Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 80/2007 van 16 mei 2007 Rolnummer 4151 In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, ingest Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter A. Arts en de rechters-versl(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 80/2007 van 16 mei 2007 Rolnummer 4151 In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, ingest Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter A. Arts en de rechters-versl(...) Extrait de l'arrêt n° 80/2007 du 16 mai 2007 Numéro du rôle : 4151 En cause : le recours en annulation de la loi du 31 janvier 2007 sur la formation judiciaire et portant création de l'Institut de formation judiciaire, introduit par Luc L La Cour constitutionnelle, chambre restreinte, composée du président A. Arts et des juges-rappor(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Uittreksel uit arrest nr. 80/2007 van 16 mei 2007 Extrait de l'arrêt n° 80/2007 du 16 mai 2007
Rolnummer 4151 Numéro du rôle : 4151
In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 31 januari 2007 En cause : le recours en annulation de la loi du 31 janvier 2007 sur
inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut la formation judiciaire et portant création de l'Institut de formation
voor gerechtelijke opleiding, ingesteld door Luc Lamine. judiciaire, introduit par Luc Lamine.
Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer, La Cour constitutionnelle, chambre restreinte,
samengesteld uit voorzitter A. Arts en de rechters-verslaggevers E. De composée du président A. Arts et des juges-rapporteurs E. De Groot et
Groot en J.-P. Moerman, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, J.-P. Moerman, assistée du greffier P.-Y. Dutilleux,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Objet du recours et procédure
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 februari Par requête adressée à la Cour par lettre recommandée à la poste le 20
2007 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 février 2007 et parvenue au greffe le 21 février 2007, un recours en
februari 2007, heeft L. Lamine, wonende te 3110 Rotselaar, Steenweg op
Wezemaal 90, beroep tot vernietiging van de wet van 31 januari 2007 annulation de la loi du 31 janvier 2007 sur la formation judiciaire et
inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut portant création de l'Institut de formation judiciaire (publiée au
voor gerechtelijke opleiding (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 2 februari 2007). Moniteur belge du 2 février 2007) a été introduit par L. Lamine,
Op 28 februari 2007 hebben de rechters-verslaggevers E. De Groot en demeurant à 3110 Rotselaar, Steenweg op Wezemaal 90.
J.-P. Moerman, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de Le 28 février 2007, en application de l'article 71, alinéa 1er, de la
bijzondere wet van 6 januari 1989, de voorzitter ervan in kennis loi spéciale du 6 janvier 1989, les juges-rapporteurs E. De Groot et
gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, J.-P. Moerman ont informé le président qu'ils pourraient être amenés à
zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te proposer à la Cour, siégeant en chambre restreinte, de rendre un arrêt
wijzen waarbij vastgesteld wordt dat het beroep tot vernietiging constatant que le recours en annulation n'est manifestement pas
klaarblijkelijk niet ontvankelijk is. recevable.
(...) (...)
II. In rechte II. En droit
(...) (...)
B.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging van de wet van 31 B.1. La partie requérante demande l'annulation de la loi du 31 janvier
januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van 2007 sur la formation judiciaire et portant création de l'Institut de
het Instituut voor gerechtelijke opleiding, die in het Belgisch Staatsblad van 2 februari 2007 is verschenen. formation judiciaire, qui a été publiée au Moniteur belge du 2 février 2007.
Die wet richt een Instituut voor gerechtelijke opleiding op, dat is Cette loi crée un Institut de formation judiciaire, chargé de la
belast met de gerechtelijke opleiding van magistraten, gerechtelijke formation judiciaire des magistrats, des stagiaires judiciaires et du
stagiairs en gerechtelijk personeel bedoeld in artikel 2. Onder personnel judiciaire visés à l'article 2. On entend par formation
gerechtelijke opleiding worden begrepen de initiële opleiding tijdens judiciaire la formation initiale pendant le stage et dès l'entrée en
de stage of bij de indiensttreding, de permanente opleiding gedurende service, la formation permanente pendant la carrière et
de loopbaan en de loopbaanbegeleiding ter voorbereiding van de l'accompagnement de la carrière pour préparer à une fonction ou un
uitoefening van een toekomstig ambt of mandaat (artikel 3). Het mandat futurs (article 3). L'Institut établit les programmes en
Instituut stelt de opleidingsprogramma's op, voert ze uit en evalueert matière de formation et en assure l'exécution et l'évaluation (article
ze (artikel 8). De organen van het Instituut zijn de raad van bestuur, 8). Les organes de l'Institut sont le conseil d'administration, la
de directie en het wetenschappelijk comité. direction et le comité scientifique.
B.2. De verzoeker voert twee middelen aan. Het eerste middel is B.2. Le requérant invoque deux moyens. Le premier moyen est pris de la
afgeleid uit de schending van de bevoegdheidverdelende regels, violation des règles répartitrices de compétences, en particulier des
inzonderheid van de artikelen 127, § 1, en 151, § 3, van de Grondwet articles 127, § 1er, et 151, § 3, de la Constitution et de l'article
en van artikel 4, 8°, 12°, 14° en 16°, van de bijzondere wet van 8 4, 8°, 12°, 14° et 16°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes
augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Het tweede middel, « institutionnelles. Le deuxième moyen, « qui est invoqué par mesure de
dat veiligheidshalve wordt ingeroepen », is afgeleid uit de schending sécurité », est inféré de la violation de l'article 12, alinéa 2, de
van artikel 12, tweede lid, van de Grondwet, al dan niet in samenhang
gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de la Constitution, combiné ou non avec l'article 6 de la Convention
mens. européenne des droits de l'homme.
B.3. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 vereisen dat B.3. La Constitution et la loi spéciale du 6 janvier 1989 imposent à
elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot toute personne physique ou morale qui introduit un recours en
vernietiging instelt doet blijken van een belang. Van het vereiste annulation de justifier d'un intérêt. Ne justifient de l'intérêt
belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de requis que les personnes dont la situation pourrait être affectée
bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt; directement et défavorablement par la norme entreprise; il s'ensuit
bijgevolg is de actio popularis niet toelaatbaar. que l'action populaire n'est pas admissible.
B.4.1. Ter staving van zijn belang voert de verzoeker vier elementen B.4.1. A l'appui de son intérêt, le requérant invoque quatre éléments
aan : :
- hij verwijst naar zijn hoedanigheid van « strafrechtelijk vervolgde - il renvoie à sa qualité de « partie poursuivie au pénal »; il expose
partij »; hij zet omstandig de feiten « van 3 juni 2005 omstreeks 17 de manière circonstanciée les faits « du 3 juin 2005 vers 17 heures »
uur » uiteen en legt uit dat hij een klacht wegens valsheid in et explique qu'il a introduit une plainte pour faux en écritures
geschriften heeft ingediend tegen de verbalisanten; hij maakt melding contre les verbalisants; il fait mention d'un jugement du Tribunal de
van een vonnis van de Politierechtbank te Leuven van 25 september 2006, waarin hij werd veroordeeld; hij wijst op het hoger beroep dat hij daartegen heeft ingesteld. Uit dit alles leidt hij af dat hij « er bijgevolg alle belang bij [heeft] dat de opleiding van magistraten, inzonderheid deze van het openbaar ministerie, die in de toekomst over zijn zaak zullen moeten een oordeel vellen, wettelijk verloopt. Er mag eens met nadruk een lessenreeks over de deontologie van de magistraat van het openbaar ministerie een opleiding gegeven worden »; - hij voert aan dat hij medeauteur is van het boek « Het tergend en roekeloos geding » en hoopt dat, wanneer de bestreden wet wordt vernietigd, hij door de universiteit zal worden aangesteld als speciaal lesgever inzake het tergend en roekeloos geding; - hij stelt het risico te lopen slachtoffer te worden van « wraakacties » van bepaalde leden van het openbaar ministerie en hij wil, ter vrijwaring van zijn belangen, dat de opleiding van de magistraten wordt geregeld door de overheid die daartoe bevoegd is; - hij voert ten slotte een moreel belang aan daar hij « diegenen die verantwoordelijk zijn voor de onwelriekende benoemingen in de (staande) magistratuur een ... hak [wil] zetten ». B.4.2. Het door de verzoeker aangevoerde belang kan niet volstaan om het rechtens vereiste belang op te leveren om de vernietiging te vorderen van de bestreden wet. De verzoeker ressorteert niet onder de categorieën van magistraten, gerechtelijke stagiairs en gerechtelijk personeel bedoeld in artikel 2. Er blijkt niet hoe hij rechtstreeks en ongunstig kan worden geraakt door een wet die een Instituut voor gerechtelijke opleiding opricht en dat Instituut belast met de gerechtelijke opleiding van de personen bedoeld in dat artikel 2. De verzoeker kan evenmin een belang afleiden uit de door hem aangevoerde hoedanigheid van procespartij, noch uit het feit dat hij zich in bepaalde juridische onderwerpen heeft gespecialiseerd. De door hem aangevoerde mogelijkheid om tot lesgever te kunnen worden benoemd, is te hypothetisch om te doen blijken van het rechtens vereiste belang bij een beroep tot vernietiging voor het Hof. Het door hem aangevoerde « morele belang » staat in geen enkel verband met de bestreden wet. Het belang dat hij erbij zou hebben dat de opleiding van magistraten wordt geregeld door de overheid die krachtens de Grondwet daartoe bevoegd is, verschilt niet van het belang dat iedere persoon erbij heeft dat de wet in alle aangelegenheden in acht wordt genomen. Nu er geen voldoende geïndividualiseerd en rechtstreeks verband bestaat tussen de bestreden norm en de situatie van de verzoekende partij, moet het beroep als een actio popularis worden beschouwd, die de Grondwetgever niet heeft willen toelaten. B.5. Daaruit volgt dat het beroep tot vernietiging kennelijk niet ontvankelijk is. Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, stelt vast dat het beroep tot vernietiging niet ontvankelijk is. Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare terechtzitting van 16 mei 2007. De griffier, P.-Y. Dutilleux. De voorzitter, police de Louvain du 25 septembre 2006, dans lequel il a été condamné; il attire l'attention sur l'appel qu'il a interjeté contre ce jugement. Il déduit de tous ces éléments qu'il a « donc tout intérêt à ce que se déroule légalement la formation des magistrats, en particulier celle du ministère public, qui devra statuer à l'avenir sur sa cause. Il serait vraiment utile que l'on donne une série de cours au sujet de la déontologie du magistrat du ministère public »; - il fait valoir qu'il est co-auteur du livre « Het tergend en roekeloos geding » (« La procédure téméraire et vexatoire ») et espère que, lorsque la loi attaquée aura été annulée, il sera désigné par l'université en qualité de chargé de cours spécial en procédure téméraire et vexatoire; - il affirme courir le risque d'être victime « d'actions de représailles » de la part de certains membres du ministère public et il veut, pour préserver ses intérêts, que la formation des magistrats soit réglée par l'autorité compétente pour ce faire; - enfin, il invoque un intérêt moral parce qu'il « veut faire un croc-en-jambe à ceux qui sont responsables des nominations malodorantes à la magistrature (debout) ». B.4.2. L'intérêt invoqué par le requérant ne peut suffire à constituer l'intérêt requis pour demander l'annulation de la loi attaquée. Le requérant ne relève pas des catégories de magistrats, stagiaires judiciaires et personnel judiciaire visées à l'article 2. On ne voit pas comment il pourrait être affecté directement et défavorablement par une loi qui crée un Institut de formation judiciaire et qui charge cet Institut de la formation judiciaire des personnes visées à cet article 2. Le requérant ne peut pas davantage puiser un intérêt dans la qualité de partie au procès qu'il invoque, ni dans le fait qu'il s'est spécialisé dans certains sujets juridiques. La possibilité qu'il évoque de pouvoir être nommé chargé de cours est trop hypothétique pour justifier de l'intérêt requis dans le cadre d'un recours en annulation devant la Cour. L'« intérêt moral » qu'il invoque est sans aucun rapport avec la loi litigieuse. L'intérêt qu'il aurait à ce que la formation des magistrats soit réglée par l'autorité compétente à cet effet en vertu de la Constitution ne se distingue pas de l'intérêt qu'a toute personne au respect de la loi en toute matière. Dès lors qu'il n'existe aucun lien suffisamment individualisé et direct entre la norme attaquée et la situation de la partie requérante, le recours doit être considéré comme une action populaire, que le Constituant n'a pas voulu admettre. B.5. Il s'ensuit que le recours en annulation est manifestement irrecevable. Par ces motifs, la Cour, chambre restreinte, statuant à l'unanimité des voix, constate que le recours en annulation est irrecevable. Ainsi prononcé en langue néerlandaise, en langue française et en langue allemande, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989, à l'audience publique du 16 mai 2007. Le greffier, P.-Y. Dutilleux. Le président,
A. Arts. A. Arts.
^