← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 191/2006 van 5 december 2006 Rolnummer 3859 In zake :
de prejudiciële vraag betreffende artikel 728, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door
de Rechtbank van eerste aanleg te Namen. Het Arbitragehof samengesteld uit de voorzitters
M. Melchior en A. Arts, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, M. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 191/2006 van 5 december 2006 Rolnummer 3859 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 728, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Namen. Het Arbitragehof samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, M. (...) | Extrait de l'arrêt n° 191/2006 du 5 décembre 2006 Numéro du rôle : 3859 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 728, § 2, du Code judiciaire, posée par le Tribunal de première instance de Namur. La Cour d'arbitrage composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Uittreksel uit arrest nr. 191/2006 van 5 december 2006 | Extrait de l'arrêt n° 191/2006 du 5 décembre 2006 |
Rolnummer 3859 | Numéro du rôle : 3859 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 728, § 2, van het | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 728, § 2, du |
Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Namen. | Code judiciaire, posée par le Tribunal de première instance de Namur. |
Het Arbitragehof, | La Cour d'arbitrage, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters | composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges P. |
P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. | Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, |
Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, | J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke et J. Spreutels, assistée du |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij vonnis van 9 januari 2006 in zake J. Dujardin en M. Davaux tegen | Par jugement du 9 janvier 2006 en cause de J. Dujardin et M. Davaux |
S. Dohet, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is | contre S. Dohet, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour |
ingekomen op 24 januari 2006, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te | d'arbitrage le 24 janvier 2006, le Tribunal de première instance de |
Namen de volgende prejudiciële vraag gesteld : | Namur a posé la question préjudicielle suivante : |
« S'il est interprété comme ne permettant pas la représentation par un | |
conjoint ou par un parent ou allié porteurs d'une procuration écrite, | |
lorsque le tribunal de première instance statue en degré d'appel | |
« Is artikel 728, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, in samenhang | contre une décision du Juge de paix, l'article 728, § 2, du Code |
gelezen met artikel 1042 van het Gerechtelijk Wetboek, indien het zo | judiciaire, lu en combinaison avec l'article 1042 du Code judiciaire, |
wordt geïnterpreteerd dat het de vertegenwoordiging door een | |
echtgenoot of door een bloed- of aanverwante houder van een | |
schriftelijke volmacht niet toestaat, wanneer de rechtbank van eerste | |
aanleg uitspraak doet in hoger beroep tegen een beslissing van de | |
vrederechter, in overeenstemming met de artikelen 10 en 11 van de | est-il conforme aux articles 10 et 11 de la Constitution, dès lors |
Grondwet, aangezien het in die interpretatie ertoe leidt dat partijen | qu'il aboutit dans cette interprétation à ce que des parties qui |
die zich wensen te laten vertegenwoordigen door een echtgenoot of door | souhaitent se faire représenter par un conjoint ou par un parent ou |
een bloed- of aanverwante houder van een schriftelijke volmacht in het | allié porteurs d'une procuration écrite dans le cadre d'un même |
raam van eenzelfde geschil, op verschillende wijze worden behandeld | litige, soient traitées différemment selon qu'elles agissent au |
naargelang zij in eerste of in tweede aanleg in rechte treden ? ». | premier ou au second degré de juridiction ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 728 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : | B.1. L'article 728 du Code judiciaire dispose : |
« § 1. Op het ogenblik van de rechtsingang en later dienen de partijen | « § 1er. Lors de l'introduction de la cause et ultérieurement, les |
in persoon of bij advocaat te verschijnen. | parties sont tenues de comparaître en personne ou par avocat. |
§ 2. Voor de vrederechter, de rechtbank van koophandel en de | § 2. Devant le juge de paix, le tribunal de commerce et les |
arbeidsgerechten mogen de partijen ook vertegenwoordigd worden door | juridictions du travail, les parties peuvent aussi être représentées |
hun echtgenoot of een bloed- of aanverwante houder van een | par leur conjoint ou par un parent ou allié porteurs d'une procuration |
schriftelijke volmacht en speciaal door de rechter toegelaten. | écrite et agréés spécialement par le juge. |
[...] ». | [...] ». |
B.2. Artikel 1042 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : | B.2. Aux termes de l'article 1042 du Code judiciaire : |
« Voor zover de bepalingen van dit boek er niet van afwijken zijn de | « Pour autant qu'il y n'y soit pas dérogé par les dispositions du |
regels van het geding toepasselijk op de rechtsmiddelen ». | présent livre, les règles relatives à l'instance sont applicables aux voies de recours ». |
B.3. De verwijzende rechter vraagt aan het Hof of artikel 728, § 2, | B.3. Le juge a quo demande à la Cour si l'article 728, § 2, du Code |
van het Gerechtelijk Wetboek, in samenhang gelezen met artikel 1042 | judiciaire, lu en combinaison avec l'article 1042 du même Code, viole |
van hetzelfde Wetboek, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, | les articles 10 et 11 de la Constitution dans l'interprétation selon |
in de interpretatie dat het partijen voor de rechtbank van eerste | laquelle il interdit à des parties devant le tribunal de première |
aanleg, zitting houdend in hoger beroep, verbiedt zich te laten | instance siégeant en degré d'appel de se faire représenter par un |
vertegenwoordigen door een echtgenoot of een bloed- of aanverwante | conjoint ou par un parent ou un allié porteur d'une procuration écrite |
houder van een schriftelijke volmacht, terwijl diezelfde partijen wel | |
die mogelijkheid hebben in een procedure voor de vrederechter. | alors que ces mêmes parties y sont autorisées devant le juge de paix. |
B.4.1. De prejudiciële vraag moet in die zin worden begrepen dat de | B.4.1. La question préjudicielle doit s'entendre comme comparant la |
situatie van twee categorieën van personen wordt vergeleken : degenen | situation de deux catégories de personnes : celles qui comparaissent |
die verschijnen voor de vrederechter en degenen die verschijnen voor | devant le juge de paix et celles qui comparaissent devant le tribunal |
de rechtbank van eerste aanleg waarbij hoger beroep is ingesteld tegen | |
een vonnis van de vrederechter. De tweede categorie kan enkel | de première instance, saisi de l'appel dirigé contre un jugement du |
persoonlijk of via een advocaat verschijnen; de eerste categorie kan | juge de paix. Les secondes ne peuvent comparaître qu'en personne ou |
bovendien worden vertegenwoordigd door een echtgenoot of een bloed- of | par avocat; les premières peuvent, en outre, être représentées par |
aanverwante houder van een schriftelijke volmacht en speciaal door de | leur conjoint, un parent ou un allié porteurs d'une procuration écrite |
rechter toegelaten. | et agréés spécialement par le juge. |
B.4.2. Vermits het Hof wordt verzocht twee categorieën van personen te | B.4.2. La Cour étant invitée à comparer deux catégories de personnes, |
vergelijken, beweert de Ministerraad ten onrechte dat de vraag zonder | c'est à tort que le Conseil des ministres soutient que la question |
voorwerp zou zijn. | serait sans objet. |
B.5.1. Artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : | B.5.1. L'article 440 du Code judiciaire dispose : |
« Vóór alle gerechten, behoudens de uitzonderingen bij de wet bepaald, | « Devant toutes les juridictions, sauf les exceptions prévues par la |
hebben alleen de advocaten het recht te pleiten. | loi, seuls les avocats ont le droit de plaider. |
De advocaat verschijnt als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij | |
van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een | L'avocat comparaît comme fondé de pouvoirs sans avoir à justifier |
bijzondere lastgeving eist ». | d'aucune procuration, sauf lorsque la loi exige un mandat spécial ». |
B.5.2. Die regel verankert het pleitmonopolie van de advocaat voor | B.5.2. Cette règle consacre le monopole de plaidoirie de l'avocat |
alle rechtscolleges en is aangenomen met het oog op de goede werking | devant toutes les juridictions et elle a été adoptée en vue du bon |
van de gerechtelijke instellingen (Parl. St., Kamer, 1965-1966, nr. | fonctionnement des institutions judiciaires (Doc. parl., Chambre, |
59/49, p. 120). De « uitzonderingen bij de wet bepaald » moeten dus | 1965-1966, n° 59/49, p. 120). Les « exceptions prévues par la loi » |
strikt worden geïnterpreteerd. | doivent donc s'interpréter strictement. |
B.6. Het voormelde artikel 728, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek | B.6. L'article 728, § 2, précité du Code judiciaire prévoit une telle |
voorziet in een dergelijke uitzondering voor de partijen die voor de vrederechter verschijnen, waar zij kunnen worden vertegenwoordigd door hun echtgenoot of een bloed- of aanverwant, maar diezelfde partijen kunnen enkel persoonlijk of via een advocaat verschijnen indien het geschil in hoger beroep voor de rechtbank van eerste aanleg wordt gebracht. B.7. De wetgever vermocht van oordeel te zijn dat, voor de vrederechter, die een rechter is die dicht bij de partijen en bij de op het spel staande belangen staat, waar de procedureregels minder zwaar doorwegen, kon worden afgeweken van het beginsel van de vertegenwoordiging door een advocaat. Zonder het gelijkheidsbeginsel te schenden, vermocht hij dan ook van oordeel te zijn dat die uitzondering op de regel niet diende te worden uitgebreid tot het hoger beroep, zelfs al gaat het om hetzelfde geschil, vermits het rechtscollege dat van dat beroep kennis neemt, niet meer dicht bij de partijen staat en het een rechtspleging toepast waar de vertegenwoordiging door een echtgenoot of verwante nooit is toegelaten. B.8. Bovendien heeft de wetgever, door de partij die niet persoonlijk verschijnt te verplichten te worden vertegenwoordigd door een advocaat, een maatregel genomen die in overeenstemming is met de | exception en faveur des parties qui comparaissent devant le juge de paix, où elles peuvent être représentées par leur conjoint, un parent ou un allié, mais ces mêmes parties ne peuvent comparaître qu'en personne ou par avocat si le litige est porté, en appel, devant le tribunal de première instance. B.7. Le législateur a pu considérer que, devant le juge de paix, qui est un juge proche des parties et des intérêts concernés, où pèsent moins lourdement les contraintes procédurales, il pouvait être dérogé au principe de la représentation par avocat. Il a pu également, sans violer le principe d'égalité, considérer que cette exception à la règle ne devait pas être étendue en degré d'appel, même s'il s'agit du même litige, dès lors que la juridiction qui connaît de cet appel n'est plus un juge de proximité et qu'elle applique une procédure où la représentation par un proche n'est jamais permise. B.8. En outre, en obligeant la partie qui ne comparaît pas en personne à être représentée par un avocat, le législateur a pris une mesure qui est conforme aux intérêts de cette partie et au bon fonctionnement du |
belangen van die partij en met het belang van de goede rechtsbedeling. | service public de la justice. |
B.9. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.9. La question préjudicielle appelle une réponse négative. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 728, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek schendt de artikelen 10 | L'article 728, § 2, du Code judiciaire ne viole pas les articles 10 et |
en 11 van de Grondwet niet in zoverre het niet de vertegenwoordiging | 11 de la Constitution en ce qu'il ne permet pas la représentation par |
toestaat door een echtgenoot of een bloed- of aanverwante houder van | un conjoint ou un parent ou allié porteurs d'une procuration écrite et |
een schriftelijke volmacht en speciaal door de rechter toegelaten voor | |
de rechtbank van eerste aanleg zitting houdend in hoger beroep tegen | agréés spécialement par le juge devant le tribunal de première |
een beslissing van de vrederechter. | instance siégeant en degré d'appel d'une décision du juge de paix. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 5 december 2006. | la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 5 décembre 2006. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | Le président, |
M. Melchior. | M. Melchior. |