← Terug naar "Arrest nr. 53/97 van 14 juli 1997 Rolnummer 1096 In zake : het beroep tot vernietiging
van artikel 143ter van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd door artikel 3 van de wet van 4 maart 1997
tot instelling van het college van procureurs-generaa Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter
L. De Grève en de rechters-verslag(...)"
Arrest nr. 53/97 van 14 juli 1997 Rolnummer 1096 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 143ter van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd door artikel 3 van de wet van 4 maart 1997 tot instelling van het college van procureurs-generaa Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter L. De Grève en de rechters-verslag(...) | Arrêt n° 53/97 du 14 juillet 1997 Numéro du rôle : 1096 En cause : le recours en annulation de l'article 143ter du Code judiciaire, inséré par l'article 3 de la loi du 4 mars 1997 instituant le collège des procureurs généraux et créant la fon La Cour d'arbitrage, chambre restreinte, composée du président L. De Grève et des juges-rapporte(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Arrest nr. 53/97 van 14 juli 1997 | Arrêt n° 53/97 du 14 juillet 1997 |
Rolnummer 1096 | Numéro du rôle : 1096 |
In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 143ter van het | En cause : le recours en annulation de l'article 143ter du Code |
Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd door artikel 3 van de wet van 4 maart | judiciaire, inséré par l'article 3 de la loi du 4 mars 1997 instituant |
1997 tot instelling van het college van procureurs-generaal en tot | |
instelling van het ambt van nationaal magistraat, ingesteld door C. | le collège des procureurs généraux et créant la fonction de magistrat |
Vaes. | national, introduit par C. Vaes. |
Het Arbitragehof, beperkte kamer, | La Cour d'arbitrage, chambre restreinte, |
samengesteld uit voorzitter L. De Grève en de rechters-verslaggevers | composée du président L. De Grève et des juges-rapporteurs H. Coremans |
H. Coremans en L. François, bijgestaan door de griffier L. Potoms, | et L. François, assistée du greffier L. Potoms, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van het beroep | I. Objet du recours |
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 26 mei 1997 | Par requête adressée à la Cour par lettre recommandée à la poste le 26 |
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 27 mei | mai 1997 et parvenue au greffe le 27 mai 1997, un recours en |
1997, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 3 en, bij wijze | annulation de l'article 3 et, par voie de conséquence, de l'article 2, |
van gevolgtrekking, van artikel 2, 2, eerste lid, 1°, artikel 2, 2, | 2, alinéa 1er, 1°, de l'article 2, 2, alinéa 2, ainsi que de certaines |
tweede lid, alsmede delen van artikel 2, 5, tweede lid, en artikel 4, | parties de l'article 2, 5, alinéa 2, et de l'article 4, 1er à 4, de la |
1 tot 4, van de wet van 4 maart 1997 tot instelling van het college | loi du 4 mars 1997 instituant le collège des procureurs généraux et |
van procureurs-generaal en tot instelling van het ambt van nationaal | créant la fonction de magistrat national, publiée au Moniteur belge du |
magistraat, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 april | 30 avril 1997, a été introduit par C. Vaes, demeurant Heuvelstraat 53, |
1997, door C. Vaes, wonende te 3550 Heusden-Zolder, Heuvelstraat 53. | 3550 Heusden-Zolder. |
II. De rechtspleging | II. La procédure |
Bij beschikking van 27 mei 1997 heeft de voorzitter in functie de | Par ordonnance du 27 mai 1997, le président en exercice a désigné les |
rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 | juges du siège conformément aux articles 58 et 59 de la loi spéciale |
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. | du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage. |
Op 29 mei 1997 hebben de rechters-verslaggevers H. Coremans en L. | Le 29 mai 1997, les juges-rapporteurs H. Coremans et L. François ont |
François, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de organieke | informé le président, en application de l'article 71, alinéa 1er, de |
wet, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen | la loi organique, qu'ils pourraient être amenés à proposer à la Cour, |
worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor | siégeant en chambre restreinte, de prononcer un arrêt constatant que |
te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het | le recours en annulation est manifestement irrecevable à défaut |
beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is wegens | |
gebrek aan belang. | d'intérêt. |
Overeenkomstig artikel 71, tweede lid, van de organieke wet is van de | Les conclusions des juges-rapporteurs ont été notifiées à la partie |
conclusies van de rechters-verslaggevers aan de verzoekende partij | requérante conformément à l'article 71, alinéa 2, de la loi organique, |
kennisgegeven bij op 3 juni 1997 ter post aangetekende brief. | par lettre recommandée à la poste le 3 juin 1997. |
De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende | La procédure s'est déroulée conformément aux articles 62 et suivants |
van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de talen voor het Hof. | de la loi organique, relatifs à l'emploi des langues devant la Cour. |
III. In rechte | III. En droit |
Ten aanzien van het belang van de verzoekster | Quant à l'intérêt de la requérante |
1. Artikel 142, derde lid, van de Grondwet bepaalt : | 1. L'article 142, alinéa 3, de la Constitution dispose : |
« De zaak kan bij het Hof aanhangig worden gemaakt door iedere bij de | « La Cour peut être saisie par toute autorité que la loi désigne, par |
wet aangewezen overheid, door ieder die doet blijken van een belang | toute personne justifiant d'un intérêt ou, à titre préjudiciel, par |
of, prejudicieel, door ieder rechtscollege. » | toute juridiction. » |
Naar luid van artikel 2, 2°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 | Aux termes de l'article 2, 2°, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
op het Arbitragehof kunnen beroepen worden ingesteld door « iedere | sur la Cour d'arbitrage, les recours peuvent être introduits par « |
natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang ». | toute personne physique ou morale justifiant d'un intérêt ». |
De voormelde bepalingen vereisen dat een natuurlijke of rechtspersoon | Les dispositions précitées exigent que la personne physique ou morale |
die een verzoekschrift indient, doet blijken van het belang om voor | qui introduit une requête justifie d'un intérêt à agir devant la Cour. |
het Hof in rechte te treden. | |
Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie | Ne justifient de l'intérêt requis que les personnes dont la situation |
door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden | pourrait être affectée directement et défavorablement par la norme |
geraakt. | entreprise. |
2. De verzoekende partij stelt dat « ten minste eenieder die zich op | 2. La partie requérante affirme « qu'au moins tous ceux qui habitent |
het Belgische grondgebied woont, zoals verzoekster, er belang bij | sur le territoire belge, comme la requérante, ont intérêt à ce que la |
heeft dat de strafwet wordt toegepast overeenkomstig de Grondwet, en | loi pénale soit appliquée conformément à la Constitution, et en |
inzonderheid de artikelen 10 en 11; Dat ten minste eenieder die in | particulier aux articles 10 et 11; qu'au moins tous ceux qui habitent |
België woont, zoals verzoekster, er een rechtstreeks en persoonlijk | en Belgique, comme la requérante, ont un intérêt direct et personnel à |
belang bij heeft de vernietiging van de bestreden bepaling te vragen ». Zij voegt daaraan toe dat de gelijkheid van de burgers voor de strafwet zulk een essentieel aspect is van de vrijheid van de burger en zulk een fundamenteel politiek en burgerlijk recht is in een representatieve democratie dat iedere natuurlijke persoon er voortdurend belang bij heeft dat de wetten, decreten en ordonnanties die een strafrechtelijk karakter hebben niet buiten werking worden gesteld door de federale uitvoerende macht en dat de bindende kracht der strafwetten wordt geëerbiedigd, zelfs wanneer hij of zij nog niet op discriminerende wijze werd vervolgd. 3.1. De door verzoekster aangebrachte argumentatie doet er niet van blijken dat zij door de bestreden bepaling in haar situatie rechtstreeks zou kunnen worden geraakt. Zij doet er hoogstens van blijken dat zij door de met toepassing van die bepaling door de Minister van Justitie vastgestelde richtlijnen onrechtstreeks in haar situatie zou kunnen worden geraakt. Evenmin toont zij aan hoe zij - mocht zij nu of in de toekomst het voorwerp uitmaken van een strafvervolging - door de bestreden maatregel ongunstig zou kunnen worden geraakt. De bestreden bepaling beperkt zich ertoe in een wettelijke bepaling een feitelijke, met de Grondwet in overeenstemming zijnde praktijk te bevestigen. De in die | demander l'annulation de la disposition entreprise ». Elle y ajoute que l'égalité des citoyens devant la loi pénale est un aspect à ce point essentiel de la liberté du citoyen et un droit politique et civil à ce point fondamental dans une démocratie représentative que toute personne physique a toujours intérêt à ce que les lois, décrets et ordonnances à caractère pénal ne soient pas neutralisés par le pouvoir exécutif fédéral et à ce que la force obligatoire des lois pénales soit respectée, même lorsque la personne concernée n'a pas encore fait l'objet de poursuites discriminatoires. 3.1. Les arguments avancés par la requérante ne démontrent pas que sa situation est susceptible d'être affectée directement par la disposition entreprise. Ils prouvent tout au plus que sa situation pourrait être affectée indirectement par les directives fixées en application de cette disposition par le ministre de la Justice. La requérante ne démontre pas non plus en quoi elle pourrait être affectée défavorablement par la mesure contestée si elle faisait l'objet - aujourd'hui ou dans l'avenir - de poursuites pénales. La disposition entreprise se borne à confirmer par une disposition législative une pratique existante, conforme à la Constitution. Les |
bepaling bedoelde richtlijnen kunnen « algemene criteria en | directives visées par cette disposition « peuvent contenir des |
modaliteiten bevatten om het opsporings- en vervolgingsbeleid uit te | modalités et critères généraux pour l'exécution de la politique de |
oefenen ». Zij mogen evenwel niet « leiden tot het buiten werking | recherche et de poursuite ». Elles ne peuvent cependant « conduire à |
stellen van een wet of impliceren dat de minister van Justitie een individueel negatief injunctierecht zou uitoefenen » (Gedr. St., Kamer, 1996-1997, nr. 867/6, p. 4). Voor zover nodig kan erop worden gewezen dat de Minister van Justitie bij de uitoefening van de hem toegekende bevoegdheid de Grondwet, inzonderheid de artikelen 10 en 11 ervan, in acht moet nemen. Het komt de administratieve of de gewone rechtscolleges, al naar het geval, toe om daarop binnen de grenzen van hun bevoegdheid toe te zien. De bestreden bepaling beïnvloedt bijgevolg de situatie van verzoekster niet op ongunstige wijze. 3.2. De enkele hoedanigheid van mogelijk subject van de strafwet volstaat niet om het rechtens vereiste belang op te leveren om een bepaling die betrekking heeft op het strafrechtelijk beleid aan te vechten. Het erkennen van het door de verzoekster omschreven belang, dat niet onderscheiden is van het belang dat iedere persoon erbij heeft dat de wettigheid in alle omstandigheden in acht zou worden genomen, zou neerkomen op het aanvaarden van de actio popularis, hetgeen de Grondwetgever niet heeft gewild. 4. Het beroep tot vernietiging is dan ook klaarblijkelijk niet ontvankelijk wegens ontstentenis van het rechtens vereiste belang. Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verklaart het beroep tot vernietiging niet-ontvankelijk. Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 14 juli 1997. De griffier, De voorzitter, | la neutralisation d'une loi ou impliquer que le ministre de la Justice exerce un droit d'injonction négatif individuel » (Doc. parl., Chambre, 1996-1997, n° 867/6, p. 4). Pour autant que de besoin, il peut être souligné que le ministre de la Justice, dans l'exercice des pouvoirs que la Constitution lui attribue, doit respecter en particulier les articles 10 et 11 de celle-ci. Il appartient aux juridictions administratives ou ordinaires, selon le cas, de veiller, dans les limites de leur compétence, à ce qu'il en soit ainsi. La disposition entreprise n'influence donc pas défavorablement la situation de la requérante. 3.2. La simple qualité de sujet potentiel de la loi pénale ne suffit pas à justifier de l'intérêt requis en droit pour attaquer une disposition qui concerne la politique criminelle. La reconnaissance de l'intérêt décrit par la requérante, qui ne se distingue pas de l'intérêt qu'a toute personne à ce que la légalité soit respectée en toutes circonstances, reviendrait à admettre l'action populaire, ce que le Constituant n'a pas voulu. 4. Le recours en annulation est dès lors manifestement irrecevable à défaut de l'intérêt requis en droit. Par ces motifs, la Cour, chambre restreinte, statuant à l'unanimité des voix, déclare le recours en annulation irrecevable. Ainsi prononcé en langue néerlandaise, en langue française et en langue allemande, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 14 juillet 1997. Le greffier, Le président, |
L. Potoms. L. De Grève. | L. Potoms L. De Grève. |