Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 19 november 2019, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 6 december 2019, heeft het Hof van Beroep te Brussel de volgende prejudi « Brengt artikel 1675/7, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, in die zin geïnterpreteerd dat par(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 19 november 2019, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 6 december 2019, heeft het Hof van Beroep te Brussel de volgende prejudi « Brengt artikel 1675/7, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, in die zin geïnterpreteerd dat par(...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par arrêt du 19 novembre 2019, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 6 décembre 2019, la Cour d'appel de Bruxelles a posé la question préjudicielle suivante : Le greffier, P.-Y. Dutille
GRONDWETTELIJK HOF Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 19 november 2019, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 6 december 2019, heeft het Hof van Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Brengt artikel 1675/7, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, in die zin geïnterpreteerd dat paragraaf 2, die voorziet in een schorsing van ' alle middelen van tenuitvoerlegging die strekken tot de betaling van een geldsom ', niet van toepassing is op de persoon die schuldbemiddeling geniet en die voor anderen een zakelijke zekerheid heeft verleend, terwijl hij van toepassing is op de persoon die schuldbemiddeling geniet en die persoonlijk aansprakelijk is tegenover zijn schuldeiser, en aldus een verschil in behandeling teweegbrengt tussen de persoon die schuldbemiddeling geniet en persoonlijk aansprakelijk is voor een schuld en die de schorsing geniet van alle middelen van tenuitvoerlegging die strekken tot de betaling van een geldsom, en de persoon die schuldbemiddeling geniet en voor anderen een zakelijke zekerheid heeft verleend en die die schorsing van alle middelen van tenuitvoerlegging die strekken tot de betaling van een geldsom, niet zou genieten, een schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet met zich mee ? ». COUR CONSTITUTIONNELLE Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par arrêt du 19 novembre 2019, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 6 décembre 2019, la Cour d'appel de Bruxelles a posé la question préjudicielle suivante : « Est-ce que l'article 1675/7, § 2, du Code judiciaire interprété en ce sens que le paragraphe 2 qui prévoit une suspension ' de toutes les voies d'exécution qui tendent au paiement d'une somme d'argent ' ne s'applique pas au médié ayant consenti une sûreté réelle pour autrui alors qu'il s'applique au médié tenu personnellement envers son créancier et crée ainsi une différence de traitement entre le médié personnellement tenu d'une dette qui bénéficie de la suspension de toutes les voies d'exécution qui tendent au paiement d'une somme d'argent et le médié ayant consenti une sûreté réelle pour autrui qui ne bénéficierait pas de cette suspension de toutes les voies d'exécution qui tendent au paiement d'une somme d'argent, entraîne une violation des articles 10 et 11 de la Constitution ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 7325 van de rol van het Hof. Cette affaire est inscrite sous le numéro 7325 du rôle de la Cour.
De griffier, Le greffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
^