← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 176/2002 van 5 december 2002 Rolnummer 2265 In zake :
de prejudiciële vraag over artikel 6, § 1, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie
van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ong Het Arbitragehof, samengesteld
uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters L. Fra(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 176/2002 van 5 december 2002 Rolnummer 2265 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 6, § 1, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ong Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters L. Fra(...) | Extrait de l'arrêt n° 176/2002 du 5 décembre 2002 Numéro du rôle : 2265 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 6, § 1 er , de la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des dommages résult La Cour d'arbitrage, composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges L. François, (...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Uittreksel uit arrest nr. 176/2002 van 5 december 2002 | Extrait de l'arrêt n° 176/2002 du 5 décembre 2002 |
Rolnummer 2265 | Numéro du rôle : 2265 |
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 6, § 1, van de wet van 3 | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 6, § 1er, de |
juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor | la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des |
arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en | dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus |
sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le | |
voor beroepsziekten in de overheidssector, zoals van toepassing vóór | secteur public, tel qu'il était applicable avant sa modification par |
de wijziging ervan bij de wet van 19 oktober 1998, gesteld door de | la loi du 19 octobre 1998, posée par le Tribunal du travail de Liège. |
Arbeidsrechtbank te Luik. | |
Het Arbitragehof, | La Cour d'arbitrage, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters | composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges L. |
L. François, R. Henneuse, L. Lavrysen, J.-P. Snappe en E. Derycke, | François, R. Henneuse, L. Lavrysen, J.-P. Snappe et E. Derycke, |
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | assistée du greffier L. Potoms, présidée par le président M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : (...) | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag | I. Objet de la question préjudicielle |
Bij vonnis van 1 oktober 2001 in zake F. Dykmans tegen De Post, | Par jugement du 1er octobre 2001 en cause de F. Dykmans contre La |
waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op | Poste, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage |
8 oktober 2001, heeft de Arbeidsrechtbank te Luik de volgende | le 8 octobre 2001, le Tribunal du travail de Liège a posé la question |
prejudiciële vraag gesteld : | préjudicielle suivante : |
« Is artikel 6, § 1, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de | « L'article 6, § 1er, de la loi du 3 juillet 1967 sur la réparation |
schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg | des dommages résultant des accidents du travail, des accidents |
naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector in | survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles |
strijd met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door in de | dans le secteur public est-il contraire aux articles 10 et 11 de la |
overheidssector twee categorieën van slachtoffers te creëren en een | Constitution en créant deux catégories de victimes dans le secteur |
zelfde algehele graad van arbeidsongeschiktheid voor ieder slachtoffer | public et pour un même taux d'incapacité global pour chaque victime : |
: de categorie van slachtoffers van een of meer opeenvolgende | la catégorie des victimes d'un ou de plusieurs accidents du travail |
arbeidsongevallen; de categorie van slachtoffers van één | successifs et la catégorie des victimes d'un seul accident du travail |
arbeidsongeval met een arbeidsongeschiktheid van meer dan 25 pct. ? | avec un pourcentage d'incapacité supérieur à 25 % ? |
De eerste categorie zou verschillende gecumuleerde renten ontvangen | La première catégorie se verrait octroyer plusieurs rentes cumulées |
waarvan het totale bedrag hoger zou liggen dan het geplafonneerde | dont le montant total serait supérieur au montant plafonné perçu par |
bedrag dat wordt ontvangen door de tweede categorie van slachtoffers. » | la seconde catégorie de victimes. » |
(...) | (...) |
IV. In rechte | IV. En droit |
(...) | (...) |
B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de bestaanbaarheid, | B.1.1. La question préjudicielle porte sur la compatibilité, avec les |
met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van artikel 6, § 1, van de | articles 10 et 11 de la Constitution, de l'article 6, § 1er, de la loi |
wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de | du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des dommages |
schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg | résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le |
naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. | chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur |
Artikel 6 bepaalt : | public. L'article 6 disposait, dans la rédaction qui était la sienne à |
l'époque des faits ayant donné lieu au litige : | |
« § 1. Zolang de getroffene de uitoefening van ambten behoudt, mag de | « § 1er. Aussi longtemps que la victime conserve l'exercice de |
rente niet hoger liggen dan 25 pct. van de bezoldiging op grond | fonctions, la rente ne peut dépasser 25 p.c. de la rémunération sur la |
waarvan zij is vastgesteld. | base de laquelle elle est établie. |
§ 2. De getroffene die ongeschikt is bevonden om zijn ambt uit te | § 2. Lorsque la victime est reconnue inapte à l'exercice de ses |
oefenen maar die andere, met zijn gezondheidstoestand verenigbare | fonctions mais qu'elle peut en exercer d'autres qui sont compatibles |
ambten kan vervullen, kan volgens de regelen en binnen de grenzen die | avec son état de santé, elle peut être réaffectée, selon les modalités |
zijn statuut bepaalt, weder tewerkgesteld worden in een betrekking | et dans les limites fixées par son statut, à un emploi correspondant à |
welke met zulk een ambt overeenkomt. | |
De wedertewerkgestelde getroffene behoudt het voordeel van de | de telles fonctions. |
bezoldigingsregeling welke hij genoot toen het ongeval zich voordeed | Lorsque la victime est réaffectée, elle conserve le bénéfice du régime |
of de beroepsziekte werd vastgesteld. » | pécuniaire dont elle jouissait lors de l'accident ou de la |
B.2. Volgens de verwijzende rechter zou de in het geding zijnde | constatation de la maladie professionnelle. » |
bepaling een verschil in behandeling teweegbrengen tussen degenen die | B.2. Selon le juge a quo , la disposition en cause créerait une |
recht hebben op een rente wegens een arbeidsongeval in de zin van het | différence de traitement entre bénéficiaires d'une rente d'accident du |
voormelde artikel 6, § 1, naargelang zij het slachtoffer zijn geweest | travail au sens de l'article 6, § 1er, précité, suivant qu'ils |
van een ongeval dat een blijvende arbeidsongeschiktheid van meer dan | auraient été victimes d'un accident ayant entraîné une incapacité |
25 pct. heeft veroorzaakt of dat zij het slachtoffer van verschillende | professionnelle permanente de plus de 25 p.c. ou qu'ils auraient été |
ongevallen zouden zijn geweest : in het eerste geval zou het bedrag | victimes de plusieurs accidents : dans le premier cas, le montant de |
van de rente, krachtens de in het geding zijnde bepaling, 25 pct. van het loon op basis waarvan zij is vastgesteld, niet mogen overschrijden, terwijl in het tweede geval de som van de toegekende renten hoger zou mogen zijn dan het bedrag van de rente die in het eerste geval wordt toegekend. Ten aanzien van het onderwerp van de prejudiciële vraag en de bevoegdheid van het Hof B.3.1. De Ministerraad voert aan dat de prejudiciële vraag zonder voorwerp is doordat de verwijzende rechter, in zijn vonnis van 5 maart 2001 en in het vonnis waarin hij aan het Hof een vraag stelt - in het eerste vonnis wordt een heropening van de debatten bevolen als gevolg waarvan het tweede vonnis wordt gewezen -, heeft beslist dat de in het geding zijnde bepaling enkel van toepassing is op de hypothese van één | la rente ne pourrait, en vertu de la disposition en cause, excéder 25 p.c. de la rémunération sur la base de laquelle elle est établie alors que, dans le second, la somme des rentes octroyées pourrait être supérieure au montant de la rente octroyée dans le premier cas. Quant à l'objet de la question préjudicielle et à la compétence de la Cour B.3.1. Le Conseil des ministres fait valoir que la question préjudicielle est sans objet en ce que le juge a quo , dans son jugement du 5 mars 2001 et dans celui qui interroge la Cour - le premier ordonnant une réouverture des débats à la suite de laquelle le second est rendu -, a décidé que la disposition en cause ne s'applique |
enkel ongeval en doordat de betwisting naar aanleiding waarvan hij het | qu'à l'hypothèse de l'accident unique et en ce qu'il ne serait donc |
Hof ondervraagt en die betrekking heeft op de hypothese van | plus saisi de la contestation à l'occasion de laquelle il interroge la |
opeenvolgende ongevallen, dus niet meer bij hem aanhangig zou zijn. | Cour et qui porte sur l'hypothèse d'accidents successifs. |
B.3.2. Uit de formulering zelf van de prejudiciële vraag blijkt dat de | B.3.2. Il apparaît du libellé même de la question préjudicielle que le |
verwijzende rechter de invoering van twee categorieën van slachtoffers | juge a quo impute à la disposition en cause la création de deux |
die hij vergelijkt, toeschrijft aan de in het geding zijnde bepaling. | catégories de victimes qu'il compare. |
Uit de feiten van het geding en uit het dossier van de rechtspleging kan evenwel niet op afdoende wijze worden afgeleid dat de in het geding zijnde bepaling kennelijk niet van toepassing zou zijn op het bodemgeschil. Het Hof antwoordt dus op de vraag zoals zij door de verwijzende rechter is gesteld. B.4.1. De Ministerraad beweert ook dat het Hof niet bevoegd zou zijn om de prejudiciële vraag te beantwoorden omdat de eventuele ongrondwettigheid niet zou kunnen worden vastgesteld ten nadele van degenen, zoals de eiser voor de verwijzende rechter, die de gunstigste regeling genieten (de slachtoffers van opeenvolgende arbeidsongevallen die, volgens de interpretatie die de Ministerraad aan de verwijzende rechter toeschrijft, niet onderworpen zijn aan de in het geding zijnde | Les faits de la cause et le dossier de la procédure ne permettent pas de déduire de manière concluante que la disposition en cause ne serait manifestement pas applicable à l'instance principale. La Cour répond donc à la question telle qu'elle est posée par le juge a quo . B.4.1. Le Conseil des ministres soutient aussi que la Cour ne serait pas compétente pour répondre à la question préjudicielle parce que l'inconstitutionnalité qu'elle pourrait constater ne pourrait l'être au détriment de ceux, tel le demandeur devant le juge a quo , bénéficiant du régime le plus favorable (les victimes d'accidents du travail successifs qui, dans l'interprétation que le Conseil des ministres impute au juge a quo , ne sont soumises ni à la disposition |
bepaling, noch aan het maximum van 25 pct. dat daarin wordt bepaald), | en cause ni au plafond de 25 p.c. qu'elle fixe) et ne pourrait l'être |
en enkel zou kunnen worden vastgesteld ten voordele van de categorie | qu'au profit de la catégorie de personnes soumises au régime le plus |
van personen die aan de ongunstigste regeling zijn onderworpen (de slachtoffers van één enkel ongeval, die volgens die interpretatie aan het vermelde maximum zijn onderworpen), op wie de in het geding zijnde bepaling van toepassing is. Enkel die personen zouden de ongrondwettigheid ervan kunnen aanvoeren en de eiser voor de verwijzende rechter zou dat niet kunnen; de Ministerraad betwist dat De Post, die de betrokken renten verschuldigd is en tegenpartij voor de verwijzende rechter is, het recht zou hebben om het betwiste verschil in behandeling aan te klagen en voert aan dat de beslissingen van het Hof niet ertoe zouden kunnen leiden aan een categorie van burgers het voordeel van een wetgeving te ontzeggen om reden dat een andere categorie daarvan « in voorkomend geval onterecht » verstoken zou zijn. | défavorable (les victimes d'un accident unique, qui dans cette interprétation, sont soumises audit plafond) auxquelles la disposition en cause est applicable. Ces personnes seules pourraient en invoquer l'inconstitutionnalité et le demandeur devant le juge a quo ne le pourrait donc pas; le Conseil des ministres conteste à La Poste, débiteur des rentes en cause et partie adverse devant le juge a quo , le droit de dénoncer la différence de traitement critiquée et soutient que les décisions de la Cour ne pourraient aboutir à priver une catégorie de citoyens du bénéfice d'une législation au motif qu'une autre catégorie en serait privée « le cas échéant injustement ». |
B.4.2. De bijzondere wet van 6 januari 1989 eist niet dat de aan het Hof voorgelegde verschillen in behandeling worden voorgelegd op initiatief van diegenen die het slachtoffer ervan zouden zijn. Bovendien kan op een beslissing van het Hof niet worden geanticipeerd of verondersteld om zijn bevoegdheid te betwisten. Ten gronde B.5. De grondwettelijke regels van de gelijkheid en de niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel. | B.4.2. La loi spéciale du 6 janvier 1989 n'exige pas que les différences de traitement qui sont déférées à la Cour le soient à l'initiative de ceux qui en seraient les victimes. De plus, une décision de la Cour ne saurait être anticipée ou présumée pour contester sa compétence. Quant au fond B.5. Les règles constitutionnelles de l'égalité et de la non-discrimination n'excluent pas qu'une différence de traitement soit établie entre des catégories de personnes, pour autant qu'elle repose sur un critère objectif et qu'elle soit raisonnablement justifiée. L'existence d'une telle justification doit s'apprécier en tenant compte du but et des effets de la mesure critiquée ainsi que de la nature des principes en cause; le principe d'égalité est violé lorsqu'il est établi qu'il n'existe pas de rapport raisonnable de proportionnalité entre les moyens employés et le but visé. |
B.6. Volgens de motivering van het verwijzende vonnis, steunt dat op | B.6. Selon la motivation du jugement a quo , celui-ci procède de |
het idee dat het maximum van 25 pct., bedoeld in de in het geding zijnde bepaling, enkel van toepassing is op de renten gestort als gevolg van één enkel arbeidsongeval. Uit de formulering van de prejudiciële vraag blijkt overigens dat de rechter ervan uitgaat dat dat maximum niet van toepassing is op het slachtoffer van opeenvolgende ongevallen. B.7. De in het geding zijnde bepaling is van toepassing op de ambtenaren die, als slachtoffer van een arbeidsongeval, in staat zijn om de normale uitoefening van hun functie voort te zetten en, bijgevolg, het eraan verbonden loon blijven ontvangen; dat loon wordt hen ook gewaarborgd wanneer zij wedertewerkgesteld worden in een andere functie omdat zij niet meer in staat zijn de eerste functie uit | l'idée que le plafond des 25 p.c. visés par la disposition en cause ne s'applique qu'aux rentes versées à la suite d'un seul accident du travail. Il résulte par ailleurs du libellé de la question préjudicielle que le juge considère que ce plafond ne s'applique pas à la victime d'accidents successifs. B.7. La disposition en cause s'applique aux agents qui, victimes d'un accident du travail, sont en mesure de poursuivre l'exercice normal de leurs fonctions et, par conséquent, continuent de percevoir la rémunération qui y est attachée; celle-ci leur est également garantie lorsqu'ils sont réaffectés à une autre fonction parce qu'ils ne sont |
te oefenen (artikel 6, § 2, tweede lid). De wetgever heeft geoordeeld | plus en mesure d'exercer la première (article 6, § 2, alinéa 2). Le |
dat die waarborgen alsmede de werkzekerheid in de openbare sector de | législateur a estimé que ces garanties ainsi que la stabilité de |
schade als gevolg van het ongeval beperkten en heeft het bijgevolg | l'emploi existant dans le secteur public limitaient le dommage |
wenselijk geacht het bedrag van de rente te beperken zelfs wanneer de | consécutif à l'accident et a, par conséquent, jugé souhaitable de |
graad van ongeschiktheid hoog is (Parl. St. , Kamer, 1964-1965, nr. | limiter le montant de la rente même lorsque le degré d'incapacité est |
1023/1, p. 6). | élevé (Doc. parl. , Chambre, 1964-1965, n° 1023/1, p. 6.) |
B.8. Die overwegingen houden in dat de in de in het geding zijnde bepaling vastgestelde grens onafhankelijk dient te zijn van het aantal ongevallen dat de toekenning van een rente verantwoordt. B.9. Volgens de interpretatie van de verwijzende rechter (B.6), zou dat maximum kunnen worden overschreden voor ambtenaren die het slachtoffer zouden zijn van verschillende arbeidsongevallen. Op basis van het voordeel dat zij daarbij zouden hebben ten opzichte van diegenen die slechts één ongeval hebben gehad, kan niet worden geoordeeld dat het in het geding zijnde verschil in behandeling, in het licht van het in B.7 vermelde doel van de wetgever, op een pertinent criterium berust. In die interpretatie dient de prejudiciële vraag bevestigend te worden beantwoord. B.10. Het Hof stelt evenwel vast dat uit de formulering van de in het geding zijnde bepaling, die op een algemene manier is opgesteld, niet blijkt dat de maximumgrens die zij vaststelt, enkel betrekking heeft op de renten toegekend als gevolg van één enkel ongeval. Het doel van de wetgever, zoals dat is aangegeven in B.7, leidt daarentegen tot de overweging dat zij ook het geval beoogt waarin de ambtenaar het slachtoffer is van verschillende ongevallen. Volgens die interpretatie is het in het geding zijnde maximum van toepassing, ongeacht het aantal ongevallen waarvan de ambtenaar het slachtoffer is, en dient de prejudiciële vraag ontkennend te worden beantwoord. Om die redenen, het Hof zegt voor recht : | B.8. Ces considérations impliquent que la limite fixée par la disposition en cause soit indépendante du nombre d'accidents justifiant l'octroi d'une rente. B.9. Dans l'interprétation retenue par le juge a quo (B.6), ce plafond pourrait être dépassé en ce qui concerne les agents qui seraient victimes de plusieurs accidents du travail. L'avantage qu'ils en tireraient par rapport à ceux n'ayant subi qu'un seul accident ne permet pas de considérer que la différence de traitement en cause repose, au regard de l'objectif du législateur rapporté en B.7, sur un critère pertinent. Dans cette interprétation, la question préjudicielle appelle une réponse positive. B.10. La Cour constate cependant qu'il ne résulte pas du libellé de la disposition en cause, rédigée de manière générale, que la limite maximale qu'elle fixe vise seulement les rentes octroyées à la suite d'un seul accident. L'objectif du législateur, tel qu'il est indiqué en B.7, conduit au contraire à considérer qu'elle vise aussi l'hypothèse dans laquelle l'agent est victime d'accidents successifs. Dans cette interprétation, le plafond en cause est applicable quel que soit le nombre d'accidents dont l'agent est victime et la question préjudicielle appelle une réponse négative. Par ces motifs, la Cour dit pour droit : |
- Artikel 6, § 1, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie | - L'article 6, § 1er, de la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou |
van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op | la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des |
de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de | accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies |
overheidssector, in de interpretatie volgens welke het slachtoffer van | professionnelles dans le secteur public, dans l'interprétation selon |
verschillende opeenvolgende arbeidsongevallen invaliditeitsrenten kan | laquelle il permet à la victime de plusieurs accidents du travail |
ontvangen waarvan de samengevoegde bedragen het vastgestelde maximum | successifs de percevoir des rentes d'invalidité dont les montants |
overschrijden, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | additionnés excèdent le plafond qu'il fixe, viole les articles 10 et 11 de la Constitution. |
- Dezelfde bepaling, in de interpretatie volgens welke het slachtoffer | - La même disposition, dans l'interprétation selon laquelle elle ne |
van verschillende opeenvolgende arbeidsongevallen geen | permet pas à la victime de plusieurs accidents du travail successifs |
invaliditeitsrenten kan ontvangen waarvan de samengevoegde bedragen | de percevoir des rentes d'invalidité dont les montants additionnés |
het vastgestelde maximum overschrijden, schendt de artikelen 10 en 11 | excèdent le plafond qu'elle fixe, ne viole pas les articles 10 et 11 |
van de Grondwet niet. | de la Constitution. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 5 december 2002. | la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 5 décembre 2002. |
De griffier, | Le greffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |
De voorzitter, | Le président, |
M. Melchior. | M. Melchior. |