Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 7 september 1999 in zake A. Beerts, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 18 oktober 1999, heeft he « Schendt artikel 8, eerste lid, van de besluitwet van 14 september 1918 betreffende onder meer de (...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 7 september 1999 in zake A. Beerts, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 18 oktober 1999, heeft he « Schendt artikel 8, eerste lid, van de besluitwet van 14 september 1918 betreffende onder meer de (...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par arrêt du 7 septembre 1999 en cause de A. Beerts, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 18 octobre 1999, la Cour de cassa « L'article 8, alinéa 1 er , de l'arrêté-loi du 14 septembre 1918 concernant la législatio(...)
ARBITRAGEHOF COUR D'ARBITRAGE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 op het Arbitragehof sur la Cour d'arbitrage
Bij arrest van 7 september 1999 in zake A. Beerts, waarvan de Par arrêt du 7 septembre 1999 en cause de A. Beerts, dont l'expédition
expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 18 oktober 1999, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 8, eerste lid, van de besluitwet van 14 september 1918 betreffende onder meer de wijze van stemmen in het Militair Gerechtshof en de krijgsraden, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de beslissingen van, onder meer, het Militair Gerechtshof ' bij meerderheid van stemmen genomen worden ', zonder voor te schrijven dat zij met eenparige stemmen van zijn leden genomen worden, wanneer zij een vrijspraak wijzigen of de door de krijgsraad opgelegde straffen verzwaren, terwijl artikel 211bis van het Wetboek van Strafvordering, dat toepasselijk is op de gewone strafgerechten in hoger beroep, bepaalt dat, wanneer er een vrijsprekend vonnis is, het gerecht in hoger beroep geen veroordeling kan uitspreken dan met eenparige stemmen van zijn leden, en dat dezelfde eenstemmigheid voor het gerecht in hoger beroep vereist is om de door de eerste rechter uitgesproken straffen te kunnen verzwaren ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 1787 van de rol van het Hof en werd samengevoegd met de zaak met rolnummer 1671. De griffier, est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 18 octobre 1999, la Cour de cassation a posé la question préjudicielle suivante : « L'article 8, alinéa 1er, de l'arrêté-loi du 14 septembre 1918 concernant la législation pénale viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution en tant qu'il édicte que les décisions, entre autres, de la Cour militaire ' sont prises à la majorité des voix ', sans imposer qu'elles le soient à l'unanimité de ses membres lorsqu'elles réforment un acquittement ou aggravent les peines prononcées par le conseil de guerre, alors que l'article 211bis du Code d'instruction criminelle, applicable aux juridictions d'appel ordinaires, dispose que s'il y a eu jugement d'acquittement, la juridiction d'appel ne peut prononcer la condamnation qu'à l'unanimité de ses membres et que la même unanimité est nécessaire pour que la juridiction d'appel puisse aggraver les peines prononcées par le premier juge ? » Cette affaire est inscrite sous le numéro 1787 du rôle de la Cour et a été jointe à l'affaire portant le numéro 1671 du rôle. Le greffier,
L. Potoms. L. Potoms.
^