gepubliceerd op 30 september 2026
Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, voor wat betreft het duurzame beheer van stikstof in de landbouw, en tot toekenning van een afwijking voor de opslagperiodes op een doorlaatbare oppervlakte en voor de spreidingsperiodes zoals bepaald in de artikelen R.192, § 1, 4°, R.203, § 4, en R.223 voor het jaar 2026
10 SEPTEMBER 2026. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, voor wat betreft het duurzame beheer van stikstof in de landbouw, en tot toekenning van een afwijking voor de opslagperiodes op een doorlaatbare oppervlakte en voor de spreidingsperiodes zoals bepaald in de artikelen R.192, § 1, 4°, R.203, § 4, en R.223 voor het jaar 2026
De Waalse Regering, Gelet op Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, inzonderheid op artikel D.177, laatst gewijzigd bij het
decreet van 12 december 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/12/2014
pub.
31/12/2014
numac
2014027276
bron
waalse overheidsdienst
Decreet tot wijziging van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt met het oog op de organisatie van de externe financiering van de groene certificaten via een bemiddelaar
sluiten;
Gelet op het reglementair deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, inzonderheid op de artikelen R.192, R.203 en R.223, respectievelijk gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 23 februari 2023 en 10 oktober 2024;
Gelet op het rapport van 9 september 2026, opgemaakt overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203532 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen sluiten houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;
Gelet op artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat van 16 september tot en met 31 januari, het spreiden van minerale meststoffen, van organische meststoffen met een snelle werking, met uitzondering van de teruggave aan de bodem door het vee tijdens het weiden, en van zachte mest verboden is op weiland krachtens artikel R.203, § 4, van het Waterwetboek; dat het in de huidige stand van de wetgeving verboden is snelwerkende organische meststoffen of zachte mest op weiland te spreiden tussen 16 september en 31 januari, en traagwerkende organische meststoffen te spreiden op weiland in kwetsbaar gebied van 1 oktober tot en met 15 november; dat het uitblijven van neerslag en de intense hitte gedurende een groot deel van de zomer van 2026 de productiviteit van het grasland en de daaruit voortvloeiende bemestingsbehoeften ernstig in het gedrang brengen; dat het spreiden van snelwerkende organische meststoffen en zachte mest op weiland tot en met 31 oktober het mogelijk zou maken om de voorraden gier en digestaat af te voeren die nog aanwezig zijn als gevolg van de moeilijkheden bij het uitrijden onder agronomisch en ecologisch gunstige omstandigheden deze zomer; dat de analyse van de door het KMI verstrekte gegevens voor het teeltseizoen 2025-2026 de uitzonderlijke meteorologische situatie vaststelt als gevolg van de droogte en de intense hitte tijdens het teeltseizoen 2025-2026; dat de terugkeer van gunstige weersomstandigheden leidt tot een hoge werkdruk tijdens deze eerste helft van de maand september, gelet op de tijdens het seizoen opgelopen achterstand en rekening houdend met de andere agendaverplichtingen waaraan de landbouwers zijn onderworpen;
Overwegende dat het erom gaat de genoemde opslag- en spreidingsperioden voor het jaar 2026 op uitzonderlijke en in de tijd beperkte wijze aan te passen, teneinde rekening te houden met de opgetreden weersomstandigheden en de gevolgen daarvan voor de organisatie van de landbouwwerkzaamheden; dat een terugwerkende kracht tot 1 augustus 2026 noodzakelijk is om de effectieve toepassing van de verlenging van de opslagperiode vanaf de eerste betrokken termijnen te garanderen;
Overwegende dat die wijziging een geringe wijziging van het plan voor duurzaam stikstofbeheer in de landbouw is;
Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu;
Na beraadslaging, Besluit :
Artikel 1.Artikel R.192, § 1, punt 4°, van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wordt aangevuld als volgt: "In afwijking van het voorgaande en onder voorbehoud van de naleving van de andere voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk, wordt de opslagplaats voor dierlijke mest en mestcompost ontruimd na een maximale periode van 10 maanden, voor opslagen die in de loop van de maanden augustus, september of oktober 2026 de termijn van 9 maanden bereiken. ".
Art. 2.Aan het einde van artikel R. 203, § 4, van hetzelfde Boek wordt een laatste lid ingevoegd, luidend als volgt : "In afwijking van het eerste lid, en onder voorbehoud van de maximale jaarlijkse grenzen vastgesteld in dit hoofdstuk en van de beginselen van een bedachte bemesting zoals omschreven in artikel R.204, wordt de spreidingsperiode op weiland van snelwerkende organische meststoffen en drijfmest verlengd tot en met 31 oktober 2026, met een maximum van 80 kg stikstof per hectare. ".
Art. 3.Artikel R.223 van hetzelfde boek wordt aangevuld met een laatste lid, luidend als volgt: "In afwijking van het eerste lid en met inachtneming van de in dit hoofdstuk vastgestelde jaarlijkse maximumgrenzen geldt voor het jaar 2026 een verbod op het spreiden van traagwerkende organische meststoffen op weiland van 1 november tot en met 15 december. ".
Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking op 1 augustus 2026 en houdt op van kracht te zijn op 15 december 2026.
Art. 5.De Minister, bevoegd voor het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Namen, 10 september 2026.
Voor de Regering: De Minister-President en Minister van Begroting, Financiën, Internationale Betrekkingen en Dierenwelzijn, A. DOLIMONT De Minister van Volksgezondheid, Leefmilieu, Solidariteit en Sociale Economie, Y. COPPIETERS