← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest
van 14 juni 2012 in zake J.D. tegen W. D.M., tussenkomende partijen : K. V.C. en E.R., waarvan de expeditie
ter griffie van het Hof is ingekomen op 21 jun 1. « Schendt artikel 330, § 1, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek artikel
22 van de Grondwet, i(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 14 juni 2012 in zake J.D. tegen W. D.M., tussenkomende partijen : K. V.C. en E.R., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 21 jun 1. « Schendt artikel 330, § 1, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek artikel 22 van de Grondwet, i(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par arrêt du 14 juin 2012 en cause de J.D., contre W. D.M., parties intervenantes : K. V.C. et E.R., dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 21 juin 2012, la Cour 1. « L'article 330, § 1 er , alinéa 1 er , du Code civil viole-t-il l'articl(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 Bij arrest van 14 juni 2012 in zake J.D. tegen W. D.M., tussenkomende | Par arrêt du 14 juin 2012 en cause de J.D., contre W. D.M., parties |
partijen : K. V.C. en E.R., waarvan de expeditie ter griffie van het | intervenantes : K. V.C. et E.R., dont l'expédition est parvenue au |
Hof is ingekomen op 21 juni 2012, heeft het Hof van Beroep te Gent de | greffe de la Cour le 21 juin 2012, la Cour d'appel de Gand a posé les |
volgende prejudiciële vragen gesteld : | questions préjudicielles suivantes : |
1. « Schendt artikel 330, § 1, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek | 1. « L'article 330, § 1er, alinéa 1er, du Code civil viole-t-il |
artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het | l'article 22 de la Constitution, combiné avec l'article 8 de la |
Europees verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre de vordering | Convention européenne des droits de l'homme, en ce que la demande en |
tot betwisting van de erkenning door de man die beweert de biologische | contestation de la reconnaissance par un homme qui prétend être le |
vader van het kind te zijn, niet ontvankelijk is, indien het kind | père biologique de l'enfant n'est pas recevable si l'enfant a la |
bezit van staat heeft ten aanzien van de erkennende man ? »; | possession d'état à l'égard de l'homme qui l'a reconnu ? ». |
2. « Schendt artikel 330, § 1, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek de | 2. « L'article 330, § 1er, alinéa 1er, du Code civil viole-t-il les |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre de vordering tot | articles 10 et 11 de la Constitution en ce que la demande en |
betwisting van de erkenning door de man die beweert de biologische | contestation de la reconnaissance par un homme qui prétend être le |
vader van het kind te zijn, niet ontvankelijk is, indien het kind | père biologique de l'enfant n'est pas recevable si l'enfant a la |
bezit van staat heeft ten aanzien van de erkennende man, terwijl met | possession d'état à l'égard de l'homme qui l'a reconnu, alors qu'en ce |
betrekking tot artikel 318, § 1, van het Burgerlijk Wetboek wordt | qui concerne l'article 318, § 1er, du Code civil, il est admis que |
aangenomen dat deze bepaling artikel 22 van de Grondwet, in samenhang | cette disposition viole l'article 22 de la Constitution, combiné avec |
gelezen met artikel 8 van het Europees verdrag voor de rechten van de | l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce |
mens, schendt, in zoverre de vordering tot betwisting van vaderschap | que la demande en contestation de paternité n'est pas recevable si |
niet ontvankelijk is indien het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de echtgenoot van de moeder ? ». | l'enfant a la possession d'état à l'égard du mari de la mère ? ». |
Die zaak is ingeschreven onder nummer 5433 van de rol van het Hof. | Cette affaire est inscrite sous le numéro 5433 du rôle de la Cour. |
De griffier, | Le greffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |