← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arresten
nrs. 235.564 en 235.563 van 28 juli 2016 respectievelijk in zake de bv bvba « T.D.H.D.J. » en anderen
tegen het Waalse Gewest, tussenkomende partijen : d « 1. Schendt artikel
21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de artikelen(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arresten nrs. 235.564 en 235.563 van 28 juli 2016 respectievelijk in zake de bv bvba « T.D.H.D.J. » en anderen tegen het Waalse Gewest, tussenkomende partijen : d « 1. Schendt artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de artikelen(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par arrêts n os 235.564 et 235.563 du 28 juillet 2016 respectivement en cause de la SC SPRL « T.D.H.D.J. » et autres contre la Région wallonne, parties intervenantes : « 1. L'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat viole-t-il les articles 10 (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 Bij arresten nrs. 235.564 en 235.563 van 28 juli 2016 respectievelijk | Par arrêts nos 235.564 et 235.563 du 28 juillet 2016 respectivement en |
in zake de bv bvba « T.D.H.D.J. » en anderen tegen het Waalse Gewest, | cause de la SC SPRL « T.D.H.D.J. » et autres contre la Région |
tussenkomende partijen : de cvba « Intermediance & Partners » en | wallonne, parties intervenantes : la SCRL « Intermediance & Partners » |
anderen, en in zake de bv bvba « Association des Yernaux » en anderen | et autres, et en cause de la SC SPRL « Association des Yernaux » et |
tegen het Waalse Gewest, tussenkomende partijen : Pierre Decoster en | autres contre la Région wallonne, parties intervenantes : Pierre |
anderen, waarvan de expedities ter griffie van het Hof zijn ingekomen | Decoster et autres, dont les expéditions sont parvenues au greffe de |
op 5 augustus 2016, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële | la Cour le 5 août 2016, le Conseil d'Etat a posé les questions |
vragen gesteld : | préjudicielles suivantes : |
« 1. Schendt artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op | « 1. L'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil |
de Raad van State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet wanneer het, | d'Etat viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution lorsque, |
zoals te dezen, in die zin wordt geïnterpreteerd dat het de | comme en l'espèce, il est interprété comme permettant de présumer de |
mogelijkheid biedt op identieke wijze, enerzijds, het verlies van | façon identique, d'une part, la perte d'intérêt d'une partie |
belang van een verzoekende partij die niet tijdig een toelichtende | requérante qui n'a pas déposé dans les délais de mémoire ampliatif |
memorie heeft ingediend in het kader van een gewone procedure tot | |
nietigverklaring en, anderzijds, het verlies van belang van een | dans le cadre d'une procédure en annulation ordinaire et, d'autre |
verzoekende partij die niet tijdig een toelichtende memorie heeft | part, la perte d'intérêt d'une partie requérante qui n'a pas déposé |
ingediend in het kader van een procedure tot nietigverklaring na een | dans les délais de mémoire ampliatif dans le cadre d'une procédure en |
arrest tot schorsing van de bestreden akte en het afzien van het | annulation suivant un arrêt de suspension de l'acte attaqué et une |
voortzetten van de procedure van de tegenpartij te vermoeden ? | renonciation à poursuivre la procédure de la partie adverse ? |
2. Schendt artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de | 2. L'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat |
Raad van State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet wanneer het, | viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution lorsque, comme en |
zoals te dezen, in die zin wordt geïnterpreteerd dat het de mogelijkheid biedt het verlies van belang van de verzoekende partij in het voormelde kader te vermoeden, terwijl het de Raad van State niet de mogelijkheid biedt het belang van de tussenkomende partij om in rechte op te treden na te gaan, zelfs indien die partij tussenkomt ter ondersteuning van een tegenpartij die niet de voortzetting van de procedure heeft gevorderd ? 3. Schendt artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet wanneer het, zoals te dezen, in samenhang gelezen met artikel 17, § 6, van dezelfde wetten, in die zin wordt geïnterpreteerd dat het de tegenpartij de mogelijkheid biedt dat zij door een tussenkomende partij wordt ondersteund en dat die volledig in haar plaats treedt, zelfs indien die tegenpartij heeft nagelaten de voortzetting van de procedure te vorderen, terwijl de verzoekende partij die zou hebben nagelaten de voortzetting van de procedure te vorderen na een arrest waarbij een vordering tot schorsing wordt verworpen, of een verzoekende partij die te laat de toelichtende memorie na het arrest tot schorsing zou hebben bezorgd, niet op dezelfde wijze kan worden ondersteund door een tussenkomende partij en terwijl die niet in haar plaats kan treden ? ». Die zaken, ingeschreven onder de nummers 6489 en 6490 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. De griffier, | l'espèce, il est interprété comme permettant de présumer la perte d'intérêt de la partie requérante dans le cadre précité alors qu'elle ne permet pas au Conseil d'Etat de vérifier l'intérêt à agir de la partie intervenante, alors même que celle-ci intervient en soutien d'une partie adverse qui n'a pas demandé la poursuite de la procédure ? 3. L'article 21, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution lorsque, comme en l'espèce, il est interprété, en combinaison avec l'article 17, § 6, des mêmes lois, comme permettant à la partie adverse d'être soutenue et totalement substituée par une partie intervenante même si cette partie adverse a omis de demander la poursuite de la procédure, alors que la partie requérante qui aurait omis de demander la poursuite de la procédure après un arrêt rejetant une demande de suspension, ou une partie requérante qui aurait transmis en retard le mémoire ampliatif suivant l'arrêt de suspension, ne peut pas de la même façon être soutenue et substituée par une partie intervenante ? ». Ces affaires, inscrites sous les numéros 6489 et 6490 du rôle de la Cour, ont été jointes. Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |