Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 22 november 2007 in zake het openbaar ministerie tegen F.B. en anderen en in zake F.B. tegen L.P. en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het « Schendt artikel 15 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de g(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 22 november 2007 in zake het openbaar ministerie tegen F.B. en anderen en in zake F.B. tegen L.P. en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het « Schendt artikel 15 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de g(...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par arrêt du 22 novembre 2007 en cause du ministère public contre F.B. et autres et en cause de F.B. contre L.P. et autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour « L'article 15 de la loi du 26 juin 1990 relative à la protection de la personne des malades mentau(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 Bij arrest van 22 november 2007 in zake het openbaar ministerie tegen Par arrêt du 22 novembre 2007 en cause du ministère public contre F.B.
F.B. en anderen en in zake F.B. tegen L.P. en anderen, waarvan de et autres et en cause de F.B. contre L.P. et autres, dont l'expédition
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 27 november 2007, est parvenue au greffe de la Cour le 27 novembre 2007, la Cour d'appel
heeft het Hof van Beroep te Luik de volgende prejudiciële vraag de Liège a posé la question préjudicielle suivante :
gesteld : « Schendt artikel 15 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de « L'article 15 de la loi du 26 juin 1990 relative à la protection de
bescherming van de persoon van de geesteszieke, gewijzigd bij artikel la personne des malades mentaux, modifiée par l'article 52 de la loi
52 van de wet van 13 juni 2006, dat van toepassing is op de persoon du 13 juin 2006, applicable à une personne visée à l'article 36-4° de
bedoeld in artikel 36, 4°, van de wet van 8 april 1965 betreffende de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, à la
jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als
misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door prise en charge des mineurs ayant commis un fait qualifié infraction
dit feit veroorzaakte schade, die oorspronkelijk het voorwerp uitmaakt
van een zaak die op die grond aanhangig is gemaakt bij de et à la réparation du dommage causé par ce fait et faisant
jeugdrechter, opgevat in zoverre het melding maakt van de beslissing initialement l'objet d'une saisine du juge de la jeunesse sur cette
van de geneesheer van de dienst, die als exclusief wordt beschouwd, base, entendu en ce qu'il fait mention de la décision du médecin du
gelezen in het licht van artikel 2, eerste lid, van de wet van 26 juni service entendue comme exclusive, lu en regard de l'article 2, alinéa
1990, zoals gewijzigd, van de artikelen 12, 3°, en 19 van de wet van 1er, de la loi du 26 juin 1990 telle que modifiée, des articles 12-3°
26 juni 1990, van artikel 43, eerste en tweede lid, van de wet van 8 et 19 de la loi du 26 juin 1990, de l'article 43, alinéas 1er et 2 de
april 1965, zoals gewijzigd bij artikel 9 van de wet van 13 juni 2006, la loi du 8 avril 1965, tel que modifié par l'article 9 de la loi du
en van de artikelen 52quater, derde lid, en volgende van de wet van 8 13 juin 2006 et de l'article 52quater, alinéa 3 et suivants, de la loi
april 1965, zoals gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, du 8 avril 1965 modifiée par la loi du 27 décembre 2006,
doordat : en ce que :
A : het niet voorziet in de verplichting, voor de geneesheer van de A : il ne prévoit pas l'obligation pour le médecin du service :
dienst, om : - 1° hetzij de jeugdrechter bij wie voordien de zaak betreffende die - 1° soit d'informer le juge de la jeunesse, saisi préalablement de ce
patiënt aanhangig is gemaakt op grond van artikel 36, 4°, van de wet
van 8 april 1965, op de hoogte te brengen van zijn beslissing aan de patient sur base de l'article 36-4° de la loi du 8 avril 1965, de sa
patiënt toelating te verlenen om de instelling te verlaten in décision d'autoriser une sortie du patient dans des conditions
omstandigheden die een risico kunnen vormen voor diens veiligheid naar susceptibles de constituer un risque pour la sécurité de celui-ci en
gelang van de daden die hij zou kunnen plegen of het gedrag dat hij fonction des actes qu'il pourrait commettre ou du comportement qu'il
zou kunnen vertonen; pourrait adopter,
- 2° hetzij de jeugdrechter bij wie de zaak betreffende de patiënt - 2° soit d'associer le juge de la jeunesse saisi du patient sur base
aanhangig is gemaakt op grond van de wet van 26 juni 1990, te de la loi du 26 juin 1990 à la modalisation de sa décision relative
betrekken bij het bepalen van de voorwaarden van zijn beslissing
betreffende het verlaten van de instelling; aux sorties,
B : het niet voorziet in een rechtsmiddel, B : il ne prévoit pas de recours,
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het een minderjarige geesteszieke delinquent tegenover wie een beschermingsmaatregel loopt die werd genomen ter uitvoering van hoofdstuk II van de wet van 26 juni 1990, verhindert om in voorkomend geval, bij een tijdelijke opschorting van die bescherming, de bescherming te genieten die een minderjarige niet-geesteszieke delinquent geniet die werd geplaatst in een gesloten afdeling van een openbare gemeenschapsinstelling voor jeugdbescherming en wiens toelatingen om de instelling te verlaten onderworpen zijn aan strikte wettelijke voorwaarden, waaronder, in bepaalde gevallen, de toelating van de jeugdrechter, met een recht van opschortend hoger beroep voor het openbaar ministerie ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 4349 van de rol van het Hof. De griffier, ne viole-t-il pas les articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu'il empêche le mineur délinquant malade mental à l'égard duquel une mesure de protection prise en exécution du chapitre II de la loi du 26 juin 1990 est en cours, de bénéficier, le cas échéant, en cas de suspension temporaire de cette protection, de celle dont bénéficie le mineur délinquant, non malade mental, placé en ICPPJ régime fermé et dont les autorisations de sortie sont soumises à de strictes conditions régies par la loi, dont, dans certains cas l'autorisation du juge de la jeunesse, avec droit d'appel suspensif de la part du ministère public ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 4349 du rôle de la Cour. Le greffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
^