Arrêté royal portant modification de diverses dispositions réglementaires | Koninklijk besluit houdende wijziging van verscheidene reglementaire bepalingen |
---|---|
SERVICE PUBLIC FEDERAL PERSONNEL ET ORGANISATION | FEDERALE OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE |
14 JUIN 2007. - Arrêté royal portant modification de diverses | 14 JUNI 2007. - Koninklijk besluit houdende wijziging van verscheidene |
dispositions réglementaires | reglementaire bepalingen |
ALBERT II, Roi des Belges, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
A tous, présents et à venir, Salut. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Vu les articles 37 et 107, alinéa 2, de la Constitution; | Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet; |
Vu la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, notamment l'article 447; | Gelet op de programmawet (I) van 24 december 2002, inzonderheid op artikel 447; |
Vu l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de | Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het |
l'Etat, notamment les articles 7 et 8, remplacés par l'arrêté royal du | statuut van het Rijkspersoneel, inzonderheid op de artikelen 7 en 8, |
22 décembre 2000, 9, remplacé par l'arrêté royal du 26 septembre 1994, | vervangen bij het koninklijk besluit van 22 december 2000, 9, |
vervangen bij het koninklijk besluit van 26 september 1994, 10 en 11, | |
10 et 11, remplacés par l'arrêté royal du 22 décembre 2000, 12, | vervangen bij het koninklijk besluit van 22 december 2000, 12, |
remplacé par l'arrêté royal du 26 septembre 1994 et modifié par les | vervangen bij het koninklijk besluit van 26 september 1994 en |
arrêtés royaux des 31 mars 1995, 13 mai 1999, 5 septembre 2002 et 4 | gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 31 maart 1995, 13 mei 1999, |
5 september 2002 en 4 augustus 2004, 13, gewijzigd bij het koninklijk | |
août 2004, 13, modifié par l'arrêté royal du 22 décembre 2000, 14, | besluit van 22 december 2000, 14, vervangen bij het koninklijk besluit |
remplacé par l'arrêté royal du 22 décembre 2000, 16, 5°, abrogé par | van 22 december 2000, 16, 5°, opgeheven bij het koninklijk besluit van |
l'arrêté royal du 13 mai 1999, 45, modifié par l'arrêté royal du 16 | 13 mei 1999, 45, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 maart |
mars 1964, 48, 49, modifié par l'arrêté royal du 22 décembre 2000 et | 1964, 48, 49, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december |
52, modifié par l'arrêté royal du 16 mars 1964; | 2000 en 52, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1964; |
Vu l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux | Gelet op het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de |
absences accordés aux membres du personnel des administrations de | verloven en de afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de |
l'Etat; | rijksbesturen. |
Vu l'arrêté royal du 8 janvier 1973 fixant le statut du personnel de | Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling |
van het statuut van het personeel van sommige instellingen van | |
certains organismes d'intérêt public, notamment l'article 3, § 1er, | openbaar nut, inzonderheid artikel 3, § 1, gewijzigd bij koninklijke |
modifié par les arrêtés royaux des 20 août 1973, 10 mai 1976, 13 | besluiten van 20 augustus 1973, 10 mei 1976, 13 september 1979, 16 |
septembre 1979, 16 novembre 1979, 26 janvier 1984, 13 juillet 1987, 25 | november 1979, 26 januari 1984, 13 juli 1987, 25 november 1993, 14 |
novembre 1993, 14 septembre 1994, 17 mars 1995, 31 mars 1995, 10 avril | september 1994, 17 maart 1995, 31 maart 1995, 10 april 1995, 6 |
1995, 6 février 1997, 15 septembre 1997, 19 novembre 1998, 26 avril | februari 1997, 15 september 1997, 19 november 1998, 26 april 1999, 5 |
1999, 5 septembre 2002, 14 octobre 2002, 4 août 2004, 10 août 2005, 6 | september 2002, 14 oktober 2002, 4 augustus 2004, 10 augustus 2005, 6 |
octobre 2005, 16 mars 2006, 12 juin 2006, 7 mars 2007 et 26 avril | oktober 2005, 16 maart 2006, 12 juni 2006, 7 maart 2007 en 26 april |
2007; | 2007; |
Vu l'avis de l'Inspecteur des Finances, donné le 19 février 2007; | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 19 |
Vu le protocole n° 593 du 29 mars 2007 du Comité des services publics | februari 2007; Gelet op het protocol nr 593 van 29 maart 2007 van het Comité voor de |
fédéraux, communautaires et régionaux; | federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten; |
Vu l'avis 42.748/3 du Conseil d'Etat, donné le 24 avril 2007, en | Gelet op het advies 42.748/3 van de Raad van State, gegeven op 24 |
application de l'article 84, § 1er, alinéa 1er, 1°, des lois | april 2007 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
coordonnées sur le Conseil d'Etat; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Sur la proposition de Notre Ministre du Budget et de Notre Ministre de | Op de voordracht van Onze Minister van Begroting en van Onze Minister |
la Fonction publique et de l'avis de Nos Ministres qui en ont délibéré | van Ambtenarenzaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde |
en Conseil, | Ministers, |
Nous avons arrêté et arrêtons : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 | HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 |
portant le statut des agents de l'Etat | houdende het statuut van het Rijkspersoneel |
Article 1er.La partie II de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant |
Artikel 1.Deel II van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 |
le statut des agents de l'Etat, comprenant les articles 7 à 14, est | houdende het statuut van het Rijkspersoneel, bevattend de artikelen 7 |
remplacée par les dispositions suivantes : | tot en met 14, wordt vervangen als volgt : |
« PARTIE II. - DES DROITS, DES DEVOIRS, DES CONFLITS D'INTERETS ET DU | « DEEL II. - RECHTEN, PLICHTEN, BELANGENCONFLICTEN EN CUMULATIE |
CUMUL Art. 7.§ 1er. L'agent de l'Etat remplit les fonctions avec loyauté, |
Art. 7.§ 1. De rijksambtenaar oefent zijn ambt op loyale, zorgvuldige |
conscience et intégrité sous l'autorité de ses supérieurs | en integere wijze uit onder het gezag van zijn hiërarchische |
hiérarchiques. | meerderen. |
A cet effet, il doit : | Daartoe dient hij : |
1° respecter les lois et règlements en vigueur ainsi que les directives qui lui sont données dans le cadre de ces lois et règlements; 2° formuler ses avis et rédiger ses rapports avec rigueur et exactitude; 3° exécuter les décisions avec diligence et conscience professionnelle. § 2. L' agent de l'Etat a le droit d'être traité avec dignité et courtoisie tant par ses supérieurs hiérarchiques, ses collègues que ses subordonnés. Il a le devoir de traiter ses collègues, ses supérieurs hiérarchiques et ses subordonnés avec dignité et courtoisie. Il évite toute parole, toute attitude, toute présentation qui pourrait compromettre cette dignité et cette courtoisie ou obérer le bon fonctionnement du service. | 1° de van kracht zijnde wetten en reglementen na te leven, alsmede de richtlijnen die hem gegeven worden in het kader van die wetten en reglementen; 2° nauwgezet en correct zijn adviezen te formuleren en zijn verslagen op te stellen; 3° de beslissingen zorgvuldig en plichtsbewust uit te voeren. § 2. De rijksambtenaar heeft het recht om met waardigheid en hoffelijkheid te worden behandeld, zowel door zijn hiërarchische meerderen, door zijn collega's, als door zijn ondergeschikten. Hij dient zijn collega's, zijn hiërarchische meerderen en zijn ondergeschikten met waardigheid en hoffelijkheid te behandelen. Hij vermijdt elk woord, elke houding, elk voorkomen dat deze waardigheid en deze hoffelijkheid in het gedrang zou kunnen brengen of de goede werking van de dienst zou kunnen schaden. |
§ 3. Sans préjudice de l'article 29 du Code d'instruction criminelle, | § 3. Onverminderd artikel 29 van het Wetboek van strafvordering stelt |
l'agent de l'Etat informe son supérieur hiérarchique ou, si | de rijksambtenaar zijn hiërarchische meerdere of, indien nodig, een |
nécessaire, un supérieur hiérarchique plus élevé, de toute illégalité | hogere hiërarchische meerdere op de hoogte van elk onwettigheid of |
ou irrégularité dont il a connaissance. | onregelmatigheid waarvan hij kennis heeft. |
Art. 8.§ 1er. L'agent de l'Etat traite les usagers de ses services avec bienveillance. Dans la manière dont il répond aux demandes des usagers ou dont il traite les dossiers, il respecte strictement les principes de neutralité, d'égalité de traitement et de respect des lois, règlements et directives. Lorsqu'il est, dans le cadre de ses fonctions, en contact avec le public, l'agent de l'Etat évite toute parole, toute attitude, toute présentation qui pourraient être de nature à ébranler la confiance du public en sa totale neutralité, en sa compétence ou en sa dignité. § 2. Même en dehors de l'exercice de ses fonctions, l'agent de l'Etat évite tout comportement contraire à la dignité de ses fonctions. Il évite aussi toute situation où, même par personne interposée, il pourrait être associé à des occupations contraires à la dignité de ses fonctions. § 3. L'agent de l'Etat ne peut solliciter, exiger ou recevoir, directement ou par personne interposée, même en-dehors de ses fonctions mais à raison de celles-ci, des dons, gratifications ou avantages quelconques. L'alinéa 1er ne vise pas les cadeaux symboliques de faible valeur échangés entre agents dans l'exercice normal de leurs fonctions. |
Art. 8.§ 1. De rijksambtenaar behandelt de gebruikers van zijn diensten met welwillendheid. In de manier waarop hij de vragen van de gebruikers beantwoordt of waarop hij de dossiers behandelt, eerbiedigt hij op een strikte manier de beginselen van neutraliteit, van gelijkheid in behandeling en van naleving van de wetten, de reglementen en de richtlijnen. Wanneer hij bij zijn ambtsuitoefening in contact komt met het publiek vermijdt de rijksambtenaar elk woord, elke houding, elk voorkomen, die van die aard zouden kunnen zijn dat ze het vertrouwen van het publiek in zijn volledige neutraliteit, in zijn bekwaamheid of in zijn waardigheid in het gedrang zouden kunnen brengen. § 2. Zelfs buiten de uitoefening van zijn ambt vermijdt de rijksambtenaar elk gedrag dat in strijd is met de waardigheid van zijn ambt. Hij vermijdt evenzeer elke toestand waarbij hij, zelfs door een tussenpersoon, in verband zou kunnen gebracht worden met bezigheden die in strijd zijn met de waardigheid van zijn ambt. § 3. De rijksambtenaar mag, noch rechtstreeks, noch door tussenpersoon, zelfs buiten zijn ambtsuitoefening, maar uit oorzaak hiervan, giften, beloningen of enig voordeel vragen, eisen of aannemen. Het eerste lid slaat niet op symbolische geschenken van kleine waarde uitgewisseld tussen ambtenaren in de normale uitoefening van hun ambt. |
Art. 9.§ 1er. L'agent de l'Etat ne se place pas et ne se laisse pas placer dans une situation de conflits d'intérêts, c'est-à-dire une situation dans laquelle il a par lui-même ou par personne interposée un intérêt personnel susceptible d' influer sur l'exercice impartial et objectif de ses fonctions ou à créer la suspicion légitime d'une telle influence. § 2. Lorsqu'un agent estime qu'il a un conflit d'intérêt ou qu'il craint d'en avoir un, il en informe immédiatement son supérieur hiérarchique. Celui-ci lui en donne acte par écrit. En cas de conflit d'intérêt avéré, le supérieur hiérarchique prend les mesures adéquates pour y mettre fin. L'agent de l'Etat peut à tout moment solliciter par écrit l'avis du président du comité de direction ou de son délégué sur une situation dans laquelle il pourrait se trouver dans le futur afin de savoir si elle serait constitutive d'un conflit d'intérêt. L'avis lui est transmis par écrit dans le mois. Art. 10.L'agent de l'Etat jouit de la liberté d'expression à l'égard des faits dont il a connaissance dans l'exercice de ses fonctions. Il lui est uniquement interdit de révéler des faits qui ont trait à la sécurité nationale, à la protection de l'ordre public, aux intérêts financiers de l'autorité, à la prévention et à la répression des faits délictueux, au secret médical, aux droits et libertés du citoyen, et notamment le droit au respect de la vie privée; ceci vaut également pour les faits qui ont trait à la préparation de toutes les décisions aussi longtemps qu'une décision finale n'a pas encore été prise ainsi que pour les faits qui, lorsqu' ils sont divulgués, peuvent porter préjudice aux intérêts du service public dans lequel l'agent est occupé. |
Art. 9.§ 1. De rijksambtenaar plaatst zich niet en laat zich niet plaatsen in een toestand van belangenconflicten, dit wil zeggen in een toestand waarin hij door zichzelf of door een tussenpersoon een persoonlijk voordeel heeft dat van die aard is om de onpartijdige en objectieve uitoefening van zijn ambt te beïnvloeden of de gewettigde verdenking te doen ontstaan van zulke invloed. § 2. Wanneer een ambtenaar van oordeel is dat hij een belangenconflict heeft of vreest te hebben, brengt hij zijn hiërarchische meerdere hierover onmiddellijk op de hoogte. Deze verleent hem hiervan schriftelijk akte. In geval van een erkend belangenconflict, neemt de hiërarchische meerdere de passende maatregelen om er een einde aan te stellen. De rijksambtenaar kan op elk ogenblik schriftelijk om het advies van de voorzitter van het directiecomité, of van diens afgevaardigde, vragen over een toestand waarin hij zich in de toekomst zou kunnen bevinden, dit om te weten of deze de oorzaak zou kunnen zijn van een belangenconflict. Het advies wordt hem schriftelijk verstrekt binnen de maand. Art. 10.De rijksambtenaar heeft het recht op vrijheid van meningsuiting ten aanzien van de feiten waarvan hij kennis heeft uit hoofde van zijn ambt. Het is hem enkel verboden die feiten bekend te maken die betrekking hebben op 's lands veiligheid, de bescherming van de openbare orde, de financiële belangen van de overheid, het voorkomen en het bestraffen van strafbare feiten, het medisch geheim, de rechten en de vrijheden van de burger, en in het bijzonder op het recht op eerbied voor het privé-leven; dit verbod geldt bovendien voor feiten die betrekking hebben op de voorbereiding van alle beslissingen zolang er nog geen eindbeslissing is genomen; evenals voor feiten die, wanneer zij bekend worden gemaakt, de belangen van de overheidsdienst waarin de ambtenaar is tewerkgesteld, kunnen schaden. |
Art. 11.§ 1er. L'agent de l'Etat a droit à l'information pour tous |
Art. 11.§ 1. De rijksambtenaar heeft recht op informatie voor alle |
les aspects utiles à l'exercice de ses tâches. Chaque supérieur | aspecten die nuttig zijn voor de uitoefening van zijn taken. Elke |
hiérarchique assure la transmission de l'information à ses | hiërarchische meerdere verzekert de informatiedoorstroming naar zijn |
subordonnés. | ondergeschikten toe. |
L'agent de l'Etat se tient au courant d'une façon permanente de | De rijksambtenaar houdt zich permanent op de hoogte van de |
l'évolution des techniques, réglementations et recherches dans les | ontwikkeling van de technieken, reglementeringen en onderzoeken in de |
matières dont il est professionnellement chargé. | materies waarmee hij beroepshalve belast is. |
§ 2. L'agent de l'Etat a droit à la formation utile à son travail de | § 2. De rijksambtenaar heeft recht op de opleiding die nuttig is voor |
même qu'à la formation continue en vue du développement de sa carrière | zijn werk alsook op de voortgezette opleiding met het oog op de |
professionnelle. | ontwikkeling van zijn beroepsloopbaan. |
L'agent de l'Etat suit, avec attention et la volonté de développer ses | De rijksambtenaar volgt, met aandacht en met de wil zijn competenties |
compétences, les formations nécessaires à l'exercice de ses fonctions. § 3. L'agent de l'Etat participe activement au partage des connaissances au sein du service public. Art. 12.§ 1er. L'agent de l'Etat ne peut exercer une activité, rémunérée de quelque façon que ce soit, hors de ses fonctions qu'après avoir obtenu une autorisation de cumul. L'autorisation de cumul est accordée pour une période maximale de quatre ans. Son renouvellement est soumis à une nouvelle autorisation. L'autorisation de cumul ne peut pas avoir d'effet rétroactif. Une autorisation de cumul ne peut être accordée que si l'activité s'exerce en dehors des heures où il accomplit son service. Elle doit en toute hypothèse rester tout à fait accessoire par rapport aux fonctions exercées. Une activité ne peut être exercée en cumul que dans le respect des lois et reglements organisant l'exercice de cette activité. Preuve en est fournie, le cas échéant, à l'instance qui a autorisé le cumul. § 2. La demande de cumul est introduite par l'agent auprès de son |
te ontwikkelen, de noodzakelijke opleidingen voor de uitoefening van zijn ambt. § 3. De rijkambtenaar neemt op actieve wijze deel aan de kennisdeling binnen de openbare dienst. Art. 12.§ 1. De rijksambtenaar mag geen, op welke wijze ook bezoldigde, activiteit uitoefenen buiten zijn ambt, dan nadat hij een machtiging tot cumulatie bekomen heeft. De machtiging tot cumulatie wordt verleend voor een periode van ten hoogste vier jaar. Haar verlenging is onderworpen aan een nieuwe machtiging. De machtiging tot cumulatie mag geen terugwerkende kracht hebben. Een machtiging tot cumulatie kan enkel verleend worden als de activiteit wordt uitgeoefend buiten uren waarop hij zijn dienst vervult. Zij dient in elk geval volledig bijkomstig te blijven ten overstaan van het uitgeoefend ambt. Een activiteit kan slechts worden uitgeoefend mits inachtname van de wetten en reglementen die de uitoefening van die activiteit regelen. In voorkomend geval, wordt het bewijs daarvan geleverd aan de instantie die de machtiging voor de cumulatie heeft verleend. § 2. De vraag tot cumulatie wordt door de ambtenaar ingediend bij zijn |
supérieur hiérarchique. Elle comprend obligatoirement : | hiërarchische meerdere. Zij dient verplicht te omvatten : |
1° la désignation aussi précise que possible de l'activité envisagée; | 1° de zo nauwkeurig mogelijke aanwijzing van de beoogde activiteit; |
2° la durée de l'activité envisagée; | 2° de duur van de beoogde activiteit; |
3° l'affirmation motivée que l'activité ne peut pas faire naître, même | 3° de gemotiveerde bevestiging dat de activiteit geen aanleiding kan |
dans le futur, une situation de conflit d'intérêt. | geven, zelfs in de toekomst, tot een toestand van belangenconflict. |
§ 3. S'il l'estime nécessaire, le supérieur hiérarchique sollicite de | § 3..Wanneer hij het nodig acht, vraagt de hiërarchische meerdere aan |
l'agent des compléments d'information ou des pièces justificatives. | de ambtenaar bijkomende informatie of verantwoordingsstukken. |
Le supérieur hiérarchique transmet, par la voie hiérarchique, la | De hiërarchische meerdere zendt de vraag, langs hiërarchische weg, met |
demande, avec son appréciation, au président du comité de direction ou | zijn beoordeling, aan de voorzitter van het directiecomité of aan zijn |
à son délégué. | afgevaardigde. |
Le président du comité de direction ou son délégué, s'il l'estime | De voorzitter van het directiecomité of zijn afgevaardigde, vraagt |
nécessaire, sollicite de l'agent des compléments d'information ou des | wanneer hij het nodig acht, aan de ambtenaar bijkomende informatie of |
pièces justificatives. | verantwoordingsstukken. |
§ 4. La décision d'accorder ou d'autoriser le cumul est prise par le | § 4. De beslissing de machtiging tot cumulatie te verlenen of te |
président du comité de direction. Il peut déléguer cette compétence | weigeren wordt genomen door de voorzitter van het directiecomité. Hij |
sauf pour les titulaires des fonctions de management ou d'encadrement. | kan die bevoegdheid delegeren behalve voor de titularissen van de |
management- en staffuncties. | |
La décision d'accorder ou d'autoriser le cumul est prise par le | De beslissing de machtiging tot cumulatie te verlenen of te weigeren |
Ministre si la demande émane du président du comité de direction. | wordt genomen door de Minister indien de aanvraag uitgaat van de |
voorzitter van het directiecomité. | |
A défaut de décision dans les deux mois de la demande, l'autorisation | Bij gebreke aan een beslissing binnen de twee maanden na de aanvraag, |
de cumul est accordée d'office. Le délai est porté à trois mois s'il | wordt de machtiging voor cumulatie ambsthalve verleend. De termijn |
est fait usage du § 3, alinéas 1er et 3. § 5. L'exercice des mandats visés par la loi du 18 septembre 1986 instituant le congé politique pour les membres du personnel des services publics n'est pas visé par le présent article. L'exercice d'activités rémunérées inhérentes à la fonction n'est pas visé au présent article. Toutefois, il requiert toujours l'accord écrit préalable du supérieur hiérarchique. A défaut de décision dans les deux mois de la demande, l'accord est accordé d'office. L'exercice d'une activité qui résulte d'une désignation par l'autorité compétente n'est pas visé au présent article. Toutefois, il requiert l'information du supérieur hiérarchique. Art. 13.Tout agent de l'Etat a le droit de consulter son dossier personnel. Aucune pièce ne peut être ajoutée au dossier personnel sans que l'agent de l'Etat en ait eu connaissance préalable. |
wordt op drie maanden gebracht als gebruik wordt gemaakt van § 3, eerste en derde lid. § 5. De uitoefening van de mandaten bedoeld in de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor het personeel van de overheidsdiensten, valt niet onder de toepassing van dit artikel. De uitoefening van bezoldigde activiteiten inherent aan het ambt wordt niet bedoeld in dit artikel. Evenwel, is steeds het voorafgaand schriftelijk akkoord van de hiërarchische meerdere vereist. Bij gebreke aan een beslissing binnen de twee maanden na de aanvraag, wordt het akkoord ambsthalve verleend. De uitoefening van een activiteit die voortvloeit uit een aanwijzing door de bevoegde overheid wordt niet bedoeld in dit artikel. Evenwel is de informatie van de hiërarchische meerdere vereist. Art. 13.Iedere rijksambtenaar heeft het recht zijn persoonlijk dossier in te kijken. Geen enkel stuk kan worden toegevoegd aan het persoonlijk dossier zonder dat de rijksambtenaar daarvan voorafgaandelijk op de hoogte is gesteld. |
Art. 14.Tout manquement aux articles 7, 8, 9, § 1er, 10 et 12 est |
Art. 14.Elke inbreuk op de artikelen 7, 8, 9, § 1, 10 en 12 kan |
passible de l'une des peines disciplinaires prévues par l'article 77, | aanleiding geven tot een van de tuchtstraffen die bepaald zijn bij |
sans préjudice de l'application des lois pénales. | artikel 77, onverminderd de toepassing van de strafwetten. |
Art. 14bis . Les dispositions des articles 7 à 14 sont applicables aux | Art. 14bis . De bepalingen van de artikelen 7 tot 14 zijn toepasselijk |
stagiaires. | op de stagiairs. |
Les dispositions des articles 8, 9, 10, 13 et 14 sont applicables même | De bepalingen van de artikelen 8, 9, 10, 13 en 14 zijn toepasselijk |
lorsque l'agent est à temps plein en congé, en disponibilité ou en | zelfs wanneer de ambtenaar voltijds met verlof, in disponibiliteit of |
non- activité. | in non-activiteit is. |
Art. 14ter.Nos Ministres qui ont la fonction publique et le budget |
Art. 14ter.Onze Ministers die bevoegd zijn voor Ambtenarenzaken en |
dans leurs attributions, fixent, dans un cadre déontologique, les | voor Begroting, stellen binnen een deontologisch kader, de meest |
règles de conduite les plus propres à illustrer les dispositions des articles 7 à 13 de même que celles fondées sur d'autres dispositions légales ou réglementaires relatives aux droits et aux devoirs des agents. Moyennant accord des Ministres visés à l'alinéa 1er, chacun de Nos Ministres et secrétaires d'Etat peut fixer, dans le cadre déontologique, des règles de conduite complémentaires propres à assurer le respect, en fonction des particularités des services placés sous leur autorité, des dispositions visées à l'alinéa 1er. Les supérieurs hiérachiques ont un rôle d'exemples en matière de déontologie. » | geëigende gedragsregels vast om de bepalingen van de artikelen 7 tot 13 toe te lichten, evenzeer als deze die gegrond zijn op andere wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de rechten en de plichten van de ambtenaren. Mits akkoord van de Ministers bedoeld in het eerste lid, kan ieder van Onze Ministers en Staatssecretarissen, binnen het deontologisch kader, bijkomende gedragsregels vaststellen om de naleving van de bepalingen bedoeld in het eerste lid te verzekeren in de diensten onder hun gezag geplaatst, dit in functie van de bijzonderheden hiervan. De hiërarchische meerdere hebben een voorbeeldrol inzake deontologie. » |
Art. 2.Dans l'article 16 du même arrêté, le 5° abrogé par l'arrêté |
Art. 2.In artikel 16 van hetzelfde besluit, wordt 5°, opgeheven bij |
royal du 13 mai 1999, est rétabli dans la rédaction suivante : | het koninklijk besluit van 13 mei 1999, in de volgende lezing hersteld |
« 5° ne pas être personnellement dans une situation de conflit | : « 5° zich niet persoonlijk bevinden in een toestand van |
d'intérêt; ». | belangenconflict; ». |
Art. 3.L'article 45 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 16 |
Art. 3.Artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk |
mars 1964, est complété par la disposition suivante : | besluit van 16 maart 1964, wordt aangevuld als volgt : |
« S'ils refusent de prêter serment, leur nomination est censée ne pas | « Indien zij weigeren de eed af te leggen, wordt hun benoeming als |
avoir eu lieu. » | onbestaand beschouwd. » |
Art. 4.L'article 48 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante : |
Art. 4.Artikel 48 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : |
« Art. 48.Les titulaires des fonctions de management et des fonctions |
« Art. 48.De houders van de management- en staffuncties leggen de eed |
d'encadrement prêtent serment entre les mains du Ministre ou du | af in de handen van de Minister of van de Voorzitter van het |
Président du comité de direction si le Ministre le délègue à cet effet. | directiecomité wanneer de Minister hem hiertoe machtiging verleent. |
Ils prêtent serment au moment de leur entrée en fonction. | Zij leggen de eed af op het ogenblik van hun indiensttreding. |
Le serment s'énonce dans les termes fixés par l'article 2 du décret du | De eed wordt afgelegd in de termen bepaald bij artikel 2 van het |
20 juillet 1831. | decreet van 20 juli 1831. |
S'ils refusent de prêter serment, leur désignation est censée ne pas | Indien zij weigeren de eed af te leggen, wordt hun aanwijzing als |
avoir eu lieu. » | onbestaand beschouwd. » |
Art. 5.L'intitulé de la partie V du même arrêté est remplacé par |
Art. 5.Het opschrift van deel V van hetzelfde besluit wordt vervangen |
l'intitulé suivant : | door het volgende opschrift : |
« Partie V. - De la mutation. » | « Deel V. - De mutatie. » |
Art. 6.L'article 49 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante : « Art 49. § 1er. L'agent de l'Etat peut, à sa demande, être affecté, par mutation à un emploi correspondant à sa classe, à son grade ou à un grade équivalent qui est vacant dans un autre service de son service public fédéral ou de son service public fédéral de programmation. Le candidat à la mutation envoie sa demande au ministre dont il relève ou à son délégué, au moyen d'un formulaire dont le modèle est déterminé par le ministre qui a la fonction publique dans ses attributions. La demande est faite par lettre recommandée à la poste. En même temps et par la voie hiérarchique, l'agent adresse une copie de sa demande, pour information, au président du comité de direction ou son délégué. Il est accusé réception de sa demande. La demande de mutation est valable trois ans. Passé ce délai et à défaut de renouvellement de la demande, à l'initiative de l'agent, par lettre recommandée à la poste, elle perd tout effet. |
Art. 6.Artikel 49 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 49.§ 1. De rijksambtenaar kan, op zijn verzoek, door overplaatsing, worden aangewezen voor een betrekking die overeenstemt met zijn klasse, zijn graad of een gelijkwaardige graad en die in een andere dienst van zijn federale overheidsdienst of programmatorische federale overheidsdienst vacant is. De gegadigde voor een overplaatsing zendt zijn aanvraag aan de minister onder wie hij ressorteert of aan diens gemachtigde door middel van een formulier waarvan het model wordt bepaald door de minister tot wiens bevoegdheid ambtenarenzaken behoort. De aanvraag wordt gedaan bij ter post aangetekende brief. Terzelfder tijd en langs hiërarchische weg zendt de ambtenaar, ter kennisgeving, een afschrift van zijn aanvraag aan de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde. Er wordt ontvangstmelding van zijn aanvraag gedaan. De mutatieaanvraag is drie jaar geldig. Wanneer die termijn voorbij is en de aanvraag niet, op initiatief van de ambtenaar, hernieuwd wordt per bij de post aangetekende zending, verliest ze elke uitwerking. |
Le renouvellement de la demande prolonge le délai de validité de la | Het hernieuwen van de aanvraag verlengt de geldigheidstermijn van de |
demande pour un nouveau délai de trois ans. | aanvraag voor een nieuwe termijn van drie jaar. |
§ 2. Pour obtenir une mutation, l'agent de l'Etat doit satisfaire aux | § 2. Om een overplaatsing te verkrijgen moet de rijksambtenaar voldoen |
conditions d'évaluation et de position administrative fixées à | aan de voorwaarden inzake evaluatie en administratieve stand die zijn |
l'article 75, § 3, ainsi qu'aux conditions prescrites pour occuper | vastgelegd in artikel 75, § 3, alsook aan de voorwaarden die met |
l'emploi en application de l'article 6. | toepassing van artikel 6 zijn voorgeschreven om de betrekking te |
§ 3. Les candidats à la mutation sont classés dans l'ordre suivant : | bekleden. § 3. De kandidaten voor de overplaatsing worden in deze volgorde gerangschikt : |
1° le candidat le plus ancien dans la classe ou dans le grade; | 1° de kandidaat met de grootste klasse- of graadanciënniteit; |
2° à égalité d'ancienneté de classe ou de grade, le candidat dont | 2° bij gelijke klasse- of graadanciënniteit, de kandidaat met de |
l'ancienneté de service est la plus grande; | grootste dienstanciënniteit; |
3° à égalité d'ancienneté de service, le candidat le plus âgé. » | 3° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste kandidaat. » |
Art. 7.L'article 52 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 16 |
Art. 7.Artikel 52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk |
mars 1964, est abrogé. | besluit van 16 maart 1964, wordt opgeheven. |
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 | HOOFDSTUK II. - Wijziging aan het koninklijk besluit van 19 november |
relatif aux congés et aux absences du personnel des administrations de l'Etat | 1998 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen |
Art. 8.L'article 115 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif |
Art. 8.Artikel 115 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 |
aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des | betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan de |
administrations de l'Etat est complété par la disposition suivante : | personeelsleden van de rijksbesturen wordt aangevuld als volgt : |
« Il est tenu d'informer son service de la nature de cette activité ». | « Hij is verplicht zijn dienst op de hoogte te brengen van de aard van |
die activiteit. » | |
Art. 9.Dans l'article 122, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, les |
Art. 9.In artikel 122, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden |
mots « Sous réserve des incompatibilités découlant du statut | de woorden « Behoudens onverenigbaarheden die voortvloeien uit het |
applicable à l'agent » sont remplacés par les mots « Sous réserve des | statuut dat op de ambtenaar toepasselijk is » vervangen door de |
dispositions relatives aux conflits d'intérêts et moyennant | woorden « Behoudens de bepalingen inzake belangenconflicten en mits |
information préalable à l'autorité par l'agent de la nature de | voorafgaandelijke mededeling aan de overheid door de ambtenaar van de |
l'activité exercée ». | aard van de uitgeoefende activiteit ». |
CHAPITRE III. - Modification de l'arrêté royal du 25 avril 2005 fixant | HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 april |
les conditions d'engagement par contrat de travail dans certains | 2005 tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij |
services publics | arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten |
Art. 10.Dans l'article 2, 1°, de l'arrêté royal du 25 avril 2005 |
Art. 10.In artikel 2, 1°, van het koninklijk besluit van 25 april |
fixant les conditions d'engagement par contrat de travail dans | 2005 tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij |
certains services publics, les mots « 2° et 3° » sont remplacés par | arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten, worden de woorden « |
les mots « 2°, 3° et 5° ». | 2° en 3° » vervangen door de woorden « 2°, 3° en 5° ». |
CHAPITRE IV. - Dispositions diverses. | HOOFDSTUK IV. - Diverse bepalingen |
Art. 11.L'article 447 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 |
Art. 11.Artikel 447 van de programmawet (I) van 24 december 2002 |
entre en vigueur. | treedt in werking. |
Art. 12.Les activités exercées en cumul à l'entrée en vigueur du |
Art. 12.De activiteiten uitgeoefend in cumulatie bij de |
présent arrêté peuvent se poursuivre sur la base des dispositions | inwerkingtreding van dit besluit kunnen verder gezet worden, op grond |
antérieures jusqu'au premier jour du douzième mois qui suit celui de | van de vroegere bepalingen tot de eerste dag van de twaalfde maand die |
son entrée en vigueur. | volgt op zijn inwerkingtreding. |
Les activités exercées en cumul à l'entrée en vigueur du présent | De activiteiten uitgeoefend in cumulatie bij de inwerkingtreding van |
arrêté peuvent se poursuivre sans délai si elles résultent soit de la | dit besluit kunnen verder gezet worden, zonder termijn, wanneer zij |
loi du 18 septembre 1986 instituant le congé politique pour les | voortvloeien ofwel uit de wet van 18 september 1986 tot instelling van |
membres du personnel des services publics, soit d'une désignation | het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten, |
d'office par l'autorité compétente. | ofwel uit een ambtshalve aanwijzing door de bevoegde overheid. |
Art. 13.L'article 3, § 1er, de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 |
Art. 13.Artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 |
tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige | |
fixant le statut du personnel de certains organismes d'intérêt public, | instellingen van openbaar nut, gewijzigd bij koninklijke besluiten van |
modifié par les arrêtés royaux des 20 août 1973, 10 mai 1976, 13 | 20 augustus 1973, 10 mei 1976, 13 september 1979, 16 november 1979, 26 |
septembre 1979, 16 novembre 1979, 26 janvier 1984, 13 juillet 1987, 25 | januari 1984, 13 juli 1987, 25 november 1993, 14 september 1994, 17 |
novembre 1993, 14 septembre 1994, 17 mars 1995, 31 mars 1995, 10 avril | maart 1995, 31 maart 1995, 10 april 1995, 6 februari 1997, 15 |
1995, 6 février 1997, 15 septembre 1997, 19 novembre 1998, 26 avril | september 1997, 19 november 1998, 26 april 1999, 5 september 2002, 14 |
1999, 5 septembre 2002, 14 octobre 2002, 4 août 2004, 10 août 2005, 6 | oktober 2002, 4 augustus 2004, 10 augustus 2005, 6 oktober 2005, 16 |
octobre 2005, 16 mars 2006, 12 juin 2006, 7 mars 2007 et 26 avril 2007 | maart 2006, 12 juni 2006, 7 maart 2007 en 26 april 2007 wordt als |
est complété comme suit : | volgt aangevuld : |
« 44° Arrêté royal du 14 juin 2007 portant modification de diverses | « 44° Koninklijk besluit van 14 juni 2007 houdende wijziging van |
dispositions réglementaires ». | verscheidene reglementaire bepalingen ». |
Art. 14.Nos Ministres et Nos Secrétaires d'Etat sont chargés, chacun |
Art. 14.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat |
en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté. | hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. |
Donné à Bruxelles, le 14 juin 2007. | Gegeven te Brussel, 14 juni 2007. |
ALBERT | ALBERT |
Par le Roi : | Van Koningswege : |
La Ministre du Budget, | De Minister van Begroting, |
Mme F. VAN DEN BOSSCHE | Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE |
Le Ministre de la Fonction publique, | De Minister van Ambtenarenzaken, |
C. DUPONT | C. DUPONT |