← Retour vers "Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par jugement du 19 juin
2013 en cause de l'Office national de sécurité sociale respectivement contre Stefan Poppe et contre Isabel
Van Osselaer, agissant en sa qualité de curate « Sur la base de l'article 265, § 2, actuellement en vigueur, du Code des sociétés,
l'Office n(...)"
Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par jugement du 19 juin 2013 en cause de l'Office national de sécurité sociale respectivement contre Stefan Poppe et contre Isabel Van Osselaer, agissant en sa qualité de curate « Sur la base de l'article 265, § 2, actuellement en vigueur, du Code des sociétés, l'Office n(...) | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 19 juni 2013 in zake de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid respectievelijk tegen Stefan Poppe en tegen Isabel Van Osselaer, handelend in haar hoedanig « Op grond van het thans van kracht zijnde art. 265, par. 2 W. Venn. kunnen de zaakvoerders, geweze(...) |
---|---|
COUR CONSTITUTIONNELLE | GRONDWETTELIJK HOF |
Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 |
Par jugement du 19 juin 2013 en cause de l'Office national de sécurité | januari 1989 Bij vonnis van 19 juni 2013 in zake de Rijksdienst voor Sociale |
sociale respectivement contre Stefan Poppe et contre Isabel Van | Zekerheid respectievelijk tegen Stefan Poppe en tegen Isabel Van |
Osselaer, agissant en sa qualité de curateur, et autres, dont | Osselaer, handelend in haar hoedanigheid van curator, en anderen, |
l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 27 juin 2013, le | waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 27 juni |
Tribunal de commerce d'Anvers a posé la question préjudicielle | 2013, heeft de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen de volgende |
suivante : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Sur la base de l'article 265, § 2, actuellement en vigueur, du Code | « Op grond van het thans van kracht zijnde art. 265, par. 2 W. Venn. |
des sociétés, l'Office national de Sécurité sociale et le curateur | kunnen de zaakvoerders, gewezen zaakvoerders en alle andere personen |
peuvent tenir les gérants, anciens gérants et toutes les autres | die ten aanzien van de zaken van de vennootschap werkelijke |
personnes qui ont effectivement détenu le pouvoir de gérer la société | bestuursbevoegdheid hebben gehad, door de Rijksdienst voor Sociale |
comme étant personnellement et solidairement responsables pour la | Zekerheid en de curator persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk worden |
totalité ou une partie des cotisations sociales, majorations, intérêts | gesteld voor het geheel of een deel van alle op het ogenblik van de |
de retard et de l'indemnité forfaitaire visée à l'article 54ter de | uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen, |
l'arrêté royal du 28 novembre 1969 (...), dus au moment du prononcé de | bijdrageopslagen, verwijlintresten en de vaste vergoeding bedoeld in |
la faillite, entre autres si au cours de la période de cinq ans qui | art. 54ter van het KB van 28.11.1969 (...), onder meer indien zij |
précède le prononcé de la faillite, les gérants, anciens gérants et | zich, in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de |
responsables se sont trouvés dans la situation décrite à l'article 38, | faillietverklaring, in de situatie bevonden hebben zoals beschreven in |
§ 3octies, 8°, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes | art. 38 par. 3octies, 8°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de |
généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés; Cette disposition viole-t-elle les articles 10 et 11 de la Constitution, en ce que Première branche Elle a pour conséquence de créer une responsabilité automatique, personnelle et solidaire des gérants, anciens gérants et de toutes les autres personnes qui ont effectivement détenu le pouvoir de gérer la société, sans que soit laissé au tribunal le moindre pouvoir d'appréciation sur l'existence effective d'une faute lourde et sur la question de savoir si les faillites se sont produites indépendamment de leur volonté, de sorte que la responsabilité instaurée est (entre autres et non exclusivement) hors de proportion avec ce qui est nécessaire pour atteindre l'objectif poursuivi et qu'elle engendre par conséquent des effets disproportionnés, dès lors que l'article de loi rend pareillement le gérant de bonne foi et le gérant de mauvaise foi personnellement et solidairement responsables; Deuxième branche Elle a pour conséquence de créer une responsabilité automatique, personnelle et solidaire des gérants, anciens gérants et de toutes les autres personnes qui ont effectivement détenu le pouvoir de gérer la société, sans qu'il soit fait la moindre distinction entre, d'une part, la situation dans laquelle il est question de constitution successive et répétée d'une société, qu'on laisser tomber en faillite avec des dettes de sécurité sociale, suivie de la constitution d'une nouvelle société, qu'on laisse de nouveau tomber en faillite avec des dettes de sécurité sociale, et de la répétition systématique de ce même procédé au fil du temps et, d'autre part, la situation dans laquelle plusieurs sociétés sont constituées (quasiment) au même moment, sont concomitamment actives dans la vie des affaires et sont ensuite toutes déclarées en faillite en un laps de temps très court, de sorte que (entre autres et non exclusivement) le critère objectif de l'article de loi en question, appliqué dans la dernière situation, n'est pas en rapport avec l'objectif visé par le législateur ou ne contribue pas à l'atteindre; Troisième branche Elle a pour conséquence de créer une responsabilité automatique, personnelle et solidaire des gérants, anciens gérants et de toutes les autres personnes qui ont effectivement détenu le pouvoir de gérer la société, sans qu'il soit fait une distinction entre les sociétés constituées antérieurement à l'entrée en vigueur de l'actuel article 265, § 2, du Code des sociétés et celles constituées postérieurement, ce qui ne permet pas aux gérants des sociétés constituées avant cette entrée en vigueur d'évaluer avec un minimum de prévisibilité le risque de responsabilité automatique personnelle et solidaire encouru, de sorte qu'il est (entre autres et non exclusivement) porté atteinte, de manière disproportionnée, au principe de prévisibilité minimale de la responsabilité personnelle ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 5681 du rôle de la Cour. Le greffier, | algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers; Schendt dit artikel de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, daar waar Eerste onderdeel : Dit tot gevolg heeft dat een automatische, persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid voor de zaakvoerders, gewezen zaakvoerders en alle andere personen die ten aanzien van de vennootschap werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad in het leven wordt geroepen, zonder dat aan de rechtbank enige beoordelingsbevoegdheid wordt gelaten over het werkelijk voorhanden zijn van een grove fout en over de vraag of de faillissementen zich hebben voorgedaan onafhankelijk van hun wil, zodat dit (onder meer en niet uitsluitend) buiten verhouding staat met wat nodig is om de nagestreefde doelstelling te bereiken en bijgevolg onevenredige gevolgen veroorzaakt, nu het wetsartikel de bonafide en de malafide zaakvoerder op eenzelfde wijze persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk stelt; Tweede onderdeel : Dit tot gevolg heeft dat een automatische, persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid voor de zaakvoerders, gewezen zaakvoerders en alle andere personen die ten aanzien van de vennootschap werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad in het leven wordt geroepen, zonder dat enig onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds de situatie waarin er sprake is van het consecutief, repetitief oprichten van een vennootschap, het laten failliet gaan ervan met sociale zekerheidsschulden, het vervolgens opnieuw oprichten van een vennootschap, het opnieuw laten failliet gaan met sociale zekerheidsschulden, en het in de loop van de tijd stelselmatig herhalen van ditzelfde procédé, en anderzijds de situatie waarin meerdere vennootschappen op (quasi) hetzelfde moment worden opgericht, zij gelijktijdig in het economisch leven actief zijn, en vervolgens binnen een zeer korte tijdspanne allemaal failliet worden verklaard, zodat (onder meer en niet uitsluitend) het objectief criterium van het kwestieuze wetsartikel, toegepast in laatstgenoemde situatie, niet in verband staat met of bijdraagt tot het door de wetgever beoogde doel; Derde onderdeel : Dit tot gevolg heeft dat een automatische, persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid voor de zaakvoerders, gewezen zaakvoerders en alle andere personen die ten aanzien van de vennootschap werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad in het leven wordt geroepen, zonder dat een onderscheid wordt gemaakt tussen de vennootschappen die werden opgericht voor en na het in werking treden van het thans van kracht zijnde art. 265 par. 2 W. Venn., waardoor de zaakvoerders van de vennootschappen die voor het in werking treden werden opgericht niet met een minimale mate van voorzienbaarheid hun risico op automatische persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid konden inschatten, zodat (onder meer en niet uitsluitend) op een onevenredige wijze afbreuk wordt gedaan aan het beginsel van een minimaal niveau van voorzienbaarheid van persoonlijke aansprakelijkheid ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 5681 van de rol van het Hof. De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |