← Terug naar "Arrest nr. 50/97 van 14 juli 1997 Rolnummer 1082 In zake : het beroep tot vernietiging
en de vordering tot schorsing van artikel 2 van de wet van 21 januari 1997 tot wijziging van artikel
195 van het Gerechtelijk Wetboek, ingesteld door L. La Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld
uit voorzitter L. De Grève en de rechters-verslag(...)"
Arrest nr. 50/97 van 14 juli 1997 Rolnummer 1082 In zake : het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing van artikel 2 van de wet van 21 januari 1997 tot wijziging van artikel 195 van het Gerechtelijk Wetboek, ingesteld door L. La Het Arbitragehof, beperkte kamer, samengesteld uit voorzitter L. De Grève en de rechters-verslag(...) | Arrêt n° 50/97 du 14 juillet 1997 Numéro du rôle : 1082 En cause : le recours en annulation et la demande de suspension de l'article 2 de la loi du 21 janvier 1997 modifiant l'article 195 du Code judiciaire, introduits par L. Lamine. La Co composée du président L. De Grève et des juges-rapporteurs G. De Baets et P. Martens, assistée du g(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Arrest nr. 50/97 van 14 juli 1997 | Arrêt n° 50/97 du 14 juillet 1997 |
Rolnummer 1082 | Numéro du rôle : 1082 |
In zake : het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing | En cause : le recours en annulation et la demande de suspension de |
van artikel 2 van de wet van 21 januari 1997 tot wijziging van artikel | l'article 2 de la loi du 21 janvier 1997 modifiant l'article 195 du |
195 van het Gerechtelijk Wetboek, ingesteld door L. Lamine. | Code judiciaire, introduits par L. Lamine. |
Het Arbitragehof, beperkte kamer, | La Cour d'arbitrage, chambre restreinte, |
samengesteld uit voorzitter L. De Grève en de rechters-verslaggevers | composée du président L. De Grève et des juges-rapporteurs G. De Baets |
G. De Baets en P. Martens, bijgestaan door de griffier L. Potoms, | et P. Martens, assistée du greffier L. Potoms, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van het beroep tot vernietiging en de vordering tot | I. Objet du recours en annulation et de la demande de suspension |
schorsing Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 15 april 1997 | Par requête adressée à la Cour par lettre recommandée à la poste le 15 |
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 16 april | |
1997, is beroep tot vernietiging en een vordering tot schorsing | avril 1997 et parvenue au greffe le 16 avril 1997, un recours en |
ingesteld van artikel 2 van de wet van 21 januari 1997 tot wijziging | annulation et une demande de suspension de l'article 2 de la loi du 21 |
van artikel 195 van het Gerechtelijk Wetboek, bekendgemaakt in het | janvier 1997 modifiant l'article 195 du Code judiciaire, publiée au |
Belgisch Staatsblad van 15 maart 1997, door L. Lamine, wonende te 3110 | Moniteur belge du 15 mars 1997, ont été introduits par L. Lamine, |
Rotselaar, Steenweg op Wezemaal 90. | demeurant Steenweg op Wezemaal 90, 3110 Rotselaar. |
II. De rechtspleging | II. La procédure |
Bij beschikking van 16 april 1997 heeft de voorzitter in functie de | Par ordonnance du 16 avril 1997, le président en exercice a désigné |
rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 | les juges du siège conformément aux articles 58 et 59 de la loi |
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. | spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage. |
Op 23 april 1997 hebben de rechters-verslaggevers G. De Baets en P. | Le 23 avril 1997, les juges-rapporteurs G. De Baets et P. Martens ont |
Martens, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de organieke | informé le président, en application de l'article 71, alinéa 1er, de |
wet, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen | la loi organique, qu'ils pourraient être amenés à proposer à la Cour, |
worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor | siégeant en chambre restreinte, de prononcer un arrêt constatant que |
te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het | |
beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing klaarblijkelijk | le recours en annulation et la demande de suspension sont |
niet ontvankelijk zijn wegens gebrek aan belang. | manifestement irrecevables à défaut d'intérêt. |
Overeenkomstig artikel 71, tweede lid, van de organieke wet is van de | Les conclusions des juges-rapporteurs ont été notifiées à la partie |
conclusies van de rechters-verslaggevers aan de verzoekende partij | requérante conformément à l'article 71, alinéa 2, de la loi organique, |
kennisgegeven bij op 23 april 1997 ter post aangetekende brief. | par lettre recommandée à la poste le 23 avril 1997. |
L. Lamine heeft bij op 29 april 1997 ter post aangetekende brief een | L. Lamine a introduit un mémoire justificatif par lettre recommandée à |
memorie met verantwoording ingediend. | la poste le 29 avril 1997. |
De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende | La procédure s'est déroulée conformément aux articles 62 et suivants |
van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de talen voor het Hof. | de la loi organique, relatifs à l'emploi des langues devant la Cour. |
III. In rechte | III. En droit |
Ten aanzien van de beweerde schending van artikel 6 van het Europees | Quant à la prétendue violation de l'article 6 de la Convention |
Verdrag voor de Rechten van de Mens | européenne des droits de l'homme |
1. In zijn memorie met verantwoording beweert de verzoeker dat de | 1. Dans son mémoire justificatif, le requérant affirme que la |
rechtspleging op grond van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 | procédure prévue à l'article 71 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 op het Arbitragehof in strijd is met artikel 6.1 van het | sur la Cour d'arbitrage serait contraire à l'article 6.1 de la |
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens doordat de mogelijkheid | Convention européenne des droits de l'homme en tant que la possibilité |
om gehoord te worden, inzonderheid in openbare terechtzitting, niet is | d'être entendu, spécialement en audience publique, n'est pas respectée |
geëerbiedigd en omdat afbreuk wordt gedaan aan de onpartijdigheid van | et en ce qu'il est porté atteinte à l'impartialité de la juridiction |
het rechtscollege doordat de beide verslaggevers zetelen in de beperkte kamer. | du fait que les deux rapporteurs siègent dans la chambre restreinte. |
2.1. Volgens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van | 2.1. Selon la jurisprudence de la Cour européenne des droits de |
de Mens kan artikel 6.1 toepasselijk zijn op een grondwettelijk hof | l'homme, l'article 6.1 peut être applicable à une Cour |
(arrest Ruiz-Mateos, 23 juni 1993, 57 tot 60, Serie A, nr. 262). Dat | constitutionnelle (arrêt Ruiz-Mateos, 23 juin 1993, 57 à 60, Série A, |
grondwettelijk hof dient in concreto na te gaan of het voorliggend | n° 262). Cette Cour constitutionnelle se doit d'examiner concrètement |
geschil, waarop artikel 6.1 toepasselijk zou zijn, betrekking heeft op | si le litige qui lui est soumis, auquel l'article 6.1 serait |
burgerlijke rechten en verplichtingen of handelt over de gegrondheid | applicable, concerne des droits et obligations de caractère civil ou |
van een tegen een verzoekende partij ingestelde strafvervolging. | le bien-fondé d'une accusation en matière pénale dirigée contre une |
partie requérante. | |
2.2. Het beroep tot vernietiging is gericht tegen het nieuwe tweede | 2.2. Le recours en annulation est dirigé contre le nouvel alinéa 2 de |
lid van artikel 195 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd bij | l'article 195 du Code judiciaire, tel qu'il est inséré par l'article 2 |
artikel 2 van de wet van 21 januari 1997 « tot wijziging van artikel | de la loi du 21 janvier 1997 « modifiant l'article 195 du Code |
195 van het Gerechtelijk Wetboek ». Artikel 195, tweede lid, van het | judiciaire ». L'article 195, alinéa 2, du Code judiciaire dispose : |
Gerechtelijk Wetboek luidt : | |
« Na het schriftelijk en met redenen omklede advies van de procureur | « Toutefois, tous les juges effectifs auprès du tribunal de première |
des Konings en van de stafhouder van de Orde van advocaten te hebben | instance peuvent, après que l'avis écrit et motivé du procureur du Roi |
gevraagd, kunnen evenwel alle werkende rechters in de rechtbank van | et du bâtonnier de l'Ordre des avocats ait été demandé, être appelés à |
eerste aanleg, ongeacht hun ancinniteit, als enige rechter zitting | |
houden, wanneer de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg de | siéger seuls, quelle que soit leur ancienneté, en cas de nécessité |
noodzaak daarvan aantoont. » | constatée par le président du tribunal de première instance. » |
2.3. Zonder dat het Hof dient na te gaan of artikel 6.1 van het | 2.3. Sans que la Cour doive vérifier si l'article 6.1 de la Convention |
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens toepasselijk is op de | européenne des droits de l'homme est applicable à la procédure |
voorafgaande rechtspleging waarin hoofdstuk II van titel V van de | préliminaire prévue par le chapitre II du titre V de la loi spéciale |
bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof voorziet, stelt | du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, la Cour constate que le |
het Hof vast dat het door de verzoeker aan het Hof voorgelegde geschil | litige qui lui est soumis par le requérant ne concerne nullement des |
geen betrekking heeft op burgerlijke rechten en verplichtingen noch op | droits et obligations de caractère civil, ni une décision quant au |
het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde | bien-fondé d'une accusation en matière pénale dirigée contre lui. Le |
strafvervolging. Het geschil handelt over de organisatie van de | litige concerne l'organisation de l'exercice du pouvoir d'Etat. |
uitoefening van het staatsgezag. Artikel 6.1 van het Europees Verdrag | |
voor de Rechten van de Mens zou dus geen toepassing kunnen vinden op | L'article 6.1 de la Convention européenne des droits de l'homme ne |
onderhavig geschil. | pourrait donc s'appliquer au présent litige. |
3. Ten aanzien van de in de memorie met verantwoording door de | 3. En tant que le requérant invoque également dans son mémoire |
verzoeker aangevoerde schending van de rechten van verdediging in het | justificatif la violation des droits de défense en général et du droit |
algemeen, en van de hoorplicht in het bijzonder, merkt het Hof op dat | d'être entendu en particulier, la Cour observe que les conclusions des |
de conclusies van de verslaggevers niet verder reiken dan de | rapporteurs ont pour unique objet de notifier au requérant l'existence |
mededeling aan de verzoeker van het bestaan van een probleem van | d'un problème manifeste d'irrecevabilité, d'incompétence ou de manque |
klaarblijkelijke onontvankelijkheid, onbevoegdheid of ongegrondheid. | |
Die mededeling beoogt het recht op een behoorlijke rechtspleging van | de fondement. Cette notification vise à garantir le droit du requérant |
verzoeker te waarborgen door hem de mogelijkheid te bieden zich ten | à une bonne administration de la justice en lui offrant la possibilité |
aanzien van het opgeworpen probleem te verantwoorden. | de se justifier en ce qui concerne le problème soulevé. |
4. De grieven die door de verzoeker worden aangevoerd tegen de | 4. Les griefs invoqués par le requérant contre l'application de |
toepassing van artikel 71 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op | l'article 71 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour |
het Arbitragehof, worden verworpen. | d'arbitrage sont rejetés. |
Ten aanzien van het belang van de verzoeker | Quant à l'intérêt du requérant |
5. Artikel 142, derde lid, van de Grondwet bepaalt : | 5. L'article 142, alinéa 3, de la Constitution dispose : |
« De zaak kan bij het Hof aanhangig worden gemaakt door iedere bij de | « La Cour peut être saisie par toute autorité que la loi désigne, par |
wet aangewezen overheid, door ieder die doet blijken van een belang | toute personne justifiant d'un intérêt ou, à titre préjudiciel, par |
of, prejudicieel, door ieder rechtscollege. » | toute juridiction. » |
Naar luid van artikel 2, 2°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 | Aux termes de l'article 2, 2°, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
op het Arbitragehof kunnen beroepen worden ingesteld door « iedere | sur la Cour d'arbitrage, les recours peuvent être introduits par « |
natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang ». | toute personne physique ou morale justifiant d'un intérêt ». |
De voormelde bepalingen vereisen dat een natuurlijke of rechtspersoon | Les dispositions précitées exigent que la personne physique ou morale |
die een verzoekschrift indient, doet blijken van het belang om voor | qui introduit une requête justifie d'un intérêt à agir devant la Cour. |
het Hof in rechte te treden. | |
Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie | Ne justifient de l'intérêt requis que les personnes dont la situation |
door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden | pourrait être affectée directement et défavorablement par la norme |
geraakt. | entreprise. |
Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het beroep | La demande de suspension étant subordonnée au recours en annulation, |
tot vernietiging, moet de ontvankelijkheid van het beroep inzonderheid | la recevabilité du recours notamment l'existence de l'intérêt |
het wettelijk vereiste belang bij het instellen ervan reeds bij het | légalement requis pour l'introduire doit être abordée dès l'examen de |
onderzoek van de vordering tot schorsing worden betrokken. | la demande de suspension. |
6. De verzoeker stelt dat hij « een persoonlijk belang heeft bij de | 6. Le requérant affirme qu'il a « un intérêt personnel à l'annulation |
vernietiging en de schorsing van de bestreden bepaling; Dat hij immers | et à la suspension de la disposition entreprise; qu'il pourrait en |
als verweerder zou kunnen gedwongen worden voor een onervaren | effet être obligé en tant que partie défenderesse à comparaître devant |
alleenzetelende rechter te verschijnen ». | un juge unique n'ayant aucune expérience ». |
7.1. De verzoeker toont niet aan dat hij in een rechtssituatie | 7.1. Le requérant ne démontre pas que sa situation juridique est |
verkeert waarin hij door de door hem bestreden maatregel rechtstreeks | susceptible d'être affectée directement par la mesure entreprise. |
zou kunnen worden geraakt. Het argument dat de verzoeker een Belgische staatsburger is die woont en werkt in België en er ooit een rechtszaak zou kunnen hebben die behandeld zou kunnen worden door een rechter die bij toepassing van de bestreden bepaling is aangewezen, volstaat geenszins om het Hof te doen besluiten tot het bestaan van een voldoende rechtstreeks verband tussen de bestreden bepaling, die in wezen de organisatie van de rechterlijke functie betreft, en de verzoeker. 7.2. Evenmin toont hij aan hoe hij mocht hij in een geding betrokken zijn door de bestreden maatregel ongunstig zou kunnen worden geraakt. Allereerst gaat de verzoeker uit van de niet bewezen hypothese dat de met toepassing van de bestreden maatregel aangewezen alleenrechtsprekende rechter onervaren zou zijn. Terecht stelt hij dat het niet de taak van de rechtzoekende is om de ervaring van de rechter te onderzoeken. Het komt echter het Hof evenmin toe aan te nemen dat | L'argument selon lequel le requérant est un citoyen belge qui habite et travaille en Belgique et qui pourrait un jour être partie à un procès susceptible d'être traité par un juge désigné par application de la disposition entreprise ne suffit nullement pour que la Cour puisse conclure à l'existence d'un lien suffisamment direct entre la disposition entreprise, qui concerne essentiellement l'organisation de la fonction judiciaire, et le requérant. 7.2. Le requérant ne démontre pas non plus en quoi il pourrait être affecté défavorablement par la mesure contestée s'il était partie à un procès. En premier lieu, le requérant part de l'hypothèse non démontrée que le juge unique désigné par application de la mesure contestée serait inexpérimenté. Il observe à bon droit qu'il n'appartient pas au justiciable de vérifier le degré d'expérience du juge. Toutefois, il n'appartient pas davantage à la Cour d'admettre que le requérant |
de verzoeker door de bestreden bepaling ongunstig zou worden geraakt, | serait affecté défavorablement par la disposition entreprise sur la |
op grond van de door hem door geen enkel feit gestaafde bewering dat | base de l'affirmation qu'il n'étaye par aucun fait concret selon |
de bij toepassing van de bestreden bepaling aangewezen rechter niet | laquelle le juge désigné par application de la disposition contestée |
over de vereiste bekwaamheid zou beschikken om recht te spreken. Het | ne disposerait pas de l'aptitude requise pour dire le droit. La Cour |
Hof vermag uit een dergelijke hypothese niet te besluiten dat de | ne peut conclure sur la base d'une telle hypothèse que le requérant |
verzoeker door de bestreden bepaling ongunstig zou kunnen worden | serait susceptible d'être affecté défavorablement par la disposition |
geraakt. | contestée. |
Vervolgens gaat de verzoeker voorbij aan artikel 91 van het Gerechtelijk Wetboek, naar luid waarvan de beklaagde in strafzaken en een partij in burgerlijke zaken, in de door de wet bepaalde voorwaarden, om de verwijzing van de zaak naar een kamer met drie rechters kan verzoeken. Dat artikel 91 van het Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing is op de rechtspleging in raadkamer, waar slechts één rechter zitting neemt, die in voorkomend geval zou zijn aangewezen bij toepassing van de bestreden bepaling, volstaat niet om aan te tonen dat de verzoeker door die bepaling ongunstig zou worden geraakt, te meer daar de procedure in raadkamer geen einde maakt aan de rechtspleging en hoger beroep mogelijk is. 7.3. De enkele hoedanigheid van rechtssubject of de mogelijkheid procespartij te zijn, volstaan te dezen niet om het rechtens vereiste belang op te leveren. Het door de verzoeker omschreven en in zijn memorie met verantwoording nader toegelichte belang is niet onderscheiden van het belang dat iedere persoon erbij heeft dat de rechtbanken behoorlijk zouden functioneren. Het erkennen van een dergelijk belang zou neerkomen op het aanvaarden van de actio popularis, hetgeen de Grondwetgever niet heeft gewild. 8. Het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing zijn dan ook klaarblijkelijk niet ontvankelijk wegens ontstentenis van het rechtens vereiste belang. Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verklaart het beroep tot vernietiging en de vordering tot schorsing niet-ontvankelijk. Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 14 juli 1997. De griffier, De voorzitter, | Ensuite, le requérant oublie l'article 91 du Code judiciaire, aux termes duquel le prévenu en matière pénale et une partie en matière civile peuvent, aux conditions prévues par la loi, demander le renvoi de la cause devant une chambre à trois juges. Le fait que l'article 91 du Code judiciaire n'est pas applicable à la procédure en chambre du conseil, où ne siège qu'un seul juge, qui pourrait, le cas échéant, être désigné par application de la disposition attaquée, ne suffit pas à démontrer que le requérant pourrait être affecté défavorablement par cette disposition, d'autant que la procédure en chambre du conseil ne met pas fin à l'affaire et est susceptible d'appel. 7.3. La simple qualité de sujet de droit ou la possibilité d'être partie litigante ne suffisent pas, en l'espèce, à justifier de l'intérêt requis en droit. L'intérêt allégué par le requérant et exposé dans son mémoire justificatif ne se distingue pas de l'intérêt qu'a toute personne au bon fonctionnement des tribunaux. La reconnaissance d'un tel intérêt reviendrait à admettre l'action populaire, ce que le Constituant n'a pas voulu. 8. Le recours en annulation et la demande de suspension sont dès lors manifestement irrecevables à défaut de l'intérêt requis en droit. Par ces motifs, la Cour, chambre restreinte, statuant à l'unanimité des voix, déclare le recours en annulation et la demande de suspension irrecevables. Ainsi prononcé en langue néerlandaise, en langue française et en langue allemande, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 14 juillet 1997. Le greffier, Le président, |
L. Potoms. L. De Grève. | L. Potoms. L. De Grève. |