← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest
van 24 juni 2020, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 26 juni 2020, heeft het
Hof van Beroep te Gent de volgende prejudiciële vra « Schenden de artikelen 203
en 205 van het Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de (...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 24 juni 2020, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 26 juni 2020, heeft het Hof van Beroep te Gent de volgende prejudiciële vra « Schenden de artikelen 203 en 205 van het Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de (...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par arrêt du 24 juin 2020, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 26 juin 2020, la Cour d'appel de Gand a posé la question préjudicielle suivante : « Les articles 203 et 205 du Code d'instruction criminelle violent-ils les articles 10 et 11 de la (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 Bij arrest van 24 juni 2020, waarvan de expeditie ter griffie van het | Par arrêt du 24 juin 2020, dont l'expédition est parvenue au greffe de |
Hof is ingekomen op 26 juni 2020, heeft het Hof van Beroep te Gent de | la Cour le 26 juin 2020, la Cour d'appel de Gand a posé la question |
volgende prejudiciële vraag gesteld : | préjudicielle suivante : |
« Schenden de artikelen 203 en 205 van het Wetboek van Strafvordering | « Les articles 203 et 205 du Code d'instruction criminelle violent-ils |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met | les articles 10 et 11 de la Constitution, lus en combinaison avec |
artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens | l'article 6 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et |
en de fundamentele vrijheden, in zoverre de beklaagde geen wettelijke | des libertés fondamentales, en ce que le prévenu n'a pas la |
mogelijkheid heeft om binnen de 10 dagen hoger beroep aan te tekenen | possibilité légale d'interjeter appel dans les dix jours après que le |
nadat het openbaar ministerie bij het appelgerecht ten aanzien van | ministère public a interjeté appel, au sens de l'article 205 du Code |
diezelfde beklaagde na het verstrijken van de termijn zoals bepaald in | d'instruction criminelle, auprès de la juridiction d'appel à l'égard |
artikel 204 van het Wetboek van Strafvordering hoger beroep heeft | du même prévenu après l'expiration du délai prévu par l'article 204 du |
ingesteld in de zin van artikel 205 van het Wetboek van | Code d'instruction criminelle, alors qu'en vertu de l'article 203, § 1er, |
Strafvordering, terwijl het openbaar ministerie krachtens artikel 203, | du Code d'instruction criminelle, le ministère public dispose d'un |
§ 1 van het Wetboek van Strafvordering wel een bijkomende termijn van | délai supplémentaire de dix jours pour également interjeter appel, |
10 dagen heeft om eveneens hoger beroep in te stellen, wanneer de | lorsque le prévenu a interjeté appel dans le délai prévu par l'article |
beklaagde binnen de termijn zoals bepaald in artikel 203 van het | 203 du Code d'instruction criminelle ? ». |
Wetboek van Strafvordering hoger beroep heeft ingesteld ? ». | |
Die zaak is ingeschreven onder nummer 7406 van de rol van het Hof. | Cette affaire est inscrite sous le numéro 7406 du rôle de la Cour. |
De griffier, | Le greffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |