← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 116/2007 van 19 september 2007 Rolnummer 4051 In zake
: de prejudiciële vraag betreffende artikel 462 van het Strafwetboek, gesteld door een onderzoeksrechter
van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Het samengesteld
uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters P. Martens, M. Bossuyt, E. D(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 116/2007 van 19 september 2007 Rolnummer 4051 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 462 van het Strafwetboek, gesteld door een onderzoeksrechter van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Het samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters P. Martens, M. Bossuyt, E. D(...) | Extrait de l'arrêt n° 116/2007 du 19 septembre 2007 Numéro du rôle : 4051 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 462 du Code pénal, posée par un juge d'instruction du Tribunal de première instance de Bruxelles. La Cour composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges P. Martens, M. Bossuyt, E. De Groot, A(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 116/2007 van 19 september 2007 | Extrait de l'arrêt n° 116/2007 du 19 septembre 2007 |
Rolnummer 4051 | Numéro du rôle : 4051 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 462 van het | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 462 du Code |
Strafwetboek, gesteld door een onderzoeksrechter van de Rechtbank van | pénal, posée par un juge d'instruction du Tribunal de première |
eerste aanleg te Brussel. | instance de Bruxelles. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters | composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges P. |
P. Martens, M. Bossuyt, E. De Groot, A. Alen en J.-P. Moerman, | Martens, M. Bossuyt, E. De Groot, A. Alen et J.-P. Moerman, assistée |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij beschikking van 8 augustus 2006 in zake G.R., waarvan de expeditie | Par ordonnance du 8 août 2006 en cause de G.R., dont l'expédition est |
ter griffie van het Hof is ingekomen op 26 september 2006, heeft een | parvenue au greffe de la Cour le 26 septembre 2006, un juge |
onderzoeksrechter van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de | d'instruction du Tribunal de première instance de Bruxelles a posé la |
volgende prejudiciële vraag gesteld : | question préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 462 van het Strafwetboek, eventueel in samenhang | « L'article 462 du Code pénal, éventuellement lu conjointement avec |
gelezen met artikel 78 van hetzelfde Wetboek, de artikelen 10 en 11 | l'article 78 du même Code, viole-t-il les articles 10 et 11 de la |
van de Grondwet, in zoverre het een verschoningsgrond invoert voor de | Constitution en ce qu'il instaure une cause d'excuse pour les vols |
diefstallen gepleegd door een gehuwde ten nadele van zijn echtgenoot, | commis par des époux au préjudice de leurs conjoints alors que pour |
terwijl voor de personen die samenwonen niet in een dergelijke | les personnes vivant en concubinage cette cause d'excuse n'est pas |
verschoningsgrond wordt voorzien ? ». | prévue ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de | B.1. La Cour est invitée à se prononcer sur la compatibilité, avec les |
bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van | articles 10 et 11 de la Constitution, de l'article 462 du Code pénal, |
artikel 462 van het Strafwetboek, eventueel in samenhang gelezen met | |
artikel 78 van datzelfde Wetboek, in zoverre het een verschoningsgrond | éventuellement lu conjointement avec l'article 78 du même Code, en ce |
invoert voor de diefstallen gepleegd door een gehuwde ten nadele van | qu'il instaure une cause d'excuse pour les vols commis par des époux |
zijn echtgenoot, terwijl in die verschoningsgrond niet wordt voorzien | au préjudice de leurs conjoints tandis que cette cause d'excuse n'est |
voor de personen die ongehuwd samenwonen. | pas prévue pour les personnes vivant en concubinage. |
Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de enkele vergelijking van de | La Cour limite son examen à la seule comparaison faite entre les époux |
echtgenoten en de categorie van de ongehuwd samenwonenden. | et la catégorie des concubins. |
B.2. Artikel 462 van het Strafwetboek bepaalt : « Diefstallen gepleegd door een gehuwde ten nadele van zijn echtgenoot, door een weduwnaar of een weduwe wat zaken betreft die aan de overleden echtgenoot hebben toebehoord, door afstammelingen ten nadele van hun bloedverwanten in de opgaande lijn, door bloedverwanten in de opgaande lijn ten nadele van hun afstammelingen, of door aanverwanten in dezelfde graden, geven alleen aanleiding tot burgerrechtelijke vergoeding. Ieder ander persoon die aan deze diefstallen deelneemt of die de gestolen voorwerpen of een gedeelte ervan heeft, wordt gestraft alsof de vorige bepaling niet bestond ». | B.2. L'article 462 du Code pénal énonce : « Ne donneront lieu qu'à des réparations civiles, les vols commis par des époux au préjudice de leurs conjoints; par un veuf ou une veuve, quant aux choses qui avaient appartenu à l'époux décédé; par des descendants au préjudice de leurs ascendants, par des ascendants au préjudice de leurs descendants, ou par des alliés aux mêmes degrés. Toute autre personne qui aura participé à ces vols ou recélé tout ou partie des objets volés sera punie comme si la disposition qui précède n'existait pas ». |
Artikel 78 van het Strafwetboek bepaalt : | L'article 78 du Code pénal prévoit : |
« Geen misdaad of wanbedrijf is verschoonbaar dan in de gevallen bij | « Nul crime ou délit ne peut être excusé, si ce n'est dans les cas |
de wet bepaald ». | déterminés par la loi ». |
B.3. In de parlementaire voorbereiding van de in het geding zijnde | B.3. Les travaux préparatoires consacrés à la disposition en cause |
bepaling worden verscheidene uittreksels weergegeven van de memorie | reproduisent plusieurs extraits de l'exposé des motifs de l'article |
van toelichting bij artikel 380 van het Strafwetboek van 1810, dat aan die bepaling ten grondslag ligt. « Zij niet alleen daarop gebaseerd dat ' de verhouding tussen die personen te intiem is, opdat het zou betamen om, naar aanleiding van geldelijke belangen, het openbaar ministerie ermee te belasten de familiegeheimen die misschien nooit zouden worden onthuld te doorgronden ... en straffen te veroorzaken waarvan het gevolg zich niet ertoe zou beperken alle familieleden met verbijstering te slaan, maar bovendien een eeuwige bron van verdeeldheid en haat zou zijn. ' [...] Het zou uiterst gevaarlijk zijn dat er op grond van een beschuldiging zou kunnen worden vervolgd in zaken waarin de grens | 380 du Code pénal de 1810 qui est à l'origine de cette disposition : « Elle ne s'appuie pas seulement sur ce que ' les rapports entre ces personnes sont trop intimes pour qu'il convienne, à l'occasion d'intérêts pécuniaires, de charger le ministère public de scruter les secrets des familles qui peut-être ne seraient jamais dévoilés ... et de provoquer des peines dont l'effet ne se bornerait pas à répandre la consternation parmi tous les membres de la famille, mais qui pourrait encore être une source éternelle de division et de haine. ' [...] Il serait extrêmement dangereux qu'une accusation pût être poursuivie |
tussen het gebrek aan fijngevoeligheid en het echte misdrijf vaak | dans des affaires où la ligne qui sépare le manque de délicatesse du |
moeilijk vast te stellen is. [...] Tussen echtgenoten en tussen | véritable délit, est souvent difficile à saisir. [...] Entre époux, |
verwanten in de opgaande en de nederdalende lijn, zijn de grenzen van | entre ascendants et descendants, les limites de la propriété nettement |
eigendom die in de ogen van de wet zeer duidelijk afgebakend zijn in | tracées aux yeux de la loi ne sont pas en fait posées avec la même |
feite niet zo duidelijk; hiermee willen we niet gezegd hebben dat er | netteté; il existe, nous ne dirons pas une copropriété, mais une sorte |
een mede-eigendom bestaat, maar wel een soort van recht op elkaars | de droit à la propriété les uns des autres, qui bien qu'il ne soit pas |
eigendom, dat alhoewel het geen open recht is, duidelijk een invloed | |
uitoefent op het karakter van de ontvreemding » (eigen vertaling) | ouvert, exerce une influence évidente sur le caractère de la |
(Parl. St., Kamer, vergadering van 7 december 1860, nr. 35, pp. 6-7). B.4.1. Het in de prejudiciële vraag aangehaalde verschil in behandeling is gebaseerd op een objectief element, namelijk dat de echtgenoten jegens elkaar in het Burgerlijk Wetboek gedefinieerde rechten en plichten hebben die de niet-gehuwde paren niet kennen. Laatstgenoemden zijn immers jegens elkaar niet dezelfde juridische verbintenissen aangegaan. B.4.2. De wetgever vermocht wettig te oordelen dat een bijzondere immuniteit moest worden toegekend teneinde een door de wet georganiseerde levensgemeenschap te beschermen, die de vermogenssituatie van de echtgenoten wijzigt en die wederzijdse verplichtingen in het leven roept. De omstandigheid dat de bij de in het geding zijnde bepaling ingevoerde verschoningsgrond niet wordt uitgebreid tot de niet-gehuwde paren, is redelijkerwijze verantwoord, aangezien de door de ongehuwd samenwonenden gevormde gemeenschap niet met dezelfde zekerheid wordt aangetoond als die welke ontstaat uit het huwelijk en daaruit niet dezelfde rechten en plichten voortvloeien. B.5. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Om die redenen, het Hof | soustraction » (Doc. parl., Chambre, séance du 7 décembre 1860, n° 35, pp. 6-7). B.4.1. La différence de traitement évoquée dans la question préjudicielle se fonde sur un élément objectif, à savoir que les conjoints ont l'un envers l'autre des droits et devoirs définis par le Code civil que ne connaissent pas les couples non mariés. Ces derniers n'ont, en effet, pas pris l'un envers l'autre les mêmes engagements juridiques. B.4.2. Le législateur a pu légitimement considérer qu'il convenait d'accorder une immunité particulière en vue de protéger une communauté de vie organisée par la loi, qui modifie la situation patrimoniale des conjoints et qui crée des obligations mutuelles. La circonstance que la cause d'excuse instaurée par la disposition en cause ne soit pas étendue aux couples non mariés est raisonnablement justifiée, dès lors que la communauté formée par des concubins n'est pas établie avec la même certitude que celle issue du mariage et qu'il n'en découle pas les mêmes droits et obligations. B.5. La question préjudicielle appelle une réponse négative. Par ces motifs, la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 462 van het Strafwetboek schendt de artikelen 10 en 11 van de | L'article 462 du Code pénal ne viole pas les articles 10 et 11 de la |
Grondwet niet. | Constitution. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989, à |
terechtzitting van 19 september 2007. | l'audience publique du 19 septembre 2007. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | Le président, |
M. Melchior. | M. Melchior. |