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan
die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de evenvermelde afférent aux autres revenus, est supérieur a celui que donnerait
artikelen op het geheel van de belastbare inkomsten : l'application desdits articles à l'ensemble des revenus imposables :
[...] [...]
6° tegen de aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de andere belastbare inkomsten : 6° au taux afférent à l'ensemble des autres revenus imposables :
- het vakantiegeld dat, tijdens het jaar dat de werknemer zijn - le pécule de vacances acquis et payé au travailleur durant l'année
werkgever verlaat, is opgebouwd en aan hem wordt betaald; où il quitte son employeur;
[...] ». [...] ».
B.3.1. De in het geding zijnde bepaling is bij artikel 123 van de B.3.1. La disposition en cause a fait l'objet d'une modification par
programmawet van 8 april 2003 (Belgisch Staatsblad van 17 april 2003) l'article 123 de la loi-programme du 8 avril 2003 (Moniteur belge du
gewijzigd om het onderscheid tussen arbeiders en bedienden op het 17 avril 2003) en vue de supprimer la distinction entre ouvriers et
heffen dat voortvloeide uit de vorige versie van artikel 171, 6°, employés qui résultait du texte de l'article 171, 6°, premier tiret,
eerste streepje. dans sa version antérieure.
Het voormelde artikel 123 is in de programmawet ingevoegd via een L'article 123 précité a été introduit dans la loi-programme par la
amendement nr. 56 van de Regering, dat als volgt is verantwoord : voie d'un amendement n° 56 du Gouvernement justifié comme suit :
« Het arrest van het Arbitragehof nr. 185/2002 van 11 december 2002 « L'arrêt de la Cour d'Arbitrage n° 185/2002 du 11 décembre 2002 a
heeft op de volgende twee discriminaties gewezen : relevé les deux discriminations suivantes :
- in zoverre artikel 171, 6°, eerste streepje, van het Wetboek van de - en ce que l'article 171, 6°, 1er tiret, du Code des impôts sur les
inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) (afzonderlijke taxatie van het revenus 1992 (CIR 92) (taxation distincte au taux afférent à
vervroegd vakantiegeld tegen de aanslagvoet met betrekking tot het l'ensemble des autres revenus imposables du pécule de vacances
geheel van de andere belastbare inkomsten) enkel van toepassing is op anticipé) s'applique aux seuls employés, il n'est pas compatible avec
de bedienden, is het niet verenigbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet; les articles 10 et 11 de la Constitution;
[...] [...]
Afin d'éliminer ces discriminations constatées par la Cour
Teneinde die door het Arbitragehof vastgestelde discriminaties uit te d'Arbitrage, il est proposé de remplacer l'article 171, 6°, 1er tiret,
sluiten, wordt voorgesteld artikel 171, 6°, eerste streepje, WIB 92 te CIR 92 afin qu'y soit désormais visé explicitement le pécule de
vervangen zodat hier voortaan uitdrukkelijk het vakantiegeld wordt
beoogd dat is betaald aan een werknemer die zijn werkgever verlaat, en vacances payé à un travailleur qui quitte son employeur et afférent à
dat betrekking heeft op de periode van het jaar waarin de werknemer is la partie de l'année au cours de laquelle ce travailleur a été occupé
tewerkgesteld door die werkgever, in zoverre het in het jaar zelf is par cet employeur, pour autant qu'il soit payé pendant cette même
uitbetaald, dus zonder een onderscheid te maken tussen bedienden en année, donc sans faire de distinction entre les employés et les
arbeiders. ouvriers.
Bovendien geeft die tekst beter de filosofie weer die achter de Par ailleurs, ce texte reflète mieux la philosophie qui sous-tend
afzonderlijk taxatie zit, namelijk de progressiviteit van de belasting l'imposition distincte, à savoir ne pas aggraver la progressivité de
niet verzwaren door de samenvoeging van het vervroegd vakantiegeld l'impôt suite au cumul du pécule de vacances anticipé calculé sur la
berekend op grond van de prestaties van het jaar van vertrek met het base des prestations de l'année du départ avec le pécule de vacances
gewone vakantiegeld berekend op grond van de prestaties van het vorige jaar. ordinaire calculé sur la base des prestations de l'année antérieure.
Het nieuwe artikel 171, 6°, eerste streepje, WIB 92 stelt op die wijze Le nouvel article 171, 6°, 1er tiret, CIR 92 met ainsi fin à la double
een einde aan de dubbele discriminatie die door het Arbitragehof wordt aangeklaagd. discrimination dénoncée par la Cour d'Arbitrage.
Er wordt voorgesteld de nieuwe bepaling uitwerking te laten hebben Il est en outre proposé que la nouvelle disposition produise ses
vanaf aanslagjaar 2003 » (Parl. St., Kamer, 2002-2003, DOC effets à partir de l'exercice d'imposition 2003 » (Doc. parl.,
50-2343/022, pp. 2-3). Chambre, 2002-2003, DOC 50-2343/022, pp. 2-3).
B.3.2. In het arrest nr. 185/2002 van 11 december 2002 heeft het Hof B.3.2. Par l'arrêt n° 185/2002 du 11 décembre 2002, la Cour a jugé que
geoordeeld dat artikel 171, 6°, eerste streepje, van het WIB 1992, l'article 171, 6°, premier tiret, du CIR 1992, tel qu'il était rédigé
vóór de wijziging ervan bij artikel 123 van de voormelde programmawet, avant sa modification par l'article 123 de la loi-programme précitée,
om de volgende redenen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schond : « Overigens, in zoverre artikel 171, 6°, het voordeel van de afzonderlijke aanslagvoet waaraan het verkregen vakantiegeld dat wordt betaald aan een bediende die de onderneming verlaat is onderworpen, uitsluitend aan de bedienden voorbehoudt, ontzegt het het vakantiegeld dat wordt betaald aan de arbeiders die zich in dezelfde situatie bevinden, het voordeel van een aanslag tegen diezelfde preferentiële aanslagvoet. De Ministerraad toont niet aan, en het Hof ziet niet in, wat een dergelijk verschil in behandeling tussen werknemers met brugpensioen redelijk zou verantwoorden. Zo het door de Ministerraad aangevoerde argument - namelijk de zorg om het gevolg te vermijden van de violait les articles 10 et 11 de la Constitution pour les motifs suivants : « Par ailleurs, en ce que l'article 171, 6°, réserve aux seuls employés le bénéfice du taux distinct auquel il soumet le pécule de vacances acquis et payé à l'employé qui quitte l'entreprise, il prive du bénéfice d'une imposition à ce même taux préférentiel le pécule de vacances payé aux ouvriers se trouvant dans la même situation. Le Conseil des ministres n'établit pas, et la Cour n'aperçoit pas davantage ce qui justifierait raisonnablement une telle différence de traitement opérée entre travailleurs prépensionnés. L'argument avancé par le Conseil des ministres - à savoir le souci d'éviter l'effet de
progressiviteit van de belasting verbonden met de samenvoeging van het la progressivité de l'impôt lié au cumul du pécule de vacances avec
vakantiegeld met de andere inkomsten van het jaar waarin dat les autres revenus de l'année durant laquelle ce pécule est payé -,
vakantiegeld wordt betaald - de toepassing van een afzonderlijke s'il est de nature à justifier l'application à ce pécule d'un taux
aanslagvoet op dat vakantiegeld kan verantwoorden, is het evenwel niet d'imposition distinct, n'est toutefois pas de nature à justifier que
van die aard dat het kan verantwoorden dat het voordeel van die
aanslagvoet uitsluitend wordt voorbehouden aan de bedienden die een le bénéfice de ce taux soit réservé aux seuls employés qui quittent
onderneming verlaten ». une entreprise ».
B.4. Volgens de verwijzende rechter is de door het Hof vastgestelde B.4. D'après le juge a quo, la discrimination constatée par la Cour
discriminatie niet opgeheven door de wijziging, op 8 april 2003, van artikel 171, 6°, eerste streepje. n'a pas été supprimée par la modification de l'article 171, 6°, premier tiret, intervenue le 8 avril 2003.
De verwijzende rechter merkt immers op dat het vakantiegeld met
betrekking tot de arbeidsprestaties die de arbeider in het verleden
heeft verricht, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van Le juge a quo relève, en effet, qu'en vertu de l'article 23 de
30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van l'arrêté royal du 30 mars 1967 déterminant les modalités générales
d'exécution des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs
de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers hem pas salariés, le pécule afférent aux prestations de travail que l'ouvrier
wordt uitgekeerd in het jaar dat volgt op dat van zijn a accomplies par le passé ne lui est versé que l'année qui suit celle
brugpensionering. Aangezien de arbeiders geen vervroegd vakantiegeld de sa mise à la prépension. A défaut pour les ouvriers de percevoir un
ontvangen, zou artikel 171, 6°, eerste streepje, van het WIB 1992 geen pécule de vacances anticipé, ils ne seraient donc pas concernés par
betrekking hebben op hen. l'article 171, 6°, premier tiret, du CIR 1992.
B.5.1. In zijn memorie voert de Ministerraad aan dat het Hof niet B.5.1. Le Conseil des ministres soutient, dans son mémoire, que la
bevoegd zou zijn om de voorgelegde vraag te beantwoorden. Hij is Cour ne serait pas compétente pour répondre à la question qui lui est
immers van mening dat het aangeklaagde verschil in behandeling niet soumise. Il estime, en effet, que la différence de traitement dénoncée
voortvloeit uit artikel 171, 6°, eerste streepje, van het WIB 1992, trouve son origine non pas dans l'article 171, 6°, premier tiret, du
maar uit artikel 23 van het voormelde koninklijk besluit. CIR 1992 mais dans l'article 23 de l'arrêté royal précité.
B.5.2. Wanneer een exceptie van onontvankelijkheid tevens betrekking B.5.2. Lorsqu'une exception d'irrecevabilité concerne également la
heeft op de draagwijdte die aan de in het geding zijnde bepaling dient portée qu'il y a lieu de donner à la disposition en cause, l'examen de
te worden gegeven, valt het onderzoek van de ontvankelijkheid samen la recevabilité se confond avec celui du fond de l'affaire.
met dat van de grond van de zaak.
B.6.1. Het in het geding zijnde artikel 171, 6°, eerste streepje, van
het WIB 1992 vereist dat het vakantiegeld, voor de toepassing van de B.6.1. L'article 171, 6°, premier tiret, du CIR 1992 en cause exige
afzonderlijke aanslagvoet waarin het voorziet, wordt uitgekeerd in het que le pécule de vacances soit versé durant l'année où le travailleur
jaar waarin de werknemer zijn werkgever verlaat. quitte son employeur pour l'application du taux distinct qu'il
B.6.2. Door de term « hoofdarbeider » te vervangen door die van « prévoit. B.6.2. En remplaçant le terme « employé » par celui de « travailleur »
werknemer » in artikel 171, 6°, eerste streepje, van het WIB 1992 à l'article 171, 6°, premier tiret, du CIR 1992, le législateur
wilde de wetgever klaarblijkelijk een einde maken aan het door het Hof entendait manifestement mettre fin à la différence de traitement jugée
in zijn voormeld arrest nr. 185/2002 discriminerend bevonden verschil discriminatoire par la Cour dans son arrêt n° 185/2002 précité, en
in behandeling, door het de arbeiders mogelijk te maken om net als de
bedienden de afzonderlijke aanslagvoet te genieten waarin artikel 171, permettant aux ouvriers de bénéficier, au même titre que les employés,
6°, eerste streepje, van het WIB 1992 voorziet voor de belasting van du taux distinct prévu à l'article 171, 6°, premier tiret, du CIR 1992
het vakantiegeld opgebouwd en betaald aan de arbeider in het jaar dat pour la taxation du pécule de vacances acquis et payé à l'ouvrier
hij zijn werkgever verlaat. durant l'année où il quitte son employeur.
En ce qu'il a pour effet de traiter de manière identique l'ouvrier et
l'employé dans l'hypothèse où ils acquièrent et perçoivent leur pécule
de vacances afférent à l'année où ils quittent leur employeur, durant
Artikel 171, 6°, eerste streepje, van het WIB 1992 is bestaanbaar met l'année de leur départ, l'article 171, 6°, premier tiret, du CIR 1992
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het tot gevolg heeft dat de arbeider en de bediende identiek worden behandeld wanneer zij hun vakantiegeld met betrekking tot het jaar waarin zij hun werkgever verlaten, verwerven en ontvangen in het jaar van hun vertrek. B.7.1. Het Hof moet voorts de hypothese onderzoeken waarbij het vakantiegeld met betrekking tot het jaar waarin de arbeider zijn werkgever verlaat, hem wordt uitgekeerd in het jaar dat volgt op dat van zijn brugpensionering. Immers, zoals de verwijzende rechter opmerkt, wordt het vakantiegeld met betrekking tot de arbeidsprestaties die de arbeider heeft verricht, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers hem pas uitgekeerd in het jaar dat volgt op zijn brugpensionering. B.7.2. Uit de voormelde reglementaire bepaling vloeit voort dat een op brugpensioen gestelde arbeider het vakantiegeld met betrekking tot het jaar waarin hij zijn werkgever verlaat, in beginsel ontvangt in het jaar dat volgt op de brugpensionering, zodat dat vakantiegeld niet zal worden samengevoegd met het vakantiegeld dat betrekking heeft op het jaar dat voorafgaat aan dat waarin hij zijn werkgever verlaat. In die mate verschilt de situatie van de arbeider van die van de bediende, die van zijn kant in het jaar dat hij zijn werkgever verlaat twee vakantiegelden ontvangt, namelijk dat met betrekking tot het jaar dat voorafgaat aan zijn vertrek en dat met betrekking tot het jaar van zijn brugpensionering. est compatible avec les articles 10 et 11 de la Constitution. B.7.1. La Cour doit encore examiner l'hypothèse dans laquelle le pécule de vacances afférent à l'année où l'ouvrier quitte son employeur, lui est versé l'année qui suit celle de sa mise à la prépension. En effet, comme le relève le juge a quo, en vertu de l'article 23 de l'arrêté royal du 30 mars 1967 déterminant les modalités générales d'exécution des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, le pécule afférent aux prestations de travail que l'ouvrier a accomplies ne lui est versé que l'année qui suit celle de sa mise à la prépension. B.7.2. Il résulte de la disposition réglementaire précitée qu'en principe un ouvrier qui est admis à la prépension perçoit le pécule de vacances afférent à l'année où il quitte son employeur l'année qui suit sa mise à la prépension, de sorte que ce pécule de vacances ne sera pas cumulé avec celui afférent à l'année qui précède celle où il quitte son employeur. Dans cette mesure, la situation de l'ouvrier diffère de celle de l'employé, qui perçoit, quant à lui, deux pécules de vacances l'année où il quitte son employeur, en l'occurrence celui afférent à l'année qui précède son départ et celui afférent à l'année de son admission à la prépension.
B.7.3. Aangezien, zoals eraan is herinnerd in B.3.1, het doel van de B.7.3. Dès lors que, comme il a été rappelé en B.3.1, l'objectif du
wetgever erin bestond de progressiviteit van de belasting niet te législateur était de ne pas aggraver la progressivité de l'impôt en
verzwaren door de samenvoeging van het vervroegde vakantiegeld raison du cumul du pécule de vacances anticipé calculé sur la base des
berekend op grond van de prestaties van het jaar van vertrek met het prestations de l'année du départ avec le pécule de vacances ordinaire
gewone vakantiegeld berekend op grond van de prestaties van het vorige calculé sur la base des prestations de l'année antérieure, il est
jaar, is het redelijk verantwoord het de arbeider niet mogelijk te raisonnablement justifié de ne pas permettre à l'ouvrier de bénéficier
maken de afzonderlijke aanslagvoet te genieten waarin de in het geding du taux distinct prévu par la disposition en cause. Celui-ci se
zijnde bepaling voorziet. Die arbeider bevindt zich immers in een trouve, en effet, dans une situation objectivement différente de celle
situatie die objectief verschilt van die van de bediende, in zoverre de l'employé dans la mesure où il ne cumule pas la perception des deux
hij niet de inning cumuleert van twee vakantiegelden waarvoor de pécules de vacances pour lesquels le législateur a entendu éviter
wetgever de verzwaring van de progressiviteit van de belasting heeft l'aggravation de la progressivité de l'impôt, de sorte qu'il est
willen voorkomen, zodat het redelijk verantwoord is dat hij raisonnablement justifié qu'il soit traité différemment.
verschillend wordt behandeld.
B.8. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.8. La question préjudicielle appelle une réponse négative.
Om die redenen, Par ces motifs,
het Hof la Cour
zegt voor recht : dit pour droit :
Artikel 171, 6°, eerste streepje, van het Wetboek van de L'article 171, 6°, premier tiret, du Code des impôts sur les revenus
inkomstenbelastingen 1992 schendt de artikelen 10 en 11 van de 1992 ne viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution.
Grondwet niet.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise,
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989, à
terechtzitting van 18 februari 2009. l'audience publique du 18 février 2009.
De griffier, Le greffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, Le président,
M. Melchior. M. Melchior.
^