gepubliceerd op 12 maart 2004
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest van 29 januari 2004 in zake het openbaar ministerie tegen B. Dogan en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof i « Schenden de artikelen 49 en 52ter van de wet van 8 april 1965 [betreffende de jeugdbescherming] (...)
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere
wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/01/1989
pub.
18/02/2008
numac
2008000108
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet op het Arbitragehof
sluiten op het Arbitragehof Bij arrest van 29 januari 2004 in zake het openbaar ministerie tegen B. Dogan en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 2 februari 2004, heeft het Hof van Beroep te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schenden de artikelen 49 en 52ter van de
wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/04/1965
pub.
02/08/2010
numac
2010000404
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
08/04/1965
pub.
15/01/2008
numac
2007001067
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot instelling van de arbeidsreglementen
type
wet
prom.
08/04/1965
pub.
02/10/2014
numac
2014000683
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot instelling van het wettelijk depot bij de Koninklijke bibliotheek van België. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten [betreffende de jeugdbescherming] niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij het de minderjarige niet mogelijk maken verplicht te worden bijgestaan door een advocaat wanneer hij in spoedeisende gevallen voor een onderzoeksrechter verschijnt, noch beroep in te stellen tegen een beslissing die de onderzoeksrechter in dat geval te zijnen aanzien zou hebben genomen, terwijl de artikelen 52ter, 52quater en 54bis die waarborgen aan de minderjarige toekennen wanneer hij voor de jeugdrechter of de jeugdrechtbank verschijnt en die ' natuurlijk bevoegde rechter ' een beslissing te zijnen aanzien heeft genomen ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 2901 van de rol van het Hof.
De griffier, P.-Y. Dutilleux.