Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 19 mai 1999, conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour les agglomérés à base de ciment, relative à la fixation de la cotisation patronale au Fonds social de l'industrie du béton | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor de cementagglomeraten, betreffende de vaststelling van de bijdrage van de werkgevers aan het Sociaal Fonds van de betonindustrie |
---|---|
MINISTERE DE L'EMPLOI ET DU TRAVAIL | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
28 MARS 2001. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention | 28 MAART 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
collective de travail du 19 mai 1999, conclue au sein de la | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 1999, gesloten |
Sous-commission paritaire pour les agglomérés à base de ciment, | in het Paritair Subcomité voor de cementagglomeraten, betreffende de |
relative à la fixation de la cotisation patronale au Fonds social de | vaststelling van de bijdrage van de werkgevers aan het Sociaal Fonds |
l'industrie du béton (1) | van de betonindustrie (1) |
ALBERT II, Roi des Belges, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
A tous, présents et à venir, Salut. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28; | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
Vu la demande de la Sous-commission paritaire pour les agglomérés à | 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de |
base de ciment; | cementagglomeraten; |
Sur la proposition de Notre Ministre de l'Emploi, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Nous avons arrêté et arrêtons : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
travail du 19 mai 1999, reprise en annexe, conclue au sein de la | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 1999, gesloten |
Sous-commission paritaire pour les agglomérés à base de ciment, | in het Paritair Subcomité voor de cementagglomeraten, betreffende de |
relative à la fixation de la cotisation patronale au Fonds social de | vaststelling van de bijdrage van de werkgevers aan het Sociaal Fonds |
l'industrie du béton. | van de betonindustrie. |
Art. 2.Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid, is belast met de uitvoering |
présent arrêté. | van dit besluit. |
Donné à Bruxelles, le 28 mars 2001. | Gegeven te Brussel, 28 maart 2001. |
ALBERT | ALBERT |
Par le Roi : | Van Koningswege : |
La Ministre de l'Emploi, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mme L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Note | Nota |
(1) Référence au Moniteur belge : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Annexe | Bijlage |
Sous-commission paritaire pour les agglomérés à base de ciment | Paritair Subcomité voor de cementagglomeraten |
Convention collective de travail du 19 mai 1999 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 1999 |
Fixation de la cotisation patronale au Fonds social de l'industrie du | Vaststelling van de bijdrage van de werkgevers aan het Sociaal Fonds |
béton (Convention enregistrée le 13 août 1999 sous le numéro | van de betonindustrie (Overeenkomst geregistreerd op 13 augustus 1999 |
51984/CO/106.02) | onder het nummer 51984/CO/106.02) |
Article 1er.En application de l'article 14 des statuts du Fonds |
Artikel 1.In toepassing van artikel 14 van de statuten van het |
social de l'industrie du béton, fixés par la convention collective de | Sociaal Fonds van de betonindustrie vastgesteld bij collectieve |
travail du 13 mai 1981, instituant un fonds de sécurité d'existence et | arbeidsovereenkomst van 13 mei 1981, tot oprichting van een fonds voor |
bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten, algemeen | |
fixant ses statuts, rendue obligatoire par arrêté royal du 15 mars | verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 maart 1982, wordt |
1982, la cotisation des employeurs est fixée à 113 BEF par jour de | de bijdrage van de werkgevers vastgesteld op 113 BEF per werkdag en |
travail et par ouvrier ou ouvrière, avec un maximum de 565 BEF par semaine. | per werkman of werkster, met een maximum van 565 BEF per week. |
Sont considérés comme jours de travail : | Als werkdagen worden aangezien : |
1° les jours prestés effectivement et partiellement; | 1° de effectief en gedeeltelijk gepresteerde dagen; |
2° les jours non prestés et les jours partiellement non prestés pour | 2° de niet gepresteerde dagen en de gedeeltelijk niet gepresteerde |
lesquels l'employeur est tenu de payer une rémunération; | dagen voor dewelke de werkgever gehouden is een bezoldiging te |
3° les jours pendant lesquels le travail est interrompu en raison des | betalen; 3° de dagen gedurende dewelke het werk onderbroken wordt ingevolge de |
vacances auxquelles les travailleurs ont droit en application des lois | vakantie waarop de werknemers recht hebben bij toepassing van de |
relatives aux vacances annuelles des travailleurs. | wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers. |
Art. 2.La cotisation capitative journalière ou hebdomadaire précitée |
Art. 2.Voornoemde dagelijkse of wekelijkse hoofdelijke bijdrage wordt |
est utilisée : | aangewend : |
- pour le financement du fonctionnement du fonds; | - ter financiering van de werking van het fonds; |
- pour le financement des avantages prévus à l'article 5 de la convention collective de travail précitée; - pour le financement de la cotisation en vue du perfectionnement des connaissances économiques, sociales et techniques des représentants des travailleurs et des représentants des employeurs, tel que prévu à l'article 3, 3° de la convention collective de travail précitée; - pour la création de moyens destinés à la promotion de l'emploi en faveur des groupes à risque; - pour le financement d'un programme de « formation industrielle » incluant e.a. des initiatives en faveur de la gestion du stress, de la prévention de plaintes de maux de dos et relatives à la mise en contact avec des matières dangereuses. Art. 3.La présente convention collective de travail produit ses effets à partir du 1er avril 1999 et remplace la convention collective de travail du 11 mai 1995. Elle est conclue pour une durée indéterminée et elle peut être dénoncée par une des parties contractantes moyennant le respect d'un préavis de trois mois. Ce préavis sera adressé au président de la Sous-commission paritaire pour les agglomérés à base de ciment par une lettre recommandée à la poste. Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 28 mars 2001. La Ministre de l'Emploi, |
- ter financiering van de voordelen voorzien in artikel 5 van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst; - ter financiering van de bijdrage ter vervolmaking van economische, sociale en technische kennis van de werknemersvertegenwoordigers en de werkgeversvertegenwoordigers zoals bepaald in artikel 3, 3° van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst; - voor het creëren van middelen ter bevordering van de tewerkstelling ten bate van de risicogroepen. - voor het financieren van een programma-pakket opleidingen "industriële vorming" met inbegrip van initiatieven ter bevordering van het stressbeleid, voorkoming van rugklachten en omgaan met gevaarlijke stoffen. Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 april 1999 en vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1995. Zij is gesloten voor onbepaalde tijd en kan opgezegd worden door één van de contracterende partijen mits naleving van een opzegging van drie maand. Deze opzegging wordt gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de cementagglomeraten, bij een ter post aangetekende brief. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 maart 2001. De Minister van Werkgelegenheid, |
Mme L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |