Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 31 mai 2001, conclue au sein de la Commission paritaire de l'industrie alimentaire, relative à l'annualisation du travail à temps partiel | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de annualisering van de deeltijdse arbeid |
---|---|
SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI, TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
12 MARS 2003. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention | 12 MAART 2003. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
collective de travail du 31 mai 2001, conclue au sein de la Commission | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 mei 2001, gesloten |
paritaire de l'industrie alimentaire, relative à l'annualisation du | in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de |
travail à temps partiel (1) | annualisering van de deeltijdse arbeid (1) |
ALBERT II, Roi des Belges, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
A tous, présents et à venir, Salut. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28; | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
Vu la demande de la Commission paritaire de l'industrie alimentaire; | 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid; |
Sur la proposition de Notre Ministre de l'Emploi, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Nous avons arrêté et arrêtons : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
travail du 31 mai 2001, reprise en annexe, conclue au sein de la | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 31 mei 2001, gesloten |
Commission paritaire de l'industrie alimentaire, relative à | in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de |
l'annualisation du travail à temps partiel. | annualisering van de deeltijdse arbeid. |
Art. 2.Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
présent arrêté. | van dit besluit. |
Donné à Bruxelles, le 12 mars 2003. | Gegeven te Brussel, 12 maart 2003. |
ALBERT | ALBERT |
Par le Roi : | Van Koningswege : |
La Ministre de l'Emploi, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mme L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Note | Nota |
(1) Référence au Moniteur belge : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Annexe | Bijlage |
Commission paritaire de l'industrie alimentaire | Paritair Comité voor de voedingsnijverheid |
Convention collective de travail du 31 mai 2001 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 31 mei 2001 |
Annualisation du travail à temps partiel | Annualisering van de deeltijdse arbeid |
(Convention enregistrée le 25 juillet 2001 | (Overeenkomst geregistreerd op 25 juli 2001 |
sous le numéro 58073/CO/118) | onder het nummer 58073/CO/118) |
CHAPITRE Ier. - Champ d'application | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Article 1er.La présente convention collective de travail s'applique |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
aux employeurs et aux ouvriers de l'industrie alimentaire, à | de werkgevers en op de arbeiders van de voedingsnijverheid, met |
l'exception des boulangeries et des pâtisseries artisanales. | uitzondering van de bakkerijen en de artisanale banketbakkerijen. |
Par « ouvriers » sont visés les ouvriers masculins et féminins. | Met « arbeiders » worden de mannelijke en vrouwelijke arbeiders bedoeld. |
CHAPITRE II. - Annualisation du travail à temps partiel | HOOFDSTUK II. - Annualisering van de deeltijdse arbeid |
Art. 2.La présente convention collective de travail est conclue en |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in |
exécution de l'article 11bis , troisième alinéa, de la loi sur les | uitvoering van artikel 11bis , derde lid, van de wet op de |
contrats de travail du 3 juillet 1978 (Moniteur belge du 22 août | arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978 (Belgisch Staatsblad van 22 |
1978). | augustus 1978). |
Art. 3.Lorsque le contrat de travail prévoit un régime de travail à |
Art. 3.Indien de arbeidsovereenkomst een variabele deeltijdse |
temps partiel variable, la durée de travail hebdomadaire doit être | arbeidsregeling inhoudt, dient de overeengekomen wekelijkse |
respectée en moyenne sur une période de douze mois. | arbeidsduur gemiddeld gerespecteerd te worden over een periode van |
twaalf maanden. | |
Cette période de douze mois court en principe du 1er janvier au 31 | Deze periode van twaalf maanden loopt in principe van 1 januari tot 31 |
décembre, sauf disposition contraire dans le règlement de travail. | december, tenzij anders bepaald in het arbeidsreglement. |
CHAPITRE III. - Validité
Art. 4.La présente convention collective de travail produit ses effets le 1er juin 2001 et elle est conclue pour une durée indéterminée. Elle peut être dénoncée moyennant un préavis de trois mois, par lettre recommandée à la poste adressée au président de la Commission paritaire de l'industrie alimentaire et aux organisations qui y sont représentées. Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 12 mars 2003. La Ministre de l'Emploi, |
HOOFDSTUK III. - Geldigheid
Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2001 en is gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan opgezegd worden met een opzegging van drie maanden, bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, en aan de erin vertegenwoordigde organisaties. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 maart 2003. De Minister van Werkgelegenheid, |
Mme L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |