Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 24 december 2004
gepubliceerd op 13 april 2005

Besluit van de Vlaamse Regering houdende maatregelen ter bevordering en ondersteuning van het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid in de Vlaamse administratie

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2005035356
pub.
13/04/2005
prom.
24/12/2004
ELI
eli/besluit/2004/12/24/2005035356/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

24 DECEMBER 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende maatregelen ter bevordering en ondersteuning van het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid in de Vlaamse administratie


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 november 1984 betreffende de voorwaarden voor toelating tot bepaalde betrekkingen bij de rijksgestichten voor observatie en opvoeding onder toezicht;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1990 houdende maatregelen tot bevordering van gelijke kansen van mannen en vrouwen in de diensten van de Vlaamse Regering en in de instellingen van openbaar nut die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of van het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 1992;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot opheffing van het koninklijk besluit van 9 november 1984 betreffende de voorwaarden voor toelating tot bepaalde betrekkingen bij de rijksgestichten voor observatie en opvoeding onder toezicht;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 29 april 2004;

Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 19 mei 2004;

Gelet op protocol nr. 210.671 van 27 mei 2004 van het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest;

Gelet op het advies 37.343/3 van de Raad van State, gegeven op 30 juni 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme en de Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de volgende diensten : 1° de departementen;2° de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid;3° de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid;4° de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen;5° de strategische adviesraden;6° het Universitair Ziekenhuis Gent;7° de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening;8° het Gemeenschapsonderwijs.

Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° gelijkekansenbeleid : beleid met als doel gelijke kansen te bieden aan alle personen uit verschillende kansengroepen waarbij alle vormen van discriminatie worden weggewerkt;2° diversiteitsbeleid : beleid dat gericht is op het erkennen en waarderen van verschillen tussen personen en dat die erkenning en waardering op een actieve manier ondersteunt en stimuleert;3° persoon van allochtone afkomst : persoon met een nationaliteit van een land buiten de Europese Unie of persoon van wie minstens één ouder of twee grootouders een nationaliteit hebben van een land buiten de Europese Unie;4° persoon met een arbeidshandicap : persoon met een aantasting van zijn/haar mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke mogelijkheden, voor wie het uitzicht op het verwerven en behouden van een arbeidsplaats en op vooruitgang op die plaats, langdurig en in belangrijke mate beperkt is.Het gaat om personen uit een van de volgende categorieën : a) Personen ingeschreven bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, voorheen het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap;b) personen die hun hoogste getuigschrift of diploma behaald hebben in het buitengewoon secundair onderwijs;c) personen die door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding erkend zijn als personen met een handicap;d) personen die in aanmerking komen voor een inkomensvervangende tegemoetkoming of voor een integratietegemoetkoming, verstrekt aan personen met een handicap op basis van de wet van 27 februari 1987 houdende tegemoetkomingen aan personen met een handicap;e) personen die in het bezit zijn van een attest van minstens 66 % arbeidsongeschiktheid van federale bestuursdirectie van de uitkeringen aan personen met een handicap;f) personen die in het bezit zijn van een afschrift van een definitief geworden gerechtelijke beslissing, of van een attest van het Fonds voor Arbeidsongevallen, van de Administratieve Gezondheidsdienst of van het Fonds voor Beroepsziekten waaruit een arbeidsongeschiktheid blijkt van minstens 66 %;5° kortgeschoolden : personen zonder diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs;6° ervaren werknemers : werknemers boven de leeftijd van 45 jaar;7° het decreet : het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt;8° begeleidingsteam : de groep van opvoeders of nachtwakers die in de Gemeenschapsinstellingen voor Bijzondere Jeugdbijstand respectievelijk belast zijn met de begeleiding van een leefgroep of met het toezicht op al de geplaatste jongeren;9° streefcijfers : de cijfers die de organisatie wil bereiken inzake de evenredige vertegenwoordiging van de verschillende kansengroepen;10° aansturingsinstrumenten : afspraken tussen de functioneel bevoegde minister en de houders van een managementfunctie van N-niveau, opgenomen in een planningsdocument, beheersovereenkomst, managementcontract, samenwerkingsovereenkomst en voor gelijke doeleinden gebruikte instrumenten. § 2. Onder bepalingen en arbeidsvoorwaarden als bedoeld in artikel 4 van het decreet worden de personeelsstatuten, de arbeidsreglementen en de individuele arbeidsovereenkomsten verstaan.

Art. 3.De kansengroepen, bedoeld in artikel 2, 1°, van het decreet, zijn voor de toepassing van dit besluit personen van een bepaald geslacht die in verhouding tot het andere geslacht ondervertegenwoordigd zijn in een specifiek arbeidssegment, personen van allochtone afkomst, personen met een arbeidshandicap, kortgeschoolden en ervaren werknemers. HOOFDSTUK II. - Algemene beginselen

Art. 4.Om de evenredige participatie en gelijke kansen binnen het personeelsbestand te realiseren, wordt gewerkt met streefcijfers. Die streefcijfers worden bepaald door de functioneel bevoegde minister voor zijn/haar beleidsdomein en vastgelegd in de aansturingsinstrumenten. Vervolgens worden ze door de Vlaamse Regering bekrachtigd.

Elk beleidsdomein gebruikt een operationeel systeem dat vrijwillige registratie van de kansengroepen mogelijk maakt op basis van de definities, omschreven in artikel 2, § 1, 3° en 4°. Die registratie verloopt conform met de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens van kansengroepen.

Art. 5.Om de evenredige participatie en gelijke kansen te realiseren, moeten specifieke maatregelen worden getroffen en acties worden ondernomen om de in- en doorstroom van personen uit de kansengroepen te bevorderen en hun voortijdige uitstroom tegen te gaan.

Art. 6.In de Gemeenschapsinstellingen voor Bijzondere Jeugdbijstand wordt ernaar gestreefd een evenredige vertegenwoordiging tussen mannen en vrouwen te realiseren bij het opvoedingspersoneel en het toezichtpersoneel. Conform artikel 6 van het decreet en met behoud van de toepassing van de bepalingen in het tweede lid zal evenwel minimaal 50 % tot maximaal 80 % van de betrekkingen in elk begeleidingsteam voorbehouden worden aan personen van hetzelfde geslacht als de hun toe te vertrouwen jongeren.

De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, wijst om redenen van organisatie of veiligheid de begeleidingsteams aan waarvoor het maximumpercentage van 80 % overschreden mag worden. HOOFDSTUK III. - Rapportering en ondersteuning

Art. 7.§ 1. Met toepassing van artikel 7, § 1, 1° en 2°, van het decreet maakt de beleidsraad van elk beleidsdomein een voortgangsrapport en een actieplan en bezorgt die uiterlijk op 1 juni aan de opdrachthouder voor emancipatiezaken. Die maakt één voortgangsrapport en actieplan voor de Vlaamse administratie op en legt die uiterlijk op 15 oktober voor aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling.

Die bezorgt dit rapport binnen veertien dagen aan de Commissie Diversiteit van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, die binnen een maand advies uitbrengt. De Vlaamse Regering beslist voor 31 december over het voortgangsrapport en actieplan en legt ze daarna ter informatie voor aan het Vlaams Parlement.

Het actieplan kan passen in een meerjarenplan. § 2. Het voortgangsrapport en het actieplan maken deel uit van de algemene rapportering over personeelsbeleid en bevatten minstens : 1° de streefcijfers die men zich binnen het beleidsdomein als doel heeft gesteld en de termijnen waartegen men die wil bereiken;2° een kwantitatieve analyse van de vorderingen inzake de evenredige vertegenwoordiging van de kansengroepen in het personeelsbestand;3° een kwalitatieve evaluatie van de inspanningen die zijn geleverd ter bevordering van een evenredige vertegenwoordiging van de kansengroepen in het personeelsbestand met weergave van de knelpunten;4° de acties die men het volgende jaar wil ondernemen ter bevordering van evenredige participatie, gelijke kansen en diversiteit.

Art. 8.§ 1. Voor de Vlaamse administratie wordt een opdrachthouder voor emancipatiezaken aangesteld ter bevordering en ondersteuning van het beleid betreffende de evenredige participatie, diversiteit en gelijke kansen. De opdrachthouder zorgt onder meer voor : 1° de opmaak van een jaarlijks voortgangsrapport en actieplan als bedoeld in artikel 7, § 1, met inbegrip van : a) het coördineren van de geleverde inspanningen en resultaten voor de Vlaamse administratie op basis van de voortgangsrapporten en actieplannen van de beleidsdomeinen;b) het opstellen van een kritische analyse van de vorderingen en knelpunten met betrekking tot het beleid inzake evenredige participatie, gelijke kansen en diversiteit;2° het begeleiden en ondersteunen van de diensten, vermeld in artikel 1, bij de opmaak van hun jaarlijkse voortgangsrapport en actieplan;3° het opstellen van beleidsaanbevelingen;4° het ontwikkelen van expertise inzake gelijke kansen en diversiteit;5° het organiseren van een beleidsoverkoepelend netwerk binnen de diensten, vermeld in artikel 1, met betrekking tot het beleid inzake gelijke kansen en diversiteit;6° het ondersteunen en adviseren van personeelsleden, personeelsverantwoordelijken en leidinggevenden inzake gelijkekansen- en diversiteitsbeleid;7° het sensibiliseren van personeelsleden, personeelsverantwoordelijken en leidinggevenden inzake gelijke kansen en diversiteit;8° het ondersteunen en uitvoeren van het beleid inzake ongewenst seksueel gedrag op het werk. § 2. De opdrachthouder voor emancipatiezaken wordt aangesteld door de Vlaamse Regering op voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling voor een termijn van vijf jaar. Dit mandaat is hernieuwbaar. De opdrachthouder heeft een onafhankelijke positie en ressorteert rechtstreeks onder de Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling die de opdrachthouder ook evalueert. De functie wordt voltijds ingevuld, tenzij anders is overeengekomen. § 3. Om tot dit ambt te worden toegelaten, moet de betrokkene aan een van de volgende voorwaarden voldoen : 1° behoren tot de personeelsleden van niveau A in de Vlaamse administratie;2° in het bezit zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A. De kandidaat moet bovendien bewijzend dat hij/zij deskundig is op het gebied van gelijke kansen en diversiteit. § 4. De beleidsraad stelt onder de personeelsleden minstens één verantwoordelijke aan ter ondersteuning van de raad in zijn beleid met betrekking tot evenredige participatie, gelijke kansen en diversiteit.

Om deze ondersteuning te garanderen, wordt of worden de aangestelde verantwoordelijke of verantwoordelijken inzonderheid belast met : 1° het coördineren van de voortgangsrapporten en actieplannen van de verschillende entiteiten binnen het beleidsdomein, bedoeld in artikel 7, § 1, 1° en 2°, van het decreet;2° het ondersteunen van de houders van een managementfunctie van N-niveau bij het opmaken van de kwantitatieve analyse;3° het uitbouwen en onderhouden van een intern netwerk binnen het beleidsdomein;4° het deelnemen aan, rapporteren over en evalueren van de gevoerde acties op het interne netwerk over de beleidsdomeinen heen;5° het ondersteunen van de houders van een managementfunctie van N-niveau bij het uitvoeren van het beleid met betrekking tot evenredige participatie, gelijke kansen en diversiteit;6° het sensibiliseren van personeelsleden, personeelsverantwoordelijken en leidinggevenden inzake gelijke kansen en diversiteit. § 5. Een beleidsdomeinoverkoepelend netwerk met de verantwoordelijken uit elk beleidsdomein, aangevuld met experten binnen de Vlaamse overheid op het vlak van gelijkekansen- en diversiteitsbeleid, wordt opgericht onder voorzitterschap van de opdrachthouder voor emancipatiezaken. Dit netwerk ondersteunt de realisatie van een evenredige vertegenwoordiging in het personeelsbestand en het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid binnen de Vlaamse administratie door de uitwisseling van goede praktijken en het verhogen van de expertise inzake gelijke kansen en diversiteit. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 9.De volgende besluiten worden opgeheven : 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1990 houdende maatregelen tot bevordering van gelijke kansen van mannen en vrouwen in de diensten van de Vlaamse Regering en in de instellingen van openbaar nut die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of van het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 1992;2° het koninklijk besluit van 9 november 1984 betreffende de voorwaarden voor toelating tot bepaalde betrekkingen bij de rijksgestichten voor observatie en opvoeding onder toezicht;3° het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot opheffing van het koninklijk besluit van 9 november 1984 betreffende de voorwaarden voor toelating tot bepaalde betrekkingen bij de rijksgestichten voor observatie en opvoeding onder toezicht.

Art. 10.§ 1. Tot aan de inwerkingtreding van de bepalingen waarin de Vlaamse Regering de beleidsdomeinen vaststelt, bedoeld in artikel 2 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003, zijn de volgende regelingen van toepassing : 1° dit besluit is van toepassing op de diensten van de Vlaamse Regering en de Vlaamse openbare instellingen;2° onder de in artikel 7, § 1, 8, § 1, § 3 en § 5, vermelde Vlaamse administratie worden verstaan : de diensten van de Vlaamse Regering en de Vlaamse openbare instellingen;3° onder het beleidsdomein, vermeld in artikel 4, 7, § 1, en § 2, en 8, § 1, § 4 en § 5, wordt verstaan : het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse wetenschappelijke instellingen en de Vlaamse openbare instellingen;4° onder de beleidsraad, vermeld in artikel 7, § 1, en 8, § 4, wordt verstaan de directieraden en in voorkomend geval de raden van bestuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse wetenschappelijke instellingen en de Vlaamse openbare instellingen;5° onder de houder van een managementfunctie van N-niveau, vermeld in artikel 2, § 1, 10°, en 8, § 4, wordt verstaan de secretarissen-generaal van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, de leidend ambtenaren en de administrateurs-generaal van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen of Vlaamse openbare instellingen. § 2. In afwijking van artikel 8, § 4, worden in de Vlaamse openbare instellingen emancipatieambtenaren aangesteld overeenkomstig artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1990 houdende maatregelen tot bevordering van gelijke kansen van mannen en vrouwen in de diensten van de Vlaamse Regering en in de instellingen van openbaar nut die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of van het Vlaamse Gewest. § 3. In afwijking van artikel 8, § 5, wordt een interne begeleidingscommissie voor emancipatiezaken opgericht overeenkomstig artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1990 houdende maatregelen tot bevordering van gelijke kansen van mannen en vrouwen in de diensten van de Vlaamse Regering en in de instellingen van openbaar nut die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of van het Vlaamse Gewest. § 4. In afwijking van artikel 9, 1°, blijven artikel 7 tot en met artikel 10 van het besluit bedoeld in artikel 9, 1°, van kracht.

Art. 11.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 7 dat in werking treedt op 15 januari 2005.

Art. 12.De leden van de Vlaamse Regering zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 24 december 2004.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Y. LETERME De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, I. VERVOTTE De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen, K. VAN BREMPT

^