← Terug naar "Arrest nr. 12/98 van 11 februari 1998 Rolnummer 1060 In zake : de prejudiciële vraag
betreffende artikel 332, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het
Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van
de prejudiciële vraag Bij arrest van 1(...)"
Arrest nr. 12/98 van 11 februari 1998 Rolnummer 1060 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 332, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag Bij arrest van 1(...) | Arrêt n° 12/98 du 11 février 1998 Numéro du rôle : 1060 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 332, alinéa 1 er , du Code civil, posée par la Cour de cassation. La Cour d'arbitrage, composée des présidents M. après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle Par arr(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Arrest nr. 12/98 van 11 februari 1998 | Arrêt n° 12/98 du 11 février 1998 |
Rolnummer 1060 | Numéro du rôle : 1060 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 332, eerste lid, | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 332, alinéa |
van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. | 1er, du Code civil, posée par la Cour de cassation. |
Het Arbitragehof, | La Cour d'arbitrage, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de | composée des présidents M. Melchior et L. De Grève, et des juges H. |
rechters H. Boel, G. De Baets, E. Cerexhe, A. Arts en R. Henneuse, | Boel, G. De Baets, E. Cerexhe, A. Arts et R. Henneuse, assistée du |
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | greffier L. Potoms, présidée par le président M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag | I. Objet de la question préjudicielle |
Bij arrest van 13 februari 1997, waarvan de expeditie ter griffie van | Par arrêt du 13 février 1997, dont l'expédition est parvenue au greffe |
het Arbitragehof is ingekomen op 27 februari 1997, heeft het Hof van | de la Cour d'arbitrage le 27 février 1997, la Cour de cassation a posé |
Cassatie de volgende prejudiciële vraag gesteld : | la question préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 332, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek de | « L'article 332, alinéa 1er, du Code civil viole-t-il les articles 10 |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het enkel aan de | et 11 de la Constitution en tant qu'il réserve au mari, à la mère et à |
echtgenoot, aan de moeder en aan het kind de mogelijkheid biedt om het | l'enfant la possibilité de contester la paternité établie en vertu de |
vaderschap dat vaststaat krachtens artikel 315 van het Burgerlijk | l'article 315 du Code civil, privant ainsi tout autre homme que le |
Wetboek, te betwisten en aldus iedere andere man dan die echtgenoot, | mari, qui a conçu un enfant avec une femme mariée, d'une action en |
die bij een gehuwde vrouw een kind heeft verwekt, verbiedt een | |
vordering tot betwisting in te stellen terwijl de moeder van het kind dat wel mag ? » | contestation que se voit reconnaître la mère de cet enfant ? » |
II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil | II. Les faits et la procédure antérieure |
De verweerders in het bodemgeschil zijn in het huwelijk getreden op 22 | Les défendeurs originaires se sont mariés le 22 août 1987. La deuxième |
augustus 1987. De tweede verwerende partij heeft op 3 december 1992 | défenderesse a donné naissance, le 3 décembre 1992, à un garçon. |
het leven gegeven aan een zoon. | |
Bij dagvaarding van 17 maart 1993 heeft M. P., die in de periode | Par citation du 17 mars 1993, M. P., qui a entretenu une liaison avec |
waarin het kind is verwekt een verhouding had met de verweerster, voor | la défenderesse à l'époque de la conception, a introduit une citation |
de Rechtbank van eerste aanleg te Luik een dagvaarding ingediend tot | |
betwisting van vaderschap en gevorderd dat de vraag zou worden gesteld | en contestation de paternité devant le Tribunal de première instance |
of artikel 332 van het Burgerlijk Wetboek in overeenstemming is met de | de Liège et a demandé que la question de la conformité de l'article |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet. De Rechtbank heeft dat geweigerd | 332 du Code civil aux articles 10 et 11 de la Constitution soit posée. |
en die vordering onontvankelijk verklaard. | Refusant de le faire, le Tribunal a dit la demande irrecevable. |
Bij arrest van 7 februari 1995 heeft het Hof van Beroep te Luik | Par arrêt du 7 février 1995, la Cour d'appel de Liège a également |
eveneens geweigerd de prejudiciële vraag te stellen omdat, gelet op | refusé de poser la question préjudicielle estimant que, compte tenu de |
artikel 320 van het Burgerlijk Wetboek en « in de veronderstelling dat | l'article 320 du Code civil « en admettant que la Cour d'arbitrage |
het Arbitragehof zou oordelen dat artikel 332 van het Burgerlijk | vienne à estimer que l'article 332 du Code civil viole les articles 10 |
Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, eiser in hoger | et 11 de la Constitution, l'appelant ne serait cependant pas autorisé |
beroep het kind daarom nog niet zou mogen erkennen indien geïntimeerde | à reconnaître l'enfant si l'intimé a la possession d'état » et dès |
het bezit van staat heeft », zodat de vraag geen nut zou hebben voor | lors que la question était inutile à la solution du litige. |
de oplossing van het geding. Tegen het arrest van het Hof van Beroep waarbij het beschikkend | L'arrêt de la Cour d'appel confirmant le dispositif du jugement |
gedeelte van het bestreden vonnis werd bevestigd, werd voor het Hof | |
van Cassatie een voorziening ingesteld, afgeleid uit de schending van | entrepris a fait l'objet d'un pourvoi devant la Cour de cassation, |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, artikel 26, § 2, van de | pris de la violation des articles 10 et 11 de la Constitution, de |
bijzondere wet op het Arbitragehof en artikel 320 van het Burgerlijk Wetboek. | l'article 26, § 2, de la loi spéciale sur la Cour d'arbitrage et de l'article 320 du Code civil. |
Bij een arrest van 13 februari 1997 stelt het Hof van Cassatie het Hof | Par un arrêt du 13 février 1997, la Cour de cassation pose à la Cour |
de hiervoor weergegeven vraag. | la question reproduite ci-dessus. |
III. De rechtspleging voor het Hof | III. La procédure devant la Cour |
Bij beschikking van 27 februari 1997 heeft de voorzitter in functie de | Par ordonnance du 27 février 1997, le président en exercice a désigné |
rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 | les juges du siège conformément aux articles 58 et 59 de la loi |
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. | spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage. |
De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was | Les juges-rapporteurs ont estimé n'y avoir lieu de faire application |
om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. | des articles 71 ou 72 de la loi organique. |
Van de verwijzingsbeslissing is kennisgegeven overeenkomstig artikel | La décision de renvoi a été notifiée conformément à l'article 77 de la |
77 van de organieke wet bij op 4 april 1997 ter post aangetekende brieven. | loi organique, par lettres recommandées à la poste le 4 avril 1997. |
Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is | L'avis prescrit par l'article 74 de la loi organique a été publié au |
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 april 1997. | Moniteur belge du 9 avril 1997. |
Memories zijn ingediend door : | Des mémoires ont été introduits par : |
- R. H. en zijn echtgenote P. D., verweerders voor de verwijzende | - R. H. et son épouse P. D., défendeurs devant le juge a quo, par |
rechter, bij op 16 april 1997 ter post aangetekende brief; | lettre recommandée à la poste le 16 avril 1997; |
- M. P., eiser voor de verwijzende rechter, bij op 14 mei 1997 ter | - M. P., demandeur devant le juge a quo, par lettre recommandée à la |
post aangetekende brief; | poste le 14 mai 1997; |
- de Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, bij op 20 mei 1997 ter | - le Conseil des ministres, rue de la Loi 16, 1000 Bruxelles, par |
post aangetekende brief. | lettre recommandée à la poste le 20 mai 1997. |
Van die memories is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de | Ces mémoires ont été notifiés conformément à l'article 89 de la loi |
organieke wet bij op 9 juni 1997 ter post aangetekende brieven. | organique, par lettres recommandées à la poste le 9 juin 1997. |
Memories van antwoord zijn ingediend door : | Des mémoires en réponse ont été introduits par : |
- M. P., bij op 4 juli 1997 ter post aangetekende brief; | - M. P., par lettre recommandée à la poste le 4 juillet 1997; |
- de Ministerraad, bij op 4 juli 1997 ter post aangetekende brief. | - le Conseil des ministres, par lettre recommandée à la poste le 4 juillet 1997. |
Bij beschikkingen van 25 juni 1997 en 22 januari 1998 heeft het Hof de | Par ordonnances des 25 juin 1997 et 22 janvier 1998, la Cour a prorogé |
termijn waarbinnen het arrest moet worden gewezen, verlengd tot | |
respectievelijk 27 februari 1998 en 27 augustus 1998. | respectivement jusqu'aux 27 février 1998 et 27 août 1998 le délai dans |
lequel l'arrêt doit être rendu. | |
Bij beschikking van 17 december 1997 heeft het Hof de zaak in | Par ordonnance du 17 décembre 1997, la Cour a déclaré l'affaire en |
gereedheid verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 14 | état et fixé l'audience au 14 janvier 1998. |
januari 1998. Van die beschikking is kennisgegeven aan de partijen en hun advocaten | Cette ordonnance a été notifiée aux parties ainsi qu'à leurs avocats |
bij op 18 december 1997 ter post aangetekende brieven. | par lettres recommandées à la poste le 18 décembre 1997. |
Op de openbare terechtzitting van 14 januari 1998 : | A l'audience publique du 14 janvier 1998 : |
- zijn verschenen : | - ont comparu : |
. Mr. C. Theysgens, advocaat bij de balie te Luik, voor M. P.; | . Me C. Theysgens, avocat au barreau de Liège, pour M. P.; |
. Mr. D. Van Heuven, advocaat bij de balie te Kortrijk, voor de | . Me D. Van Heuven, avocat au barreau de Courtrai, pour le Conseil des |
Ministerraad; | ministres; |
. Mr. G. Raskin, advocaat bij de balie te Verviers, voor R. H. en zijn | . Me G. Raskin, avocat au barreau de Verviers, pour R. H. et son |
echtgenote P. D.; | épouse P. D.; |
- hebben de rechters-verslaggevers E. Cerexhe en H. Boel verslag | - les juges-rapporteurs E. Cerexhe et H. Boel ont fait rapport; |
uitgebracht; | |
- zijn de voornoemde advocaten gehoord; | - les avocats précités ont été entendus; |
- is de zaak in beraad genomen. | - l'affaire a été mise en délibéré. |
De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende | La procédure s'est déroulée conformément aux articles 62 et suivants |
van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de talen voor het Hof. | de la loi organique, relatifs à l'emploi des langues devant la Cour. |
IV. In rechte | IV. En droit |
- A - | - A - |
Standpunt van verweerders voor de verwijzende rechter | Position des défendeurs devant le juge a quo |
A.1.1. De prejudiciële vraag is klaarblijkelijk zonder voorwerp, | A.1.1. La question préjudicielle est manifestement sans objet puisque |
aangezien de procedure die de eiser heeft ingeleid onontvankelijk is, | la procédure introduite par le demandeur est irrecevable à défaut, |
omdat hij geen bezit van staat heeft. | dans son chef, de possession d'état. |
A.1.2. Artikel 332, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek schendt de | A.1.2. L'article 332, alinéa 1er, du Code civil ne viole manifestement |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet klaarblijkelijk niet. Door de | pas les articles 10 et 11 de la Constitution. En effet, en |
restreignant la possibilité de contester la paternité établie en vertu | |
mogelijkheid om het krachtens artikel 315 van het Burgerlijk Wetboek | de l'article 315 du Code civil au mari, à la mère et à l'enfant, |
vastgestelde vaderschap te betwisten, te beperken tot de echtgenoot, | c'est-à-dire aux seuls membres de la « cellule familiale », le |
de moeder en het kind, namelijk de enkele leden van het kerngezin, | législateur entendait protéger le mariage et la famille qui en |
wilde de wetgever het huwelijk en het gezin dat eruit voortspruit | découlait en ne donnant qu'à ceux qui la composaient le droit de la |
beschermen door enkel aan diegenen die het rechtmatig samenstellen het | |
recht te verlenen het eventueel te doen uiteenvallen. Artikel 320 van | faire éventuellement éclater. Par ailleurs, l'article 320 du Code |
het Burgerlijk Wetboek biedt de biologische vader overigens de | civil permet au père biologique de reconnaître son enfant sans devoir |
mogelijkheid zijn kind te erkennen zonder een procedure van betwisting | |
van vaderschap aan te wenden, weliswaar in sommige omstandigheden, en | passer par une procédure de contestation de paternité, dans certaines |
met name wanneer de huwelijksband wordt verbroken. Het is dus onjuist | conditions, il est vrai, et notamment celle de la dissolution du lien |
te betogen dat het vaderschap van een andere man dan de echtgenoot, | conjugal. Il est donc faux de prétendre que jamais la paternité d'un |
die een kind zou hebben verwekt bij een gehuwde vrouw, niet zou kunnen | autre homme que le mari, qui aurait conçu un enfant avec une femme |
worden bewezen. Te dezen is dus geen sprake van een discriminerend | mariée, ne pourrait être établie. Il n'y a donc pas de discrimination |
onderscheid tussen de biologische vader of diegene die zich daarvoor | dans le cas d'espèce entre le père biologique ou qui se prétend tel et |
uitgeeft en de moeder, maar wel van een volstrekt legitiem verschil in | la mère, mais bien une différence de traitement, parfaitement |
behandeling tussen het gezin, zoals het gesticht is en door het | légitime, entre la famille telle que fondée et maintenue par le |
huwelijk gehandhaafd wordt, en diegenen die er geen deel van uitmaken. | mariage et ceux qui n'en font pas partie. Enfin, il faut aussi rejeter |
Tot slot moet ook het argument worden verworpen dat het bezit van | l'argument selon lequel la possession d'état s'appliquerait au père |
staat op discriminerende wijze zou gelden voor de biologische vader, | biologique de façon discriminatoire alors que le mari et l'enfant ne |
terwijl die grond van niet-ontvankelijkheid niet zou kunnen worden | pourraient se voir opposer cette fin de non-recevoir. Le frein que |
tegengeworpen aan de echtgenoot en het kind. De rem die het bezit van | constitue la possession d'état est en effet logique et voulu par le |
staat vormt, is immers logisch en gewild door de wetgever, die de zorg | législateur, soucieux de préserver la sécurité juridique offerte par |
had de rechtszekerheid te vrijwaren die geboden wordt door het gezin, | la famille, protégée par son cadre légal qui ne saurait être remise en |
dat beschermd wordt door het wettelijke kader ervan en, in een periode | question par un tiers pendant une période largement supérieure à celle |
die veel langer is dan die waarover de gezinsleden beschikken, niet | permise aux membres mêmes de la cellule familiale. |
door een derde in het geding zou kunnen worden gebracht. | |
Standpunt van eiser voor de verwijzende rechter | Position du demandeur devant le juge a quo |
A.2.1. Artikel 332, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek voert | A.2.1. L'article 332, alinéa 1er, du Code civil crée d'abord une |
allereerst een discriminerend onderscheid in tussen de ouders van het kind. De biologische vader kan wel worden gedwongen, via het recht dat aan de moeder van het kind is toegekend om het vaderschap van de echtgenoot te betwisten, zijn vaderschap op zich te nemen, maar hij kan het niet zelf laten erkennen. Artikel 332, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek roept ook een discriminerend onderscheid in het leven tussen de man en de vrouw die een kind hebben met een gehuwde partner, aangezien de gehuwde vader het kind dat hij met een ongehuwde vrouw heeft kan erkennen, wat de ongehuwde vader niet kan doen met een kind dat hij met een gehuwde vrouw heeft. Artikel 332, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek roept tot slot een discriminerend onderscheid in het leven tussen de man die een kind heeft met een gehuwde vrouw en de andere ouders. A.2.2. De grondslag die voor die drievoudige discriminatie wordt aangevoerd, is de bescherming van het huwelijk. Die grondslag heeft evenwel geen objectieve en redelijke verantwoording, aangezien de | discrimination entre les parents de l'enfant. Le père biologique peut être contraint, via le droit reconnu à la mère de l'enfant de contester la paternité du mari, d'assumer sa paternité, mais il ne peut lui-même la faire reconnaître. L'article 332, alinéa 1er, du Code civil crée aussi une discrimination entre l'homme et la femme ayant un enfant avec un partenaire marié, puisque le père marié de l'enfant qu'il a eu avec une femme célibataire peut le reconnaître, ce que ne peut faire le père célibataire d'un enfant qu'il a eu avec une femme mariée. L'article 332, alinéa 1er, du Code civil, enfin, crée une discrimination entre l'homme ayant un enfant avec une femme mariée et les autres parents. A.2.2. Le fondement allégué de cette triple discrimination est la protection du mariage. Ce fondement, cependant, n'a pas de justification objective et raisonnable puisque le législateur a admis, |
wetgever, elders, de vaststelling van de afstamming ten aanzien van de | ailleurs, l'établissement de la filiation vis-à-vis du père marié de |
gehuwde vader van het kind geboren uit een andere vrouw dan zijn | l'enfant né d'une femme autre que son épouse. Par ailleurs, la loi |
echtgenote heeft aanvaard. De wet kent overigens identieke rechten toe | reconnaît des droits identiques à tous les enfants, quel que soit le |
aan alle kinderen, ongeacht de wijze van vaststelling van de | mode d'établissement de la filiation. La protection de la famille |
afstamming. De bescherming van het legitieme gezin kon worden | |
gewaarborgd door de inwerkingstelling van middelen die soortgelijk | légitime pouvait être assurée par la mise en oeuvre de moyens |
zijn aan die welke in werking worden gesteld in het kader van de | semblables à ceux mis en oeuvre dans le cadre de la filiation |
overspelige afstamming a patre. Er bestaat geen verband van | adultérine a patre. Il n'existe pas de rapport de proportionnalité |
evenredigheid tussen de aangewende middelen en het beoogde doel : het | entre les moyens employés et le but visé : il est d'ailleurs |
is overigens onevenredig rechten op te offeren die de wetgever dermate | disproportionné de sacrifier des droits que le législateur trouve à ce |
belangrijk acht dat hij heeft aanvaard ze internationaal te | point importants qu'il a accepté de les respecter internationalement |
eerbiedigen (artikelen 8 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). | (articles 8 et 14 de la Convention européenne des droits de l'homme). |
A.2.3. Het onderwerp van de vraag is wel degelijk artikel 332, eerste | A.2.3. L'objet de la question est bien l'article 332, alinéa 1er, du |
lid, van het Burgerlijk Wetboek. Weliswaar verwijst het Hof van | |
Cassatie naar artikel 320, maar dat is enkel omdat het Hof van Beroep | Code civil. Si la Cour de cassation a fait référence à l'article 320, |
zijn beslissing ten onrechte had gegrond op de ontstentenis van belang | c'est uniquement parce que la Cour d'appel avait, à tort, fondé sa |
van de biologische vader om het vaderschap te betwisten, om reden dat | décision sur l'absence d'intérêt du père biologique à contester la |
artikel 320 van het Burgerlijk Wetboek hem verbood het kind te | paternité au motif que l'article 320 du Code civil lui interdisait de |
erkennen. Overigens is het onjuist dat het bezit van staat steeds een | reconnaître l'enfant. Par ailleurs, il n'est pas exact que la |
grond van onontvankelijkheid is voor de betwisting van vaderschap. Aan | possession d'état soit toujours une fin de non-recevoir à la |
die betwisting wordt die ontstentenis van ontvankelijkheid immers niet | contestation de paternité. Celle-ci, en effet, ne se voit pas opposer |
tegengeworpen, wanneer men het vermoeden van vaderschap wil betwisten | ce défaut de recevabilité quand on veut contester la présomption de |
op grond van het bewijs van niet-vaderschap. Standpunt van de Ministerraad A.3.1. De biologische vader en de legitieme moeder zijn allereerst geen twee vergelijkbare categorieën : enkel de echtgenoot, de moeder en het kind zijn rechtstreeks betrokken in de afstamming, terwijl de biologische vader vreemd is ten opzichte van het kind, aangezien geen enkele rechtsband hem met het kind verbindt. A.3.2. Er moet worden geoordeeld dat de maatregel die is ingevoerd door de wetgever, die beoogde de vrede van de wettige gezinnen te vrijwaren, zelfs in weerwil van het biologische vaderschap, redelijk en evenredig is met de voormelde doelstelling. Ten aanzien van de doelstelling van rechtszekerheid moet worden beklemtoond dat de rechtstreekse betwisting van vaderschap door een derde, terwijl zulks niet gewild is door de gezinsleden, het kind vaderloos maakt, aangezien die betwisting niet noodzakelijkerwijze moet worden gevolgd door een procedure van erkenning. Men begrijpt dat de wetgever een dergelijke situatie heeft willen voorkomen. | paternité en se fondant sur la preuve de non-paternité. Position du Conseil des ministres A.3.1. Le père biologique et la mère légitime, d'abord, ne sont pas deux catégories comparables : seuls l'époux, la mère et l'enfant sont impliqués directement dans la filiation, alors que le père biologique est un étranger à l'égard de l'enfant puisqu'il n'est lié à lui par aucun lien juridique. A.3.2. Il faut considérer que la mesure établie par le législateur, qui voulait garantir la paix des familles légales, même contre la paternité biologique, est raisonnable et proportionnée à l'objectif précité. En ce qui concerne le but de sécurité juridique, il faut souligner que la contestation directe de la paternité par un tiers, alors que la remise en cause de la paternité n'est pas désirée par les membres de la famille, laisse l'enfant sans père puisqu'elle ne doit pas être suivie nécessairement d'une procédure de reconnaissance. On comprend que le législateur ait voulu éviter pareille situation. |
A.3.3. Het Hof moet enkel antwoorden op de vraag die is gesteld en kan | A.3.3. La Cour doit répondre strictement à la question qui lui est |
bijgevolg niet ingaan op het geheel van de door M. P. opgeworpen | posée et ne peut, partant, examiner l'ensemble des discriminations |
discriminaties, die het kader van de te beoordelen zaak te buiten | soulevées par M. P., lesquelles sortent du cadre de l'espèce à juger. |
gaan. Met betrekking tot de verenigbaarheid van de wet met het | En ce qui concerne la compatibilité de la loi avec la Convention |
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens moet worden opgemerkt dat | européenne des droits de l'homme, la Cour n'est pas compétente, |
het Hof niet bevoegd is om, los van de artikelen 10 en 11 van de | indépendamment des articles 10 et 11 de la Constitution, pour |
Grondwet, de overeenstemming van een wet met dat Verdrag te toetsen. | contrôler la conformité d'une loi à cette Convention. La Cour de |
Het Hof van Cassatie heeft het Hof overigens niet verzocht tot een | cassation, par ailleurs, n'a pas invité la Cour d'arbitrage à procéder |
dergelijk onderzoek over te gaan. | à pareil examen. |
- B - | - B - |
B.1. Het Hof van Cassatie heeft de prejudiciële vraag gesteld in de | B.1. La question préjudicielle est posée par la Cour de cassation dans |
volgende bewoordingen : | les termes suivants : |
« Schendt artikel 332, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek de | « L'article 332, alinéa 1er, du Code civil viole-t-il les articles 10 |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het enkel aan de | et 11 de la Constitution en tant qu'il réserve au mari, à la mère et à |
echtgenoot, aan de moeder en aan het kind de mogelijkheid biedt om het | l'enfant la possibilité de contester la paternité établie en vertu de |
vaderschap dat vaststaat krachtens artikel 315 van het Burgerlijk | l'article 315 du Code civil, privant ainsi tout autre homme que le |
Wetboek, te betwisten en aldus iedere andere man dan die echtgenoot, | mari, qui a conçu un enfant avec une femme mariée, d'une action en |
die bij een gehuwde vrouw een kind heeft verwekt, verbiedt een | |
vordering tot betwisting in te stellen terwijl de moeder van het kind dat wel mag ? » | contestation que se voit reconnaître la mère de cet enfant ? » |
B.2.1. Artikel 315 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt : | B.2.1. L'article 315 du Code civil dispose : |
« Het kind dat geboren is tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na | « L'enfant né pendant le mariage ou dans les 300 jours qui suivent la |
de ontbinding of de nietigverklaring van het huwelijk, heeft de echtgenoot tot vader. » | dissolution ou l'annulation du mariage, a pour père le mari. » |
Artikel 317 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt : | L'article 317 du Code civil dispose : |
« Het kind dat geboren is binnen 300 dagen na de ontbinding of de | « L'enfant né dans les 300 jours après la dissolution ou l'annulation |
nietigverklaring van het huwelijk van zijn moeder en na een nieuw | |
huwelijk van deze, heeft de nieuwe echtgenoot tot vader. | du mariage de sa mère et après le remariage de celle-ci, a pour père |
Wordt dit vaderschap betwist, dan wordt de vorige echtgenoot geacht de | le nouveau mari. Si cette paternité est contestée, le précédent mari est tenu pour le |
vader te zijn, behalve wanneer ook zijn vaderschap wordt betwist of | père à moins que sa paternité ne soit également contestée ou que la |
wanneer het vaderschap van een derde komt vast te staan. » | paternité d'un tiers ne vienne à être établie. » |
B.2.2. De voorwaarden en de modaliteiten volgens welke het vaderschap | B.2.2. Les conditions et les modalités selon lesquelles peut être |
dat vaststaat krachtens die bepalingen kan worden betwist, worden | contestée la paternité établie en vertu de ces dispositions sont |
bepaald in artikel 318 van hetzelfde Wetboek, dat luidt : | déterminées par l'article 318 du même Code, article aux termes duquel |
« § 1. Het vaderschap van de echtgenoot kan worden betwist indien | : « § 1er. La paternité du mari peut être contestée s'il est prouvé |
wordt aangetoond dat hij niet de vader kan zijn van het kind. | qu'il ne peut être le père de l'enfant. |
§ 2. Dit bewijs kan door alle wettelijke middelen worden geleverd. | § 2. Cette preuve peut être fournie par toutes voies de droit. |
§ 3. Tenzij het kind bezit van staat heeft ten aanzien van beide | § 3. A moins que l'enfant n'ait la possession d'état à l'égard des |
echtgenoten of dezen feitelijk herenigd waren ten tijde van de | deux époux ou qu'il n'y ait eu réunion de fait de ceux-ci au temps de |
verwekking, wordt de vordering gegrond verklaard : | la conception, la demande est déclarée fondée : |
1° wanneer het kind geboren is meer dan 300 dagen na de | 1° lorsque l'enfant est né plus de 300 jours après l'audience |
inleidingszitting bedoeld in artikel 1258 van het Gerechtelijk Wetboek | d'introduction visée à l'article 1258 du Code judiciaire et qu'un |
en geen proces-verbaal van verzoening is opgemaakt, of na de | procès-verbal de conciliation n'a pas été établi, ou après |
beschikking van de voorzitter zitting houdend in kort geding, waarbij | l'ordonnance du président siégeant en référé et autorisant les époux à |
de echtgenoten gemachtigd worden een afzonderlijke verblijfplaats te | |
betrekken, of na de verklaring bedoeld in artikel 1289 van hetzelfde | résider séparément, ou après la déclaration prévue à l'article 1289 du |
Wetboek, en minder dan 180 dagen na de definitieve afwijzing van de | même Code, et moins de 180 jours après le rejet définitif de la |
vordering of na de verzoening van de echtgenoten; | demande ou depuis la conciliation des époux; |
2° wanneer het kind geboren is meer dan 300 dagen na de datum van de | 2° lorsque l'enfant est né plus de 300 jours après la date de la |
feitelijke scheiding ingeval de echtscheiding is uitgesproken | séparation de fait en cas de divorce prononcé en vertu des articles |
krachtens de artikelen 229, 231 of 232; | 229, 231 ou 232; |
3° wanneer het kind geboren is meer dan driehonderd dagen na een | 3° lorsque l'enfant est né plus de 300 jours après une ordonnance du |
beschikking van de vrederechter gegeven krachtens artikel 223 van dit Wetboek, waarbij de echtgenoten gemachtigd worden een afzonderlijke verblijfplaats te betrekken, en minder dan honderdtachtig dagen na de datum waarop aan deze maatregel een einde is gekomen, of nadat de echtgenoten feitelijk herenigd zijn geweest; 4° wanneer de afstamming van moederszijde door erkenning of bij rechterlijke beslissing is vastgesteld; 5° wanneer de echtgenoot de vordering instelt vooraleer de afstamming van moederszijde vaststaat. In al deze gevallen kan het bewijs van het vaderschap door alle wettelijke middelen worden geleverd. § 4. De vordering is niet ontvankelijk wanneer de echtgenoot toestemming heeft gegeven tot kunstmatige inseminatie of tot een | juge de paix rendue en vertu de l'article 223 du présent Code et autorisant les époux à résider séparément, et moins de 180 jours après que cette mesure a pris fin, ou après la réunion de fait des époux; 4° lorsque la filiation maternelle est établie par reconnaissance ou par décision judiciaire; 5° lorsque le mari introduit l'action avant que la filiation maternelle ne soit établie. Dans tous ces cas, la preuve de la paternité peut être administrée par toutes voies de droit. § 4. La demande n'est pas recevable si le mari a consenti à l'insémination artificielle ou à un autre acte ayant la procréation |
andere daad die de voortplanting tot doel had, tenzij de verwekking | pour but, sauf si la conception de l'enfant ne peut en être la |
van het kind niet het gevolg kan zijn van die handeling. » | conséquence. » |
Artikel 332 van het Burgerlijk Wetboek, dat met name bepaalt welke | Définissant notamment les personnes autorisées à contester la |
personen het vaderschap dat krachtens de artikelen 315 en 317 | paternité établie en vertu des articles 315 et 317, l'article 332 du |
vaststaat, kunnen betwisten, luidt : | Code civil dispose : |
« Het vaderschap dat vaststaat krachtens artikel 315, kan worden | |
betwist door de echtgenoot, door de moeder en door het kind. | « La paternité établie en vertu de l'article 315 peut être contestée |
Indien de echtgenoot overleden is zonder in rechte te zijn opgetreden, | par le mari, par la mère et par l'enfant. |
lopende de termijn om zulks te doen, kan zijn vaderschap, binnen een | Si le mari est décédé sans avoir agi, mais étant encore dans le délai |
jaar na zijn overlijden of na de geboorte, worden betwist door zijn | utile pour le faire, sa paternité peut être dans l'année de son décès |
bloedverwanten in de opgaande of in de neerdalende lijn. | ou de la naissance, contestée par ses ascendants et par ses |
Het vaderschap dat vaststaat krachtens artikel 317 kan daarenboven | descendants. La paternité établie en vertu de l'article 317 peut en outre être |
worden betwist door de vorige echtgenoot. | contestée par le précédent mari. |
De rechtsvordering van de moeder moet worden ingesteld binnen een jaar | L'action de la mère doit être intentée dans l'année de la naissance et |
na de geboorte en die van de echtgenoot of van de vorige echtgenoot binnen een jaar na de geboorte of na de ontdekking ervan. De rechtsvordering van het kind moet worden ingesteld uiterlijk vier jaar nadat het de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. Behoudens buitengewone omstandigheden is ze niet ontvankelijk wanneer de echtgenoot het kind als het zijne heeft opgevoed. De vordering moet op zodanige wijze worden ingesteld dat het kind of zijn afstammelingen, de moeder, de echtgenoot en, in voorkomend geval, de vorige echtgenoot in het geding worden geroepen. » B.3. Uit de bewoordingen van de prejudiciële vraag en uit de aan de verwijzende rechter voorgelegde feitelijke elementen blijkt dat het in het geding zijnde verschil in behandeling het onderscheid is dat wordt gemaakt tussen de echtgenoot, de moeder en het kind, enerzijds, en de biologische vader van wie het biologische vaderschap niet wordt betwist en niet door het bezit van staat wordt bevestigd, anderzijds. Het verschil in behandeling dat door het Hof van Cassatie wordt aangegeven, bestaat hierin dat de biologische vader, in tegenstelling tot de echtgenoot, de moeder en het kind, het vaderschap van de echtgenoot niet rechtstreeks kan betwisten. | celle du mari ou du précédent mari dans l'année de la naissance ou de la découverte de celle-ci. Celle de l'enfant doit être intentée au plus tard dans les quatre ans à compter du moment où il atteint l'âge de dix-huit ans. Sauf circonstances exceptionnelles, elle est irrecevable si le mari a élevé l'enfant comme sien. La demande doit être formée de manière que l'enfant ou ses descendants, la mère, le mari et, le cas échéant, le précédent mari soient à la cause. » B.3. Il ressort des termes de la question préjudicielle et des éléments de fait soumis au juge a quo que la différence de traitement en cause est celle faite entre le mari, la mère et l'enfant, d'une part, et le père biologique dont la paternité biologique n'est pas contestée et n'est pas corroborée par la possession d'état, d'autre part. La différence de traitement relevée par la Cour de cassation consiste en ce que, à l'inverse du mari, de la mère et de l'enfant, le père biologique ne peut contester directement la paternité du mari. |
B.4. De grondwettelijke regels van de gelijkheid en de niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel. B.5. Er bestaat tussen de beide categorieën van personen bedoeld in | B.4. Les règles constitutionnelles de l'égalité et de la non-discrimination n'excluent pas qu'une différence de traitement soit établie entre des catégories de personnes, pour autant qu'elle repose sur un critère objectif et qu'elle soit raisonnablement justifiée. L'existence d'une telle justification doit s'apprécier en tenant compte du but et des effets de la mesure critiquée ainsi que de la nature des principes en cause; le principe d'égalité est violé lorsqu'il est établi qu'il n'existe pas de rapport raisonnable de proportionnalité entre les moyens employés et le but visé. |
B.3 een objectief verschil. De echtgenoot, de echtgenote en het kind | B.5. Il existe entre les deux catégories de personnes visées en B.3 |
behoren tot het kerngezin dat voortvloeit uit het huwelijk; de | une différence objective. Le mari, l'épouse et l'enfant sont inclus |
biologische vader is daarbij een buitenstaander. | dans la cellule familiale résultant du mariage; le père biologique y |
B.6.1. De wet van 31 maart 1987 heeft, zoals het opschrift ervan | est étranger. B.6.1. La loi du 31 mars 1987 a modifié, comme son intitulé l'indique, |
aangeeft, verscheidene bepalingen betreffende de afstamming gewijzigd; | diverses dispositions légales relatives à la filiation; en |
in het bijzonder werd in hoofdstuk V ervan een nieuwe titel VII | particulier, son chapitre V a inséré un nouveau titre VII dans le |
ingevoegd in boek I van het Burgerlijk Wetboek, met als opschrift « | livre Ier du Code civil, intitulé « De la filiation », dont font |
Afstamming », waarvan de hiervoor genoemde bepalingen, zoals zij bij | partie les dispositions citées ci-dessus, telles qu'elles ont été |
de wet van 27 december 1994 zijn gewijzigd, deel uitmaken. | modifiées par la loi du 27 décembre 1994. |
Volgens de memorie van toelichting bestond de bedoeling van de wet van | Selon l'exposé des motifs, un des objectifs de la loi du 31 mars 1987, |
31 maart 1987 in verband met de afstamming er onder meer in « de | en ce qui concerne la filiation, était de « cerner le plus près |
waarheid zoveel mogelijk te benaderen », dit wil zeggen de biologische | possible la vérité », c'est-à-dire la filiation biologique Doc. parl., |
afstamming Gedr. St., Senaat, 1977-1978, nr. 305, 1, p. 3). In verband | Sénat, 1977-1978, n° 305, 1, p. 3). S'agissant de l'établissement de |
met de vaststelling van de afstamming van vaderszijde, werd erop | |
gewezen dat « de wil om de regeling van de vaststelling van de | la filiation paternelle, il a été indiqué que « la volonté de régler |
afstamming zo dicht mogelijk de waarheid te doen benaderen [...] het | l'établissement de la filiation en cernant le plus possible la vérité |
openstellen van de mogelijkheden tot betwisting tot gevolg [behoorde] | [devait] avoir pour conséquence d'ouvrir largement les possibilités de |
te hebben » ibidem, p. 12). Uit dezelfde parlementaire voorbereiding | contestation » ibidem, p. 12). Toutefois, il ressort des mêmes travaux |
blijkt echter dat de wetgever tevens datgene, wat in die voorbereiding | préparatoires que le législateur a également entendu prendre en |
« rust der families » wordt genoemd, in overweging heeft willen nemen | considération et protéger ce que ces travaux appellent « la paix des |
en heeft willen beschermen, door, indien hiertoe nodig, het zoeken | familles », en tempérant si nécessaire à cette fin la recherche de la |
naar de biologische waarheid te temperen ibidem, p. 15). | vérité biologique ibidem, p. 15). |
B.6.2. Artikel 318 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt de voorwaarden | B.6.2. L'article 318 du Code civil établit les conditions dans |
waaronder het vaderschap dat aan de echtgenoot is toegeschreven door | lesquelles la paternité attribuée au mari par l'article 315 du Code |
artikel 315, kan worden betwist; die betwisting kan gebeuren, naar | civil peut être contestée; cette contestation peut se faire, selon le |
gelang van het geval, door met alle wettelijke middelen het bewijs te | cas, par la preuve par toutes voies de droit de la non-paternité du |
leveren dat de echtgenoot niet de vader is (§ 2) of, in een aantal | mari (§ 2) ou, dans un certain nombre d'hypothèses, par simple |
gevallen, door eenvoudige verklaring (§ 3). | déclaration (§ 3). |
B.7. Door de artikelen 318 en 332 van het Burgerlijk Wetboek aan te | B.7. En adoptant les articles 318 et 332 du Code civil, le législateur |
nemen, heeft de wetgever kunnen oordelen dat het niet verantwoord was | a pu considérer qu'il ne se justifiait pas de permettre à un tiers à |
aan een buitenstaander ten opzichte van het gezin waarin het kind is | |
geboren, de toelating te geven het vaderschap van de echtgenoot van de | la famille au sein de laquelle l'enfant est né de contester |
moeder rechtstreeks te betwisten. Het kan immers worden verantwoord | |
ervan uit te gaan dat die derde geen belang heeft bij die betwisting | directement la paternité du mari de la mère. Il peut se justifier en |
en dat het hem niet toekomt het belang van het kind te beoordelen. | effet de considérer que ce tiers n'a pas intérêt à cette contestation |
Ten aanzien van de door de wetgever nagestreefde dubbele doelstelling | et qu'il ne lui appartient pas d'apprécier l'intérêt de l'enfant. |
- de zorg om de vaststelling van de biologische afstamming te | Au regard du double objectif poursuivi par le législateur - le souci |
bevorderen, enerzijds, en de bescherming van de rust in de gezinnen, | de favoriser l'établissement de la filiation biologique, d'une part, |
anderzijds - is de toekenning van het recht om het vaderschap van de | et la protection de la paix des familles, d'autre part -, l'octroi du |
echtgenoot te betwisten aan de enkele echtgenoot, moeder en kind, met | droit de contester la paternité du mari aux seuls mari, mère et |
uitsluiting van de man die beweert de biologische vader ervan te zijn, | enfant, à l'exclusion de l'homme qui s'en prétend le père biologique, |
geen onevenredige maatregel. | n'est pas une mesure disproportionnée. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 332, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek schendt de | L'article 332, alinéa 1er, du Code civil ne viole pas les articles 10 |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet, in zoverre het aan de | et 11 de la Constitution en tant qu'il réserve au mari, à la mère et à |
echtgenoot, de moeder en het kind de mogelijkheid voorbehoudt om het | l'enfant, la possibilité de contester la paternité établie en vertu de |
krachtens artikel 315 van het Burgerlijk Wetboek vastgestelde | l'article 315 du Code civil, privant ainsi tout autre homme que le |
vaderschap te betwisten en het aldus een vordering tot betwisting | mari, qui a conçu un enfant avec une femme mariée, d'une action en |
ontzegt aan iedere andere man dan de echtgenoot, die bij een gehuwde | |
vrouw een kind heeft verwekt. | contestation. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 11 februari 1998. | la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 11 février 1998. |
De griffier, | Le greffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |
De voorzitter, | Le président, |
M. Melchior. | M. Melchior. |