Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 26 février 2001, conclue au sein de la Commission paritaire de la poterie ordinaire en terre commune, relative au jour de carence | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2001, gesloten in het Paritair Comité voor gewoon pottengoed in potaarde, betreffende de carensdag |
---|---|
MINISTERE DE L'EMPLOI ET DU TRAVAIL | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
28 NOVEMBRE 2001. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention | 28 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
collective de travail du 26 février 2001, conclue au sein de la | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari |
Commission paritaire de la poterie ordinaire en terre commune, | 2001, gesloten in het Paritair Comité voor gewoon pottengoed in |
relative au jour de carence (1) | potaarde, betreffende de carensdag (1) |
ALBERT II, Roi des Belges, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
A tous, présents et à venir, Salut. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28; | |
Vu la demande de la Commission paritaire de la poterie ordinaire en | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor gewoon pottengoed in | |
terre commune; | potaarde; |
Sur la proposition de Notre Ministre de l'Emploi, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Nous avons arrêté et arrêtons : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
travail du 26 février 2001, reprise en annexe, conclue au sein de la | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2001, |
Commission paritaire de la poterie en terre commune, relative au jour | gesloten in het Paritair Comité voor gewoon pottengoed in potaarde, |
de carence. | betreffende de carensdag. |
Art. 2.Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
présent arrêté. | van dit besluit. |
Donné à Bruxelles, le 28 novembre 2001. | Gegeven te Brussel, 28 november 2001. |
ALBERT | ALBERT |
Par le Roi : | Van Koningswege : |
La Ministre de l'Emploi, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mme L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Note | Nota |
(1) Référence au Moniteur belge : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Annexe | Bijlage |
Commission paritaire de la poterie ordinaire en terre commune | Paritair Comité voor gewoon pottengoed in potaarde |
Convention collective de travail du 26 février 2001 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2001 |
Jour de carence (Convention enregistrée le 19 mars 2001 sous le numéro | Carenzdag (Overeenkomst geregistreerd op 19 maart 2001 onder het |
56801/CO/150) | nummer 56801/CO/150) |
Article 1er.La présente convention collective de travail s'applique |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises | de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen |
ressortissant à la Commission paritaire de la poterie ordinaire en | welke onder het Paritair Comité voor gewoon pottengoed in potaarde |
terre commune. | ressorteren. |
Par "ouvriers" on entend : les ouvriers et les ouvrières. | Onder "werklieden" wordt verstaan : de werklieden en de werksters. |
Art. 2.Le jour de carence visé par l'article 52, § 1er, deuxième |
Art. 2.De carenzdag bedoeld bij artikel 52, § 1, tweede lid van de |
alinéa de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail | wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt door |
est payé par l'employeur. | de werkgever betaald. |
Art. 3.La présente convention collective de travail produit ses |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
effets le 1er janvier 2001 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre | ingang van 1 januari 2001 en treedt buiten werking op 31 december |
2002. | 2002. |
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 28 novembre 2001. | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 november 2001. |
La Ministre de l'Emploi, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mme L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |