Etaamb.openjustice.be
Decreet van 30 oktober 2026
gepubliceerd op 05 november 2026

Decreet tot wijziging van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, wat betreft de uitzondering op het achteruitgangsverbod voor de verplaatsing van verontreinigd water of sediment

bron
vlaamse overheid
numac
2026008123
pub.
05/11/2026
prom.
30/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

30 OKTOBER 2026. - Decreet tot wijziging van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, wat betreft de uitzondering op het achteruitgangsverbod voor de verplaatsing van verontreinigd water of sediment (1)


Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet tot wijziging van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, wat betreft de uitzondering op het achteruitgangsverbod voor de verplaatsing van verontreinigd water of sediment

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2026/805 van het Europees Parlement en de Raad van 30 maart 2026 tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, Richtlijn 2006/118/EG betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand en Richtlijn 2008/105/EG inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid.

Art. 3.Aan artikel 1.1.3 van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 en gewijzigd bij de decreten van 24 juni 2022, 19 april 2024 en 17 mei 2024, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 3. Voor de toepassing van artikel 1.7.2.5.4, § 4, gelden in afwijking van paragraaf 1 en 2 de volgende definities: 1° goede chemische toestand van oppervlaktewater: de chemische toestand van een oppervlaktewaterlichaam waarin de concentraties van verontreinigende stoffen de volgende waarden niet overschrijden: a) de milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen;b) de milieukwaliteitsnormen voor stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen;c) de op effect gebaseerde triggerwaarden, als die beschikbaar zijn;2° prioritaire stoffen: de stoffen, vermeld in bijlage I, deel A, bij richtlijn 2008/105/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG;3° stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen: verontreinigende stoffen die niet of niet langer als prioritaire stoffen worden aangemerkt, maar waarvan overeenkomstig bijlage II bij de kaderrichtlijn Water en bijlage II bij richtlijn 2008/105/EG is vastgesteld op basis van de beoordeling van belastingen en effecten op oppervlaktewaterlichamen dat deze stoffen in aanzienlijke hoeveelheden in een stroomgebied of deelstroomgebied worden geloosd of afgezet en daardoor een significant risico vormen voor of via het aquatische milieu op hun grondgebied;4° op effect gebaseerde triggerwaarde: een drempelwaarde voor de effecten van een verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, sediment of biota, die worden gemeten aan de hand van een passende en wetenschappelijk gevalideerde op effect gebaseerde monitoringmethode, waarboven die verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, sediment of biota schadelijke effecten op de menselijke gezondheid of het milieu met zich kan meebrengen;5° achteruitgang van de toestand van een waterlichaam: het achteruitgaan van de toestand van ten minste één van de verontreinigende stoffen die bepalend zijn voor de chemische toestand, of van de kwaliteitselementen die bepalend zijn voor de ecologische toestand dan wel het ecologisch potentieel, of van de grondwaterstand die bepalend is voor de kwantitatieve toestand van een grondwaterlichaam met minstens één klasse, zelfs als die achteruitgang niet leidt tot een lagere klassering van het waterlichaam als geheel. Als een kwaliteitselement zich echter al in de laagste klasse bevindt, vormt elke verdere verslechtering van dat element een achteruitgang van de toestand van het waterlichaam; 6° milieukwaliteitsnorm: de concentratie van een bepaalde verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, in sediment of in biota die niet mag worden overschreden om de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen.".

Art. 4.In artikel 1.7.2.1.1, § 4, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "en artikel 1.7.2.5.4, §§ 2 en 3," vervangen door de zinsnede "en artikel 1.7.2.5.4, § 2 tot en met 5,".

Art. 5.Aan artikel 1.7.2.5.4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 24 juni 2022 en 17 mei 2024, worden een paragraaf 4 en een paragraaf 5 toegevoegd, die luiden als volgt: " § 4. Er is geen sprake van een schending van de vastgestelde milieudoelstellingen wanneer de toestand van een ontvangend oppervlaktewaterlichaam achteruitgaat als gevolg van een verplaatsing, door menselijke activiteit, van water of sediment van hetzelfde of van een ander oppervlaktewaterlichaam, of van een grondwaterlichaam naar het ontvangend oppervlaktewaterlichaam, zonder dat dit leidt tot een nettotoename van de verontreinigingsbelasting, en aan alle volgende voorwaarden is voldaan: 1° alle haalbare maatregelen, in het bijzonder de behandeling van het water of het sediment, indien uitvoerbaar, worden genomen om de overbrenging van verontreinigingsbelasting tot een minimum te beperken, om de negatieve effecten voor de toestand van de waterlichamen die door de verplaatsing worden getroffen, te beperken;2° de samenstelling van het te verplaatsen water of de te verplaatsen sedimenten is vastgesteld, en de verplaatsing verhoogt het totale risico voor de menselijke gezondheid en het milieu niet ten opzichte van het bestaande risico vóór de verplaatsing;3° er wordt bevestigd dat het ontvangende oppervlaktewaterlichaam niet in een goede chemische toestand verkeert met betrekking tot de meeste verplaatste verontreinigende stoffen, en in het bijzonder met betrekking tot de meest persistente en bioaccumulerende verplaatste verontreinigende stoffen, en er wordt niet verwacht dat de ecologische toestand of het ecologisch potentieel van het ontvangende waterlichaam in een lagere klasse zal terechtkomen als gevolg van de verplaatsing van die verontreinigende stoffen;4° de verplaatsing mag niet leiden tot een toename in de voor de productie van drinkwater vereiste zuivering;5° in het ontvangende waterlichaam is rond elk onttrekkingspunt van voor menselijke consumptie bestemd water, een gebied vastgesteld waar verplaatsing verboden is;6° er zijn geen significant betere milieuopties, om redenen van technische haalbaarheid of onevenredig hoge kosten;7° de verplaatsing is onderworpen aan een voorafgaande machtiging, vergunnings- of meldingsplicht, of is onderworpen aan milieuvoorwaarden die bepaald zijn bij of krachtens het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;8° een samenvatting, met inbegrip van informatie over punt 1° tot en met 7° en de redenen voor de verplaatsing, wordt opgenomen en toegelicht in de stroomgebiedbeheerplannen. § 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen om te beoordelen of de voorwaarden, vermeld in paragraaf 4, 1°, 2°, 3°, 4° en 6°, vervuld zijn.

De Vlaamse Regering bakent de specifieke zones, vermeld in paragraaf 4, 5°, af.".

Art. 6.Aan punt 4.2 van bijlage 1 bij hetzelfde decreet wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt: "5° in het geval, vermeld in artikel 1.7.2.5.4, § 4, informatie over de voorwaarden, vermeld in artikel 1.7.2.5.4, § 4, 1° tot en met 7°, en de redenen voor de verplaatsing.".

Art. 7.De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op alle aanvragen van een omgevingsvergunning die ingediend zijn voor de inwerkingtreding van dit decreet, waarover de bevoegde overheid nog geen beslissing genomen heeft op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, met inbegrip van vergunningsaanvragen waarover de bevoegde overheid een nieuwe beslissing moet nemen na een vernietigingsarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Art. 8.Een milieuvergunning die is verleend op grond van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wordt voor de toepassing van dit decreet beschouwd als een omgevingsvergunning.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 30 oktober 2026.

De minister-president van de Vlaamse Regering, M. DIEPENDAELE De Vlaamse minister van Omgeving en Landbouw, J. BROUNS _______ Nota (1) Zitting 2025-2026 Documenten:- Ontwerp van decreet : 929 - Nr.1 - Verslag : 929 - Nr. 2 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 929 - Nr. 3 Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 21 oktober 2026.


^