Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 8 mai 2001, conclue au sein de la Commission paritaire pour les entreprises horticoles, fixant la cotisation patronale au "Fonds social et de garantie pour les entreprises horticoles" | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot vaststelling van de werkgeversbijdrage aan het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor het tuinbouwbedrijf" |
---|---|
MINISTERE DE L'EMPLOI ET DU TRAVAIL | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
20 NOVEMBRE 2002. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention | 20 NOVEMBER 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
collective de travail du 8 mai 2001, conclue au sein de la Commission | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 mei 2001, |
paritaire pour les entreprises horticoles, fixant la cotisation | gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot |
patronale au "Fonds social et de garantie pour les entreprises | vaststelling van de werkgeversbijdrage aan het "Waarborg- en Sociaal |
horticoles" (1) | Fonds voor het tuinbouwbedrijf" (1) |
ALBERT II, Roi des Belges, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
A tous, présents et à venir, Salut. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28; | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; |
Vu la convention collective de travail du 7 juin 1991, conclue au sein | Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 1991, gesloten |
de la Commission paritaire pour les entreprises horticoles, instituant | in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf tot oprichting van een |
un fonds de sécurité d'existence et fixant ses statuts, rendue | fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten, |
obligatoire par arrêté royal du 3 octobre 1991, notamment l'article | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 3 oktober |
1991, inzonderheid op artikel 14, gewijzigd bij collectieve | |
14, modifiée par convention collective de travail du 18 avril 1995, | arbeidsovereenkomst van 18 april 1995, algemeen verbindend verklaard |
rendue obligatoire par arrêté royal du 24 avril 1996; | bij koninklijk besluit van 24 april 1996; |
Vu la demande de la Commission paritaire pour les entreprises horticoles; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf; |
Sur la proposition de Notre Ministre de l'Emploi, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Nous avons arrêté et arrêtons : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
travail du 8 mai 2001, reprise en annexe, conclue au sein de la | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 8 mei 2001, gesloten |
Commission paritaire pour les entreprises horticoles, fixant la | in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot vaststelling van |
cotisation patronale au "Fonds social et de garantie pour les | de werkgeversbijdrage aan het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor het |
entreprises horticoles". | tuinbouwbedrijf". |
Art. 2.Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
présent arrêté. | van dit besluit. |
Donné à Bruxelles, le 20 novembre 2002. | Gegeven te Brussel, 20 november 2002. |
ALBERT | ALBERT |
Par le Roi : | Van Koningswege : |
La Ministre de l'Emploi, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mme L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Note | Nota |
(1) Références au Moniteur belge : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Arrêté royal du 3 octobre 1991, Moniteur belge du 29 octobre 1991. | Koninklijk besluit van 3 oktober 1991, Belgisch Staatsblad van 29 |
Arrêté royal du 24 avril 1996, Moniteur belge du 28 juin 1996. | oktober 1991. Koninklijk besluit van 24 april 1996, Belgisch Staatsblad van 28 juni 1996. |
Annexe | Bijlage |
Commission paritaire pour les entreprises horticoles | Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf |
Convention collective de travail du 8 mai 2001 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 8 mei 2001 |
Fixation de la cotisation patronale au "Fonds social et de garantie | Vaststelling van de werkgeversbijdrage aan het "Waarborg- en Sociaal |
pour les entreprises horticoles" (Convention enregistrée le 9 août | Fonds voor het tuinbouwbedrijf" (Overeenkomst geregistreerd op 9 |
2001 sous le numéro 58412/CO/145) | augustus 2001 onder het nummer 58412/CO/145) |
CHAPITRE Ier. - Champ d'application | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Article 1er.La présente convention collective de travail s'applique |
Artikel 1.De collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de |
aux employeurs ressortissant à la Commission paritaire pour les | werkgevers die ressorteren onder het toepassingsgebied van het |
entreprises horticoles, sauf les entreprises dont l'activité | Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, met uitzondering van de |
ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit de bloementeelt betreft of | |
principale consiste en la floriculture, ou en l'implantation et | bestaat in het aanleggen en onderhouden van parken en tuinen, en op de |
l'entretien de parcs et jardins, et aux ouvriers et ouvrières qu'ils occupent. | door hen tewerkgestelde arbeiders en arbeidsters. |
CHAPITRE II. - Cotisations patronales | HOOFDSTUK II. - Werkgeversbijdragen |
Art. 2.En application de l'article 14, de la convention collective de |
Art. 2.In toepassing van artikel 14, van de collectieve |
travail du 7 juin 1991, conclue au sein de la Commission paritaire | arbeidsovereenkomst van 7 juni 1991, gesloten in het Paritair Comité |
pour les entreprises horticoles, instituant un fonds de sécurité | voor het tuinbouwbedrijf tot oprichting van een fonds voor |
d'existence et fixant ses statuts, rendue obligatoire par arrêté royal | bestaanszekerheid, en tot vaststelling van zijn statuten, algemeen |
du 3 octobre 1991, la cotisation des employeurs au "Fonds social et de | verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 3 oktober 1991, wordt |
garantie pour les entreprise horticole" est fixée comme suit : | de werkgeversbijdrage aan het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor het tuinbouwbedrijf" als volgt vastgesteld : |
- en ce qui concerne les ouvriers qui ont été engagés sur base | - voor wat de arbeiders en arbeidsters betreft die op reguliere basis |
régulière, c'est-à-dire excepté le personnel saisonnier et | in dienst zijn genomen, dit wil zeggen met uitzondering van het |
occasionnel, comme visé à l'article 8bis de l'arrêté royal du 28 | seizoens- en gelegenheidspersoneel zoals bedoeld in artikel 8bis van |
novembre 1969 en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant | het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet |
l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des | van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 |
travailleurs : | betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders : |
- à partir du 1er juillet 2001 : 12,25 p.c. de la masse salariale, y | - vanaf 1 juli 2001 : 12,25 pct. van de loonmassa, met inbegrip van de |
compris les 0,25 p.c. pour les groupes à risque; | 0,25 pct. voor de risicogroepen; |
- à partir du 1er janvier 2002 : 12,20 p.c. de la masse salariale, | - vanaf 1 januari 2002 : 12,20 pct. van de loonmassa, met inbegrip van |
inclusivement les 0,25 p.c. pour les groupes à risque; | de 0,25 pct. voor de risicogroepen; |
- en ce qui concerne les ouvriers visés à l'article 8bis de l'arrêté | - voor wat de arbeiders en arbeidsters betreft die bedoeld worden in |
royal du 28 novembre 1969; | het artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969; |
- à partir du 1er juillet 2001 : 12,25 p.c. de la masse salariale, y | - vanaf 1 juli 2001 : 12,25 pct. van de loonmassa met inbegrip van de |
compris les 0,25 p.c. pour les groupes à risque; | 0,25 pct. voor de risicogroepen; |
- à partir du 1er janvier 2002 : 12,20 p.c. de la masse salariale, | - vanaf 1 januari 2002 : 12,20 pct. van de loonmassa, met inbegrip van |
inclusivement les 0,25 p.c. pour les groupes à risque. | de 0,25 pct. voor de risicogroepen. |
Art. 3.En application de l'article 15 de la même convention |
Art. 3.In toepassing van artikel 15 van dezelfde collectieve |
collective de travail, la cotisation fixée par l'article 2 est perçue | arbeidsovereenkomst, wordt de bij artikel 2 vastgestelde |
et recouvrée par l'Office national de Sécurité sociale. | werkgeversbijdrage geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor |
Sociale Zekerheid. | |
CHAPITRE III. - Validité | HOOFDSTUK III. - Geldigheid |
Art. 4.La présente convention collective de travail entre en vigueur |
Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
le 1er juillet 2001 et est conclue pour une durée indéterminée. | juli 2001 en is gesloten voor een onbepaalde duur. |
Elle remplace la convention collective de travail du 9 octobre 2000, conclue au sein de la Commission paritaire pour les entreprises horticoles, fixant la cotisation des employeurs au "Fonds social et de garantie pour les entreprises horticoles". Elle peut être dénoncée par chacune des parties signataires moyennant un préavis d'au moins trois mois, notifié par lettre recommandée à la poste, adressée au président de la Commission paritaire pour les entreprises horticoles. Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 20 novembre 2002. La Ministre de l'Emploi, | Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2000, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf tot vaststelling van de werkgeversbijdrage aan het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor het tuinbouwbedrijf". Zij kan door elk van de ondertekenende partijen worden opgezegd mits een opzegging van ten minste drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 november 2002. De Minister van Werkgelegenheid, |
Mme L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |