Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arresten nrs. 111.025, 111.023, 111.024 en 111.026 van 4 oktober 2002 in zake C. Cattoir, G. Adler, M. Cohen en S. de Lobkowicz tegen de geme « 1. Schendt artikel 15, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet niet de artikelen 10 en 11 van de Gro(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arresten nrs. 111.025, 111.023, 111.024 en 111.026 van 4 oktober 2002 in zake C. Cattoir, G. Adler, M. Cohen en S. de Lobkowicz tegen de geme « 1. Schendt artikel 15, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet niet de artikelen 10 en 11 van de Gro(...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par arrêts n os 111.025, 111.023, 111.024 et 111.026 du 4 octobre 2002 en cause de C. Cattoir, G. Adler, M. Cohen et S. de Lobkowicz contre la « 1. L'article 15, § 1 er , de la nouvelle loi communale ne viole-t-il pas les articl(...)
ARBITRAGEHOF COUR D'ARBITRAGE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 op het Arbitragehof sur la Cour d'arbitrage
Bij arresten nrs. 111.025, 111.023, 111.024 en 111.026 van 4 oktober Par arrêts nos 111.025, 111.023, 111.024 et 111.026 du 4 octobre 2002
2002 in zake C. Cattoir, G. Adler, M. Cohen en S. de Lobkowicz tegen de gemeente Ukkel en anderen, waarvan de expedities ter griffie van het Arbitragehof zijn ingekomen op 24 en 28 oktober 2002, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1. Schendt artikel 15, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het in die zin moet worden geïnterpreteerd dat het de verkiezing naar eigen keuze van een gemeenteraadslid tot schepen - dit wil zeggen buiten iedere schriftelijke of mondelinge voordracht om - verbiedt wanneer herhaaldelijk na afloop van de eerste drie maanden volgende op de installatie van de gemeenteraad is vastgesteld dat de schriftelijk of mondeling voorgedragen kandidaten niet de meerderheid van de stemmen behalen of zelfs de meerderheid van de leden van de gemeenteraad zich tegen hun verkiezing verzet, Gelet op het feit dat die wetsbepaling, aldus geïnterpreteerd, een onverantwoorde discriminatie in het leven zou roepen tussen : - enerzijds, de burgers van een gemeente waar een gemeenteraadslid schriftelijk of mondeling wordt voorgedragen als kandidaat-schepen door de meerderheid van de verkozenen van zijn lijst, dat gemeenteraadslid tot schepen wordt verkozen door de meerderheid van de gemeenteraad en zijn verkiezing wettig wordt verklaard; - en, anderzijds, de burgers van een gemeente waar een gemeenteraadslid, zonder zijn lijst of de partij waarvan ze uitgaat te hebben verlaten, waarbij het de steun behoudt van de meerderheid van de kandidaten-gemeenteraadsleden op zijn lijst, naar eigen keuze wordt verkozen tot schepen door een absolute meerderheid van de gemeenteraad zonder schriftelijk of mondeling te zijn voorgedragen door de meerderheid van de verkozenen van zijn lijst, waarbij zijn verkiezing tot schepen in een dergelijke interpretatie als onwettig wordt beschouwd, burgers wier gemeente niet zou kunnen worden bestuurd door een democratisch verkozen uitvoerend orgaan; en tussen : - enerzijds, de gemeenteraadsleden die tot schepen zijn verkozen na schriftelijk of mondeling te zijn voorgedragen als kandidaat-schepenen door de meerderheid van de verkozenen van hun lijst, en van wie de verkiezing wettig wordt verklaard; - en, anderzijds, de gemeenteraadsleden die, zonder hun lijst of de partij waarvan ze uitgaat te hebben verlaten, waarbij zij de steun behouden van de meerderheid van de kandidaten-gemeenteraadsleden van hun lijst, naar eigen keuze worden verkozen tot schepen door een absolute meerderheid van de gemeenteraad zonder schriftelijk of mondeling te zijn voorgedragen door de meerderheid van de verkozenen van hun lijst, waarbij hun verkiezing tot schepen in een dergelijke interpretatie als onwettig zou worden beschouwd; en tussen : - enerzijds, de gemeenten waar de kandidaat-schepenen schriftelijk of mondeling kunnen worden voorgedragen door de meerderheid van de verkozenen van hun lijst, alvorens de meerderheid van de stemmen in de gemeenteraad te verkrijgen, en van wie de verkiezing wettig wordt verklaard; - en, anderzijds, de gemeenten waar het geheel of een gedeelte van de kandidaat-schepenen de absolute meerderheid van de gemeenteraad kunnen verkrijgen maar niet schriftelijk of mondeling kunnen worden voorgedragen door de meerderheid van de verkozenen van hun lijst, hoewel zij hun lijst of de partij waarvan ze uitgaat niet hebben verlaten en de steun hebben behouden van de meerderheid van de kandidaten-gemeenteraadsleden van hun lijst, gemeenten die aldus onbestuurbaar zouden zijn indien de kandidaat-schepenen niet zouden kunnen worden verkozen door de absolute meerderheid van de gemeenteraad; 2. Schendt artikel 15, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het in die zin moet worden geïnterpreteerd dat het de verkiezing naar eigen keuze van een gemeenteraadslid tot schepen - dit wil zeggen buiten iedere schriftelijke of mondelinge voordracht om - verbiedt wanneer herhaaldelijk na afloop van de eerste drie maanden volgende op de installatie van de gemeenteraad is vastgesteld dat de schriftelijk of mondeling voorgedragen kandidaten niet de meerderheid van de stemmen behalen of zelfs de meerderheid van de leden van de gemeenteraad zich tegen hun verkiezing verzet, Gelet op het feit dat die wetsbepaling, aldus geïnterpreteerd, hetzelfde lot zou voorbehouden aan twee categorieën van gemeenteraadsleden die nochtans wel degelijk verschillend zijn : - enerzijds, diegenen die, zonder hun lijst of de partij waarvan ze uitgaat te hebben verlaten, waarbij zij de steun van de meerderheid van de kandidaten-gemeenteraadsleden van hun lijst behouden, naar eigen keuze worden verkozen tot schepen door een absolute meerderheid van de gemeenteraad zonder schriftelijk of mondeling te zijn voorgedragen door de meerderheid van de verkozenen van hun lijst, waarbij hun verkiezing tot schepen in een dergelijke interpretatie als onwettig zou worden beschouwd; - en, anderzijds, diegenen die hun lijst hebben verlaten en dus kunnen worden beschouwd als afvalligen of overlopers, niet tot schepen kunnen worden verkozen ? » Die zaken zijn ingeschreven onder de nummers 2543, 2544, 2545 en 2551 van de rol van het Hof en werden samengevoegd. De griffier, en cause de C. Cattoir, G. Adler, M. Cohen et S. de Lobkowicz contre la commune d'Uccle et autres, dont les expéditions sont parvenues au greffe de la Cour d'arbitrage les 24 et 28 octobre 2002, le Conseil d'Etat a posé les questions préjudicielles suivantes : « 1. L'article 15, § 1er, de la nouvelle loi communale ne viole-t-il pas les articles 10 et 11 de la Constitution dans la mesure où il devrait être interprété comme interdisant l'élection au grand choix d'un conseiller communal comme échevin - c'est-à-dire en dehors de toute présentation écrite ou orale - lorsqu'il a été constaté, à de nombreuses reprises, au terme des trois premiers mois suivant l'installation du conseil communal, que les candidats présentés par écrit ou oralement n'obtiennent pas la majorité des suffrages ou même que la majorité des membres du conseil communal s'opposent à leur élection, Vu que, ainsi interprétée, cette disposition légale établirait une discrimination injustifiée entre : - d'une part, les citoyens d'une commune où un conseiller communal est présenté comme candidat échevin par la majorité des élus de sa liste, par écrit ou de vive voix, est élu échevin par la majorité du conseil communal et voit son élection déclarée légale; - et, d'autre part, les citoyens d'une commune où un conseiller communal, sans avoir quitté ni sa liste ni le parti dont elle émane et en conservant l'appui de la majorité des candidats conseillers communaux sur sa liste, est élu échevin au grand choix par une majorité absolue du conseil communal sans avoir été présenté, ni par écrit ni de vive voix, par la majorité des élus de sa liste et voit son élection comme échevin considérée comme illégale dans une telle interprétation, citoyens qui ne pourraient pas voir leur commune dirigée par un exécutif démocratiquement élu; et entre : - d'une part, les conseillers communaux qui sont élus échevins après avoir été présentés comme candidats échevins par la majorité des élus de leur liste, par écrit ou de vive voix, et dont l'élection est déclarée légale; - et, d'autre part, les conseillers communaux qui, sans avoir quitté ni leur liste ni le parti dont elle émane et en conservant l'appui de la majorité des candidats conseillers communaux de leur liste, sont élus échevins au grand choix par une majorité absolue du conseil communal sans avoir été présentés ni par écrit ni de vive voix par la majorité des élus de leur liste et dont l'élection comme échevins serait considérée comme illégale dans une telle interprétation; et entre : - d'une part, les communes dans lesquelles les candidats échevins peuvent être présentés, par écrit ou de vive voix, par la majorité des élus de leur liste, avant de recueillir la majorité des suffrages au sein du conseil communal, et dont l'élection est déclarée légale; - et, d'autre part, les communes où tout ou partie des candidats échevins peuvent recueillir la majorité absolue du conseil communal mais ne peuvent pas être présentés, ni par écrit ni de vive voix, par la majorité des élus de leur liste alors même qu'ils n'ont pas quitté ni leur liste ni le parti dont elle émane et ont conservé l'appui de la majorité des candidats conseillers communaux de leur liste, communes qui seraient ainsi ingouvernables si ces candidats échevins ne pouvaient être élus par la majorité absolue du conseil communal ? 2. L'article 15, § 1er, de la nouvelle loi communale ne viole-t-il pas les articles 10 et 11 de la Constitution dans la mesure où il devrait être interprété comme interdisant l'élection au grand choix d'un conseiller communal comme échevin - c'est-à-dire en dehors de toute présentation écrite ou orale - lorsqu'il a été constaté, à de nombreuses reprises, au terme des trois premiers mois suivant l'installation du conseil communal, que les candidats présentés par écrit ou oralement n'obtiennent pas la majorité des suffrages ou même que la majorité des membres du conseil communal s'opposent à leur élection, Vu que, ainsi interprétée, cette disposition légale réserverait un sort identique à deux catégories de conseillers communaux pourtant bien distinctes : - d'une part, ceux qui, sans avoir quitté ni leur liste ni le parti dont elle émane et en conservant l'appui de la majorité des candidats conseillers communaux de leur liste, sont élus échevins au grand choix par une majorité absolue du conseil communal sans avoir été présentés ni par écrit ni de vive voix par la majorité des élus de leur liste et dont l'élection comme échevins serait considérée comme illégale dans une telle interprétation; - et, d'autre part, ceux qui ayant quitté leur liste et pouvant donc être considérés comme dissidents ou transfuges ' ne peuvent pas être élus échevins ' ? » Ces affaires sont inscrites sous les numéros 2543, 2544, 2545 et 2551 du rôle de la Cour et ont été jointes. Le greffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
^