Etaamb.openjustice.be
Document
gepubliceerd op 02 februari 2000

De preventie en het beheer van afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. - Plan 1998-2002 DEEL I. - Strategie Het plan voor het beheer en de preventie van afval in het B(...) Uit die principes resulteren de voorstellen die in deel II worden beschreven. 1.1. Hiërarchie va(...)

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
1999031287
pub.
02/02/2000
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


De preventie en het beheer van afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. - Plan 1998-2002 (goedgekeurd door het besluit van de Regering van 9 juli 1998) DEEL I. - Strategie Het plan voor het beheer en de preventie van afval in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de periode 1997-2002 bestaat uit een reeks opties op basis van een strategie. De principes van deze strategie stemmen overeen met de Europese strategie voor afvalbeheer zoals ze door de Europese Commissie werd herzien op 30 juli 1996, waarbij bepaalde thema's werden geëxpliciteerd.

Uit die principes resulteren de voorstellen die in deel II worden beschreven. 1.1. Hiërarchie van de principes van afvalbeheer Het Gewest neemt de volgende dalende prioriteitshiërarchie aan voor de principes van afvalbeheer met de bedoeling de negatieve effecten van afvalproductie- en beheer te beperken en tegen 2002 bepaalde becijferde doelstellingen (uitgedrukt in % van het gewicht) te realiseren. Wat in het bijzonder de afvalverbranding betreft, zal er geen vergunning worden toegekend voor een verbrandingsinstallatie op het grondgebied van het Brusselse Gewest en zal het aantal ovens in de installatie van Neder-over-Heembeek tot drie worden beperkt : 1. Voorkomen van de productie van afval aan de bron en in voorkomend geval hun schadelijkheid voor het milieu verminderen of zelfs elimineren. Het Gewest beoogt een vermindering van de productie aan de bron met 10% voor alle afvaltypes en voor alle sectoren tezamen, onder meer door een beroep te doen op hergebruik.

Het Gewest beoogt een kwaliteitsverbetering van bepaalde afvalstromen waarvan de schadelijke substanties zorgen voor vervuiling. 2. Nuttige toepassing van afval Het Gewest zal de nuttige toepassing van afval verplichten.Daarbij dient gebruik te worden gemaakt van technieken die goed zijn voor het milieu en die economisch aanvaardbaar zijn. 2.1. Individuele compostering Een individuele compostering van hoge kwaliteit maakt een nuttige toepassing van de organische fractie van het huishoudelijk afval mogelijk, met een minimaal effect op het milieu.

Het Gewest stelt zich tot doel om 10.000 gezinnen aan individuele compostering te laten doen. 2.2. Recycling van materialen en organische verwerking Het Gewest stelt zich tot doel 33% van het huishoudelijk afval en 88% van het niet-huishoudelijk afval te hergebruiken of te recycleren. 2.3. Energieterugwinning Het Gewest beoogt de energetische valorisatie van afval dat, omwille van buitensporige economische, sociale of milieukosten niet voor recycling in aanmerking komt. 3. Afvalverwijdering 3.1. Afvalverbranding Het Gewest stelde zich tot doel de verbranding van afval in installaties zonder energieterugwinningssysteem af te schaffen. 3.2. Storten Voor het jaar 2002 heeft het Gewest als doelstelling het stopzetten van het storten van niet-huishoudelijk afval dat niet werd gesorteerd aan de bron en/of geen voorbehandeling onderging.

Deze hiërarchie is bedoeld als leidraad voor een rationeel afvalbeleid, maar is geenszins strikt en dogmatisch. In sommige gevallen kunnen onpartijdige studies de overheid doen inzien dat de ene of andere optie het meest geschikt is voor het milieu, ook al staat die niet op de eerste plaats binnen deze hiërarchie. 1.2. De verregaande verantwoordelijkheid van de producent De verantwoordelijkheid van de producent wordt het centrale principe van het beleid van de overheid.

De verregaande verantwoordelijkheid van de producent betekent de producent van een goed de verantwoordelijkheid geven voor het beleid van het afval dat ontstaat op het einde van de levensduur van het betreffende goed. De toekenning van een dergelijke verantwoordelijkheid aan deze schakel in de keten van productie, lancering, verbruik, afvalbeheer, is ingegeven door het afgeleide effect van preventie en recycling. Als een producent wordt belast met het afvalbeheer van zijn producten zal hij vanzelf rekening houden met de milieuaspecten die samenhangen met het afvalbeheer voor de producten die hij maakt. Dat zet mede aan tot een geïntegreerde reflectie binnen het bedrijf met betrekking tot afvalproductie tijdens de productie en na de consumptie : dat noemen wij eco-design.

In sommige gevallen is kan de producent echter niet kiezen en moet een andere schakel in de keten de verantwoordelijkheid krijgen. Dat geldt bijvoorbeeld voor verpakkingen. De producent van verpakkingen kan niet beslissen. Het is immers degene die een product voor consumptie vrijgeeft, die beslist welke verpakking voor dat product zal worden gebruikt. In dit specifieke geval, in het kader van het samenwerkingsakkoord tussen de Gewesten, is de verantwoordelijke dus de verpakkingsverantwoordelijke, m.a.w. degene die een verpakt goed voor consumptie vrijgeeft. De uitgebreide verantwoordelijkheid van de producent kan met behulp van regelgeving of op vrijwillige basis worden ingesteld en uitmonden in economische mechanismen als eco-taksen. 1.3. Een multi-instrumentele benadering Het Gewest zal bij voorkeur gebruik maken van economische instrumenten en zal een samenhang nastreven tussen de verschillende soorten instrumenten die bestaan : eco-taksen, tarifering van de diensten van het Agentschap, subsidies, enz. 1.3.1. De economische instrumenten Het Gewest zal voorrang verlenen aan economische instrumenten.

In het kader van de markteconomie kunnen de economische instrumenten een heel belangrijke rol spelen bij de invoering van een afvalbeleid.

De hiërarchie van de principes van afvalbeheer integreert de aspecten van milieubescherming en spaarzaamheid bij het gebruik van natuurlijke middelen, terwijl de realiteit van de kosten van afvalbeheer deze hiërarchie in het geheel niet weerspiegelt, aangezien de kosten voor milieubescherming over het algemeen niet vervat zitten in de kosten van de verschillende procédés voor afvalbeheer. Dank zij de economische instrumenten kan er dus een afvalbeheer in de hand worden gewerkt door de economische actoren, in overeenstemming met de hiërarchie van de principes van het afvalbeheer.

De noodzaak en de modaliteiten van een hervorming of invoering van economische instrumenten gebonden aan de productie, het beheer of de verwijdering van afval die een betere verdeling van de fiscale druk toelaten, zonder deze te moeten verantwoorden, zullen het voorwerp vormen van een ruimere studie die rekening houdt met sociale en economische aspecten en met de kosten/batenanalyse voor het milieu. De tarifering van het Agentschap Net Brussel zal constant worden aangepast om zo een maximale aanzet tot preventie en recyclage te verzekeren.

Anderzijds loopt men het risico dat in een gewest dat gekenmerkt wordt door een bedrijfsstructuur waarin het bedrijfstype KMO overheerst, het gebruik van schone hoogwaardige technologieën wordt afgeremd door de geringe kapitaalkracht van KMO's. Een beroep doen op de regionale expansiepolitiek heeft een gunstige invloed op de noodzakelijke mutaties. 1.3.2. De akkoorden op vrijwillige basis Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal de akkoorden op vrijwillige basis stimuleren die worden afgesloten om de doelstellingen van het Gewest en de Europese Unie te realiseren Over het algemeen veronderstelt een goed milieubeleid een mobilisatie van alle betrokken partners, die bovendien stuk voor stuk hun goede wil moeten tonen. Al bestaat er verregaand overleg bij het uitwerken van de regelgeving, toch is de formulering ervan soms stroef en biedt ze niet steeds de mogelijkheid de beste opties te kiezen om het vooropgestelde doel te bereiken.

De vrijwillige akkoorden die rond een regelgevend doel worden opgebouwd, bieden daarentegen de mogelijkheid de meest geschikte maatregelen zo flexibel mogelijk toe te passen. Toch is er voor akkoorden op vrijwillige basis een juridisch kader nodig. 1.3.3. De juridische instrumenten Het Gewest zal de reglementen van Brussel in verband met afval verduidelijken en aanvullen. De Brusselse wetgeving in verband met afval moet op sommige punten, zoals op het gebied van het beheer van gevaarlijk afval, verduidelijkt en vereenvoudigd worden. Ze moet ook vervolledigd worden om een kader te scheppen voor het gebruik van bepaalde instrumenten zoals de terugnameplicht en de akkoorden op vrijwillige basis. 1.3.4. Sensibilisering en informatie Het Gewest zal bij elke actie van het plan een pro-actief beleid voeren inzake sensibilisering en informatie.

Het succes van het afvalbeleid hangt voor een groot deel af van de participatie van mensen en de samenwerking met de bemiddelende organismen. Het is een kwestie van verandering van gewoonten op het werk en thuis. Dat veronderstelt een permanente aandacht en het op zoek gaan naar partners. 1.4. Economische ontwikkeling en tewerkstelling Het Gewest zal eigen initiatieven nemen om bepaalde activiteiten inzake afvalbeheer te ontwikkelen, die voor bijkomende tewerkstelling kunnen zorgen, vooral voor laaggeschoolden en ter bevordering van sociale integratie. De sociale rol van het ANB past in dit kader.

De activiteiten die samenhangen met een afvalbeheer dat beantwoordt aan de hiërarchie van het afvalbeheer bieden interessante mogelijkheden inzake economische ontwikkeling en het scheppen van werkgelegenheid in bepaalde sectoren. Het is belangrijk dat het Brussels Gewest in bepaalde sectoren van het afvalbeheer een positie inneemt, rekening houdend met de sociaal-economische en stedelijke structuur van het Gewest.

Anderzijds is de ontwikkeling van banen die integratie bevorderen door de samenwerking tussen bedrijven, verenigingen en openbare instanties een weg die in bepaalde gevallen moet worden bewandeld, bijvoorbeeld voor het beheer van afgedankt elektrisch en elektronisch materiaal. 1.5. De samenwerking tussen de Belgische Gewesten Omwille van de geografische grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is men afhankelijk van de industriële infrastructuren voor afvalbeheer van het Vlaamse en het Waalse Gewest. Het Brussels Gewest zal aan beide andere gewesten een dynamisch overleg voorstellen om gemeenschappelijke oplossingen te vinden voor bepaalde afvalstromen en om gebruik te maken van het aanvullend karakter van installaties van de drie gewesten. 1.6. Het partnerschap met de gemeenten Het Gewest zal vormen van partnerschap met de gemeenten begunstigen voor onder andere de strijd tegen sluikstorten en illegale afvalimport, sensibilisering van de inwoners en het creëren van netwerken voor het ophalen van afval. De gemeenten kunnen gebruik maken van de nabijheid van de bewoners om op die manier een rechtstreekse uitwisseling mogelijk te maken en een dienstverlening voor te stellen die dicht bij de burger staat. 1.7. De optimale dienstverlening aan de bevolking Het Gewest zal zorgen voor een optimale dienstverlening aan de bevolking.

De systemen en ophaalmodaliteiten voor huishoudelijk afval zullen ontwikkeld worden met het oog op deze optimale dienstverlening aan de bevolking. 1.8. De internationale samenwerking Het Gewest zal deelnemen aan werkzaamheden van Europese netwerken die actief zijn op het gebied van afvalverwerking.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest B stad, Gewest en hoofdstad van de Europese Unie - heeft de plicht een Europese rol te spelen en actief deel te nemen aan de werkzaamheden van de Europese netwerken. Een dergelijke participatie biedt bovendien de mogelijkheid lessen te trekken uit de ervaring van andere steden, regio's of landen. 1.9. Statistieken Het Gewest zal doeltreffende instrumenten ontwikkelen om de kennis en de beheersing van de afvalstroom voortdurend te verbeteren.

De toepassing van het plan moet behoedzaam gebeuren en aangepast zijn aan specifieke situaties. Daarom is het onderdeel statistieken in verband met afval bijzonder belangrijk. Mechanismen moeten op punt worden gesteld om de noodzakelijke statistische basis te verzekeren.

DEEL II. - Plan HOOFDSTUK I. - Reduceren van de hoeveelheid en de schadelijkheid van het afval Het concept afvalpreventie omvat een verbetering van de kwaliteit van het geproduceerde afval door een beperking van zijn gehalte aan schadelijke stoffen en een vermindering aan de bron van de productie van afval.

Het begrip preventie mag niet worden verward met de begrippen « minimalisering » of « reductie », die zowel preventie in de strikte zin als recycling en elke andere vorm van nuttige toepassing omvatten.

Die concepten beogen slechts een beperking van de hoeveelheid gestort afval. Daarom moet men vaak voorzichtig zijn met beweringen in verband met de vermindering van de hoeveelheid afval, die soms uitsluitend betrekking hebben op de recycling of nuttige toepassing van bepaalde afvalstromen betreffen.

Het Gewest beschikt over gegevens betreffende de ophaling van bepaalde afvalstoffen (afval dat wordt opgehaald door het ANB, door erkende afvalverwerkingsbedrijven of door andere actoren). Toch is de kwantitatieve informatie met betrekking tot de afvalproductie erg algemeen, onvolledig of onsamenhangend. Daarom is het moeilijk een doeltreffende analyse te maken van de evolutie van de productie van huishoudelijk en niet-huishoudelijk afval. Niettemin blijkt de afvalproductie gedurende de jaren '70 en '80 met verscheidene procenten per jaar te zijn toegenomen. Wat het huishoudelijk afval betreft, lijkt deze groei volgens bronnen van verschillende Europese staten of regio's thans te zijn gedaald tot een waarde tussen 0 en 2%.

Over de vroegere en huidige productie van industrieel afval beschikt men zowel op nationaal als op Europees vlak over weinig betrouwbare gegevens.

De verregaande verantwoordelijkheid van de producent en de economische instrumenten zijn van die aard dat ze recyclage en in sommige gevallen afvalpreventie stimuleren. Die thema's vormen het voorwerp van specifieke hoofdstukken van het plan.

Het Gewest wil in alle voorstellen van het plan een aspect preventie integreren. Toch is een bepaald aantal initiatieven specifiek of voornamelijk gericht op afvalpreventie. Die initiatieven die hierna worden besproken, moeten betrekking hebben op de activiteiten in het kader van de bedrijven, de samenstelling van de gecommercialiseerde producten en het consumentengedrag. 1.1. Een Brussels netwerk voor het beperken van afval Samen met de NGO's en de gemeenten zal het Gewest een netwerk ontwikkelen van raadgevers die de inwoners en kleine bedrijven rond drie doelstellingen moeten scharen. In dalende volgorde van belangrijkheid gaat het om de volgende doelstellingen : 1. afvalpreventie aan de bron 2.individuele compostering 3. sortering/recycling van afval Voorschrift 1.1.

Om het door het BIM uitgewerkte kaderprogramma voor afvalbeperking te realiseren, zal het Gewest een netwerk samenstellen van raadgevers die worden aangeworven met gewestelijke subsidies en waarvan de activiteiten worden gecoördineerd en gevolgd door twee personen die daarvoor door het BIM worden aangeworven en die een contract van vijf jaar worden aangeboden.

Het kaderprogramma omvat de volgende hoofdlijnen : educatieve acties in de scholen promoten van het hergebruik van afval verstrekken van informatie en organiseren van acties op het terrein, ontwikkeld door het centrum voor informatie over duurzame consumptie promoten van individuele compostering verstrekken van informatie ontwikkeld door het Gewest met betrekking tot het beheren, het recycleren en het sorteren van afval.

Voorschrift 1.2.

Er zal een begeleidingscommissie voor het beperkingsprogramma worden samengesteld uit afgevaardigden van het Gewest (ANB, BIM, enz.), de gemeenten, NGO's van consumenten en milieu-NGO's. 1.2. Activiteiten binnen de bedrijven en de overheden Het Gewest zal een reeks initiatieven ontwikkelen om de KMO's/KMI's aan te sporen zich aan te sluiten bij procedures die afvalpreventie omvatten. Het Gewest moet bovendien het voorbeeld geven door een procedure te volgen die de dwingende bepalingen van de preventie van afval en van milieuschade in het algemeen omvat.

Voorschrift 1.3.

Het BIM zal de gevaarlijke substanties bestuderen die in de afvalstroom terechtkomen. Daarbij wordt vooral gedacht aan slib, slakken, zware metalen, chloor, de verspreide CFK's en PCB's.

Het ANB wordt betrokken bij de studie voor de delen die te maken hebben met het afval dat wordt ingezameld en met de verbrandingsresten.

Op basis van die studieresultaten zal het BIM kwalitatieve preventieprogramma's per sector voorstellen. Het ANB zal de mogelijkheden nagaan om de inzamelingsmodaliteiten te wijzigen met het oog op een betere kwaliteit van de residu's.

Voorschrift 1.4.

Het Gewest zal in het kader van de wetten op economische expansie een programma ontwikkelen voor hulp aan de KMO's, en in het bijzonder de KMO's van de sectoren die geïdentificeerd werden in de studieresultaten van voorschrift 1.3; de sectoren die gebonden zijn aan het Gewest door milieu-overeenkomsten of andere vrijwillige initiatieven en de sectoren die preventieplannen hebben uitgewerkt.

Voorschrift 1.5.

Samen met de representatieve organisaties van ondernemingen zal het BIM gratis opleidingen organiseren inzake afvalaudits ten behoeve van de Brusselse KMO's en KMI's.

Voorschrift 1.6.

In het kader van de sectoriële milieuconventies zal het BIM specifieke voorschriften integreren met betrekking tot sectoriële informatieprogramma's voor afvalpreventie en eco-consumptie.

Voorschrift 1.7.

Het Brussels Gewest zal aan de beide andere Belgische Gewesten voorstellen gegevens en instrumenten voor de sensibilisering van bedrijven uit te wisselen.

Voorschrift 1.8.

De Brusselse vertegenwoordigers bij de Interregionale Verpakkingscommissie zullen zich in het bijzonder toeleggen op de opvolging van de algemene preventieplannen, uitgewerkt door de verpakkingsverantwoordelijken.

Voorschrift 1.9.

Die initiatieven die reeds worden ontwikkeld inzake preventie, meer bepaald het verplichte preventieplan voor de ziekenhuizen, het charter voor het milieuvriendelijk verbruik en het afvalbeheer op kantoor en de algemene preventieplannen van de verpakkingsverantwoordelijken, zullen het voorwerp vormen van een permanente begeleiding door het BIM en hun preventieaspecten zullen worden versterkt.

Voorschrift 1.10.

Het BIM zal het nut bestuderen van de uitbreiding naar nieuwe sectoren van de verplichting plannen voor afvalpreventie voor te leggen, en meer bepaald bij nieuwe aanvragen voor een milieuvergunning.

Voorschrift 1.11.

Na een demonstratieperiode van twee jaar bij het BIM en het ANB zal het Gewest het verplicht stellen van de toepassing van het Europese reglement van audit en milieubeheer overwegen voor de gewestelijke besturen en voor de afvalbeherende bedrijven.

Voorschrift 1.12.

Het Gewest zal door middel van een besluit typebestekken voor belangrijke leveringen aan gewestelijke overheden goedkeuren die milieucriteria omvatten die de selectie van de producten mogelijk maakt. Daartoe zal het BIM een werkgroep samenroepen van de betrokken overheden. 1.3. Samenstelling van de gecommercialiseerde producten De bepaling van de productnormen valt onder de bevoegdheid van de federale overheid. Op grond van artikel 6 van de speciale wet van 8 augustus 1980 zijn de Gewesten echter betrokken bij de uitwerking van de federale regelgeving inzake productnormen.

De werkzaamheden van de opvolgingscommissie eco-taksen komen anderzijds dicht in de buurt van de gewestelijke politiek. Het raakpunt tussen Gewest en opvolgingscommissie bestaat echter enkel informeel en is niet voldoende ontwikkeld.

Voorschrift 1.13.

Het Gewest zal bij de federale overheid tussenkomen met het oog op het verbod om bepaalde producten, waaronder de producten die werden geïdentificeerd in het kader van de studie van voorschrift 1.3, op de markt te brengen. De eerste interventie die onmiddellijk start, zal betrekking hebben op knopbatterijen met kwik.

Voorschrift 1.14.

Het Gewest zal van de federale overheid eisen formeel betrokken te zijn bij de werkzaamheden in verband met eco-taksen.

Voorschrift 1.15.

Het Gewest zal bij de federale overheid tussenkomen om het Europese eco-label te stimuleren en het probleem op te lossen van het aanbrengen van niet-erkende of dubbelzinnige labels op producten, wat voor verwarring zorgt bij de consument. Dit zal met name mogelijk zijn aan de hand van de toekomstige wet betreffende de productnormen. 1.4. Afvalpreventie bij het beheren van de openbare groene ruimten Hoewel er weinig technieken bestaan om de hoeveelheden geproduceerd afval op doeltreffende wijze in te perken, maakt de invoering van bepaalde praktijken een hergebruik van vegetatieve materialen mogelijk, zodat ze niet moeten worden verwerkt als afval. Zo is er bijvoorbeeld het « maaien-vermalen » van de grasperken, waarbij het afgemaaide gras ter plaatse zo fijn wordt gemalen dat het kan blijven liggen zonder het grasperk te beschadigen en bovendien als meststof dienst kan doen. Nog een andere mogelijkheid bestaat erin het snoeiafval te verhakselen en te gebruiken als mulchlaag op perken om de groei van onkruid in te dijken of als materiaal voor het aanleggen van paden in parken en bossen.

De openbare groene ruimten en in het bijzonder de bomen en verkeerswegen worden vaak zwaar op de proef gesteld (slechte bodem, overgebruik van de groene ruimten, waterdruk, fysische agressie,...).

Met behulp van compost kan de bodemstructuur worden verbeterd en kan de bodem worden verrijkt. En op die manier wordt het gebruik van compost en het recycleren van groen afval gestimuleerd.

Heel wat private en openbare bedrijven hebben onbebouwde terreinen of tuinen te onderhouden (bijv. de NMBS) en produceren daardoor ook groenafval. Bovendien zijn er een heleboel tuinaanleg- of tuinarchitectuurbedrijven actief in het Brusselse die een zeer belangrijke rol te vervullen hebben op het vlak van het informeren van particulieren en privé-bedrijven (advies betreffende het maken en gebruiken van compost). Zij zijn trouwens ook belangrijk voor het besluiten tot het al dan niet hergebruiken van groenafval ter plaatse.

Voorschrift 1.16 Het Gewest verbindt zich ertoe om binnen een jaar na de invoering van het Plan al de verschillende beheerders van de openbare groene ruimten (BIM, BUV, Gemeenten) samen te brengen om een code uit te werken voor het goede beheer van de openbare groene ruimten, die met name de volgende aspecten zal behelzen : - beperking van het gebruik van synthetische stoffen in de bodem (meststoffen, enz.); - bevordering van het gebruik van compost, natuurlijke meststoffen en gerecycleerd groenafval ter plaatse. 1.5. Consumptiegewoonten Wat de consumptie betreft, is het de rol van het Gewest de verschillende actoren in beweging te brengen om de consument te sensibiliseren. Een essentieel middel om dit doel te bereiken is de ontwikkeling van een structureel informatiesysteem over eco-producten voor de consumenten.

Voorschrift 1.17.

Het Gewest zal aan de distributiesector het volgende opleggen : - verplichting de klanten te informeren in verband met ecologische producten; - exclusief gebruik van herbruikbare zakken aan de kassa.

Voorschrift 1.18.

Het Gewest zal binnen het eco-consumptienet dat ontwikkeld werd in het Waalse en Vlaamse Gewest een informatiecentrum installeren voor informatie over labels, markeringen en duurzame consumptie met het oog op de verzorging van een onafhankelijke informatie in verband met eco-producten.

Voorschrift 1.19.

Ter ondersteuning van het afvalbeperkingsnetwerk (zie voorschrift 1.1) zal het BIM sensibiliseringcampagnes op het getouw zetten inzake afvalpreventie en er belangrijke middelen voor uittrekken, zoals : - de consument bewust maken van de rol van de eco-labels en de betekenis ervan; - de betrokkenheid van de Brusselaars bij systemen van hergebruik stimuleren (kleding, verpakking, herlaadbare batterijen,); - deelnemen aan de vorming van leerlingen en studenten; - sensibilisering van mensen van de derde leeftijd.

Voorschrift 1.20.

Het Gewest zal zijn steun verlenen aan eigen initiatieven ter bevordering van het hergebruik van gebruikte goederen, en in het bijzonder aan initiatieven die kaderen in een sociale economie.

HOOFDSTUK II. - Toepassing van het principe van de producentenverantwoordelijkheid Het samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval voert het principe in van de verregaande verantwoordelijkheid van de verpakkingsverantwoordelijken voor het beheer van verpakkingsafval. Dat principe wordt thans eveneens toegepast voor gebruikte batterijen.

Een bepaald aantal andere afvalstromen vormen thans het voorwerp van debatten op Europees niveau en op het niveau van de Belgische Gewesten met het oog op de invoering van de systemen van afvalbeheer op basis van hetzelfde principe. Het gaat voornamelijk over projecten die de verplichting tot terugname inhouden, gecombineerd met de verplichting van nuttige toepassing van papier, voertuigwrakken, versleten banden en afgedankt elektrisch en elektronisch materiaal.

Als men bedenkt dat 42% van het Belgische park van kantoor- en computeruitrusting zich in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt, kan het Gewest niet anders dan een bevoorrechte rol spelen in het beheer van die afvalstroom.

Sommige afvalsoorten die een bron van vervuiling van lucht of water zijn, kunnen eveneens het voorwerp vormen van een systeem van terugname.

Hoewel dit soort initiatieven gemakkelijker op punt te stellen zijn op interregionale basis, zal het Gewest, indien bij de twee andere Belgische Gewesten hiertoe de wil ontbreekt, de onderstaande initiatieven zelf ontwikkelen.

Voorschrift 2.1.

De regering zal actief deelnemen aan de onderhandelingen met de beide andere Belgische Gewesten voor akkoorden in verband met de verantwoordelijkheid van de producent voor : - Voertuigwrakken. Dit akkoord zal volgende doelstellingen bevatten, gebaseerd op het voorstel van een Richtlijn van de Europese Commissie : een percentage nuttige toepassing van 85% en een percentage recyclage van 80% (van het gewicht van de voertuigen) tegen het jaar 2005. Deze percentages moeten tegen het jaar 2015 tot respectievelijk 95% en 85% stijgen; - Banden. De doelstellingen zijn : * tegen het jaar 2000, 100 % van de versleten banden ophalen; * tegen het jaar 2000 minstens 25 % (in gewicht) van de versleten banden herrubberen; * tegen het jaar 2000 minstens 65 % (in gewicht) van de versleten banden nuttig toepassen (op een andere manier dan herrubberen) * tegen het jaar 2000 bij de verwijdering van versleten banden geen gebruik meer maken van storten of verbranden zonder energieterugwinning; - Elektrisch en elektronisch materiaal. Dit akkoord, gebaseerd op de doelstellingen die op Europees niveau werden bepaald, moet het hergebruik, de recyclage en de verwerking van gevaarlijke bestanddelen van deze toestellen mogelijk maken; - Papier. Dit akkoord moet toelaten om in 1998 in België ten minste 40 % en in 2001 75 % van het papier van huishoudelijke herkomst te recycleren.

Voorschrift 2.2.

Het Gewest zal met de beide andere Belgische Gewesten een gemeenschappelijk wettelijk initiatief overeenkomen voor een omkadering van de reeds getroffen initiatieven inzake het beheer van gebruikte batterijen in het kader van de eco-taksen, meer bepaald om een efficiënte recycling ervan te verzekeren. De hoeveelheid batterijen die zullen moeten worden opgehaald en gerecycleerd, zal gelijk zijn aan 40% van de op de markt gebrachte batterijen in 1996, 50% in 1997, 60% in 1998, 67,5% in 1999 en 75% in 2000.

Voorschrift 2.3.

De regering zal een wettelijk initiatief nemen voor het omkaderen van de toekomstige acties van de bij de eco-taksen op papier betrokken sectoren. Dit is met name het geval voor huis-aan-huisreclame en kantoorpapier.

Voorschrift 2.4.

De regering zal de leveranciers van bepaald gevaarlijk afval dat aan de basis ligt van gevaren of pollutie van water en lucht (meer bepaald organische oplosmiddelen en chloorhoudende oplosmiddelen, olie, gebruikte fotografische producten, gasflessen en al het huishoudelijk chemisch afval, met als prioriteit de oude geneesmiddelen) verplichten tot terugname.

HOOFDSTUK III. - Nuttige toepassing van huishoudelijk afval Het afvalplan 1992-1997 heeft voornamelijk gezorgd voor : - het niet-storten van huishoudelijk afval; - het mobiliseren van aanzienlijke kapitalen om de schadelijke uitstoot van rookgassen van de verbrandingsoven voor huishoudelijk afval te verlagen tot onder het niveau dat wordt opgelegd aan huisvuilverbrandingsinstallaties. - ophalingen van papier en karton door ANB in de hele regio; - een progressieve ontwikkeling door het ANB van de ophaling van verpakkingen, gedeeltelijk met de financiële steun van de vereniging van verantwoordelijken voor het op de markt brengen van verpakte goederen (FOST +) en vandaag de dag reeds bij 426.000 inwoners. - de uitbreiding van het net van glascontainers tot 380 sites; - de ophaling van huishoudelijk chemisch afval door ANB met mobiele vrachtwagens of in de groene plekjes bij handelaars of in de gemeente en de inzameling van batterijen in samenwerking met de vzw BEBAT; - de creatie van een containerpark ten noorden van Brussel, toegankelijk voor huishoudens en KMO's - de aanleg van containerparken door bepaalde gemeenten, o.a.

Sint-Joost en Schaarbeek. Er zijn nog andere, beperktere initiatieven in andere gemeenten; - de inzameling van textiel door NGO's; - de inzameling op verzoek van bepaalde gemeenten en van het ANB van groot huisvuil.

Het plan 1992-1997 heeft eveneens geleid tot de creatie door ANB van gemengde bedrijven die belast zijn met de ontwikkeling van centra voor de sortering van huishoudelijk verpakkingsafval en voor de hergroepering van oud papier/karton die kunnen worden gerecycleerd.

De bevolking neemt al wel deel, maar zeker nog niet in voldoende mate.

Het plan 1997-2002 zal zich voor de wijze van beheer van huishoudelijk afval toeleggen op het uitwerken van een volledige en optimale dienstverlening aan de bevolking aan de hand van de volgende punten : - de verbetering van de modaliteiten voor een selectieve ophaling van afval; - de uitbreiding tot het ganse Gewest van de selectieve huis-aan-huisophaling van verpakkingen; - de ontwikkeling van een dicht net van kleine gemeentelijke containerparken voor groot huisvuil, groenafval, huishoudelijk chemisch afval en gesorteerd steengruis; - de nuttige toepassing van organisch afval, zoals groenten-, fruit- en tuinafval (GFT); - de nuttige toepassing van versleten kleding, textiel en lederwaren; - de inrichting van plaatsen in de buurt voor vrijwillige levering : glascontainers en eco-plekjes; - de informatie en de sensibilisering in verband met selectieve ophaling; - de studie van alternatieven voor verwerking; - het afvaltransport via waterwegen; - de interregionale samenwerking; - de strijd tegen sluikstorten en illegale export van huishoudelijk afval - de herziening van de fiscaliteit inzake huishoudelijk afval.

Het Brusselse Gewest aanvaardt de volgende doelstellingen inzake sortering of recycling aan de bron voor het jaar 2002 : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld _______ Nota's (1) Behalve ijzerafval dat werd gerecupereerd uit slakken (2) IJzerafval dat uitsluitend van huishoudelijke herkomst is (3) Uitgedrukt in ton 1995 Om die doelstellingen te bereiken is het naast de opties inzake hergebruik (kleding, huishoudapparaten) of beheer beschreven onder 3.1. tot 3.6 essentieel een zeer ambitieuze politiek van sensibilisering van de bevolking uit te werken zoals voorzien onder 3.7. Het doel is inderdaad een verdubbeling van de deelname door bewoners waarvoor gescheiden ophaling bestaat. Een dergelijke evolutie kan slechts worden bereikt mits een volledige inzet van de bevolking.

Al de afvalstoffen die niet gerecycleerd worden of aan de bron gesorteerd worden met het oog op hun recyclage, zullen verbrand worden in de verbrandingsinstallatie voor huishoudelijk afval in NOH. De energie die geproduceerd wordt, wordt teruggewonnen. Ook de ijzerhoudende slakken worden gerecupereerd.

Naast deze doelstellingen inzake de materiële recyclage van afvalstoffen heeft ongeveer een derde van het verbrande afval een bruikbare energetische waarde, wat de productie van een hoeveelheid elektriciteit mogelijk maakt waarmee aan 5-6% van de energiebehoeften van het Gewest kan worden beantwoord. 3.1. Herziening van de modaliteiten voor een selectieve ophaling Momenteel zijn de modaliteiten voor ophaling niet overal in het Gewest dezelfde en zijn ze soms slecht ontworpen, vooral omwille van verschillen tussen reglementen, informatie op de blauwe en gele zakken en de realiteit van de ophalingen : - ophaling van grijze zakken twee keer per week; - ophaling in glascontainers en huis aan huis; - huis-aan-huisophaling van glazen, metalen, plastic of kartonnen verpakkingen een dag per week samen met de grijze zakken. Het karton mag in de blauwe zakken; - ophaling van papier en karton van verpakkingen twee keer per maand; - kleding wordt maandelijks van deur tot deur opgehaald of via een netwerk van houten verzamelhoekjes; - binnen eenzelfde gemeente bestaan verschillende ophaalzones naast elkaar, wat de communicatie via de gemeentelijke kanalen aanzienlijk bemoeilijkt.

De inzameling van afval, en vooral de selectieve inzameling bij grote flatgebouwen vraagt om een bijzondere aanpak gezien de speciale omstandigheden, namelijk het verplichte of facultatieve gebruik van bijzondere bakken op het privé-terrein.

Voorschrift 3.1.

De modaliteiten voor een selectieve huis-aan-huisophaling zullen als volgt worden aangepast vanaf 1998.

Het afval zal twee keer per week aan huis worden opgehaald. Een dag per week zullen zowel grijze zakken als blauwe zakken en papier/karton worden opgehaald. De andere dag zullen uitsluitend grijze zakken worden opgehaald.

Bovendien zullen de ophaalrondes in iedere gemeente op homogene wijze worden georganiseerd.

De recycleerbare verpakkingen worden opgehaald in blauwe zakken van 50, 80 of 120 liter. Het gaat daarbij om glazen flessen en potten, plastic flessen, conservenblikken en metalen dozen, drankkartons en andere kartonnen verpakkingen van voeding (kartonnen verpakkingen van graanprodukten, enz.).

Papier en karton worden opgehaald in gele zakken van 30 l, in dozen of in samengebonden balen. Het gaat om kranten, tijdschriften, reclamebladen, dozen, enz. 3.2. Uitbreiding van de selectieve huis-aan-huisophaling van verpakkingen Voorschrift 3.2.

Vanaf 1998 zal er voor de hele Brusselse bevolking een selectieve huis-aan-huisophaling zijn voor verpakkingen, georganiseerd door het ANB. 3.3. Een netwerk van kleine en grote containerparken Een net van containerparken wordt geïnstalleerd om bepaalde afvalcategorieën op te vangen waarvoor de bevolking niet over een optimale dienst beschikt : - groenafval; - grof huisvuil; - huishoudelijk chemisch afval.

Het net zal bestaan uit : - een vijftiental kleine gemeentelijke containerparken voor al het afval van louter huishoudelijke oorsprong. Verpakkingsafval of recycleerbaar papier zullen eveneens aanvaard worden. - vier grote gewestelijke stortplaatsen voor dezelfde afvalcategorieën als hierboven, maar ook, tegen betaling en in beperkte hoeveelheden, voor afval van KMO's en KMI's en renovatieafval van huishoudelijke oorsprong.

Iedere inwoner van het Gewest kan bij de containerparken terecht.

Bovendien worden deze containerparken uitgerust met kits om de bevolking te sensibiliseren voor sorteren/recycleren.

Voorschrift 3.3.

Het Gewest zal de investering van de gemeenten subsidiëren voor kleine containerparken die, naast papier en karton, ook groenafval, grof huisvuil en huishoudelijk chemisch afval aanvaarden. Dit afval van uitsluitend huishoudelijke oorsprong zal naar sorteer- of recyclagecentra worden geleid op kosten van het Gewest. Ander afval, zoals renovatieafval, kan worden aanvaard door de containerparken maar de evacuatie van dat afval zal worden gefactureerd aan de gemeenten tegen een tarief dat aanzet tot sortering. Er zal voorrang worden verleend aan de herstellingen en hergebruik, meer bepaald in het kader van de ontwikkeling van de sociale economie.

Het ANB en het BIM zullen in overleg met elke gemeente de uitbatingsmodaliteiten bepalen en instaan voor raadgeving en coördinatie. De modaliteiten zullen voor elk park afzonderlijk deel uitmaken van een overeenkomst.

Voorschrift 3.4.

Het ANB zal drie nieuwe containerparken openen voor hetzelfde afval maar ook, tegen betaling, voor renovatieafval van huishoudelijke oorsprong en voor afval van KMO's/KMI's. Het net van de 4 stortplaatsen zal heel het Gewest dekken. De sites die daarvoor in aanmerking komen, staan in bijlage 2. 3.4. De nuttige toepassing van het organisch afval Organisch afval vertegenwoordigt 32 % van de huishoudelijke vuilnisbak. Voor deze stroom zijn de volgende acties gepland : - ophaling van groen afval op vrijwillige basis; - seizoensgebonden huis-aan-huisophaling van groenafval; - aansporing tot individuele compostering; - implementatie, na pilootoperaties, van een huis-aan-huisophaling van organisch keuken- en tuinafval in bepaalde wijken; - ophaling van karkassen bij het « schapenfeest »; - aanmoedigen van een gedecentraliseerde compostering. 3.4.1. Inzameling van groenafval Groenafval wordt het hele jaar door geproduceerd, zij het in variabele hoeveelheden : de periode van december tot februari wordt gekenmerkt door een geringe productie en de periode van maart tot november door een gemiddelde productie, met piekmomenten in mei-juni en oktober.

Bovendien vormen de afgedankte kerstbomen een bijzonder symbolische afvalstroom waarvan de ophaling voor recyclage een boodschap inhoudt die de mensen gevoelig moet maken voor een recyclagebeleid.

Naast de inzameling in containerparken wordt groenafval aanvaard in containerparken en zal het het voorwerp vormen van huis-aan-huisophalingen. Het groenafval wordt verwerkt in een gewestelijk composteringscentrum.

Voorschrift 3.5.

Het ANB zal overgaan tot een huis-aan-huisophaling - van de kerstbomen in het begin van de maand januari; - van lentegroenafval in het midden van de maand juni; - van herstgroenafval op het einde van de maand oktober.

Voorschrift 3.6 Het Gewest zal op de site van de Bempt een gewestelijk composteringscentrum voor groenafval installeren. 3.4.2. Individueel composteren Individueel composteren is een middel om de bevolking zelf een deel van zijn organisch afval te laten behandelen. Volgens sommige studies in België en elders variëren de hoeveelheden afval die worden gecomposteerd door een persoon die individueel composteert tussen de 50 en de 100 kg per jaar. Anderzijds moeten de zones waarvoor het individuele composteren het gemakkelijkst kan worden gestimuleerd een groot aandeel van tuinen met een oppervlakte van meer dan 50m5 hebben.

Men heeft eveneens vastgesteld dat het aantal deelnemende bewoners in dergelijke zones bij 10 % kan liggen. Dit is vooral het geval als het systeem van taxatie hiertoe aanzet.

Voor het Brussels Gewest is het potentieel voor deelname aan het individueel composteren van de orde van grootte van 10.000 gezinnen.

Er bestaan verscheidene technieken voor een individuele compostering : compostering in plastic vaten; compostering met behulp van speciale regenwormen; compostering in een hoop die al dan niet wordt ingesloten door planken of een afsluiting.

De keuze tussen de verschillende technieken hangt in hoofdzaak af van de hoeveelheden en soorten te composteren afval. In geval van grote hoeveelheden of van een groot aandeel gemaaid gras, kiest men het best voor een eenvoudig systeem, omdat de composthoop in dergelijke gevallen gemakkelijk moet kunnen worden omgekeerd. In geval van een groot aandeel zeer vochtig keukenafval en kleine hoeveelheden « zacht » tuinafval, is het systeem met speciale regenwormen meer aangewezen.

In de handel vindt men speciale composteringsvaten, die misschien wel mooier ogen dan een gewone composthoop maar die het grote nadeel hebben dat ze vrij duur zijn.

Voorschrift 3.7.

Het BIM zal het individueel composteren bevorderen door : - het publiceren van een aangepaste technische documentatie; - de creatie van een netwerk van technische assistenten voor het composteren met de medewerking van de NGO's actief in natuuropvoeding; - de ontwikkeling, in samenwerking met het Netwerk voor Afvalbeperking, van sensibiliseringcampagnes gericht op de wijken waarvan de bewoners het meest vatbaar zijn voor het composteren van hun afval; - het samenstellen en opleiden van een netwerk van « meester-composteerders » - het aanmoedigen van een individuele compostering door het stimuleren van de vervaardiging van eenvoudige systemen.

Voorschrift 3.8.

Het BIM zal in het park van Woluwe een centrum inrichten waar de verschillende individuele-composteringstechnieken worden gedemonstreerd. Een speciaal opgeleid team vangt geïnteresseerden op en verstrekt hen al de gewenste informatie over de productie en het gebruik van compost. Er zullen ook regelmatig informatievergaderingen worden gehouden. 3.4.3. Gedecentraliseerde compostering Bepaalde lidstaten van de Europese Unie ontwikkelden met succes een aantal gedecentraliseerde composteringsexperimenten in samenwerking met tuinbouwers, landbouwers of moestuinhouders voor een kleinschalige compostering van groenten-, fruit- en tuinafval (GFT) dat hen door de inwoners wordt bezorgd.

In heel wat wijken met tuinen bestaan er activiteiten van het tuinbouw- of moestuintype die zich lenen voor de ontwikkeling van dat soort initiatieven.

Voorschrift 3.9.

Het BIM zal een partnerschap ontwikkelen met bepaalde tuinbouwers en andere betrokkenen met het oog op de uitbouw van een gedecentraliseerde compostering in de wijk. 3.4.4. Huis-aan-huisophaling van GFT-afval Daar waar composteren van alleen maar tuinafval reeds economisch rendabel is, is de technologische evolutie derwijze dat selectieve ophaling en aëroob composteren van groenten-, fruit- en tuinafval eveneens concurrerend zullen worden.

Volgens de ervaringen in het buitenland zorgt dit type van ophaling in dichtbevolkte of gemengde stedelijke gebieden voor problemen in verband met de hoeveelheid, waardoor compost van een minderwaardige kwaliteit ontstaat.

Anderzijds hangt het Gewest af van andere Belgische Gewesten voor de behandeling van dergelijk afval en voor de afzet van het compost.

Desondanks wil het Gewest zich engageren in de acties voor ophaling/composteren van GFT-afval. Het gaat daarbij om heel wat tonnen. In de groene wijken van het Gewest wordt het jaarlijks GFT-afval per inwoner geschat op 100 kg. Het Gewest stelt zich tot doel 10.000 ton GFT-afval per jaar op te halen tegen 2002 bij 10 % van de Brusselse bevolking in een horizontale woonomgeving (periferie of individuele woningen).

In die zone zal er voor een actieve sensibilisering inzake individuele compostering worden gezorgd om te voorkomen dat het gewoonlijk gecomposteerde afval terechtkomt bij de GFT-ophaling.

Voorschrift 3.10.

Het BIM en het ANB zullen de buitenlandse ervaringen bestuderen in verband met ophaling/recycling van GFT-afval gerealiseerd in omgevingen die vergelijkbaar zijn met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Op basis daarvan zullen het BIM en het ANB een reeks kleinschalige pilootprojecten starten met het oog op het bepalen van optimale zones en modaliteiten voor de ophaling die op lange termijn op het grondgebied van Brussel zal worden ontwikkeld.

Voorschrift 3.11.

Het Gewest zal de samenwerking met andere Belgische Gewesten zien te verkrijgen voor de mogelijke behandeling van GFT-afval dat selectief wordt opgehaald.

Voorschrift 3.12.

Vanaf 2001 zullen er GFT-ophalingen worden georganiseerd in horizontale woongebieden (periferie en individuele woningen), onder voorbehoud van de beschikbare verwerkingscapaciteit. 3.4.5. Ophaling van karkassen van schapen De verhoogde productie van karkassen van schapen naar aanleiding van het « schapenfeest » vereist een pragmatische oplossing vanwege het Gewest om de hygiëne te handhaven.

Voorschrift 3.13.

Naar aanleiding van het « schapenfeest » zal het ANB de installatie van een netwerk van containers bestuderen om de karkassen op te halen.

Men zal de betrokken inwoners voor de selectieve ophaling trachten te sensibiliseren. 3.5. Nuttige toepassing van versleten kleding, textiel en lederwaren De maandelijkse huis-aan-huisophaling gecombineerd met een netwerk van schuilhuisjes maakt de inzameling, het hergebruik en de recycling door NGO's mogelijk van ongeveer 20 % van het potentieel. Een belangrijk deel van de opgehaalde stroom is bedoeld voor hergebruik, waardoor deze operatie een initiatief wordt met een reële weerslag op afvalpreventie.

Contacten met vrijwillige medewerkers kunnen de giften aan verenigingen doen toenemen en de erg gunstige financiële balans voor het Gewest en de verenigingen nog verbeteren.

Voorschrift 3.14.

De regering zal de vrijwilligersorganisaties met een humanitaire doelstelling die instaan voor de ophaling en de recycling van versleten kleding, textiel en leder, blijven steunen; de huis-aan-huisophaling en een netwerk van houten verzamelhokjes wordt ontwikkeld.

Voorschrift 3.15.

Het BIM zal in de informatiecampagnes m.b.t. de afvalpreventie een belangrijk onderdeel voorzien met betrekking tot het hergebruik van versleten kleding, textiel en leder. 3.6. Inrichting van plaatsen in de buurt voor vrijwillige levering : glascontainers en eco-plekjes Om naast de huis-aan-huisophalingen nog via een andere manier bij te dragen tot de beoogde doelstelling voor de recyclage van glas (75 %), wordt enerzijds het bestaande glasbollennet uitgebreid en anderzijds de ruimtelijke verdeling ervan verbeterd in overleg met de gemeenten terwijl de plaats, door erop toe te zien en die van geschikt stadsmeubilair te voorzien, in goede staat wordt gehouden.

Een nieuwe generatie ingegraven glascontainers is op de markt gebracht en getest in het buitenland. Die bieden voordelen qua uitzicht en geluidshinder, vooral in een stedelijk milieu. Bepaalde nieuwe soorten containers zijn ook uitgerust met systemen die een automatische sortering per kleur, een verbrijzeling en een telegeleide controle van het vullen toelaten. Een dergelijke intelligente glascontainer wordt momenteel getest in Brussel.

Op de 380 sites met glascontainers kunnen er een vijftigtal omgevormd worden tot ecoplekjes. Ze zullen dus bovendien ook papier, karton, textiel, batterijen, enz. aanvaarden. Sommige van die sites, namelijk die in verticale woonzones, zouden ook blauwe en gele containers moeten bevatten voor het verpakkingsafval en het papier.

Het is belangrijk dat die inplantingen ontwikkeld worden met een harmonieus stedebouwkundig concept en dat het netwerk geografisch en demografisch evenwichtig verdeeld is.

De distributiesector schakelt over naar een vrijwillige inzameling van batterijen en moet de verzamel- of verzendverpakkingen inzamelen, overeenkomstig het samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval. Er valt te noteren dat in sommige buurlanden de grote distributiesector samenwerkt met de overheid om ecoplekjes op parkings in te richten.

Voorschrift 3.16.

Tegen het jaar 2000 zal het ANB het net van glascontainers uitbreiden tot 500 sites, die op een evenwichtige manier geografisch en demografisch verspreid zullen zijn en waarvan er 20 experimentele sites zullen zijn voor het gebruik van ingegraven containers.

Het ANB zal 50 sites met glascontainers indien mogelijk omvormen tot ecoplekjes. De lijst van die sites en de stedebouwkundige kenmerken ervan zullen in overleg met de gemeenten opgesteld worden.

Voorschrift 3.17.

Het BIM zal, na overleg met de distributiesector, in 1998 een sectorieel besluit voorstellen dat voorziet in de oprichting van ecoplekjes op zijn grote parkings : - voor verpakking; - versleten textiel; - batterijen; - papier. 3.7. Informatie en sensibilisering voor gescheiden ophaling De sensibilisering voor gescheiden ophaling om de bevolking te overtuigen afval te sorteren, heeft het voorwerp uitgemaakt van grote media-reclame sedert de lancering einde 1992. De overheid heeft gebruik gemaakt van hulpmiddelen zoals grote reclamepanelen, tramflanken, folders in alle bussen, radio en televisie. Voor die instrumenten, die af en toe gebruikt worden, zijn aanzienlijke budgetten nodig. Hun gebruik is echter slechts nuttig ter ondersteuning van plaatselijke communicatie-acties op het terrein. Een instrument voor communicatie dat daarentegen bijna de hele bevolking bereikt, is de zak voor gescheiden ophaling. Ook de redactionele artikelen in de kranten, vooral de gemeentelijke, zijn erg opgemerkt.

De bevolking vraagt op grote schaal eenvoudige instrumenten : een praktische sorteergids, een kalender voor de ophalingen, samen met zakken voor ophaling, en dit ondersteund door een grondige informatiecampagne over het waarom van de keuzen en modaliteiten, over de evolutie van de ophalingen, over de mogelijkheden inzake recycling en over de impact of het voordeel ervan.

Zodra echter een basispercentage van de bevolking is bereikt, blijven er nog talrijke personen over die om diverse redenen niet deelnemen.

Dat kan zijn om praktische redenen, wegens gebrek aan belangstelling of omdat ze niet meteen een voordeel zien. In de eerste betrokken gemeenten (Oudergem, Sint-Agatha-Berchem, Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Sint-Pieters-Woluwe,Y) was de deelname van in den beginne goed : de praktische problemen zoals de plaats of de kostprijs van de zakken waren erg zeldzaam. Bovendien werd de informatie gesteund door talrijke gratis zakken, daarna door reductiebonnen voor de zakken, het geheel ondersteund door regelmatige informatiecampagnes in de loop van het jaar (radio, mailings, flankreclame op trams in maart, mei).

De resultaten namen hoofdzakelijk af bij de uitbreiding van de inzameling, gelanceerd in juni g94. De informatiecampagne kende minder steun, terwijl ze bestemd was voor een bevolking die moeilijker was te sensibiliseren. Bij de laatste uitbreiding in oktober g96 hebben andere feiten het goede resultaat van de inzamelingen in het gedrang gebracht : de wijziging van de modaliteiten van ophaling en de boodschap inzake sorteren.

De waarneming op het terrein van de deelname op zeer plaatselijk vlak toonde een sterk verschillende graad van deelname aan, afhankelijk van : - de aard van de woning : huis of flat, oppervlakte, enz; - de aard van wijk, in relatie met de sociale controle; - de socio-economische en culturele situatie.

Kennelijk heeft de verslechtering van de participatieniveaus de noodzaak aangetoond van een beleid van vrijwillige inzet gecombineerd met het partnerschap tussen het Gewest (ANB, BIM) en de gemeenten, met de herziening van de modaliteiten van inzameling, aangepaste en grootschalige informatiecampagnes en fiscale aansporingen.

Voorschrift 3.18.

Het ANB zal regelmatig de bevolking sensibiliseren via brochures, artikels in de plaatselijke en dagelijkse media, enz. Daarbij komen de motieven, de context en de resultaten van de selectieve afvalophaling aan bod.

Het Gewest zal op drie niveaus informeren : - algemeen : sensibilisering voor het begrip sorteren; - plaatselijk : gebruik van contacten die dicht bij de bevolking staan, zoals de gemeente en de verenigingen of een netwerk van gemotiveerde burgers; - thematisch : ter gelegenheid van seizoensgebonden gebeurtenissen om te sensibiliseren voor het principe van het sorteren (kerstbomen,...).

Het Gewest zal er bovendien op toezien dat er samenhang en complementariteit bestaat tussen de gewestelijke communicatiecampagnes en deze ontwikkeld door organismen als FOST+ en BEBAT. Voorschrift 3.19.

Het ANB zal communicatiemiddelen verspreiden zoals een kalender, een sorteergids en plaatselijke kaarten met de mogelijkheden voor ophaling (huis-aan-huis, glascontainers, ecoplekjes, containerparken, inzameling van groenafval in parken, groene plekjes, enz) Voorschrift 3.20.

Het BIM zal de bevolking inlichten over de ecologische logo's en de betekenis ervan voor wat betreft de mogelijke recycling van de producten en de mogelijkheden inzake recycling (elektrische toestellen voor huishoudelijk gebruik, organisch afval, plastic, enz.). 3.8. Studie van alternatieven voor afvalverwerking Een aantal alternatieven voor afvalverbranding werden ontwikkeld en getest in Europa tijdens de afgelopen jaren (verder gevorderd dan het stadium van pilootprojecten). In de toekomst kunnen daar mogelijkheden liggen voor de verwerking van huishoudelijk afval door het Gewest of voor de verwerking van andere afvalstromen door de diverse actoren op de markt. Het gaat dan met name over de biomethanisatie, de aërobe compostering, de thermolyse, enz. In datzelfde kader zal het Gewest de mogelijkheden van nuttige toepassing van secundaire grondstoffen bij de toepassingen van akoestische isolatie bestuderen. Deze werkwijze kadert in de globale aanpak tegen lawaai in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Voorschrift 3.21 Het BIM zal een rapport voorstellen omtrent de alternatieven voor afvalverwerking, opgesteld in samenwerking met universitaire middens.

Het ANB werkt via het Begeleidingscomité mee aan de studie. Een mogelijke synergie met de andere Gewesten bij de toepassing van dergelijke technologieën wordt onderzocht. 3.9. Afvaltransport via waterwegen Omdat transport van huishoudelijk afval via waterwegen het zware wegtransport op gewestniveau zou verminderen, zou het zeker ten goede komen aan het leefmilieu.

Meer in het bijzonder kan het Gewest de verplichting opleggen om bouw- of sloopafval, of grof huisvuil over het water te vervoeren, zoals in andere Europese steden het geval is. Over de gevolgen van een dergelijke verplichting wordt eerst een studie gemaakt.

Het vervoer van huishoudelijk afval via waterwegen komt ook in belangrijke mate het milieu ten goede en moet aangemoedigd worden. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden genomen om hinder te vermijden.

Voorschrift 3.22.

Het ANB zal het project rond afvaltransport via waterwegen verder uitwerken. Daarvoor stelt het in 1998 aan de Regering een rapport voor met een beoordeling van de budgettaire gevolgen van het project, dat uiterlijk operationeel zou moeten zijn in 2002. Hierbij zal bijzondere aandacht gaan naar de sociale impact van dit project. 3.10. De interregionale samenwerking Bij het invoeren van een politiek van nuttige toepassing of verwijdering van huishoudelijk afval moet rekening worden gehouden met logistieke beperkingen en de beschikbaarheid van de nodige installaties. Als gevolg van de bijzonder geografische ligging van het Brussels Gewest, moet een interregionale samenwerking verzekerd worden om een optimale politiek inzake afvalbeheer te kunnen voeren.

Voorschrift 3.23.

Het Gewest zal bij de ander Belgische Gewesten tussenkomen om een optimale exploitatie van de installaties in de 3 Gewesten te verzekeren, waarbij zal worden rekening gehouden met de aard en de nabijheid van de afvalstromen. 3.11 De strijd tegen sluikstorten en illegale export van huishoudelijk afval Het Gewest wordt steeds vaker geconfronteerd met illegale aanvoer van huishoudelijk afval. Deze situatie kan het gevolg zijn van de wijze van taxeren die wordt toegepast in de andere Gewesten (waardoor de financiële druk te zwaar wordt) en van de ophaalmodaliteiten die door de bevolking als een probleem worden ervaren.

Voorschrift 3.24.

Het Gewest zal een serie acties ontwikkelen om op een efficiënte wijze de illegale aanvoer van huishoudelijk afval te bestrijden. Dit zal ondermeer gebeuren door de aanpak ervan door het BIM en het ANB en door overleg met gemeenten die grenzen aan het Gewest. 3.12 De herziening van de fiscaliteit inzake huishoudelijk afval In het Brussels Gewest wordt de openbare dienstverlening van ophaling en beheer van huishoudelijk afval bekostigd met het algemeen budget van het Gewest.

Buitenlandse ervaringen tonen aan dat de invoering van een fiscaal regime dat met de hoeveelheid geproduceerd afval in verhouding staat, blijkbaar zorgt voor een verhoogde deelname van de bevolking aan het sorteren-recycleren (voor zover de gesorteerde afvalstoffen onder een lager tarief vallen) en zelfs een vermindering van de afvalproductie.

De invoering van een dergelijk systeem in het Brussels Gewest zal in overweging kunnen genomen worden van zodra de ganse bevolking zal kunnen deelnemen aan dezelfde mogelijkheden inzake sorteren en recycleren.

Voorschrift 3.25.

Het BIM en het ANB werken samen aan een voorstel tot gewestelijke fiscale hervormingen waarbij men wil komen tot een fiscaliteit die evenredig is met de afvalproductie. Het voorstel zal worden voorgesteld in 1999 en zal gegevens bevatten over : - stand van zaken in nabijgelegen Gewesten/gemeenten; - de impact van een gedifferentieerd taxatiesysteem op de afvalproductie; - de studie van een heffingenstelsel gebaseerd op het volume huishoudelijk afval alsook een manier om gerecycleerd afval gedifferentieerd te factureren; - de analyse van eventuele negatieve effecten en van de middelen om die te voorkomen; - de analyse van verschillende scenario's voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; - de sociaal-economische weerslag op de gezinnen, meer bepaald naargelang van hun samenstelling; - de te nemen sociale maatregelen; - de te beschouwen afvalstromen (blauwe, gele, grijze zakken, GFT-afval, grof huisvuil,...). 3.13. Selectieve ophaling van afval in openbare ruimten Momenteel zijn de openbare ruimten slechts uitgerust met niet-selectieve vuilnisbakken. Met de veralgemening van de selectieve verpakkingsophalingen moet er een selectieve inzameling worden voorzien in alle openbare ruimten.

Voorschrift 3.26 De regering zal zorgen voor een geleidelijke vervanging of aanpassing van de niet-selectieve vuilnisbakken in de openbare ruimten aan een selectieve inzameling van het afval.

Vanaf het jaar 2000 zal het BIM de parken en bossen die onder zijn beheer vallen uitrusten met selectieve vuilnisbakken.

HOOFDSTUK IV. - Beheer van afval dat de openbare reinheid in het gedrang brengt Bepaalde soorten afval zoals uitwerpselen van honden en grof huisvuil of onwettig gestort puin brengen de openbare reinheid in het gedrang.

Dat probleem vereist specifieke acties die zowel te maken hebben met organisatie als met openbare dienst en gedrag.

Voorschrift 4.1.

Het ANB stelt vanaf 1998 een Gewestelijke Reinheidsprogramma voor.

HOOFDSTUK V. - Nuttige toepassing en verwijdering van niet-huishoudelijk afval in milieuvriendelijke omstandigheden 5.1. Algemene verwerkingsvoorwaarden 5.1.1. Ongevaarlijk niet-huishoudelijk afval Het ongevaarlijk niet-huishoudelijk afval wordt jaarlijks geraamd op 2.300.000 ton, inbegrepen uitgegraven grond, maar uitgezonderd het slib.

Dat afval wordt op verschillende manieren verwerkt : recyclage, verbranding met of zonder energierecuperatie, storting. Ook in dit kader zal het Gewest de mogelijkheden inzake nuttige toepassing van secundaire grondstoffen in akoestisch isolatiemateriaal bestuderen.

Deze aanpak kadert in de algemene strijd tegen het lawaai in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Voor 2002 streeft men de volgende doelstellingen na i.v.m. de afvalverwerking : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Dat zal bereikt worden door een beleid per sector en per afvalstroom, zoals verder in dit hoofdstuk beschreven, door het geoptimaliseerd gebruik van de bestaande verbrandingscapaciteit van de oven in Neder-over-Heembeek en door de combinatie van een wettelijke verplichting en nieuwe ontwikkelingen inzake de tarieven die het ANB hanteert om zo tot sorteren-recycleren aan te zetten.

Voorschrift 5.1.

Voor een optimaal gebruik van de bestaande verbrandingscapaciteit van de oven van Neder-over-Heembeek, stelt het Gewest een aantal rechtsregels op ter beperking van de verbranding van ongevaarlijk niet-huishoudelijk afval tot het verbrandbare restafval dat ontstaat na een sorteren aan de bron of op gecentraliseerde basis. Deze sortering moet bij de klanten van het ANB aan de hand van de tarieven aangemoedigd worden.

Voorschrift 5.2 Bij het uitreiken van milieuvergunningen zullen het BIM en de gemeenten voorwaarden opnemen waardoor bepaalde afvalstromen gerecycleerd zullen moeten worden. 5.1.2. Gevaarlijk niet-huishoudelijk afval Het gevaarlijk niet-huishoudelijk afval wordt jaarlijks geraamd op 40.000 tot 60.000 ton, waarvan 11.600 ton vliegas door verbranding.

Het Gewest stelt zich tot doel om tegen 2002 al het gevaarlijk niet-huishoudelijk afval onder controle te hebben.

Voorschrift 5.3 Het BIM zal de controles in sectoren die gevaarlijk afval produceren, versterken. 5.2. Sectoriële benadering 5.2.1. Afval van scholen De productie van afval door scholen wordt bij eerste benadering geschat op 10.000 ton per jaar. Het Gewest heeft zich tegen 2002 tot doel gesteld 40 % van dat afval te recycleren en het volledige net van lagere en middelbare scholen te laten deelnemen aan het selectief sorteren.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn er enkel bepaalde scholen die hun afval sorteren en zich verbinden tot een beleid van eco-consumptie. Anderzijds zorgt het Gewest voor gratis ophaling van afval voor alle onderwijsinstellingen.

De scholen vormen een bijzonder goed kanaal voor de sensibilisering van de huidige actoren van de maatschappij, meer bepaald de families, en voor de sensibilisering van de volwassenen die morgen de sociale structuur in Brussel zullen bepalen. Een actie op het niveau van de scholen moet dus prioritair zijn met het oog op de hervorming van de wijze van afvalbeheer en consumptie van de bevolking. Het is eveneens belangrijk in de scholen de instructies voor het sorteren van afval te verduidelijken.

Voorschrift 5.4.

In uitvoering van de tariferingsregels die werden aangenomen in juli 1997, zal het ANB aan de scholen voorstellen verder te gaan met de gratis ophaling van afval op voorwaarde dat ze zich engageren te sorteren en dit enkel volgens de modaliteiten voorgesteld door het Gewest en niet door anderen.

De scholen zullen zich ertoe verbinden hun afval te sorteren. In deze actie, worden ze door het Agentschap Brussel Net en het BIM gesteund (ter beschikking stellen van aangepaste materieel, folders, enz...).

Voorschrift 5.5.

Het BIM en het ANB zullen de geschikte kanalen voor de Brusselse onderwijswereld samenbrengen om de integratie van de afvalpreventie en van de selectieve inzamelingen in een pedagogische kader te garanderen. 5.2.2. Kantoorafval De erg sterke aanwezigheid van de tertiaire en administratieve sector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest maakt die sector prioritair. Het aantal personen betrokken bij het dagelijks sorteren op het werk in kantoren is aanzienlijk : meer dan 440.000 personen. Wat het afval betreft zijn het aanzienlijke hoeveelheden papier die weinig de beschikbare kanalen gebruiken : 40.000 ton per jaar.

Het Gewest streeft ernaar 80 % van dat afval te recycleren.

Het BIM heeft met de omzendbrief en het charter kantoorafval bij meer dan 240 organismen een nieuwe logica voor afvalbeheer en consumptie ontketend.

De balans van de operatie heeft aangetoond dat tot op heden de verwezenlijkingen van de ondernemingen, verenigingen en administraties inzake afvalbeheer vooral betrekking hebben gehad op papier waarvoor de economische balans het gunstigste is.

Het is belangrijk zeker te zijn dat alle papierafval dat geproduceerd wordt door de tertiaire sector, gerecycleerd wordt. Dat zou kunnen gerealiseerd worden door een wettelijke verplichting.

Bovendien moet het charter kantoorafval worden geheroriënteerd en ontwikkeld ten aanzien van preventie.

Voorschrift 5.6.

De regering zal een besluit goedkeuren dat alle bureau-activiteiten zal verplichten afval in vier fracties te sorteren : - recycleerbare verpakking; - papier; - gevaarlijk afval; - restfractie. 5.2.3. Bouw- en sloopafval In 1995 werd minder dan 25 % van het bouw- of sloopafval verwijderd door storting (uitgezonderd uitgegraven grond). Uitgegraven grond wordt gebruikt voor ophogingen en maken dus geen deel uit van de verwijdering.

Het Gewest heeft als doel dat percentage tegen 2002 naar 5 % te brengen (uitgezonderd grond).

Een toenemend gedeelte van het bouw- en sloopafval volgt de recyclingketen. Het gaat voornamelijk over de steen- en zandachtige afvalfractie. Ze vormen het voorwerp van het besluit van 16 maart 1995 dat recycling oplegt op voorwaarde dat de markt het gerecycleerde bouwmateriaal kan verwerken en van de ministeriële omzendbrief van 9 mei 1995 die de mogelijkheid voorziet gerecycleerd bouwmateriaal op openbare werven te gebruiken.

Toch hebben de werfverantwoordelijken het sorteren maar gedeeltelijk geïntegreerd in hun manier van organiseren en op vele openbare werven wordt nog geen gerecycleerd materiaal gebruikt.

Voorschrift 5.7.

De regering zal in het lastenboek « type 150 », clausules inlassen : - die het gebruik van gerecycleerd materiaal afkomstig van bouw- en sloopafval toestaan; - die de transparantie van de afvalbeheerskosten verzekeren.

Voorschrift 5.8.

Het BIM zal samen met de representatieve of wetenschappelijke organisaties van de sector zorgen voor een brede sensibiliseringcampagne voor de werfverantwoordelijken. Daarbij ligt de nadruk vooral op een beter sorteren op de werf zodat bepaald afval gerecycleerd of rechtstreeks gebruikt kan worden voor ophoging. 5.2.4. Speciale afvalstoffen van activiteiten inzake gezondheidszorg Tussen het bij gezondheidszorg geproduceerde afval vindt men een afvalcategorie die geen speciale karakteristieken vertoont (afval van kantines en kantoren, niet besmette verpakking, Y) en een afvalcategorie met speciale kenmerken : speciale afvalstoffen van activiteiten inzake gezondheidszorg (besmet afval, anatomische delen en vloeistoffen, prikkende en snijdende voorwerpen, cytostatica).

De preventie van afvalstoffen van activiteiten inzake gezondheidszorg werd besproken in hoofdstuk 1. Het beheer van speciale afvalstoffen vraagt aanvullende initiatieven naast die van het plan 1992-1997 met het oog op een verbetering van het beheer ervan.

In het kader van de speciale afvalstoffen maakt men een onderscheid tussen : - speciale afvalstoffen van ziekenhuizen, of meer dan 99 % van het speciale afval; - speciale afvalstoffen die op een verspreide manier worden geproduceerd door verschillende beroepen (tandartsen, verpleegkundigen, artsen, dierenartsen,...); - speciale afvalstoffen van de thuiszorg (behandeling met insuline, enz.). 5.2.4.1. Speciale ziekenhuisafvalstoffen Uiteindelijk zal de hoeveelheid te beheren speciale afvalstoffen komende van ziekenhuizen minder bedragen dan 1.000 ton per jaar en bijna uitsluitend van ziekenhuizen komen.

Dit afval vereist een specifieke behandeling volgens een van de volgende drie procédés : 1. verbranding in een gespecialiseerde installatie.Dergelijke installaties bestaan in de drie Gewesten; 2. verbranding in een installatie voor huishoudelijk en gelijkgesteld afval, waarbij de oven rechtstreeks wordt gestookt met een rechtstreekse toegangstrechter en een specifieke behandelingsketen.De inwerkingstelling van een dergelijke installatie is voorzien voor 1998 in het Waals Gewest; 3. ontsmetting gevolgd door verbranding van het ontsmette afval in een installatie voor huishoudelijk en gelijkgesteld afval. De globale kosten (verpakking, transport, eventuele voorafgaande behandeling, verbranding) zijn bijna dezelfde voor procédé 2 en 3 en zijn het hoogst voor de eerste optie.

Voorschrift 5.9.

De regering zal een subsidie toekennen, beperkt tot 25 miljoen, voor de investering door het Erasmus-ziekenhuis van een grootschalige ontsmettingsinstallatie die toegankelijk is voor alle ziekenhuizen van Brussel.

Voorschrift 5.10.

De regering aanvaardt de conversie van het verbrandingscentrum voor speciaal afval van de Universitaire Ziekenhuizen van Saint-Luc in een voor de Brusselse ziekenhuizen bestemd centrum voor het ontsmetten van dergelijk afval. 5.2.4.2. Speciale afvalstoffen die op een verspreide manier worden geproduceerd Het verspreide afval bestaat vooral uit prikkende of snijdende voorwerpen.

De ophalingsdiensten opgericht door de economische operatoren blijken niet te beantwoorden aan de noden van de sector en zijn erg duur.

Om de synergieën te bevorderen tussen actoren uit de medische wereld en het ontstaan van meer geschikte diensten, moeten de reglementen aangepast worden aan de werkelijkheid van de verspreide speciale afvalstoffen, voornamelijk inzake ophaling en transport.

Voorschrift 5.11.

De regering zal het besluit betreffende het beheer van afvalstoffen van activiteiten in de gezondheidszorg wijzigen om : de sector toe te laten kleine hoeveelheden speciale afvalstoffen aan een ziekenhuis af te geven dat beroep doet op een erkend afvalverwerkingsbedrijf; de terugname toe te laten van sommige speciale afvalstoffen door de leverancier van diensten of goederen in verband met deze speciale afvalstoffen; de sector de mogelijkheid te bieden kleine hoeveelheden speciale afvalstoffen aan een hergroeperingscentrum in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest af te geven. 5.2.4.3. Speciale afvalstoffen in de thuiszorg Sommige zieken verzorgen zichzelf thuis, wat leidt tot productie van speciale afvalstoffen zonder dat er een dienst voorgesteld wordt voor de ophaling ervan.

Voorschrift 5.12.

ANB zal de dienst van ophaling van huishoudelijk chemisch afval uitbreiden tot de ophaling van speciale afvalstoffen die geproduceerd worden door zieken die thuis worden verzorgd. 5.2.5. Afval uit de HORECA-sector Verpakkingen die deel uitmaken van het samenwerkingsakkoord betreffende het verpakkingsafval evenals organisch afval waarvan de recyclage in concurrentie begint te treden met de verbranding ervan, zijn twee afvalstromen die absoluut in aanmerking komen voor recyclage.

In eerste instantie schat men de productie van afval door de HORECA in het Gewest Brussel op : 27.000 ton per jaar voor verpakkingsafval, waarvan bij benadering 40 % karton en 50 % glas; een minimum van 10.000 ton per jaar organisch afval.

Anderzijds wordt de HORECA-sector geconfronteerd met de problematiek van het beheer van ander afval zoals voedingsolie en afval van ontvetters.

Het Gewest heeft als doel tegen 2002 70 % van het verpakkingsafval en 70 % van het organisch afval van de HORECA-sector te recycleren.

Voorschrift 5.13.

Binnen een jaar na de aanvaarding van het plan zal het BIM de problematiek van afval van de HORECA analyseren. Daarna zal het BIM een sectorieel preventie- en beheersplan voorstellen en dat voorleggen aan de representatieve organismen van de sector.

Voorschrift 5.14.

Aan het einde van het derde jaar na de invoering van het plan zal de Regering de opportuniteit evalueren dat het organisch afval van de ondernemingen uit de HORECA-sector die grote hoeveelheden produceren, selectief moet worden opgehaald om gerecycleerd te worden. 5.3. Benadering volgens type afval 5.3.1. Slib De studie van slib heeft aangetoond dat deze problematiek : - zich bevond in een juridisch vacuüm vooral voor wat betreft de verantwoordelijkheid en de verplichting infrastructuren te onderhouden; - efficiënte behandelingsprocédés nodig heeft die verbonden zijn met zuiveringsstations - afhankelijk van de oorsprong drie verschillende soorten slib bevat : 1. baggerslib van het kanaal en de reiniging van vijvers en rivieren. Dat gemengd slib (biologisch afbreekbaar en oplosbaar) dat vaak sterk vervuild is, bestaat hoofdzakelijk uit baggerslib van het kanaal. Het is van het hoogste belang dat het BHG de garantie krijgt dat het baggerslib tegen redelijke economische voorwaarden gezuiverd en nuttig hergebruikt wordt. 2. slib van riolen (straatkolken, aflopen, collectoren, storm- en modderbekkens en septische putten) dat rijk is aan organische stoffen. De andere zijn hoofdzakelijk zandhoudend; 3. slib van waterzuivering en waterzuiveringsstations. Vervuild water brengt vervuild slib met zich mee. Kwalitatieve preventie van slib is mogelijk door aan de bron de polluenten in het water te verwijderen, die later in het slib zouden terechtkomen. Een groot deel van de vervuiling is te wijten aan de industrie. Ook de recente waterheffing kan leiden tot een progressieve reductie van de watervervuiling.

Een betere slibkwaliteit zal zorgen voor een lichtere en minder dure verwerking achteraf en zal ook de mogelijkheden voor latere afzetmogelijkheden uitbreiden.

De hoeveelheid zuiveringsslib neemt progressief toe in alle Europese landen. Dat zal ook het geval zijn voor het Gewest wanneer de zuiveringsstations in werking treden. De meest gebruikelijke verwerkingen zijn de storting en de nuttige toepassing, met name in de landbouw. Het storten wordt echter steeds meer beperkt, terwijl het landbouwgebruik steeds strengere regels opgelegd krijgt door het risico op bodem- of grondwaterverontreiniging.

Een nieuwe uitweg, de verbranding, doet langzaam zijn intrede in Europa, vooral bij zuiveringsinstallaties met grote capaciteit. Deze verbranding gebeurt ofwel in specifieke installaties ofwel vermengd met huishoudelijk afval.

De aanwending in de landbouw lijkt op het eerste zicht aantrekkelijk.

Bij nader inzien vergt dat echter een bepaalde slibkwaliteit, arm aan polluenten, ziektekiemen, enz. en rijk aan organisch materiaal. In de hypothese dat alle giftige industriële lozingen beheerd worden en dat het slib na waterzuivering niet vervuild is, blijft nog steeds het probleem van de bestemming voor dat slib over. Wanneer de landbouwgrond ver van het zuiveringsstation gelegen is, beperken de kosten voor opslag, voorafgaande bewerking en transport de mogelijkheid om slib uit te strooien op landbouwgrond in aanzienlijke mate. Deze aanwending van slib is dan ook erg beperkt in Vlaanderen.

Bovendien kent de methode heel wat beperkingen van de afzet in de landbouw in bepaalde Europese Lidstaten, met name in Nederland en Duitsland.

Voor het station van Brussel-Zuid werd gekozen voor de slibverwerking in een speciale verbrandingsoven. Het station zal vanaf 1998 het water behandelen van het equivalent van 360.000 inwoners. Het geproduceerde slib zal verbrand worden in een installatie met vloeibare laag op de site van het zuiveringsstation.

Het Station Noord zal van aanzienlijke omvang zijn (equivalent van 1.100.000 inwoners), nabij de verbrandingsoven van Neder-over-Heembeek. Momenteel is nog niets beslist over de methode van verwerking van het slib. Dat moet nog nader onderzocht worden.

Niettemin bepaalt het akkoord dat werd afgesloten met het Vlaams Gewest dat het Vlaams Gewest een deel van dit slib zal verwerken. De uitvoeringsmodaliteiten van dit akkoord worden nog onderzocht.

Ander slib, rijk aan organisch materiaal, kan in een zuiveringsstation verwerkt worden. Het gaat dan om slijk van septische putten, stormbekkens en sommige riolen en collectoren. Die van meer zanderige aard moeten eerst een granulometrische scheiding, een wasbeurt en een droogbeurt ondergaan. Zand en grind kan opnieuw van pas komen in de bouwsector (soms na zuivering), terwijl het organische deel in een zuiveringsstation verwerkt kan worden. Dat geldt voor slib afkomstig van baggerwerk en het meeste slib van riolen, collectoren en straatkolken.

Voor zwaar vervuild slib is de scheiding van de meest vervuilde granulometrische fractie een absolute voorwaarde voor enige manier van nuttige toepassing. Dat vergt voorafgaande analyses en het bestaan van een wetgeving.

Bij een eerste benadering wordt de hoeveelheid van de verschillende soorten slib geraamd op : - zuiveringsslib :Zuid-station : 7 000 tot 12 000 t/j droge materie Noord-station : 20000 tot 32 000 t/j droge materie - slib van straatkolken : 5 000 tot 10 000 m3/jaar vochtige materie - slib van riolen : minimum 2000 m3/jaar vochtige materie - slib van septische putten : 4 000 m3/jaar vochtige materie - slib van baggerwerk in het kanaal : 57 000 m3/jaar vochtige materie.

Slib van ruimingscollectoren van vijvers en rivieren werd niet ingeschat.

Voorschrift 5.15.

Het BIM zal in 1998 een rapport voorstellen in verband met de oorsprong van de ongewenste bestanddelen van slib, met voorstellen om de hoeveelheid te verminderen en zo de nuttige toepassing van het slib te bevorderen. Dat rapport zal ondermeer de rol van een meetnetwerk voor de controle en inspecties, een hervorming van de belasting op waterlozingen en een beroep op schone technologieën bevatten.

Voorschrift 5.16.

Het BIM en het BUV zullen een gemeenschappelijk rapport voorstellen met de analyse van het probleem van slib dat wordt voortgebracht door het zuiveringsnet en meer bepaald i.v.m. het slib van het toekomstige zuiveringsstation Brussel-Noord. Bijzonder aandacht gaat naar de kwantitatieve preventie en de geschikte verwerkingsmethodes, rekening houdend met economische en milieugebonden verplichtingen.

Voorschrift 5.17.

De regering zal beheersmodaliteiten voor slib goedkeuren, meer bepaald : - de identificatie van de verantwoordelijken van de verschillende soorten slib; - de onderhoudsfrequentie van de infrastructuur en hydraulische wegen; - de wijze van behandeling van de verschillende slibsoorten, met inbegrip van de beperking of het verbod van bepaalde praktijken, zoals bijvoorbeeld het uitspreiden over terreinen of bermen; - er zal in ieder geval geen nieuwe verbrandingsinstallatie worden gebouwd in het Brusselse Gewest voor het behandelen van het slib van het Noordstation.

Voorschrift 5.18.

De regering zal de synergieën voor het beheer van organisch of zandhoudend slib in de bestaande installaties in het Gewest voor waterzuivering en afvalverbranding begunstigen. 5.3.2. Gevaarlijk afval Als de ophaling van gevaarlijk afval vooruitgang boekt voor verschillende categorieën, dan zal het Gewest haar kennis terzake aanzienlijk verhogen. Bovendien moeten het systeem voor de erkenning en de voorwaarden voor de ophaling van gevaarlijk afval gerationaliseerd worden. Het gaat over : 1. de reductie van de administratieve heffing eigen aan het systeem van erkenningen, gepaard gaande met een verhoogde efficiëntie;2. de creatie van een vereenvoudigd systeem voor : - de terugname van afval door de leverancier; - de toelating van levering, tegen betaling, van kleine hoeveelheden aan een erkend hergroeperingscentrum in het Gewest.

Bovendien is het noodzakelijk de hoeveelheden van bepaalde soorten gevaarlijk vloeibaar afval te verminderen dat in de goot wordt gegooid door economische en huishoudelijke actoren. Er moet een plan worden goedgekeurd in samenspraak met de andere Belgische Gewesten om PCB's te verwijderen.

Voorschrift 5.19.

De regering zal de procedure voor de erkenning van de verwerkingsbedrijven van gevaarlijk afval wijzigen : 1. De verplichting tot erkenning wordt een verplichting tot registratie.2. De Regering bepaalt de voorwaarden voor registratie.3. De niet-naleving van die voorwaarden kan de intrekking van de registratie tot gevolg hebben. Voorschrift 5.20.

De regering zal een besluit goedkeuren voor een vereenvoudigde registratieprocedure voor de leveranciers van producten die het afval ingevolge het gebruik van deze producten willen terugnemen als het gaat over duidelijk gespecificeerde producten.

Voorschrift 5.21.

De regering zal de voorschriften in verband met de ophaling van gevaarlijk afval wijzigen om in geval van kleine hoeveelheden gevaarlijk afval het transport door de houder toe te staan en de afgifte aan een hergroeperingscentrum, erkend door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, toe te laten.

Voorschrift 5.22.

De regering zal bij de federale regering tussenkomen om bij de verplichte etikettering van producten die zorgen voor gevaarlijk afval, ook de verplichte beheerswijze voor dat type van afval te laten vermelden.

Voorschrift 5.23.

De regering zal een plan voor de verwijdering van PCB's goedkeuren. 5.3.3. Slakken Slakken zijn een potentieel voor recycling in bepaalde toepassingen van wegenbouw, infrastructuur en gebouwen. Het ANB beschikt over een brevet betreffende de fabricatie van bouwblokken en kreeg van de Regering de opdracht om een gemengde onderneming op te richten voor de commerciële exploitatie van dat brevet.

Toch vraagt het gehalte aan verschillende bestanddelen in de slakken een voorafgaande controle van de recyclingtoepassingen voor onderfunderingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vooral in verband met de problematiek van de bodemvervuiling. De oorsprong van deze componenten moet worden bestudeerd en de hoeveelheid ervan moet worden verminderd.

Bij de ontwikkeling van het transport van afval via waterwegen zal het gebruik ervan voor slakken overwogen worden.

Tegen 2002 wil het Gewest het storten van de recyclageresidu's van de slakken beperken.

Voorschrift 5.24.

Het agentschap Net Brussel zal de slakken naar installaties voor recycling leiden.

Voorschrift 5.25.

Het Gewest zal normen en een procedure goedkeuren om de recycling van de slakken mogelijk te maken.

Voorschrift 5.26.

Het BIM zal samen met ANB een rapport voorstellen over de oorsprong van de ongewenste bestanddelen in slakken. Het BIM zal sectoriële preventieprogramma's ter vermindering ervan voorstellen. Het ANB beoordeelt de mogelijke wijzigingen in de ophalingsmodaliteiten om zo een betere slakkenkwaliteit te bereiken. 5.3.4 Dierlijk afval.

Dierlijk afval is in Brussel vooral afkomstig van de inrichtingen voor de verwerking van dierlijke producten, zoals slachthuizen, vleesversnijders, slagers, charcuteriezaken, enz.

Het afval van die inrichtingen wordt gescheiden in afval met hoog risico en afval met klein risico. De eerste groep bestaat uit de dieren of dierlijke resten die ongeschikt zijn voor menselijke consumptie of waarover twijfel bestaat : bedorven of met verboden farmaceutische stoffen besmet vlees, vervallen conserven, dieren met voor mens of dier besmettelijke ziekten. Tot dezelfde groep behoren ook de dierlijke kadavers zoals die van honden en katten en van dieren die dood werden aangetroffen langs wegen of in parken.

Het afval met klein risico bestaat onder andere uit huiden, wol en vlees met twijfelachtige kleur of samenstelling, enz.

Mits ernstige controle van de verwerkingsprocedures en de afgeleide producten is het meeste afval valoriseerbaar : dierlijk afval met hoog risico wordt na vernietiging van de pathogene elementen gebruikt in de vorm van meel voor de bereiding van mest of dierenvoer. Afval met klein risico komt van pas bij de productie van voer voor huisdieren of van technische of farmaceutische producten.

Op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt zich geen fabriek voor de verwerking van dierlijke resten. Ze worden in andere regio's van het land geëlimineerd.

Als gevolg van de frauduleuze praktijken in het kader van de bestrijding van de dolle koeienziekte is het van belang om de controles op het dierlijk afval uit te breiden, in samenwerking met de andere betrokken actoren : het Federaal Ministerie voor Volksgezondheid, het Federaal Landbouwministerie en de twee andere Gewesten van het Land.

Voorschrift 5.27.

Na advies van de betrokken federale overheden zal het Gewest de wetgeving op dierlijk afval wijzigen en aanvullen, ter verbetering van de identificering en klassering ervan en met het oog op een betere controle op de verwijderingskanalen, met name om te voorkomen dat kadavers van dieren het kanaal van de vervaardiging van dierlijke meelsoorten volgen. 5.3.5. Afval afkomstig van de rijnvaart en de binnenvaart Het verdrag van Straatsburg van 9 september 1996 inzake het inzamelen, opslaan en ontvangen van afval afkomstig van de rijnvaart en de binnenvaart voorziet bepaalde verplichtingen die moeten worden toegepast door de Gewesten.

Voorschrift 5.28 De haven van Brussel zal een infrastructuur voorzien voor het inzamelen, opslaan en ontvangen van het afval bedoeld in het verdrag van Straatsburg.

De haven zal bijzondere aandacht besteden aan het gebruiksgemak van die infrastructuur.

HOOFDSTUK VI. - Verpakkingen Dit hoofdstuk bevat alle maatregelen van het Plan die rechtstreeks betrekking hebben op verpakkingsafval.

De productie van verpakkingsafval voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt geschat op : 1. 80.000 t/j voor de gezinnen, waarvan 41 % glas, 24 % plastic, 16 % karton, 9 % metaal, 6 % drankkartons en 4 % papier. De drankverpakkingen vertegenwoordigen ongeveer 40 % van het huishoudelijk verpakkingsafval; 2. tussen 60.000 en 100.000 t/j voor de andere betrokken partijen, waarvan de helft papier en karton. De voornaamste verpakkingsafval producerende sectoren zijn de handel (" 50 %), de horeca (" 30 %) en de kantoren (" 5 %). De rest is afkomstig van de bouw, de industrie en de landbouw. 6.1. Algemene maatregelen Overeenkomstig de Ordonnantie van 24 januari 1997 houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord betreffende het beheer van het verpakkingsafval 1. wordt het verpakkingsafval gerecycleerd en nuttig toegepast volgens het volgende schema : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De verpakkingsverantwoordelijken staan in voor de verplichte naleving ervan. 2. moeten producenten van meer dan 10 ton verpakkingen per jaar een driejaarlijks algemeen preventieplan indienen met de geplande maatregelen en de doelstellingen in cijfers omtrent : a) de verhoging van het aandeel recycleerbaar verpakkingsafval t.o.v. het niet-recycleerbare deel; b) de verhoging van het aandeel herbruikbaar verpakkingsafval t.o.v. het niet-herbruikbare deel; c) de verbetering van de fysische eigenschappen en kenmerken van de verpakking, zodat het meerdere keren een normale gebruikscyclus kan doorlopen of gerecycleerd kan worden zonder schade toe te brengen aan het leefmilieu;d) de verbetering van de fysische eigenschappen en chemische samenstelling van de verpakking, zodat ze minder schadelijke bestanddelen bevat en het beheer van het verpakkingsafval minder belastend is voor het milieu. De Brusselse vertegenwoordigers bij de Interregionale Verpakkingscommissie zullen bijzondere aandacht besteden aan de preventieplannen en aan het halen van de quota in het Brussels Gewest. 6.2. Maatregelen inzake verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Momenteel zijn de modaliteiten voor ophaling niet overal in het Gewest dezelfde en zijn ze soms slecht ontworpen, vooral omwille van verschillen tussen reglementen, informatie op de blauwe en gele zakken en de realiteit van de ophalingen : - ophaling in glascontainer en huis-aan-huis; - huis-aan-huisophaling van glazen, metalen, plastic of kartonnen verpakkingen een dag per week samen met de grijze zakken. Het karton mag in de blauwe zakken; - ophaling van papier en karton van verpakkingen twee keer per maand; - binnen eenzelfde gemeente, bestaan verschillende ophaalzones naast elkaar wat de communicatie via de gemeentelijke kanalen aanzienlijk bemoeilijkt.

De selectieve inzameling in grote flatgebouwen vraagt om een bijzondere aanpak die rekening houdt met de bijzondere omstandigheden in dat type van habitat, namelijk het verplichte of facultatieve gebruik van bijzondere bakken op het privé-terrein.

Voorschrift 3.1.

De modaliteiten voor een selectieve huis-aan-huisophaling zullen als volgt worden aangepast vanaf 1998.

Het afval zal twee keer per week aan huis worden opgehaald. Een dag per week zullen zowel grijze zakken als blauwe zakken en papier/karton worden opgehaald. De andere dag zullen uitsluitend grijze zakken worden opgehaald.

Bovendien zullen de ophaalrondes in iedere gemeente op homogene wijze worden georganiseerd.

De recycleerbare verpakkingen worden opgehaald in blauwe zakken van 50, 80 of 120 liter. Het gaat daarbij om glazen flessen en potten, plastic flessen, conservenblikken en metalen dozen, drankkartons en andere kartonnen verpakkingen van voeding.

Papier en karton worden opgehaald in gele zakken van 30 l, in dozen of in samengebonden balen. Het gaat om kranten, tijdschriften, reclamebladen, dozen, enz.

Voorschrift 3.2.

Vanaf 1998 zal er voor de hele Brusselse bevolking gescheiden huis-aan-huisophaling zijn voor verpakkingen, georganiseerd door het ANB. HOOFDSTUK VII. - De verwerkingsinstallaties 7.1. Lijst van de verwerkingsinstallaties voor het Brusselse afval Hieronder volgt een onvolledige lijst van de voornaamste installaties voor de verwerking van Brussels afval.

Brussels Gewest - verbranding van huishoudelijk en gelijkgesteld afvalSiomab - verbranding van zuiveringslib Station Zuid - slibverwerking Station Zuid Bruseval (project) - grondverwerking CRT (project) - sorteren van banaal indusrieel afval Aramis Decombre Services Demets Demeuter Mabru De Pauw BS Service Vanpachtenbeek (project) - sorteren van kleren en grofhuisvuil Leger des Heils Oxfam Spullenhulp - sorteren en hergroeperen van metalen Brumétal Eloy Tribel Metal - recyclage van metalen Brufer FMM Georges Schmit Stevens - recyclage van papier Etathome Recupa - breker De Kempeneer Lute Brecyc (project) - asfaltverwerking BRUDA - sorteren van huishoudelijkafval Brussel-Papier Brussel-Recyclage - compostering Brussel-Compost (project) - verwerking inertafval Demeuter (project) - containerpark Rupel containerpark - verbranding ziekenhuisafval niet-speciaal speciaal Pasteur Instituut Sint-Lucas - gemeentelijke containersparken Erasmus (project) St-Joost-ten-Noode Schaarbeek Buiten het Brussels Gewest - brekers BRC, ABR, Desmedt - sorteer en hergroeperingscentrum van industrieel afval Van Gansewinkel Biffa - sorteercentrum (gewoon industrieel afval) Van Pachtenbeke - sorteercentrum (containers) De Meuter,Stallaert Amacro - sorteercentrum (huishoudelijk afval) Watco (Lot) - stortplaatsen in het Waals Gewest Biffa,Sodever,CETEM, HOSLET - Stortplaatsen in het Vlaams Gewest Sobry, Indaver 7.2. De verbrandingscapaciteit van Neder-over-Heembeek De verbrandingsinstallatie van Neder-over-Heembeek wordt momenteel gemoderniseerd via een zuiveringssysteem voor rookgassen waarvan de kostprijs van de werken 1,055 miljard BEF bedraagt. Men wil het gebruik van de installatie optimaliseren om het afval op een zo geschikt mogelijke manier te verwerken en zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de behoeften van het Gewest.

Rekening houdend met de doelstellingen van het Plan zal de verbrandingsoven van Neder-over-Heembeek tegen 2002 instaan voor : - 71 % van het huishoudelijk afval : 241 00 ton/jaar - 8 % van het ongevaarlijk niet-huishoudelijk afval : 174 000 ton/jaar (1).

Dat betekent dus 415.000 ton jaarlijks te verbranden afval, hoofdzakelijk door de installatie van Neder-over-Heembeek. Van een klein deel (hout, autobanden, enz.) kan via andere wegen de energie herwonnen worden.

De maximale bereikte capaciteit bedroeg in 1996 535.000 ton. Bij een ongewijzigde situatie blijft er dus nog zonder enig probleem 130 000 ton/jaar aan beschikbare capaciteit over.

De werkelijk beschikbare capaciteit hangt af van verschillende factoren, waaronder : - de evolutie van de afvalproductie; - de evolutie van het verbrandingsvermogen (de stookwaarde) van het verbrande afval, (PCI's) vermits een hogere stookwaarde zorgt voor minder capaciteit; momenteel is het moeilijk om voorspellingen te maken over de evolutie van de stookwaarde van het verbrande afval. De stookwaarde zal immers afhangen van de samenstelling van het huishoudelijk en van het niet-huishoudelijk afval en van hun respectievelijk aandeel. Niettemin kan worden verondersteld dat indien de andere factoren ongewijzigd blijven, de stookwaarde van afval dat wordt onttrokken aan verbranding, hoger zal zijn dan de gemiddelde stookwaarde van het verbrand afval. Het afval dat niet meer wordt verbrand, is immers vooral papier en karton. - het effect op de capaciteit van de modernisering en van de plaatsing van een zuiveringsstation voor rookgassen. De voorziene capaciteit zou daardoor optimaal kunnen gebruikt worden; - het eventuele opstarten van een selectieve huis-aan-huis-ophaling van huishoudelijk GFT-afval wat afhangt van een interregionale samenwerking voor de verwerking van dit afval.

Ook in het geheel hangt de uitvoering hiervan af van de mogelijkheden tot interregionale samenwerking voor de verwerking van aldus ingezameld afval. Bij een dergelijke samenwerking, kan de hoeveelheid afval dat niet verbrand moet worden tot 170 à 180.000 ton oplopen. 7.3. Verbrandingsinstallaties Het aantal verbrandingsinstallaties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal worden verminderd en de emissienormen voor die verbrandingsinstallaties zullen worden verstrengd.

Voorschrift 7.1 De verbrandingsinstallatie van de Universitaire Ziekenhuizen van Saint-Luc zal buiten gebruik worden gesteld.

Voorschrift 7.2 De vergunning van de verbrandingsinstallatie van Neder-over-Heembeek zal zo worden herzien dat inzake uitstoot in de lucht strengere normen worden nageleefd dan die welke door de Europese wetgeving inzake de verbranding van huishoudelijk afval zijn opgelegd, teneinde een uitstoot te behalen die toegestaan wordt door de Europese wetgeving inzake de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen.

De optie voor het reduceren van de lozing van stikstofoxiden tot onder de Europese normen zal worden onderworpen aan een kosten/batenstudie.

Voorschrift 7.3 De vergunningen van de verbrandingsinstallaties van het Station Zuid, het Leopoldpark en het Pasteur-instituut worden herzien teneinde de toegestane uitstoot van luchtverontreinigende stoffen te verminderen.

HOOFDSTUK VIII. - De afvalwetgeving vervolledigen Buiten de voorgeschreven daden voor de verwezenlijking van de verschillende hoofdstukken van het plan, moet de ordonnantie van 7 maart 1991 betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen vervolledigd worden en op sommige punten worden aangepast. De verwezenlijking van een politiek van verregaande producentenverantwoordelijkheid zet nieuwe bevoegdheden voor de regering voorop inzake terugnameplicht en het afsluiten van vrijwillige akkoorden die aan derden tegenstelbaar zijn. Deze beschikkingen bestaan in de beide andere Belgische Gewesten voor wat betreft de verplichte terugname en in het Vlaamse Gewest voor het afsluiten van vrijwillige akkoorden die aan derden tegenstelbaar zijn.

Voorschrift 8.1.

De regering zal een ordonnantie voorstellen om de ordonnantie van 7 maart 1991 op de preventie en het beheer van afval te wijzigen. De tekst zal onder andere het volgende bevatten : - een bevoegdheid voor de regering inzake de terugnameplicht; - de aanpassing van de definities van afval en gevaarlijk afval aan de Europese teksten en de definitie per lijst van dit afval; - een kader voor het sluiten van vrijwillige akkoorden door de regering met het oog op de terugname van afval door de producent van het product dat het afval veroorzaakt. - de vereenvoudiging van de erkenningsprocedure voor verwerkingsbedrijven van gevaarlijk afval.

HOOFDSTUK IX. - Stimuleren van de economische ontwikkeling en het scheppen van werkgelegenheid in de afvalsector Men kan kennelijk spreken van een ondervertegenwoordiging van Brussel wat betreft de sectoren verbonden met afvalbeheer met uitzondering van de ophaling van huishoudelijk afval. Dat vertaalt zich in een verminderd deel van de toegevoegde waarde en een beperkt aantal arbeidsplaatsen in de sector. Een reden die men kan inroepen om deze ondervertegenwoordiging uit te leggen is de eigenheid van de industrieën van de sector die groot zijn en grote terreinen nodig hebben voor de opslag. Toch betekenen talrijke activiteiten verbonden met de nuttige toepassing van afval intensief gebruik van laaggeschoolde arbeiders en mogelijkheden voor de creatie van banen die leiden naar reïntegratie.

In het kader van het Plan voor Preventie en Beheer van Afval 1992-1997 kwamen minstens 315 rechtstreekse banen (gelijkwaardig aan voltijdse betrekkingen) tot stand, waarvan 20 % bij het ANB. Bepaalde afvalstromen bieden vanaf heden mogelijkheden, maar toch zal de tendens in de toekomst nuttige toepassing van steeds meer gediversificeerde afvalstromen zijn : banden, voertuigen, batterijen, afgedankt elektrisch en elektronisch materiaal. De nieuwe sectoren die zullen worden gecreëerd door de ontwikkeling van activiteiten van nuttige toepassing, bestaan vooral uit bedrijven die beter in aanmerking komen voor een vestiging in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dan bepaalde activiteiten van massale afvalverwerking. Denken we maar aan centra voor demontage van verschillende goederen zoals voertuigwrakken, elektrisch en elektronisch materiaal en bepaalde recyclingbedrijven.

Voorschrift 9.1.

De regering zal de inplanting stimuleren van bedrijven die in de sector van het afvalbeheer actief zijn en wel op basis van de volgende criteria : - intensiteit van het gebruik van arbeiders; - beperkte benodigde oppervlakte voor de ontwikkeling van de activiteit; - beperkte impact op het milieu; - economische haalbaarheid van de projecten.

Voorschrift 9.2.

Het BIM zal een case-study uitvoeren met betrekking tot bepaalde sectoren die een redelijk ontwikkelingspotentieel in het Brussels Gewest voorstellen. Voor deze studie zal een begeleidingscomité worden opgericht bestaande uit het ministerie, de GOMB, de haven van Brussel, de GIMB en Technopole.

Voorschrift 9.3.

De regering zal de instelling steunen van een pilootinrichting voor nuttige toepassing door demonteren, sorteren en recycleren van elektrisch en elektronisch materiaal in het kader van een project dat de openbare sector en de Brusselse verenigingssector samenbrengt.

HOOFDSTUK X. - Samenwerking tussen Belgische Gewesten De geografische grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betekenen een relatieve afhankelijkheid van industriële installaties voor afvalbeheer in het Waalse en Vlaamse Gewest.

Het Gewest zal een dynamiek van overleg met de beide andere Gewesten voorstellen om gemeenschappelijke oplossingen te vinden voor bepaalde afvalstromen en om optimaal gebruik te maken van de complementariteit van de installaties van de drie Gewesten.

Het Brussels gewest zal, door de uitvoering van de voorschriften en door het halen van de doelstellingen inzake recyclage het storten zoveel mogelijk trachten te beperken.

Voorschrift 10.1.

Het Gewest zal aan de andere Belgische Gewesten samenwerking voorstellen op het gebied van : 1. infrastructuur : - de behandeling van organisch afval door composteren of methaniseren; - verbranding van niet-recycleerbaar huishoudelijk afval; - de behandeling van slib van de waterzuivering; - het afvaltransport via waterwegen. 2. de uitwerking van gemeenschappelijke oplossingen voor het beheer : - veralgemening van de verantwoordelijkheid van de producenten; - vermindering van het storten.

Voorschrift 10.2.

Het Brusselse Gewest zal op een dynamisch wijze aan de werkzaamheden van de Interregionale Verpakkingscommissie deelnemen.

HOOFDSTUK XI. - Permanente informatiebasis voor de evaluatie van het effect van het toegepaste beleid Het domein van de productie en het beheer van afval is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in de andere Belgische Gewesten en andere lidstaten van de E.U. en op Europees niveau, onderhevig aan een sterk gebrek aan statistische informatie.

De eerste betrouwbare informatie over productie van huishoudelijk afval ontstond uit een methodologische analyse van huishoudelijke vuilniszakken. Voor wat het niet-huishoudelijk afval uit het Gewest Brussel betreft, heeft de enquête van het BIM in 1996 het mogelijk gemaakt bepaalde gegevens af te leiden en meer specifieke enquêtes hebben ertoe geleid dat bepaalde aspecten konden worden gepreciseerd.

Toch is het nodig bepaalde structurele mechanismen op te stellen die het mogelijk maken thans een gegevensbank bij te houden tegen een beperkte administratieve kostprijs voor de ondernemingen en de overheid. De optiek van het eerste afvalplan alle producenten van industrieel afval op te leggen een jaarlijkse verklaring af te leggen moet vervallen ten voordele van verplichtingen ten aanzien van de gespecialiseerde ondernemingen inzake afvalbeheer.

Voorschrift 11.1.

Het BIM zal elk jaar twee campagnes voeren om de huishoudelijke en gelijkgestelde vuilniszakken te analyseren.

Voorschrift 11.2.

Het Instituut zal een actuele gegevensbank opstellen en bijhouden in verband met het afvalbeheer op basis van het register dat door de actoren van het afvalbeheer wordt meegedeeld aan het Instituut.

Voorschrift 11.3.

In sommige gevallen waar verdergaande studies nodig zijn zal het BIM enquêtes organiseren.

HOOFDSTUK XII. - De effecten van de luchtvervuiling op de gezondheid Bepaalde inwoners van het Gewest hebben hun bezorgdheid geuit over het effect van de uitstoot van de verbrandingsovens op de gezondheid.

Daarom moet het Gewest zich zo volledig mogelijk documenteren betreffende de aspecten van de volksgezondheid wat haar bevoegdheid overstijgt en het volk informeren.

Voorschrift 12.1 Binnen het BIM zal de cel Gezondheid & Milieu worden gecreëerd die in samenwerking met het Observatorium Gezondheid van het Brussels Gewest de volgende taken zal uitvoeren. 1. zich documenteren over de volksgezondheidsproblemen die kunnen worden toegeschreven aan luchtvervuilende emissies van de verbrandingsovens.2. neutrale en transparante informatie verspreiden onder de Brusselaars. _______ Nota (1) 8 % van het ongevaarlijk niet-huishoudelijk afval komt overeen met 184 000 ton/jaar.Dat omvat minstens 10 000 ton/jaar aan hout en autobanden, verbrand in andere installaties.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage 2 Informatieve lijst van de gekozen plaatsen voor de aanleg van sites voor vrijwillige verzameling van afval A. Containerparken A1. Gemeentelijke sites - Anderlecht : Bateliersstraat; - Berchem : GB Basilix; - Bosvoorde : Vanderveldestraat - Brussel : langs het kanaal of in Laken; - Elsene : Woudlaan of Waterloosesteenweg; - Evere : Carlistraat; - Ganshoren : naast de nieuwe kerkhof; - Jette : Laerbeeklaan; - Koekelberg : Jean Jaquetstraat; - Molenbeek : Mettewielaan/Gentsesteenweg; - Oudergem : rue des écoliers; - Schaarbeek : Waelhemstraat of kruispunt Rogier/Josaphat.Seutin; - St-Gillis : Bosniestraat en Ransforstraat; - St-Joost-ten-Node : rue de la Cible; - St-Lambrechts-Woluwe : Stockelsesteenweg; - St-Pieters-Woluwe : Val des Seigneurs; - Ukkel : Stallestraat - Vorst : geen gemeentelijke site geïdentificeerd.

A2 Gewestelijke sites - Park van Woluwelaan, vroeger depot van het BIM - In de buurt van de hippodroom van Bosvoorde - In de buurt van de Serres van Laken B. Gewestelijke containerparken gerund door het ANB - Noord-Oost : Rupel containerpark - Zuid-West : naast het composteringscentrum - Noord-West : nog te bepalen - Zuid-Oost : nog te bepalen.

^