← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 74/2006 van 10 mei 2006 Rolnummer 3894 In zake : de prejudiciële
vragen over - artikel 55, vijfde lid, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van
de ruimtelijke ordening en van de stedebouw; - art - artikel 53, § 2, vijfde lid, van
het decreet van het Vlaamse Gewest betreffende de ruimtelij(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 74/2006 van 10 mei 2006 Rolnummer 3894 In zake : de prejudiciële vragen over - artikel 55, vijfde lid, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw; - art - artikel 53, § 2, vijfde lid, van het decreet van het Vlaamse Gewest betreffende de ruimtelij(...) | Extrait de l'arrêt n° 74/2006 du 10 mai 2006 Numéro du rôle : 3894 En cause : les questions préjudicielles relatives à - l'article 55, alinéa 5, de la loi du 29 mars 1962 organique de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme; - l - l'article 53, § 2, alinéa 5, du décret de la Région flamande relatif à l'aménagement du terr(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Uittreksel uit arrest nr. 74/2006 van 10 mei 2006 | Extrait de l'arrêt n° 74/2006 du 10 mai 2006 |
Rolnummer 3894 | Numéro du rôle : 3894 |
In zake : de prejudiciële vragen over | En cause : les questions préjudicielles relatives à |
- artikel 55, vijfde lid, van de wet van 29 maart 1962 houdende | - l'article 55, alinéa 5, de la loi du 29 mars 1962 organique de |
organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw; | l'aménagement du territoire et de l'urbanisme; |
- artikel 12 van de wet van 22 december 1970, in zoverre het, wat | - l'article 12 de la loi du 22 décembre 1970, en tant qu'il contenait, |
betreft de gevolgen van de verzending van de rappelbrief, een | en ce qui concerne les suites de l'envoi d'un rappel, une modification |
wijziging en een bevestiging inhield van het voormelde artikel 55, | et une confirmation de l'article 55, alinéa 5, précité; |
vijfde lid; - artikel 53, § 2, vijfde lid, van het decreet van het Vlaamse Gewest | - l'article 53, § 2, alinéa 5, du décret de la Région flamande relatif |
betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, | à l'aménagement du territoire, coordonné le 22 octobre 1996, |
gesteld door de Raad van State. | posées par le Conseil d'Etat. |
Het Arbitragehof, | La Cour d'arbitrage, |
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters | composée des présidents A. Arts et M. Melchior, et des juges L. |
L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, | Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke et J. Spreutels, |
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter A. Arts, | assistée du greffier L. Potoms, présidée par le président A. Arts, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | I. Objet des questions préjudicielles et procédure |
Bij arrest nr. 154.192 van 26 januari 2006 in zake Y. Beirens tegen | Par arrêt n° 154.192 du 26 janvier 2006 en cause de Y. Beirens contre |
het Vlaamse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het | la Région flamande, dont l'expédition est parvenue au greffe de la |
Arbitragehof is ingekomen op 10 februari 2006, heeft de Raad van State | Cour d'arbitrage le 10 février 2006, le Conseil d'Etat a posé les |
de volgende prejudiciële vragen gesteld : | questions préjudicielles suivantes : |
« 1. Schendt - artikel 55, vijfde lid van de wet van 29 maart 1962 houdende | « 1. - l'article 55, alinéa 5, de la loi du 29 mars 1962 organique de |
organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, | l'aménagement du territoire et de l'urbanisme, |
- de wet van 22 december 1970, in zoverre deze, wat betreft de | - la loi du 22 décembre 1970, en tant que celle-ci, pour ce qui |
gevolgen van de verzending van de rappelbrief een wijziging en een | concerne les effets de l'envoi de la lettre de rappel, impliquait une |
bevestiging inhield van het bepaalde in artikel 55, vijfde lid van de | modification et une confirmation de l'article 55, alinéa 5, de la loi |
wet van 29 maart 1962, en thans | du 29 mars 1962, et désormais |
- het artikel 53, § 2, vijfde lid van het decreet betreffende de | - l'article 53, § 2, alinéa 5, du décret relatif à l'aménagement du |
ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, | territoire, coordonné le 22 octobre 1996, violent-t-ils |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, gelezen in samenhang met | les articles 10 et 11 de la Constitution, combinés avec l'article 23, |
artikel 23, derde lid, 4°, van de Grondwet, doordat het een stelsel | alinéa 3, 4°, de la Constitution, en ce qu'il instaure un régime de |
van stilzwijgende vergunning instelt, | permis tacite, |
a. waarvan de aard elk beroep tot nietigverklaring en, in voorkomend | a. dont la nature exclurait tout recours en annulation et, le cas |
geval, tot schorsing, voor de afdeling administratie van de Raad van | échéant, en suspension, devant la section d'administration du Conseil |
State zou uitsluiten; | d'Etat, |
b. waarvan het toezicht door de hoven en rechtbanken van de | b. dont le contrôle par les cours et tribunaux de l'ordre judiciaire |
rechterlijke orde niet gelijkwaardig zou zijn met de jurisdictionele | ne serait pas équivalent aux contrôles juridictionnels exercés à |
toetsingen die worden uitgeoefend ten aanzien van een | |
stedenbouwkundige vergunning uitgereikt door een daartoe bevoegde | l'égard d'un permis d'urbanisme délivré par une autorité compétente |
overheid, inzonderheid : | pour ce faire, en particulier : |
- in zoverre dat toezicht niet zou kunnen steunen op de schending van | - en ce que ce contrôle ne pourrait se fonder sur la violation |
andere bepalingen dan de bepalingen die de aanvrager krachtens | d'autres dispositions que celles que le demandeur est tenu de respecter en vertu |
artikel 55, vijfde lid van de wet van 29 maart 1962 houdende | de l'article 55, alinéa 5, de la loi du 29 mars 1962 organique de |
organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, | l'aménagement du territoire et de l'urbanisme |
de wet van 22 december 1970, in zoverre deze, wat betreft de gevolgen | de la loi du 22 décembre 1970, en tant que celle-ci, pour ce qui |
concerne les effets de l'envoi de la lettre de rappel, impliquait une | |
van de verzending van de rappelbrief een wijziging en een bevestiging | modification et une confirmation de l'article 55, alinéa 5, de la loi |
inhield van het bepaalde in artikel 55, vijfde lid van de wet van 29 | du 29 mars 1962, et désormais |
maart 1962, en thans het artikel 53, § 2, vijfde lid, van het decreet betreffende de | de l'article 53, § 2, alinéa 5, du décret relatif à l'aménagement du |
ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 moet naleven; | territoire, coordonné le 22 octobre 1996; |
- in zoverre dat toezicht, zelfs marginaal, geen betrekking zou kunnen | - en ce que ce contrôle ne pourrait, même marginalement, porter sur le |
hebben op de inachtneming van de beginselen van goede ruimtelijke ordening of de inachtneming van de voorwaarden voor een afwijking of een uitzondering op een vooraf bestaand bouwverbod ? 2. Bestaat die schending op zijn minst niet wanneer die stilzwijgende vergunning voortvloeit uit het ontbreken van een beslissing van de Gewestregering terwijl de andere bevoegde overheid of overheden die zich in de eerste of tweede aanleg zouden hebben uitgesproken, geweigerd zouden hebben de stedenbouwkundige vergunning uit te reiken ? 3. Bestaat die schending op zijn minst niet wanneer die stilzwijgende vergunning geen betrekking heeft op een grond waarop in principe mag worden gebouwd, maar op een grond waarop bouwen, om reden van een erfdienstbaarheid non aedificandi in principe is uitgesloten en slechts uitzonderlijk kan worden toegestaan middels een daadwerkelijke en met redenen omklede beoordeling van de administratieve overheid die betrekking heeft op het bestaan van specifieke plaatselijke | respect des principes du bon aménagement du territoire ou le respect des conditions d'une dérogation ou d'une exception à une interdiction de bâtir préexistante ? 2. Cette violation n'existe-t-elle pas à tout le moins lorsque ce permis tacite résulte de l'absence de décision du Gouvernement régional alors que la ou les autres autorités compétentes qui auraient statué en première ou en seconde instance auraient refusé de délivrer le permis d'urbanisme ? 3. Cette violation n'existe-t-elle pas à tout le moins lorsque ce permis tacite ne concerne pas un terrain où la construction est en principe admise, mais un terrain où, en raison d'une servitude non aedificandi, la construction est en principe exclue et ne peut être autorisée qu'exceptionnellement, moyennant une appréciation effective et motivée de l'autorité administrative portant sur l'existence de |
omstandigheden ? ». | conditions locales spécifiques ? ». |
Op 1 maart 2006 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en J.-P. | |
Snappe, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere | Le 1er mars 2006, en application de l'article 72, alinéa 1er, de la |
wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, het Hof ervan in kennis | loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, les |
gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen | juges-rapporteurs L. Lavrysen et J.-P. Snappe ont informé la Cour |
een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen. | qu'ils pourraient être amenés à proposer de rendre un arrêt de réponse immédiate. |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 53 van het decreet van het Vlaamse Gewest betreffende de | B.1. L'article 53 du décret de la Région flamande relatif à |
ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, dat artikel 55 | l'aménagement du territoire, coordonné le 22 octobre 1996, qui a |
van de wet van 29 maart 1962, zoals vervangen bij artikel 12 van de | repris l'article 55 de la loi du 29 mars 1962, remplacé par l'article |
wet van 22 december 1970, heeft overgenomen, bepaalde vóór de | 12 de la loi du 22 décembre 1970, énonçait, avant son abrogation par |
opheffing ervan bij artikel 171 van het decreet van 18 mei 1999 | l'article 171 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de |
houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en de wijziging | l'aménagement du territoire et avant sa modification par l'article 60 |
ervan bij artikel 60 van het decreet van 26 april 2000 : | du décret du 26 avril 2000 : |
« Art. 53.§ 1. De aanvrager kan binnen dertig dagen na de ontvangst |
« Art. 53.§ 1er. Le demandeur peut, dans les trente jours de la |
van de beslissing van het schepencollege of van de | réception de la décision du collège échevinal ou de la décision de |
weigeringsbeslissing van de gemachtigde ambtenaar bedoeld in artikel | refus du fonctionnaire délégué visée à l'article 52, § 1er, deuxième |
52, § 1, tweede lid, van die beslissing in beroep komen bij de | alinéa, introduire un recours contre cette décision auprès de la |
bestendige deputatie. Bij ontstentenis van een beslissing kan hij | députation permanente. Il peut également introduire un recours, en cas |
eveneens in beroep komen binnen dertig dagen na afloop van de in | d'absence de décision, dans les trente jours de l'expiration du délai |
artikel 52, § 1, tweede lid, bedoelde termijn. De bestendige deputatie | visé à l'article 52, § 1er, deuxième alinéa. Copie du recours est |
zendt een afschrift van het beroepschrift, binnen vijf dagen na de ontvangst, aan de gemeente en aan de gemachtigde ambtenaar. De aanvrager of zijn raadsman, het college van burgemeester en schepenen of zijn gemachtigde, alsook de gemachtigde ambtenaar worden op hun verzoek door de bestendige deputatie gehoord. Wanneer een partij vraagt te worden gehoord, worden ook de andere partijen opgeroepen. Van de beslissing van de bestendige deputatie wordt aan de aanvrager, aan het college en aan de gemachtigde ambtenaar kennis gegeven binnen zestig dagen na de datum van afgifte bij de post van de aangetekende zending die het beroep bevat. Ingeval de partijen worden gehoord, wordt de termijn met vijftien dagen verlengd. § 2. Het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde ambtenaar kunnen bij de Vlaamse Regering in beroep komen binnen dertig | adressée par la députation permanente à la commune et au fonctionnaire délégué dans les cinq jours de la réception. Le demandeur ou son conseil, le collège des bourgmestre et échevins ou son délégué, ainsi que le fonctionnaire délégué sont, à leur demande, entendus par la députation permanente. Lorsqu'une partie demande à être entendue, les autres parties sont invitées à comparaître. La décision de la députation permanente est notifiée au demandeur, au collège et au fonctionnaire délégué, dans les soixante jours de la date du dépôt à la poste de l'envoi recommandé contenant le recours. Lorsque les parties sont entendues, le délai est prolongé de quinze jours. § 2. Le collège des bourgmestre et échevins ainsi que le fonctionnaire délégué peuvent introduire un recours auprès du Gouvernement flamand, |
dagen na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie | dans les trente jours qui suivent la réception de la décision de la |
tot verlening van een vergunning. Dit beroep, evenals de termijn voor | députation permanente octroyant un permis. Ce recours de même que le |
instelling van het beroep, schorst de vergunning. Het wordt terzelfder | délai pour former recours est suspensif. |
tijd ter kennis van de aanvrager en van de Vlaamse Regering gebracht. | Il est adressé en même temps au demandeur et au Gouvernement flamand. |
Komt de gemachtigde ambtenaar in beroep, dan geeft deze daarvan | Lorsque le recours est introduit par le fonctionnaire délégué, ce |
bovendien kennis aan het college. | dernier avertit également le collège. |
De aanvrager kan bij de Vlaamse Regering in beroep komen binnen dertig | Le demandeur peut introduire un recours auprès du Gouvernement flamand |
dagen na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie, | dans les trente jours qui suivent la réception de la décision de la |
of, bij gebreke van die ontvangst, na afloop van de termijn waarbinnen | députation permanente ou à défaut de cette réception, l'expiration du |
deze plaats moest hebben. Dit beroep wordt bij een ter post | délai dans lequel elle devait avoir lieu. Ce recours est envoyé, par |
aangetekende brief gezonden aan de Vlaamse Regering, die een afschrift | lettre recommandée à la poste, au Gouvernement flamand qui en adresse |
ervan aan het college stuurt binnen vijf dagen na de ontvangst. De aanvrager of zijn raadsman, alsook het college of zijn gemachtigde worden op hun verzoek door de Vlaamse Regering of diens gemachtigde gehoord. Wanneer een partij vraagt te worden gehoord, worden ook de andere partijen opgeroepen. Van de beslissing van de Vlaamse Regering wordt aan de partijen kennis gegeven binnen zestig dagen na afgifte bij de post van de aangetekende zending die het beroep bevat. Ingeval de partijen worden gehoord, wordt de termijn met vijftien dagen verlengd. Bij gebreke kan de aanvrager de zaak bij aangetekende brief aan de Vlaamse Regering rappelleren. Heeft de aanvrager geen beslissing ontvangen bij het verstrijken van een nieuwe termijn van dertig dagen met ingang van de dag waarop de rappelbrief ter post is afgegeven, dan mag hij zonder verdere formaliteiten overgaan tot het uitvoeren van het werk of het verrichten van de handelingen, mits hij zich gedraagt naar de aanwijzingen van het dossier dat hij heeft ingediend, naar de decreten en verordeningen, met name naar de voorschriften van de goedgekeurde plannen van aanleg, alsmede naar de bepalingen van de verkavelingsvergunning; is het beroep door het college of de gemachtigde ambtenaar ingesteld, dan mag de aanvrager overgaan tot het uitvoeren van het werk of het verrichten van de handelingen, mits hij zich gedraagt naar de beslissing van de bestendige deputatie. | copie au collège dans les cinq jours de la réception. Le demandeur ou son conseil ainsi que le collège ou son délégué, sont, à leur demande, entendus par le Gouvernement flamand ou son délégué. Lorsqu'une partie demande à être entendue, les autres parties sont invitées à comparaître. La décision du Gouvernement flamand est notifiée aux parties dans les soixante jours de la date du dépôt à la poste de l'envoi recommandé contenant le recours. Lorsque les parties sont entendues, le délai est prolongé de quinze jours. A défaut, le demandeur peut, par lettre recommandée, adresser un rappel au Gouvernement flamand. Si, à l'expiration d'un nouveau délai de trente jours prenant cours à la date du dépôt à la poste de l'envoi recommandé contenant rappel, le demandeur n'a pas reçu de décision, il peut sans autre formalité, passer à l'exécution des travaux ou accomplir les actes, en ce conformant aux indications du dossier qu'il a déposé, aux décrets et règlements, notamment aux prescriptions des plans d'aménagement approuvés, ainsi qu'aux dispositions du permis de lotir; lorsque le recours a été introduit par le collège ou le fonctionnaire délégué, le demandeur peut passer à l'exécution des travaux ou accomplir les actes en se conformant à la décision de la députation permanente. |
§ 3. De beslissingen van de bestendige deputatie en van de Vlaamse | § 3. Les décisions de la députation permanente et du Gouvernement |
Regering worden met redenen omkleed. | flamand sont motivées. |
De vergunning kan worden geweigerd om dezelfde redenen, worden | Le permis peut être refusé pour les motifs ou être assorti de |
verleend onder de voorwaarden of kan de afwijkingen toestaan, bedoeld | conditions ou consentir les dérogations prévues aux articles 43, 44 et |
in de artikelen 43, 44 en 49 ». | 49 ». |
B.2. In de prejudiciële vragen wordt het Hof verzocht zich uit te | B.2. La Cour est invitée à se prononcer sur la compatibilité de |
spreken over de overeenstemming van het vijfde lid van paragraaf 2 van | l'alinéa 5 du paragraphe 2 de l'article 53 précité avec les articles |
het aangehaalde artikel 53 met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, | 10 et 11 de la Constitution, combinés avec l'article 23, alinéa 3, 4°, |
in samenhang gelezen met artikel 23, derde lid, 4°, van de Grondwet. | de la Constitution. |
Wat de eerste prejudiciële vraag betreft | En ce qui concerne la première question préjudicielle |
B.3.1. In de eerste prejudiciële vraag wordt aan het Hof de vraag | B.3.1. La première question préjudicielle interroge la Cour sur le |
gesteld of het inzake stedenbouw niet discriminerend is dat, | point de savoir s'il n'est pas discriminatoire, en matière |
enerzijds, het resultaat van een administratieve procedure niet voor | d'urbanisme, que, d'une part, à l'issue d'une procédure |
de Raad van State kan worden betwist door de personen die belang | administrative, les personnes intéressées par cette procédure ne |
hebben bij die procedure en dat, anderzijds, de controle die door de | puissent contester devant le Conseil d'Etat le résultat de celle-ci et |
gewone rechtscolleges kan worden uitgeoefend ten aanzien van de werken | que, d'autre part, le contrôle qui peut être exercé par les |
die krachtens de in het geding zijnde bepaling kunnen worden | juridictions judiciaires quant aux travaux qui peuvent être exécutés |
uitgevoerd, niet gelijkwaardig is met die welke ten aanzien van een | en vertu de la disposition en cause n'équivaut pas à celui qui |
administratieve handeling zou kunnen worden uitgeoefend. | pourrait être exercé à l'égard d'un acte administratif. |
B.3.2. In tegenstelling met wat in de prejudiciële vraag lijkt te | B.3.2. Contrairement à ce que paraît suggérer la question |
worden gesuggereerd, voorziet de in het geding zijnde bepaling niet in | préjudicielle, la disposition en cause ne prévoit pas l'octroi d'un |
de toekenning van een stilzwijgende vergunning door de administratie, | permis tacite par l'administration, mais bien l'autorisation, par |
maar wel in de toelating, door het rechtstreekse effect van het | l'effet direct du décret, de passer à l'exécution des travaux. Le |
decreet, om over te gaan tot de uitvoering van de werken. Naar luid | silence de l'administration ne reçoit donc pas, aux termes du décret, |
van het decreet heeft het stilzitten van de administratie dus niet de | la signification d'un acte administratif tacite de refus ou |
betekenis van een stilzwijgende administratieve handeling tot | |
weigering of aanvaarding van de aanvraag van de bestuurde. | d'acceptation de la demande de l'administré. |
B.4. Het ontbreken van een administratieve handeling in het betrokken | B.4. L'absence d'acte administratif, dans le système législatif |
wetgevend stelsel maakt het optreden van de Raad van State onmogelijk, | considéré, rend impossible l'intervention du Conseil d'Etat, tant sur |
zowel op grond van artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten als | la base de l'article 14, § 1er, des lois coordonnées que sur celle de |
op grond van artikel 14, § 3, van dezelfde wetten. | l'article 14, § 3, des mêmes lois. |
Er moet evenwel worden vastgesteld dat, krachtens de in het geding | Il y a toutefois lieu de constater que, en vertu de la disposition en |
zijnde bepaling, de uitvoering van de werken door de aanvrager van de | cause, l'exécution des travaux par le demandeur de permis peut être |
vergunning, door de gewone rechter kan worden gecontroleerd inzake de | contrôlée par le juge judiciaire quant à la conformité des travaux par |
overeenstemming van de werken met de « aanwijzingen van het dossier dat hij heeft ingediend, [met] de decreten en verordeningen, met name [met] de voorschriften van de goedgekeurde plannen van aanleg, alsmede [met] de bepalingen van de [eventuele] verkavelingsvergunning ». B.5. Het verschil in behandeling tussen de rechtzoekenden naargelang beroepen voor de gewone rechtscolleges of voor de Raad van State kunnen worden ingesteld, is op zich niet discriminerend. Het wordt slechts discriminerend wanneer de waarborgen geboden door het ene rechtsmiddel aanzienlijk minder zouden zijn dan die welke door het andere rechtsmiddel worden geboden. B.6.1. Het verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 53, § 2, vijfde lid, van het decreet berust op een objectief criterium : de ontstentenis van een administratieve akte waartegen een beroep voor de Raad van State kan worden ingesteld. | rapport « aux indications du dossier qu'il a déposé, aux décrets et règlements, notamment aux prescriptions des plans d'aménagement approuvés, ainsi qu'aux dispositions [de l'éventuel] permis de lotir ». B.5. En soi, la différence de traitement entre les justiciables selon que des recours peuvent être introduits devant les juridictions judiciaires ou devant le Conseil d'Etat n'est pas discriminatoire. Elle ne le devient que lorsque les garanties offertes par l'une des voies de recours sont sensiblement inférieures à celles qu'offre l'autre. B.6.1. La différence de traitement qui résulte de l'application de l'article 53, § 2, alinéa 5, du décret repose sur un critère objectif : l'absence d'acte administratif susceptible d'un recours au Conseil d'Etat. |
B.6.2. Die bepaling neemt de inhoud over van artikel 55, § 2, van de | B.6.2. Cette disposition reprend le contenu de l'article 55, § 2, de |
wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening | la loi du 29 mars 1962 organique de l'aménagement du territoire et de |
en van de stedebouw, gewijzigd bij artikel 12 van de wet van 22 | l'urbanisme, modifié par l'article 12 de la loi du 22 décembre 1970. |
december 1970. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 29 | Il ressort des travaux préparatoires de la loi du 29 mars 1962 (Doc. |
maart 1962 (Parl. St., Senaat, 1969-1970, nr. 275, p. 67), alsmede uit | parl., Sénat, 1959-1960, n° 275, p. 67) ainsi que des travaux |
de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 december 1970 (Parl. | préparatoires de la loi du 22 décembre 1970 (Doc. parl., Sénat, |
St., Senaat, 1969-1970, nr. 525, pp. 69-70) blijkt dat de wetgever met | 1969-1970, n° 525, pp. 69-70) que l'objectif poursuivi par le |
de invoering van een dergelijke procedure tot doel had de bestuurde | législateur en instituant une telle procédure était de ne pas |
niet te bestraffen voor de passiviteit, of zelfs de zorgeloosheid of | pénaliser l'administré pour la passivité, voire l'incurie ou la |
slechte wil, van het bestuur. | mauvaise volonté, de l'administration. |
B.6.3. Het in het decreet aangewende middel om dat doel te bereiken is | B.6.3. Le moyen employé par le décret pour atteindre ce but est |
pertinent : de mogelijkheid om over te gaan tot de uitvoering van de werken, mits bepaalde voorafgaande formaliteiten worden vervuld en een zekere termijn verstrijkt, stelt de aanvrager van de vergunning immers ertoe in staat voldoening te krijgen wanneer de administratie in gebreke blijft. B.6.4. Toch moet nog worden nagegaan of het door het decreet aangewende middel om het door de decreetgever nagestreefde doel te bereiken geen onevenredige inbreuk maakt op de rechten van derden, niettegenstaande de mogelijkheid die voor hen bestaat om de zaak bij de gewone rechter aanhangig te maken. B.7. Inzake stedenbouw is het doorgaans van essentieel belang, zowel voor de aanvrager van de vergunning als voor de betrokken derden, dat hun niet de dienst zou worden ontzegd die een gespecialiseerde overheid kan bieden door hun situatie in concreto te beoordelen en dat door de rechter kan worden onderzocht of de administratie geen kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt door van mening te zijn dat de aanvraag al dan niet in overeenstemming is met de goede ruimtelijke ordening of door een afwijking van de van kracht zijnde planologische bepalingen toe te kennen. Die controle kan door de Raad van State worden uitgeoefend wanneer een administratieve beslissing is genomen of, in geval van stilzwijgen van de administratie, wordt geacht te zijn genomen. In geval van een dergelijke administratieve beslissing zou de gewone rechter, krachtens | pertinent : la possibilité de passer à l'exécution des travaux moyennant l'accomplissement de certaines formalités préalables et l'écoulement d'un certain délai permet, en effet, au demandeur de permis d'obtenir satisfaction en cas de carence de l'administration. B.6.4. Il reste toutefois à vérifier si le moyen employé par le décret pour atteindre l'objectif poursuivi par le législateur décrétal ne porte pas une atteinte disproportionnée aux droits des tiers, malgré la possibilité qui existe pour eux de saisir le juge judiciaire. B.7. En matière d'urbanisme, il est, de façon générale, essentiel, tant pour le demandeur du permis que pour les tiers intéressés, qu'ils ne soient pas privés du service qu'une administration spécialisée peut rendre en appréciant leur situation in concreto et que puisse être examinée par le juge la question de savoir si l'administration n'a pas commis une erreur manifeste d'appréciation en estimant que la demande est ou non conforme au bon aménagement des lieux ou en accordant une dérogation aux dispositions planologiques en vigueur. Ce contrôle peut être exercé par le Conseil d'Etat lorsqu'une décision administrative a été prise ou est réputée, en cas de silence de l'administration, avoir été prise. En présence d'une telle décision |
artikel 159 van de Grondwet, een vergelijkbare controle kunnen uitoefenen. | administrative, le juge judiciaire pourrait, en vertu de l'article 159 |
In de situatie die door de in het geding zijnde bepaling wordt | de la Constitution, exercer un contrôle comparable. |
gecreëerd, beschikt de gewone rechter evenwel niet over een | Dans la situation créée par la disposition en cause, toutefois, le |
administratieve beslissing waarop hij controle zou kunnen uitoefenen. | juge judiciaire n'est pas en présence d'une décision administrative |
In dergelijke omstandigheden de gewone rechter ermee belasten zijn | dont il puisse exercer le contrôle. Par ailleurs, charger le juge |
beoordeling in de plaats te stellen van de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de administratie zou overigens erop neerkomen hem een bevoegdheid toe te kennen die onverenigbaar is met de beginselen die de verhoudingen regelen tussen de administratie en de rechtscolleges. B.8. Hieruit dient te worden afgeleid dat op onevenredige wijze afbreuk wordt gedaan aan de rechten van de belanghebbende derden, waardoor die categorie van personen gediscrimineerd wordt ten opzichte van personen die de waarborgen van een jurisdictionele toetsing genieten. B.9. De eerste prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. B.10. Nu het onderzoek van de eerste prejudiciële vraag heeft geleid | judiciaire, dans de telles circonstances, de substituer son appréciation au pouvoir discrétionnaire d'appréciation de l'administration reviendrait à lui reconnaître une compétence incompatible avec les principes qui régissent les rapports entre l'administration et les juridictions. B.8. Il en résulte une atteinte disproportionnée aux droits des tiers intéressés, ce qui discrimine cette catégorie de personnes par rapport à celles auxquelles un contrôle juridictionnel est garanti. B.9. La première question préjudicielle appelle une réponse positive. B.10. L'examen de la première question préjudicielle ayant conduit à |
tot een vaststelling van schending van de artikelen 10 en 11 van de | un constat de violation des articles 10 et 11 de la Constitution, il |
Grondwet, is er geen aanleiding om over te gaan tot een onderzoek van | n'y a pas lieu de procéder à un examen des autres questions |
de andere prejudiciële vragen, dat niet zou kunnen leiden tot een | préjudicielles, qui ne pourrait conduire à un constat |
ruimere vaststelling van ongrondwettigheid. | d'inconstitutionnalité plus étendu. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 53, § 2, vijfde lid, van het decreet van het Vlaamse Gewest | L'article 53, § 2, alinéa 5, du décret de la Région flamande relatif à |
betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, | l'aménagement du territoire, coordonné le 22 octobre 1996, viole les |
schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | articles 10 et 11 de la Constitution. |
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig | Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française, |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 10 mei 2006. | la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 10 mai 2006. |
De griffier, | Le greffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |
De voorzitter, | Le président, |
A. Arts. | A. Arts. |