← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest
nr. 218.341 van 8 maart 2012 in zake Jean Pierre Bleyen tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie
ter griffie van het Hof is ingekomen op 15 maart 20 « Schendt artikel 11, § 3, eerste lid, 2°, van de wet van 8 juni 2006
houdende regeling van ec(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest nr. 218.341 van 8 maart 2012 in zake Jean Pierre Bleyen tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 15 maart 20 « Schendt artikel 11, § 3, eerste lid, 2°, van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van ec(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par arrêt n° 218.341 du 8 mars 2012 en cause de Jean Pierre Bleyen contre l'Etat belge, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 15 mars 2012, le Conseil d'Etat a « L'article 11, § 3, alinéa 1 er , 2°, de la loi du 8 juin 2006 réglant des activités(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
Bij arrest nr. 218.341 van 8 maart 2012 in zake Jean Pierre Bleyen | Par arrêt n° 218.341 du 8 mars 2012 en cause de Jean Pierre Bleyen |
tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof | contre l'Etat belge, dont l'expédition est parvenue au greffe de la |
is ingekomen op 15 maart 2012, heeft de Raad van State de volgende | Cour le 15 mars 2012, le Conseil d'Etat a posé la question |
prejudiciële vraag gesteld : | préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 11, § 3, eerste lid, 2°, van de wet van 8 juni 2006 | « L'article 11, § 3, alinéa 1er, 2°, de la loi du 8 juin 2006 réglant |
houdende regeling van economische en individuele activiteiten met | des activités économiques et individuelles avec des armes viole-t-il |
wapens, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre artikel 5, § | les articles 10 et 11 de la Constitution en ce que l'article 5, § 4, |
4, 2°, van de voornoemde wet van 8 juni 2006 geldt voor zowel de | 2°, de la loi précitée du 8 juin 2006 s'applique aussi bien à |
beoordeling van de ontvankelijkheid van de aanvraag van personen om | l'appréciation de la recevabilité de la demande de personnes visant à |
activiteiten uit te oefenen als wapenhandelaar of als tussenpersoon of | exercer des activités d'armurier ou d'intermédiaire ou à exercer une |
een beroep uit te oefenen dat het voorhanden hebben van vuurwapens | profession impliquant la détention d'armes à feu qu'à l'appréciation |
impliceert, als voor de beoordeling van de voorwaarde in dewelke een | de la condition que doit remplir une personne qui introduit une |
persoon moet verkeren die een aanvraag indient om een vuurwapen | |
voorhanden te hebben ? ». | demande de détention d'une arme à feu ? ». |
Die zaak is ingeschreven onder nummer 5365 van de rol van het Hof. | Cette affaire est inscrite sous le numéro 5365 du rôle de la Cour. |
De griffier, | Le greffier, |
F. Meersschaut. | F. Meersschaut. |