← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 32/2006 van 1 maart 2006 Rolnummer 3642 In zake : de prejudiciële
vraag over artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra
voor maatschappelijk welzijn, zoals gewijzigd b Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M.
Melchior en A. Arts, en de rechters P. Mart(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 32/2006 van 1 maart 2006 Rolnummer 3642 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, zoals gewijzigd b Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters P. Mart(...) | Extrait de l'arrêt n° 32/2006 du 1 er mars 2006 Numéro du rôle : 3642 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 57, § 2, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, tel qu'il a La Cour d'arbitrage, composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges P. Martens, R.(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Uittreksel uit arrest nr. 32/2006 van 1 maart 2006 | Extrait de l'arrêt n° 32/2006 du 1er mars 2006 |
Rolnummer 3642 | Numéro du rôle : 3642 |
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 57, § 2, van de organieke | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 57, § 2, de |
wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor | la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action |
maatschappelijk welzijn, zoals gewijzigd bij de programmawet van 22 | sociale, tel qu'il a été modifié par la loi-programme du 22 décembre |
december 2003, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Brussel. | 2003, posée par le Tribunal du travail de Bruxelles. |
Het Arbitragehof, | La Cour d'arbitrage, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters | composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges P. |
P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. | Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, |
Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, | J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke et J. Spreutels, assistée du |
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | greffier L. Potoms, présidée par le président M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij vonnis van 28 februari 2005 in zake G. Bonyeme tegen het openbaar | Par jugement du 28 février 2005 en cause de G. Bonyeme contre le |
centrum voor maatschappelijk welzijn van Elsene, waarvan de expeditie | centre public d'action sociale d'Ixelles, dont l'expédition est |
ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 7 maart 2005, heeft | parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 7 mars 2005, le Tribunal |
de Arbeidsrechtbank te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld | du travail de Bruxelles a posé la question préjudicielle suivante : |
: « Schendt artikel 57, § 2, van de wet van 8 juli 1976, zoals | « L'article 57, § 2, de la loi du 8 juillet 1976, tel que modifié en |
laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 december 2003, de | dernier lieu par la loi-programme du 22 décembre 2003, viole-t-il les |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, afzonderlijk of in samenhang | articles 10 et 11 de la Constitution, lus isolément ou en combinaison |
gelezen met de artikelen 2.2, 3.2, 9, 10 en 27 in het bijzonder, van | avec les articles 2.2, 3.2, 9, 10, et 27 en particulier, de la |
het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind, en zulks in vergelijking met de situatie van Belgische kinderen geboren uit Belgische ouders of vreemdelingen die echter toegelaten zijn tot het verblijf, of met de situatie van vreemde kinderen van vreemde ouders met onwettig verblijf : - in zoverre het, ten aanzien van een persoon van vreemde nationaliteit, met onwettig verblijf in België, het recht op maatschappelijke dienstverlening beperkt tot dringende medische hulp, wanneer die persoon de moeder is van een kind van Belgische nationaliteit; - in zoverre het niet toestaat dat aan dat kind de vorm van hulpverlening wordt toegekend waarin het eerste lid, 2°, ervan voorziet; - in zoverre het evenmin de vreemde ouder zou toestaan hulp te ontvangen voor het kind in zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger of beheerder van diens goederen, wanneer die vreemde | Convention internationale relative aux droits de l'enfant, et ce par comparaison avec la situation d'enfants belges nés de parents belges ou étrangers mais admis au séjour ou avec la situation d'enfants étrangers de parents étrangers en séjour illégal : - en ce qu'il limite à l'aide médicale urgente le droit à l'aide sociale à une personne de nationalité étrangère, en séjour illégal en Belgique, lorsque cette personne est la mère d'un enfant de nationalité belge, - en ce qu'il ne permet pas d'allouer à cet enfant la forme d'aide prévue en son alinéa 1er, 2°, - et en ce qu'il ne permettrait pas non plus au parent étranger de percevoir l'aide à l'enfant en sa qualité de représentant ou d'administrateur légal des biens de celui-ci, dès lors que ce parent |
ouder geen enkele maatschappelijke dienstverlening kan krijgen ? ». | étranger ne peut percevoir aucune aide sociale ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 57, § 2, van de | B.1. La question préjudicielle porte sur l'article 57, § 2, de la loi |
organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor | du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale |
maatschappelijk welzijn (hierna : organieke O.C.M.W.-wet), zoals | (ci-après : loi organique des C.P.A.S.), tel qu'il a été modifié par |
gewijzigd bij artikel 483 van de programmawet van 22 december 2003, dat bepaalt : | l'article 483 de la loi-programme du 22 décembre 2003, qui dispose : |
« In afwijking van de andere bepalingen van deze wet, is de taak van | « Par dérogation aux autres dispositions de la présente loi, la |
het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn beperkt tot : | mission du centre public d'action sociale se limite à : |
1° het verlenen van dringende medische hulp, wanneer het gaat om een | 1° l'octroi de l'aide médicale urgente à l'égard d'un étranger qui |
vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft; | séjourne illégalement dans le Royaume; |
2° het vaststellen van de staat van behoeftigheid doordat de ouders | 2° constater l'état de besoin suite au fait que les parents n'assument |
hun onderhoudsplicht niet nakomen of niet in staat zijn die na te | pas ou ne sont pas en mesure d'assumer leur devoir d'entretien, à |
komen, wanneer het gaat om een vreemdeling jonger dan 18 jaar die met | l'égard d'un étranger de moins de 18 ans qui séjourne, avec ses |
zijn ouders illegaal in het Rijk verblijft. | parents, illégalement dans le Royaume. |
In het geval bedoeld in 2°, wordt de maatschappelijke hulp beperkt tot | Dans le cas visé sous 2°, l'aide sociale est limitée à l'aide |
de materiële hulp die onontbeerlijk is voor de ontwikkeling van het kind en wordt uitsluitend verstrekt in een federaal opvangcentrum overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten bepaald door de Koning. De Koning kan bepalen wat onder dringende medische hulp begrepen moet worden. Een vreemdeling die zich vluchteling heeft verklaard en heeft gevraagd om als dusdanig te worden erkend, verblijft illegaal in het Rijk wanneer de asielaanvraag is geweigerd en aan de betrokken vreemdeling een uitvoerbaar bevel om het grondgebied te verlaten is betekend. De maatschappelijke dienstverlening aan een vreemdeling die werkelijk steuntrekkende was op het ogenblik dat hem een uitvoerbaar bevel om het grondgebied te verlaten werd betekend, wordt, met uitzondering van de dringende medische hulpverlening, stopgezet de dag dat de vreemdeling daadwerkelijk het grondgebied verlaat, en ten laatste de dag van het verstrijken van de termijn van het bevel om het grondgebied te verlaten. Van het bepaalde in het voorgaande lid wordt afgeweken gedurende de termijn die strikt noodzakelijk is om de vreemdeling in staat te stellen het grondgebied te verlaten, voor zover hij een verklaring heeft ondertekend die zijn uitdrukkelijke intentie het grondgebied zo snel mogelijk te willen verlaten, weergeeft; deze termijn mag in geen geval een maand overschrijden. De hierboven vermelde intentieverklaring kan slechts eenmaal worden ondertekend. Het centrum verwittigt zonder verwijl de Minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, evenals de betrokken gemeente, van de ondertekening van de intentieverklaring. Indien het gaat om een vreemdeling die dakloos is geworden ingevolge | matérielle indispensable pour le développement de l'enfant et est exclusivement octroyée dans un centre fédéral d'accueil conformément aux conditions et modalités fixées par le Roi. Le Roi peut déterminer ce qu'il y a lieu d'entendre par aide médicale urgente. Un étranger qui s'est déclaré réfugié et a demandé à être reconnu comme tel, séjourne illégalement dans le Royaume lorsque la demande d'asile a été rejetée et qu'un ordre de quitter le territoire exécutoire a été notifié à l'étranger concerné. L'aide sociale accordée à un étranger qui était en fait bénéficiaire au moment où un ordre de quitter le territoire exécutoire lui a été notifié, est arrêtée, à l'exception de l'aide médicale urgente, le jour où l'étranger quitte effectivement le territoire et, au plus tard, le jour de l'expiration du délai de l'ordre de quitter le territoire. Il est dérogé aux dispositions de l'alinéa précédent pendant le délai strictement nécessaire pour permettre à l'étranger de quitter le territoire, pour autant qu'il ait signé une déclaration attestant son intention explicite de quitter le plus vite possible le territoire, sans que ce délai ne puisse en aucun cas excéder un mois. La déclaration d'intention précitée ne peut être signée qu'une seule fois. Le centre informe sans retard le Ministre qui a l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers dans ses compétences, ainsi que la commune concernée, de la signature de la déclaration d'intention. S'il s'agit d'un étranger qui est devenu sans abri suite à |
de toepassing van artikel 77bis, § 4bis van de wet van 15 december | l'application de l'article 77bis, § 4bis, de la loi du 15 décembre |
1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de | 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et |
vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, kan de in het vierde | l'éloignement des étrangers, l'aide sociale visée à l'alinéa quatre et |
en vijfde lid bedoelde maatschappelijke dienstverlening verstrekt | cinq peut être fournie dans un centre d'accueil tel que visé à |
worden in een onthaalcentrum, zoals bedoeld in artikel 57ter ». | l'article 57ter ». |
B.2. Het Hof wordt verzocht artikel 57, § 2, van de organieke | B.2. Il est demandé à la Cour de contrôler l'article 57, § 2, de la |
O.C.M.W.-wet te toetsen aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al | loi organique des C.P.A.S. au regard des articles 10 et 11 de la |
dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 2.2, 3.2, 9, 10 en 27 van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind : - in zoverre het, ten aanzien van een persoon van vreemde nationaliteit met onwettig verblijf in België het recht op maatschappelijke dienstverlening beperkt tot dringende medische hulp, ook wanneer die persoon de moeder is van een kind van Belgische nationaliteit; - in zoverre het niet toestaat dat aan het kind de vorm van hulpverlening wordt toegekend waarin het eerste lid, 2°, ervan voorziet; - in zoverre het evenmin de vreemde ouder toestaat hulp te ontvangen voor het kind in zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger of beheerder van diens goederen, wanneer die vreemde ouder enkel maatschappelijke dienstverlening kan krijgen die beperkt is tot dringende medische hulp. B.3. Uit de elementen van het dossier blijkt dat de zaak betrekking heeft op een moeder met onwettig verblijf en haar kind, dat de Belgische nationaliteit heeft door diens vader, die het kind heeft erkend. B.4. Te dezen heeft een kind van Belgische nationaliteit recht op volledige maatschappelijke dienstverlening krachtens artikel 1, eerste lid, van de organieke O.C.M.W.-wet, dat bepaalt : « Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid ». Het tweede onderdeel van de prejudiciële vraag is derhalve zonder voorwerp. B.5.1. Volgens de rechtspraak van zowel de Raad van State als van de hoven en rechtbanken kan het persoonlijk recht op maatschappelijke dienstverlening worden uitgeoefend door zowel de minderjarige zelf als door diens wettelijke vertegenwoordigers. In tegenstelling tot wat in het verwijzingsvonnis is vermeld, wijzigt de omstandigheid dat de moeder van het kind onwettig op het grondgebied verblijft, overigens niet de rechten en plichten die voortvloeien uit het ouderlijk gezag en verhindert die de moeder bijgevolg niet om de rechten van haar kind uit te oefenen door namens het kind, in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigster, de maatschappelijke hulpverlening te ontvangen waarop dat kind recht heeft. Het derde onderdeel van de prejudiciële vraag is derhalve zonder voorwerp. B.5.2. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat het Hof nog moet onderzoeken of de in het geding zijnde bepaling een discriminatie inhoudt in zoverre ze, ten aanzien van een persoon van vreemde nationaliteit met onwettig verblijf in België, het recht op maatschappelijke dienstverlening beperkt tot dringende medische hulp, ook wanneer die persoon de moeder is van een kind van Belgische nationaliteit. | Constitution, lus ou non en combinaison avec les articles 2.2, 3.2, 9, 10 et 27 de la Convention internationale relative aux droits de l'enfant : - en ce qu'il limite à l'aide médicale urgente le droit à l'aide sociale d'une personne de nationalité étrangère en séjour illégal en Belgique, même lorsque cette personne est la mère d'un enfant de nationalité belge; - en ce qu'il ne permet pas d'allouer à cet enfant la forme d'aide prévue en son alinéa 1er, 2°; - en ce qu'il ne permet pas non plus au parent étranger de percevoir l'aide pour l'enfant en sa qualité de représentant ou d'administrateur légal des biens de celui-ci, dès lors que ce parent étranger ne peut recevoir qu'une aide sociale limitée à l'aide médicale urgente. B.3. Il ressort des éléments du dossier que l'affaire concerne une mère en séjour illégal et son enfant, de nationalité belge par son père qui a reconnu l'enfant. B.4. En l'espèce, un enfant de nationalité belge a droit à l'aide sociale complète en vertu de l'article 1er, alinéa 1er, de la loi organique des C.P.A.S., qui dispose : « Toute personne a droit à l'aide sociale. Celle-ci a pour but de permettre à chacun de mener une vie conforme à la dignité humaine ». La deuxième partie de la question préjudicielle est dès lors sans objet. B.5.1. Selon la jurisprudence tant du Conseil d'Etat que des cours et tribunaux, le droit personnel à l'aide sociale peut être exercé tant par le mineur lui-même que par ses représentants légaux. Par ailleurs, contrairement à ce qui est mentionné dans le jugement a quo, la circonstance que la mère de l'enfant soit en séjour illégal sur le territoire ne modifie pas les droits et obligations qui découlent de l'autorité parentale et n'empêche par conséquent pas celle-ci d'exercer les droits de son enfant en percevant au nom du mineur, en sa qualité de représentante légale, l'aide sociale à laquelle celui-ci a droit. La troisième partie de la question préjudicielle est par conséquent sans objet. B.5.2. Il découle de ce qui précède que la Cour doit encore examiner si la disposition en cause contient une discrimination en ce que le droit à l'aide sociale d'une personne de nationalité étrangère séjournant illégalement en Belgique est limité à l'aide médicale urgente, même lorsque cette personne est la mère d'un enfant de nationalité belge. |
B.6.1. Artikel 57 van de organieke O.C.M.W.-wet maakt inzake | B.6.1. L'article 57 de la loi organique des C.P.A.S. fait une |
maatschappelijke dienstverlening een onderscheid tussen vreemdelingen | distinction, en matière d'aide sociale, entre les étrangers, selon que |
naargelang zij al dan niet legaal op het grondgebied verblijven. Sinds | ceux-ci séjournent légalement ou illégalement sur le territoire. |
de wet van 30 december 1992 verduidelijkt artikel 57, § 2, dat de | Depuis la loi du 30 décembre 1992, l'article 57, § 2, précise que |
maatschappelijke dienstverlening aan illegaal op het grondgebied | l'aide sociale accordée aux étrangers séjournant illégalement sur le |
verblijvende vreemdelingen wordt beperkt tot dringende medische hulp. | territoire est limitée à l'aide médicale urgente. Cette mesure tend à |
Die maatregel strekt ertoe de wetgeving betreffende het | |
verblijfsstatuut van de vreemdelingen en diegene betreffende de | harmoniser la législation relative au statut de séjour des étrangers |
maatschappelijke dienstverlening beter op elkaar af te stemmen. | et celle relative à l'aide sociale. |
B.6.2. Het komt de wetgever toe een beleid betreffende de toegang tot | B.6.2. C'est au législateur qu'il appartient de mener une politique |
het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van | concernant l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et |
vreemdelingen te voeren en daaromtrent, met inachtneming van het | l'éloignement des étrangers et de prévoir à cet égard, dans le respect |
gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel, in de nodige maatregelen | du principe d'égalité et de non-discrimination, les mesures |
te voorzien die betrekking kunnen hebben op onder meer het vaststellen van de voorwaarden volgens welke het verblijf van een vreemdeling in België al dan niet wettig is. Dat daaruit een verschil in behandeling voortvloeit tussen vreemdelingen is het logische gevolg van de inwerkingstelling van voormeld beleid. B.6.3. Wanneer de wetgever een vreemdelingenbeleid wil voeren en met het oog daarop regels oplegt waaraan moet worden voldaan om wettig op het grondgebied te verblijven, hanteert hij een objectief en pertinent criterium van onderscheid indien hij aan het al dan niet naleven daarvan gevolgen verbindt bij het toekennen van maatschappelijke dienstverlening. Het beleid inzake toegang tot het grondgebied en verblijf van vreemdelingen zou immers worden doorkruist wanneer zou worden aangenomen dat aan vreemdelingen die onwettig in België verblijven, dezelfde maatschappelijke dienstverlening zou moeten worden verleend als aan degenen die wettig in België verblijven. Het verschil tussen beide categorieën van vreemdelingen verantwoordt dat op de Staat ten aanzien van hen niet dezelfde verplichtingen rusten. B.6.4. Uit de aan het Hof overgezonden stukken blijkt dat de ouder met onwettig verblijf, op grond van artikel 9, derde lid, van de wet van | nécessaires qui peuvent notamment porter sur la fixation des conditions auxquelles le séjour d'un étranger en Belgique est légal ou non. Le fait qu'il en découle une différence de traitement entre étrangers est la conséquence logique de la mise en oeuvre de ladite politique. B.6.3. Lorsque le législateur entend mener une politique en matière d'étrangers et impose à cette fin des règles auxquelles il y a lieu de se conformer pour séjourner légalement sur le territoire, il utilise un critère de distinction objectif et pertinent s'il lie des effets aux manquements à ces règles, lors de l'octroi de l'aide sociale. La politique en matière d'accès au territoire et de séjour des étrangers serait en effet mise en échec s'il était admis que, pour les étrangers qui séjournent illégalement en Belgique, la même aide sociale serait accordée que pour ceux qui séjournent légalement dans le pays. La différence entre les deux catégories d'étrangers justifie que ce ne soient pas les mêmes obligations qui incombent à l'Etat à leur égard. B.6.4. Les pièces transmises à la Cour font apparaître que le parent en séjour illégal a introduit une demande, sur la base de l'article 9, |
15 december 1980, een aanvraag tot machtiging heeft ingediend om | alinéa 3, de la loi du 15 décembre 1980, d'autorisation de séjourner |
langer dan de in artikel 6 van die wet bepaalde termijn in het land te | plus longtemps dans le pays que le délai fixé à l'article 6 de cette |
verblijven. Het is niet onredelijk dat, zolang die machtiging niet | loi. Il n'est pas déraisonnable que, tant que cette autorisation n'a |
werd verleend, de aan de aanvrager gewaarborgde maatschappelijke | pas été accordée, l'aide sociale garantie au demandeur soit ainsi |
dienstverlening aldus beperkt is tot dringende medische hulp. | limitée à l'aide médicale urgente. |
B.7. In het licht van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in | B.7. A la lumière des articles 10 et 11 de la Constitution, lus en |
samenhang gelezen met artikel 2.2, 3.2, 9, 10 en 27 van het | combinaison avec les articles 2.2, 3.2, 9, 10 et 27 de la Convention |
Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind, dient het Hof | internationale relative aux droits de l'enfant, la Cour doit toutefois |
evenwel nog na te gaan of de illegaal op het grondgebied verblijvende | encore vérifier si la personne séjournant illégalement sur le |
persoon, wat de maatschappelijke dienstverlening betreft, anders zou | territoire devrait être traitée différemment, en ce qui concerne |
moeten worden behandeld dan andere illegale vreemdelingen of op | l'aide sociale, des autres étrangers illégaux ou si elle devrait être |
dezelfde wijze zou moeten worden behandeld als legaal op het | traitée de la même manière que les personnes séjournant légalement sur |
grondgebied verblijvende personen, omdat zij de ouder is van een kind | le territoire parce qu'elle est le parent d'un enfant de nationalité |
van Belgische nationaliteit dat legaal op het grondgebied verblijft. | belge séjournant légalement sur le territoire. |
B.8. Het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind strekt | B.8. La Convention internationale relative aux droits de l'enfant vise |
ertoe het kind de « harmonische ontplooiing van zijn persoonlijkheid » | à assurer à l'enfant « l'épanouissement harmonieux de sa personnalité |
in zijn gezin te waarborgen. | » dans son milieu familial. |
Artikel 2.2 van dat Verdrag verplicht de Staten die er partij bij zijn | L'article 2.2 de cette Convention oblige les Etats parties à prendre « |
« alle passende maatregelen [te nemen] om te waarborgen dat het kind | toutes les mesures appropriées pour que l'enfant soit effectivement |
wordt beschermd tegen alle vormen van discriminatie of bestraffing op | protégé contre toutes formes de discrimination ou de sanction motivées |
grond van de omstandigheden [...] van de ouders ». | par la situation juridique [...] de ses parents ». |
Artikel 3.2 van hetzelfde Verdrag bepaalt dat « de Staten die partij | L'article 3.2 de la même Convention dispose que « les Etats parties |
zijn, [...] zich ertoe [verbinden] het kind te verzekeren van de | s'engagent à assurer à l'enfant la protection et les soins nécessaires |
bescherming en de zorg die nodig zijn voor zijn of haar welzijn, | |
rekening houdend met de rechten en plichten van zijn of haar ouders, | à son bien-être, compte tenu des droits et des devoirs de ses parents |
[...] en [...] hiertoe alle passende wettelijke en bestuurlijke | [...], et ils prennent à cette fin toutes les mesures législatives et |
maatregelen [nemen] ». | administratives appropriées ». |
De artikelen 9 en 10 van dat Verdrag strekken ertoe het gezinsleven | Les articles 9 et 10 de cette Convention tendent à protéger la vie |
van het kind met zijn ouders te beschermen, door te bepalen dat « de | familiale de l'enfant avec ses parents, en disposant que « les Etats |
Staten die partij zijn, waarborgen dat een kind niet wordt gescheiden | parties veillent à ce que l'enfant ne soit pas séparé de ses parents |
van zijn of haar ouders tegen hun wil, tenzij de bevoegde autoriteiten | contre leur gré, à moins que les autorités compétentes ne décident |
[...] beslissen dat deze scheiding noodzakelijk is in het belang van | [...] que cette séparation est nécessaire dans l'intérêt supérieur de |
het kind » (artikel 9) en dat « aanvragen van een kind of van zijn | l'enfant » (article 9) et que « toute demande faite par un enfant ou |
ouders om een Staat die partij is, voor gezinshereniging binnen te | ses parents en vue d'entrer dans un Etat partie ou de le quitter aux |
gaan of te verlaten, door de Staten die partij zijn met | fins de réunification familiale est considérée par les Etats parties |
welwillendheid, menselijkheid en spoed [worden] behandeld » (artikel 10). | dans un esprit positif, avec humanité et diligence » (article 10). |
Ten slotte strekt artikel 27 van hetzelfde Verdrag ertoe het kind de | Enfin, l'article 27 de la même Convention tend à garantir à l'enfant |
levensstandaard te waarborgen die toereikend is voor zijn | |
lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en | un niveau de vie suffisant pour permettre son développement physique, |
maatschappelijke ontwikkeling. | mental, spirituel, moral et social. |
B.9. Aan het Hof is niet gevraagd of het feit dat een persoon van | B.9. La Cour n'est pas saisie de la question de savoir si le fait |
vreemde nationaliteit de ouder is van een kind van Belgische | qu'une personne de nationalité étrangère est le parent d'un enfant de |
nationaliteit, voor die ouder een recht tot verblijf op het | |
grondgebied moet openen. Het Hof moet dus niet onderzoeken of de | nationalité belge doit lui ouvrir un droit de séjourner sur le |
artikelen 9 en 10 van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van | territoire. La Cour ne doit donc pas examiner si les articles 9 et 10 |
het kind in acht zijn genomen. | |
B.10. Om de in B.6.1 tot B.6.4 uiteengezette redenen is het feit dat | de la Convention internationale relative aux droits de l'enfant sont |
een volwassen persoon met illegaal verblijf voor zichzelf geen recht | respectés. B.10. Pour les raisons exposées en B.6.1 à B.6.4, le fait qu'une |
heeft op volledige maatschappelijke dienstverlening niet strijdig met | personne adulte en séjour illégal n'ait pas droit, pour elle-même, à |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Aangezien het Belgische kind | une aide sociale complète n'est pas contraire aux articles 10 et 11 de |
van die persoon recht heeft op dienstverlening voor zichzelf, worden | la Constitution. Dès lors que l'enfant belge de cette personne a droit |
de artikelen 2.2 en 3.2 van het Internationaal Verdrag inzake de | à une aide pour lui-même, les articles 2.2 et 3.2 de la Convention |
rechten van het kind niet geschonden. Dat geldt des te meer daar het | internationale relative aux droits de l'enfant ne sont pas violés. Il |
feit dat de ouder met illegaal verblijf van een kind dat wettig op het | en va d'autant plus ainsi que le fait que le parent en séjour illégal |
grondgebied verblijft geen eigen recht heeft op volledige | d'un enfant qui séjourne légalement sur le territoire n'a pas de droit |
maatschappelijke dienstverlening niet impliceert dat geen rekening | propre à une aide sociale complète n'implique pas qu'il ne faille |
dient te worden gehouden met de specifieke gezinssituatie bij de | tenir compte de la situation familiale spécifique lors de l'octroi de |
toekenning van hulpverlening aan het kind. Het staat aan het openbaar | l'aide à l'enfant. Il appartient au centre public d'action sociale, |
centrum voor maatschappelijk welzijn om binnen de perken van zijn | dans les limites de sa mission légale, et, en cas de conflit, au juge |
wettelijke opdracht en, in geval van conflict aan de rechter, om het | de choisir le moyen le plus approprié pour faire face aux besoins |
meest geëigende middel te kiezen teneinde het hoofd te bieden aan de | réels et actuels du mineur, de manière à lui assurer la sauvegarde de |
reële en huidige behoeften van de minderjarige, teneinde hem de | sa santé et de son développement. |
vrijwaring van zijn gezondheid en zijn ontwikkeling te verzekeren. | Dès lors que l'aide sociale doit prendre en considération l'ensemble |
Aangezien bij de toekenning van maatschappelijke dienstverlening alle | des besoins de l'enfant, il convient de tenir compte, pour la fixation |
behoeften van het kind in aanmerking dienen te worden genomen, moet, | |
voor de vaststelling van de aan dat kind toe te kennen | de l'aide sociale à octroyer à cet enfant, de la situation familiale |
maatschappelijke dienstverlening, rekening worden gehouden met de gezinssituatie van het kind alsmede, enerzijds, met de omstandigheid dat het recht op maatschappelijke dienstverlening van diens moeder met illegaal verblijf wordt beperkt tot de dringende medische hulpverlening en, anderzijds, met de omstandigheid dat de vader een wettelijke verplichting tot onderhoud heeft ten aanzien van dat kind. Er dient immers te worden opgemerkt dat de maatschappelijke dienstverlening van subsidiaire aard is en dat zij enkel kan worden toegekend aan wie niet over voldoende bestaansmiddelen beschikt. In het aan de verwijzende rechter voorgelegde geval, dient het kind zich niet alleen te verlaten op zijn moeder die illegaal op het grondgebied verblijft, maar heeft het een Belgische vader die een wettelijke verplichting tot onderhoud heeft ten aanzien van dat kind en die - in tegenstelling tot de moeder -, in voorkomend geval, recht heeft op volledige maatschappelijke dienstverlening. B.11. Onder het voorbehoud vermeld in B.10, dient de prejudiciële vraag ontkennend te worden beantwoord. Om die redenen, | de cet enfant, ainsi que, d'une part, de la circonstance que le droit à l'aide sociale de sa mère en séjour illégal est limité à l'aide médicale urgente et, d'autre part, également de la circonstance que le père a un devoir légal d'entretien à l'égard de son enfant. En effet, il convient d'observer que l'aide sociale est de nature subsidiaire et qu'elle ne peut être accordée qu'à celui qui ne dispose pas de moyens d'existence suffisants. Dans le cas soumis au juge a quo, non seulement l'enfant doit s'en remettre à sa mère qui séjourne illégalement sur le territoire, mais il a un père belge qui a un devoir légal d'entretien à son égard et qui - contrairement à la mère - a, le cas échéant, droit à une aide sociale complète. B.11. Sous la réserve mentionnée en B.10, la question préjudicielle appelle une réponse négative. Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Onder het voorbehoud vermeld in B.10, schendt artikel 57, § 2, van de | Sous la réserve mentionnée en B.10, l'article 57, § 2, de la loi du 8 |
organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor | juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, tel qu'il |
maatschappelijk welzijn, zoals gewijzigd bij de programmawet van 22 | a été modifié par la loi-programme du 22 décembre 2003, ne viole pas |
december 2003, niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet | les articles 10 et 11 de la Constitution, lus ou non en combinaison |
in samenhang gelezen met de artikelen 2.2, 3.2, 9, 10 en 27 van het | avec les articles 2.2, 3.2, 9, 10 et 27 de la Convention |
Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind. | internationale relative aux droits de l'enfant. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 1 maart 2006. | la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 1er mars 2006. |
De griffier, De voorzitter, | Le greffier, Le président, |
L. Potoms. M. Melchior. | L. Potoms. M. Melchior. |