gepubliceerd op 12 oktober 2026
Besluit van de Regering tot wijziging van het reglementaire deel van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling ter invoering van dossierkosten voor het indienen van een beroep
27 AUGUSTUS 2026. - Besluit van de Regering tot wijziging van het reglementaire deel van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling ter invoering van dossierkosten voor het indienen van een beroep
De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Gelet op het decretale deel van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, artikel D.IV.63, § 4, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 24 februari 2025;
Gelet op het reglementaire deel van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling;
Gelet op het gunstig advies van de Adviesraad voor Ruimtelijke Ordening, gegeven op 14 april 2026;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 4 mei 2026;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor Begroting, d.d. 21 mei 2026;
Gelet op advies 79.459/17 van de Raad van State, gegeven op 29 juni 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Ruimtelijke Ordening;
Na beraadslaging, Besluit :
Artikel 1.In boek 4, titel 2, hoofdstuk IX, van het reglementaire deel van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling wordt afdeling 1 aangevuld met een artikel R.IV.63-1, luidende: "Art. R.IV.63-1 - Voor het indienen van een beroep bij de Regering overeenkomstig artikel D.IV.63, § 1, en artikel D.IV.64 bedragen de dossierkosten 250 euro.
De betaling van het bedrag vermeld in het eerste lid wordt bewezen door middel van een kopie van de betalingsbevestiging of het overmakingsbewijs die/dat bij het formulier vermeld in artikel R.IV.66-1, eerste lid, wordt gevoegd."
Art. 2.De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op beroepen die voor de inwerkingtreding van dit besluit overeenkomstig artikel D.IV.63, § 1, en artikel D.IV.64 van het decretale deel van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling werden ingediend.
Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2026.
Art. 4.De minister bevoegd voor Ruimtelijke Ordening is belast met de uitvoering van dit besluit.
Eupen, 27 augustus 2026.
Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap: De Minister-President, Minister van Lokale Besturen, Ruimtelijke Ordening en Financiën, O. PAASCH