Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 12 maart 2020

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 4 februari 2020, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 6 februari 2020, heeft de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling To « Schendt artikel XX.173 § 2 WER de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de interpretatie vo(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2020201410
pub.
12/03/2020
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten Bij vonnis van 4 februari 2020, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 6 februari 2020, heeft de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Tongeren, de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel XX.173 § 2 WER de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de interpretatie volgens welke de termijn van drie maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis om een verzoek tot kwijtschelding in te dienen een vervaltermijn betreft, doordat de gefailleerde natuurlijke persoon die niet tijdig een verzoek tot kwijtschelding indient daarmee onherroepelijk en integraal het recht op kwijtschelding verliest, in tegenstelling tot de gefailleerde natuurlijke persoon die wel tijdig een verzoek tot kwijtschelding indient, en (bij gebreke van verzet conform artikel XX.173 § 3 WER) automatisch en zonder appreciatiebevoegdheid van de rechtbank de kwijtschelding zal verkrijgen ? ».

Die zaak is ingeschreven onder nummer 7355 van de rol van het Hof.

De griffier, F. Meersschaut

^